id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.304 Rolnummer: A. 238154/X-18308 Zaak: Arrest 262304 - Wegenwezen - 10/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-17 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-17 02:55 Fiche Arrest nr 262.304 van 10 februari 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 262.304 van 10 februari 2025 in de zaak A. 238.154/X-18.308 In zake : F.A. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Fleur Suetens kantoor houdend te 2560 Kessel Torenvenstraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen :
- de GEMEENTE PELT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jonas De Wit en Julie Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen
- het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steven Van Garsse, Simon Verhoeven en Koen De Metsenaere kantoor houdend te 2600 Antwerpen Prins Boudewijnlaan 18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 16 september 2022, strekt tot de nietigverklaring van: 1°) het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Pelt van 2 juni 2022 betreffende ‘Gedeelte Jos Verlindenstraat - definitieve vaststelling rooilijnplan’ (hierna: het bestreden gemeenteraadsbesluit) en 2°) het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 27 oktober 2022 tot verwerping van het beroep van verzoeker tegen het bestreden gemeenteraadsbesluit (hierna: het bestreden ministerieel besluit). X-18.308-1/12 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een verslag opgesteld. De verwerende partijen hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 december
- Kamervoorzitter Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Jadzia Talboom, die loco advocaten Stijn Verbist en Fleur Suetens verschijnt voor verzoeker, advocaat Dylan Vercammen, die loco advocaat Jonas De Wit verschijnt voor de eerste verwerende partij, en advocaat Matthias Van Der Donckt, die loco advocaten Steven Van Garsse, Simon Verhoeven en Koen De Metsenaere verschijnt voor de tweede verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Evelien De Taeye heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- X-18.308-2/12 III. Feiten
- Verzoeker woont aan het eind van een doodlopende zijtak van de Jos Verlindenstraat te Pelt. Hij is eigenaar van zijn woonterrein dat onder meer het perceel dat kadastraal bekend is als afdeling 5 (Sint-Huibrechts-Lille), sectie B, nr. 435/d omvat. Over dit perceel loopt in de noordoostelijke hoek een weg in het verlengde van de Jos Verlindenstraat (hierna: verzoekers oprit). 4.
- Met een besluit van 28 oktober 2020 neemt de gemeenteraad van de gemeente Pelt de zijtak in aanmerking als gemeenteweg (hierna: het gemeenteraadsbesluit van 28 oktober 2020). Bovendien wil de gemeente de wegzate van de zijtak zonder financiële vergoeding opnemen in het openbaar domein. Een en ander steunt op de volgende bepalingen van artikel 13 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet): “Art. 13 - §
- Grondstroken waarvan met enig middel van recht bewezen wordt dat ze gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek werden gebruikt, kunnen in aanmerking komen als gemeenteweg. […] §
- De gemeenteraad die op eigen initiatief of op grond van een verzoekschrift vaststelt dat een grondstrook gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek gebruikt werd, belast het college van burgemeester en schepenen met de opmaak van een rooilijnplan […]. […] §
- Als de gemeente met betrekking tot een grondstrook al dertig jaar bezitshandelingen heeft gesteld waaruit de wil van de gemeente om eigenaar te worden van de wegbedding duidelijk tot uiting komt, dan is de gemeenteraad ertoe gerechtigd om de grondstrook zonder financiële vergoeding op te nemen in het openbaar domein […].” 4.
- In het voormelde gemeenteraadsbesluit van 28 oktober 2020 wordt het college van burgemeester en schepenen belast met het opmaken van een rooilijnplan voor de zijtak. 5.
- Op 24 februari 2022 wordt het ontwerp van rooilijnplan voorlopig vastgesteld. X-18.308-3/12 5.
- In de noordoostelijke hoek van verzoekers woonterrein wordt het voorste deel van verzoekers oprit – à rato van 36 m² van het perceel nr. 435/d –opgenomen binnen de rooilijnen.
- Van 21 maart tot 30 april 2022 wordt een openbaar onderzoek gehouden, waaraan verzoeker deelneemt.
- Op 2 juni 2022 neemt de gemeenteraad van de gemeente Pelt het bestreden gemeenteraadsbesluit. Er worden geen wijzigingen aangebracht ten opzichte van wat in randnummer 5.2 is vermeld. 8.
- Bij vonnis van 2 oktober 2023 beschikt de vrederechter van het kanton Pelt als volgt over de vordering van verzoeker: “Zegt voor recht [dat] het gedeelte van het perceel 435 D [waarop verzoekers oprit is gelegen] vrij en onbezwaard in eigendom toebehoort aan eisende partij. […] Zegt voor recht dat er voor dit gedeelte van de Jos Verlindenstraat geen eigendomsoverdracht heeft kunnen plaatsvinden op grond van artikel 13 §1 of 13 § 5 van het Decreet houdende de Gemeentewegen van 03/05/2019 […].” 8.
- Dit vonnis van 2 oktober 2023 is definitief geworden, daar de gemeente Pelt erin heeft berust. IV. Ontvankelijkheid A. Laattijdigheidsexceptie
- De in de memorie van antwoord van de eerste verwerende partij aangevoerde exceptie van laattijdigheid behoeft geen beoordeling daar deze partij er in haar laatste memorie afstand van doet. X-18.308-4/12 B. Belang Standpunt van de partijen
- Wat zijn belang betreft, wijst verzoeker erop dat zijn oprit gelegen is op privé-eigendom. Door de bestreden besluiten wordt zijn eigendomsrecht aangetast en krijgt eenieder vrije toegang tot zijn oprit met alle negatieve gevolgen van dien voor zijn woongenot.
- In haar memorie van antwoord werpt de eerste verwerende partij als exceptie op dat verzoeker niet over het rechtens vereiste belang beschikt. Het nadeel dat eenieder vrije toegang tot zijn perceel zal kunnen nemen vloeit niet voort uit het bestreden gemeenteraadsbesluit, maar is het rechtstreekse gevolg van de verkrijgende verjaring die is ingetreden na een termijn van dertig jaar waarin zich publiek gebruik manifesteerde en bezitsdaden gesteld werden door de eerste verwerende partij. De verkrijgende verjaring is vastgesteld in het besluit van de gemeenteraad van 28 oktober 2020 en verzoeker vordert niet eens de buitentoepassingverklaring van dit besluit en betwist als dusdanig de geldigheid ervan niet.
- In haar laatste memorie stelt de eerste verwerende partij dat het publieke gebruik van verzoekers woonterrein reeds bestond omstreeks
- De loutere vaststelling van de rooilijn, ter bestendiging van dit gebruik, zal volgens de eerste verwerende partij geen enkele verzwaring van het publiek gebruik betekenen en zij voegt eraan toe: “Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door tussenkomst van het vonnis van de Vrederechter dd. 2 oktober 2023, nu de ongemakken waarvan verzoekende partij gewag maakt om zijn belang te staven niet perse het gevolg moeten zijn van een vastgestelde publiekrechtelijke erfdienstbaarheid, maar evengoed het gevolg zijn van een publiek gebruik dat (net) niet van een afdoende intensiteit is gebleken om als grondslag van een publiekrechtelijke erfdienstbaarheid in de zin van artikel 13 van het Decreet Gemeentewegen te dienen.” X-18.308-5/12 Beoordeling
- Het is door het bestreden gemeenteraadsbesluit dat een deel van verzoekers woonterrein – meer bepaald een deel van zijn oprit – erkend is als gemeenteweg. Voorts volgt er uit het vonnis van de vrederechter van 2 oktober 2023 dat er voor die oprit geen verkrijgende verjaring in de zin van artikel 13 van het gemeentewegendecreet is ingetreden. De door verzoeker aangevoerde nadelen in verband met zijn oprit verschaffen hem een afdoende belang bij het bestrijden van het laatstgenoemde gemeenteraadsbesluit en het ministerieel besluit dat er zich aan heeft toegevoegd. Hetgeen de eerste verwerende partij aanvoert doet geen afbreuk aan dit belang.
- De aangevoerde exceptie wordt verworpen. V. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen
- In een eerste middel voert verzoeker onder meer de schending aan van artikel 13 van het gemeentewegendecreet en van de materiëlemotiveringsplicht. Volgens verzoeker is er geen sprake van een dertigjarig publiek gebruik van de grondstrook gelegen op zijn perceel nr. 435/d, zodat de eerste verwerende partij deze grondstrook niet in aanmerking mocht nemen als gemeenteweg. Dit vitieert het bestreden gemeenteraadsbesluit daar de onjuiste vaststelling van het dertigjarig publiek gebruik er de grondslag van vormt. X-18.308-6/12
- De eerste verwerende partij voert als exceptie aan dat het middel onontvankelijk is daar het betrekking heeft op het gemeenteraadsbesluit van 28 oktober 2020 en niet op het bestreden gemeenteraadsbesluit.
- Ten gronde benadrukt de eerste verwerende partij dat verzoeker niet kan beweren dat het gemeenteraadsbesluit van 28 oktober 2020 als onbestaande moet worden beschouwd ingevolge de gebeurlijke onwettigheid ervan. De kritiek inzake het al dan niet verjaarde karakter van de grondstrook behoort niet tot de beoordelingsbevoegdheid van de Raad van State. Deze kritiek is niet nieuw, en werd reeds weerlegd in het bestreden gemeenteraadsbesluit. Voorts stelt de eerste verwerende partij dat zelfs indien zou worden aangenomen dat het gemeenteraadsbesluit van 28 oktober 2020 buiten beschouwing gelaten moet worden, dan nog dient vastgesteld te worden dat het bestreden gemeenteraadsbesluit zijn geldigheid bewaart. Een rooilijnplan kan immers ook zonder de voorafgaandelijke inaanmerkingneming overeenkomstig artikel 13 van het gemeentewegendecreet tot stand komen. De gemeente heeft hiertoe het initiatiefrecht, dat blijkt uit de artikelen 8 en 10 van het gemeentewegendecreet en de parlementaire voorbereidingen bij dit decreet. In dat opzicht zal de gebeurlijke vernietiging niet kunnen verhinderen dat de eerste verwerende partij eenzelfde rooilijnplan opstelt voor de zijtak van de Jos Verlindenstraat, zij het met navolgende realisatieplicht.
- In haar laatste memorie wijst de eerste verwerende partij erop dat zij in het bestreden gemeenteraadsbesluit uitdrukkelijk de aanleg van de weg heeft verantwoord vanuit het algemeen belang, de verkeersveiligheid, de ontsluiting van de aangrenzende percelen en de actuele functie van het perceel in het licht van de behoeften van toekomstige generaties. De eerste verwerende partij leidt daaruit af dat “het wegvallen van het gemeenteraadsbesluit van 28 oktober 2020 […] derhalve niet van bepalende invloed [is] op [het bestreden] gemeenteraadsbesluit”. X-18.308-7/12
- De tweede verwerende partij stelt in haar laatste memorie dat de in het auditoraatsverslag – in navolging van het middel – vastgestelde onwettigheid “enkel en alleen het gevolg [is] van een onwettig handelen vanwege [de] eerste verwerende partij”. Beoordeling
- Het materiëlemotiveringsbeginsel houdt in dat een besluit van het bestuur moet gedragen worden door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit het besluit zelf, hetzij uit de stukken van het dossier.
- Om de in artikel 13, § 1, eerste lid, van het gemeentewegendecreet bedoelde grondstrook te erkennen als gemeenteweg heeft het gemeentewegendecreet een procedure uitgewerkt in meerdere stappen. In een eerste stap neemt de gemeenteraad de grondstrook in aanmerking als gemeenteweg, waarbij hij een discretionaire bevoegdheid uitoefent. In een tweede stap stelt het college van burgemeester en schepenen een ontwerp van rooilijnplan op, dat door de gemeenteraad voorlopig wordt vastgesteld. In een derde stap wordt over het ontwerp van rooilijnplan een openbaar onderzoek georganiseerd. In een vierde en laatste stap beoordeelt de gemeenteraad de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaarschriften en gaat hij desgevallend over tot definitieve vaststelling van het rooilijnplan. Het is door deze definitieve vaststelling dat de grondstrook als gemeenteweg wordt erkend. X-18.308-8/12
- Anders dan de eerste verwerende partij voorhoudt, kan in het beroep tegen de definitieve vaststelling van het rooilijnplan op ontvankelijke wijze wettigheidskritiek worden aangevoerd tegen de in artikel 13, § 1, van het gemeentewegendecreet bedoelde voorafgaande beslissing om de grondstrook als gemeenteweg in aanmerking te nemen. De in randnummer 16 bedoelde exceptie wordt dan ook verworpen.
- Terecht wijst verzoeker erop dat de determinerende grondslag van het bestreden gemeenteraadsbesluit de daaraan voorafgaande beslissing van de gemeenteraad is om de betrokken grondstrook in aanmerking te nemen als gemeenteweg omdat moet worden vastgesteld dat ze gedurende de voorbije dertig jaar door het publiek is gebruikt. Uit het definitief geworden vonnis van 2 oktober 2023 van de vrederechter van het kanton Pelt volgt dat deze vaststelling – wat de oprit van verzoeker betreft – onjuist is. Het op die onjuiste vaststelling gesteunde bestreden gemeenteraadsbesluit is bij gebreke aan een deugdelijke grondslag onwettig in zoverre het betrekking heeft op verzoekers oprit.
- De hiervoor vastgestelde onwettigheid wordt niet goedgemaakt door de door de eerste verwerende partij aangehaalde elementen zoals het feit dat verzoeker zich niet beroept op artikel 159 van de Grondwet en het gegeven dat het gemeentewegendecreet nog in andere procedures voorziet om een rooilijnplan vast te stellen. Hetzelfde geldt voor de door de tweede verwerende partij opgeworpen omstandigheid dat het haar niet toekwam om de wettigheid van het gemeenteraadsbesluit van 28 oktober 2020 te beoordelen.
- Het middel is in de aangegeven mate ontvankelijk en gegrond. X-18.308-9/12 VI. Omvang van de vernietiging
- De vernietiging van het bestreden gemeenteraadsbesluit in zoverre dit betrekking heeft op verzoekers perceel nr. 435/d – dat, zoals de eerste verwerende partij ter terechtzitting terecht stelt, afsplitsbaar is van de rest van dit besluit – geeft hem volledige genoegdoening in het licht van het door hem aangevoerde belang. Om reden van de duidelijkheid in het rechtsverkeer dient het tweede bestreden besluit in dezelfde mate te worden vernietigd. VII. Kosten
- Terecht merkt de tweede verwerende partij op dat de vastgestelde onwettigheid louter een gevolg is van het handelen van de eerste verwerende partij, zodat het gepast is aan de laatstgenoemde partij de kosten ten laste te leggen, met daarin begrepen de door verzoeker gevraagde rechtsplegingsvergoeding.
- Aan de tweede verwerende partij kan geen rechtsplegingsvergoeding worden toegekend daar zij niet beschouwd kan worden als een in het gelijk gestelde partij. X-18.308-10/12 BESLISSING
- De Raad van State vernietigt: - het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Pelt van 2 juni 2022 betreffende ‘Gedeelte Jos Verlindenstraat - definitieve vaststelling rooilijnplan’ en - het besluit van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken van 27 oktober 2022 tot verwerping van het beroep van F.A. tegen het voormelde gemeenteraadsbesluit van 2 juni 2022 in zoverre deze besluiten betrekking hebben op het perceel te Pelt dat kadastraal bekend is als afdeling 5 (Sint-Huibrechts-Lille), sectie B, nr. 435/d. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als de gedeeltelijk vernietigde besluiten.
- De eerste verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro, een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. X-18.308-11/12 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tien februari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye staatsraad, David D’Hooghe staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.308-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.304 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div