id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.305 Rolnummer: A. 242921/X-18832 Zaak: Arrest 262305 - Sluitingen van vestigingen - 10/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-13 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-17 02:56 Fiche Arrest nr 262.305 van 10 februari 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 262.305 van 10 februari 2025 in de zaak A. 242.921/X-18.832 In zake: de BV M.E. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Vanlangendonck kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 65 bij wie woonplaats wordt gekozen en eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel Delacroix kantoor houdend te 1040 Brussel Bollandistenstraat 51 tegen: de GEMEENTE SINT-PIETERS-LEEUW bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 9 september 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 3 september 2024 van de burgemeester van de gemeente Sint-Pieters-Leeuw om geen horecavergunning te verlenen aan De Witte Hoeve. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 260.653 van 18 september 2024 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. X-18.832-1/3 Het genoemde arrest is op 30 september 2024 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 24 december 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
- De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. X-18.832-2/3 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tien februari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.832-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.305 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.653 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div