id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.348 Rolnummer: A. 237066/XIV-39518 Zaak: Arrest 262348 - Overheidsopdrachten - 13/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-17 Raadplegingen: 173 - laatst gezien 2026-06-18 15:14 Fiche Arrest nr 262.348 van 13 februari 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 262.348 van 13 februari 2025 in de zaak A. 237.066/XIV-39.518 In zake : de SRL O. vennootschap naar Italiaans recht bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rika Heijse kantoor houdend te 9052 Gent Dorpsstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Caroline De Scheemaecker kantoor houdend te 1050 Brussel Florencestraat 39 tegen : de NV ENABEL naamloze vennootschap met sociaal oogmerk bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Véronique Vanden Acker en François Viseur kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 140 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 19 augustus 2022, strekt tot de nietigverklaring van: “-de beslissing van 20.06.2022 van ENABEL […] om de overheidsopdracht ‘Construction of agri-food platform and wholesales market at Jenoi’, (bestek GMT 170011T) aan [een derde] te gunnen, -de (impliciete) beslissing van 20.06.2022 van ENABEL […] om de overheidsopdracht ‘Construction of agri-food platform and wholesales market at Jenoi’, (bestek GMT 170011T) niet aan [de verzoekende partij] te gunnen.” XIV-39.518-1/29 II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Lennard Michaux heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 november 2024 om 14.15 uur. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Julie Philtjens, die loco advocaten Rika Heijse en Caroline De Scheemaecker verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaten Bram Tollet en Simon Arnould, die loco advocaten Véronique Vanden Acker en François Viseur verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Lennard Michaux heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor werken uit met als benaming ‘Construction of agri-food platform and wholesales market at XIV-39.518-2/29 Jenoi’. Het betreft de bouw van een landbouwplatform en groothandelsmarkt in Jenoi (Gambia). De opdracht wordt geplaatst met een openbare procedure en in het Bulletin der Aanbestedingen bekendgemaakt. 3.2. In het Engelstalig bestek dat op de opdracht van toepassing is (versie zoals bijgebracht door de verzoekende partij), wordt bepaald dat de opdracht zal worden toegewezen aan de economisch meest voordelige offerte met ‘prijs’ als het enige gunningscriterium. Onder rubriek 2.1.6 Quantities wordt gesteld: “The quantities fixed in the price schedules are presumed quantities. The tenderer must submit a price for the presumed quantities which are fixed in the price schedules but only the quantities actually executed will be accepted for payment, on the basis of the unit prices fixed in the price schedule. When, independently of any modification made to the contract by Enabel, the quantities actually executed for an item in the price schedule exceed three times the presumed quantities or are less than half of these quantities, either party may request a revision of the unit prices. and initial deadlines.” Vrij vertaald door de verzoekende partij als volgt: “2.1.6 Hoeveelheden De in de prijslijsten vastgestelde hoeveelheden zijn vermoedelijke hoeveelheden. De inschrijver moet een prijs opgeven voor de vermoedelijke hoeveelheden die in de prijslijsten zijn vastgelegd, maar alleen de daadwerkelijk uitgevoerde hoeveelheden zullen ter betaling worden aanvaard, op basis van de eenheidsprijzen die in de prijslijsten zijn vastgelegd. Wanneer, onafhankelijk van enige wijziging aan het contract door Enabel, de daadwerkelijk uitgevoerde hoeveelheden voor een artikel in de prijslijst het drievoudige van de veronderstelde hoeveelheden overschrijden of minder dan de helft van deze hoeveelheden bedragen, kan elke partij om een herziening van de eenheidsprijzen verzoeken en van de initiële deadlines.” Onder rubriek 3.1.4.3 Determination of prices wordt gesteld: “[…] This contract is a price-schedule contract, i.e. a contract in which only the unit prices are lump-sum prices. The price to be paid will be obtained by applying the unit prices mentioned in the inventory to the quantities actually XIV-39.518-3/29 performed. […]” Vrij vertaald als volgt: “3.1.4.3 Bepaling van de prijzen […] Deze opdracht is een opdracht tegen prijslijst, d.w.z. een opdracht waarin enkel de eenheidsprijzen forfaitaire prijzen zijn. De te betalen prijs wordt verkregen door de eenheidsprijzen vermeld in de meetstaat te vermenigvuldigen met de werkelijk uitgevoerde hoeveelheden. […]” Onder rubriek 6.3 Tender Forms – Prices, Bill of quantities (Inschrijvingsformulieren – Prijzen, Meetstaat) wordt een door de inschrijvers in te vullen meetstaat gevoegd. Blijkens deze meetstaat dienen de inschrijvers voor elke post een eenheidsprijs (in euro) te vermelden alsook de totaalprijs in functie van de vermoedelijke hoeveelheden (in euro en in Gambiaanse dalasi, afgekort GDM). In fine van deze meetstaat staat onder meer vermeld: “The unit prices and the global prices for each item in the inventory are established relative to the value of these items in relation to the total value of the tender. All general and financial costs as well as the profits are distributed between the various items in proportion to their weight.” Vrij vertaald door de verzoekende partij als volgt: “De eenheidsprijzen en de globale prijzen voor elk item in de inventaris worden vastgesteld in verhouding tot de waarde van deze items ten aanzien van de totale waarde van de inschrijving. Alle algemene en financiële kosten, evenals de winsten, worden verdeeld over de verschillende posten in verhouding tot hun gewicht.” Onder rubriek 6.8 Overview of the documents to be submitted – to be completed exhaustively (Overzicht van de in te dienen documenten – volledig in te vullen), wordt onder meer “The bill of quantities” (meetstaat) vermeld. 3.3. Drie inschrijvers, waaronder de verzoekende partij, dienen een offerte in. XIV-39.518-4/29 3.4. Op 15 juni 2022 wordt door de interne diensten van de verwerende partij een evaluatierapport opgesteld. Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen aan de combinatie C.+S. 3.5. Op 20 juni 2022 beslist de verwerende partij de opdracht te gunnen aan de combinatie C.+S. In de aanhef wordt overwogen dat de uiterste termijn voor ontvangst van de offertes was bepaald op 22 april 2022 om 12u en de opening van de offertes plaatsvond op 25 april 2022 om 10u. Voorts, dat de drie inschrijvers tijdig hun offerte indienden. In punt IV. ‘Verification of material or arithmetic errors, prices, quantities and omissions’ (Nazicht van materiële of rekenkundige fouten, prijzen, hoeveelheden en leemtes), wordt het volgende gesteld: “Tenderers [O. and C.] correctly filled in the price schedule. Although the tenderer [C. + S.] joint venture has correctly completed alle the prices of the items in the price schedule, it does not however mention the unit prices of the items. The amounts of the unit prices are however obtained by a simple division of the price of each item by the quantities assumed foreseen for each item. These unit prices obtained by this operation will be the reference unit prices which will be applied during the performance of the contract”. Vrij vertaald in de memorie van antwoord als volgt: “[…] De inschrijvers [O. en C.] hebben de prijslijst correct ingevuld. De inschrijver [C.+S.] heeft weliswaar alle prijzen van de posten in de prijslijst correct ingevuld, maar vermeldt niet de eenheidsprijzen van de posten. De bedragen van de eenheidsprijzen worden echter verkregen door een eenvoudige deling van de prijs van elk artikel door de voor elk artikel veronderstelde hoeveelheden. Deze aldus verkregen eenheidsprijzen zijn de referentie-eenheidsprijzen die tijdens de uitvoering van het contract zullen worden toegepast.” In punt V. ‘Evaluation of the offers on the basis of the single award criterium ‘Price’’ (Evaluatie van de offertes op basis van het enige gunningscriterium ‘Prijs’), wordt de rangschikking op basis van het enige XIV-39.518-5/29 gunningscriterium ‘prijs’ weergegeven, na verbetering van fouten, hoeveelheden en leemtes, waarbij de combinatie C.+S. als eerste wordt gerangschikt, en de verzoekende partij als tweede, met de volgende inschrijvingsbedragen: C.+S.: 1.183.488,78 euro O. (de verzoekende partij): 1.289.388,86 euro C.: 2.296.923,24 euro In punt VI. ‘Examination of the technical regularity of the lowest bid’ (Onderzoek van de technische regelmatigheid van het laagste bod) wordt gesteld: “The [C. + S.] tenderer’s overall offer, which is 9% lower than the estimate made by the design office before the market was launched, is not considered abnormally low overall. Enabel also examined certain prices of the highlighted [C.+ S.] Consortium’s offer which differed from the unit prices estimated by the design office before the market was launched (see table comparing the prices of the offers of 3 bidders with the estimates – in blue (+ high) and red (high 6) Following a price comparison of these items in blue and red against the local market in The Gambia, it turned out that none of the prices offered for these items of Bidder [C. + S.] offer is abnormal/poses a threat to the proper performance of the contract”. Vrij vertaald in de memorie van antwoord als volgt: “[…] De totale prijs van de offerte van [C.+ S.], die 9 % lager is dan de raming van het ontwerpbureau vóór het uitschrijven van de opdracht, wordt over het geheel genomen niet als abnormaal laag beschouwd. Enabel onderzocht ook bepaalde prijzen van de offerte van het geselecteerde consortium [C.+S.] die afweken van de eenheidsprijzen die door het ontwerpbureau waren geraamd voor […] het uitschrijven van de opdracht (zie tabel waarin de prijzen van de aanbiedingen van 3 inschrijvers worden vergeleken met de ramingen - in blauw (+ hoog) en rood (hoog 6). Na de prijsvergelijking van deze artikelen in blauw en rood met de lokale markt in Gambia is gebleken dat geen van de voor deze artikelen aangeboden prijzen van de offerte van [C.+S.] abnormaal is/een bedreiging vormt voor de goede uitvoering van het contract.” Dit is de bestreden gunningsbeslissing. XIV-39.518-6/29 IV. Rechtspleging A. Vertrouwelijkheid van bepaalde stukken Standpunt van de partijen 4. De verzoekende partij voegt een stuk 9 ‘Ingevulde samenvattende meetstaat van verzoekende partij’ bij het verzoekschrift als vertrouwelijk stuk. Zij stelt dat het algemeen aanvaard is dat alle prijzen en toelichtingen bij de prijsopbouw vertrouwelijke en gevoelige informatie zijn. De onverkorte mededeling van deze commerciële bedrijfsgegevens zou een tussenkomende partij een oneerlijk voordeel bieden bij de latere overheidsopdrachten en de concurrentiepositie van de verzoekende partij op disproportionele wijze onherroepelijk benadelen. Het belang van de openbaarmaking van dit stuk weegt niet op tegen de rechtmatige, commerciële belangen van de verzoekende partij. De verwerende partij legt de offertes van de verzoekende partij en van de gekozen inschrijver als vertrouwelijke stukken neer. Zij stelt dat dit commercieel gevoelige gegevens zijn voor de beide ondernemingen, en het doorgeven ervan de concurrentie voor toekomstige opdrachten met een vergelijkbaar doel zou kunnen verstoren. Zij wijst erop dat de verzoekende partij om dezelfde redenen verzoekt om haar offerte als vertrouwelijk stuk te behandelen. Daarnaast verzoekt de verwerende partij eveneens om de vertrouwelijke behandeling van de stukken onder bundels C en D, die respectievelijk betrekking hebben op de verificatie van de prijzen en de aangiftes van schuldvorderingen ingediend door de gekozen inschrijver in het kader van de uitvoering van de opdracht. Ook deze stukken bevatten vertrouwelijke informatie die niet mag worden gelicht ten einde de concurrentiepositie van de gekozen inschrijver niet negatief te beïnvloeden. XIV-39.518-7/29 5. In de memorie van wederantwoord betwist de verzoekende partij de vertrouwelijke behandeling van de vier stukken onder bundel C. ‘Documenten prijzenanalyse’ van het administratief dossier. Het motief van de verwerende partij, dat deze stukken vertrouwelijke informatie bevatten die niet kunnen worden meegedeeld teneinde de concurrentiepositie van de gekozen inschrijver niet negatief te beïnvloeden, is volgens haar niet draagkrachtig en verantwoordt niet hoe deze geheimhouding de vereisten van een effectieve rechtsbescherming en een eerlijk proces niet zou schenden. Door haar totaal geen informatie te verstrekken over het prijsonderzoek, krijgt de verzoekende partij niet de kans om na te gaan of de keuze van de gekozen inschrijver terecht was, en kan zij in het bijzonder de beoordeling door de verwerende partij van de aangeboden prijzen niet nuttig betwisten. Zij volhardt in dit verzoek in haar laatste memorie. 6. De verwerende partij benadrukt in haar laatste memorie dat volgens de vaste rechtspraak van de Raad van State het zakengeheim onder meer betrekking kan hebben op de prijsgegevens, meer in het bijzonder op eenheidsprijzen. Bovendien krijgt de Raad van State wel inzage in deze stukken en kan hij aldus – voor zover noodzakelijk en relevant – nagaan in welke mate deze vertrouwelijke elementen de wettigheid van de bestreden beslissing kunnen beïnvloeden. Zij wijst er op dat de verzoekende partij de eigen offerte (inclusief eenheidsprijzen) zelf ook uitdrukkelijk als vertrouwelijke informatie heeft bestempeld en zodoende bevestigt dat het hier wel degelijk vertrouwelijke informatie betreft. Beoordeling 7. Artikel 26 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen, diensten en concessies’ (hierna: de wet van 17 juni 2013) luidt als volgt: XIV-39.518-8/29 “De verhaalinstantie moet de vertrouwelijkheid en het recht op eerbiediging van zakengeheimen waarborgen met betrekking tot de informatie die is vervat in door de betrokken partijen, in het bijzonder door de aanbestedende instantie die het volledige dossier dient over te leggen, aan haar overgelegde dossiers, ook al kan zijzelf van deze informatie kennis nemen en deze in haar beschouwing betrekken. Het komt deze instantie toe te oordelen in welke mate en op welke wijze de vertrouwelijkheid en het geheime karakter van deze informatie moeten worden gewaarborgd, rekening houdend met de vereisten van een effectieve rechtsbescherming en van de eerbiediging van het recht van verweer van de procespartijen en met het vereiste dat de procedure op alle onderdelen het recht op een eerlijk proces eerbiedigt.” Op grond van die bepaling dient de Raad van State, als de ter zake bevoegde verhaalinstantie, de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om, enerzijds, de vertrouwelijkheid van bepaalde commerciële gegevens en zakengeheimen te waarborgen, en anderzijds, het recht van de partijen op een effectieve rechtsbescherming en op een eerlijk proces te waarborgen, in het bijzonder door te voorzien in een voldoende mate van tegenspraak. Daarenboven kan, indien de vertrouwelijkheid van bepaalde commerciële gegevens of zakengeheimen gehandhaafd blijft, de Raad van State in elk geval van de betrokken stukken kennis nemen en deze desgevallend in zijn beoordeling betrekken. Hij kan aldus de juistheid nagaan van de veronderstellingen waarop de grieven van de verzoekende partij steunen en verifiëren of de door de aanbestedende overheid gegeven redenen, ter verantwoording van de wettigheid van de bestreden beslissing, steun vinden in de vertrouwelijke stukken van het dossier. 8. In zoverre het verzoek tot openbaarmaking te dezen betrekking heeft op de offerte van de gekozen inschrijver, en op de bundel C. ‘Documenten prijzenanalyse’ en D. ‘Betalingen’, gaat het om stukken die bedrijfsgevoelige informatie bevatten. De verzoekende partij blijkt haar eigen offerte om die reden ook als vertrouwelijk te beschouwen. De verzoekende partij maakt niet aannemelijk dat het lichten van de vertrouwelijkheid van deze stukken noodzakelijk zou zijn vanuit het oogpunt van het recht op een effectieve rechtsbescherming en een eerlijk proces. Zij heeft in XIV-39.518-9/29 haar enig middel kritiek kunnen voeren op het motief in de bestreden beslissing dat de offerte van de combinatie C.+S. regelmatig is doordat de bedragen van de eenheidsprijzen kunnen worden verkregen door een eenvoudige deling van de prijs voor elke post door de voor elke post vermoedelijke hoeveelheden, kritiek die zij afdoende heeft kunnen onderbouwen. Voor zover de verzoekende partij nog stelt dat zij door de vertrouwelijkheid van de stukken betreffende het prijsonderzoek de beoordeling door de verwerende partij van de aangeboden prijzen niet nuttig kan betwisten, maakt zij evenmin aannemelijk dat de betwiste vertrouwelijkheid van de stukken ter zake, haar recht op gelijke proceskansen heeft miskend. Deze kritiek betreft immers het nieuw, derde middel, dat voor het eerst in de memorie van wederantwoord werd opgeworpen en dat, zoals hierna zal blijken, a priori reeds niet-ontvankelijk is (zie infra, punt 39). 9. De vraag tot het lichten van de vertrouwelijkheid wordt niet ingewilligd. B. Vraag om vervollediging van het administratief dossier Standpunt van de partijen 10. De verzoekende partij vraagt in haar memorie van wederantwoord aan de Raad van State, overeenkomstig de artikelen 16 en 17 van de algemene procedureregeling, om bij de verwerende partij “het volledige administratief dossier” op te vragen, “met inbegrip van de opmaak van de raming, van alle drie de originele offertes en de omslagen waarmee de offertes zijn ingediend”, en om aan haar vervolgens, desgevallend in gecensureerde onderdelen, inzage te verlenen en een passende termijn te geven om een bijkomende memorie met verweer in te dienen. In haar laatste memorie specificeert de verzoekende partij dat de volgende stukken van het administratief dossier ontbreken: de offerte van de derde inschrijver, de documenten betreffende de raming van de opdracht door het initieel aangestelde studiebureau, de registratie van het tijdstip van de ontvangst van de XIV-39.518-10/29 drie offertes en het proces-verbaal van opening van de offertes. Zij stelt dat in het licht van de nieuw aangevoerde middelen het de tegensprekelijke rechtsvinding ten goede zou komen, indien de Raad van State over het volledige administratief dossier zou beschikken. In deze omstandigheden moet volgens haar worden vastgesteld dat er in het administratief dossier essentiële documenten ontbreken, “zoals een pv met registratie van de tijdige indiening van de offerte van de begunstigde partij of een originele enveloppe waarin de offerte van de begunstigde partij vervat was - idem voor de offerte van de derde inschrijver”. 11. De verwerende partij stelt in haar laatste memorie dat deze gevraagde stukken niet noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de opgeworpen middelen. Er dient volgens haar in essentie bekeken te worden of alle relevante stukken voor het onderzoek van de wettigheid van de bestreden beslissing voorliggen in het administratief dossier, wat te dezen het geval is. Er kan niet worden ingezien wat de offerte van de derde inschrijver en de initiële raming nog kunnen bijdragen aan het debat. Deze elementen kunnen hoe dan ook geen invloed hebben op de wettigheid van de bestreden beslissing. Wat de tijdstippen van ontvangst van de drie offertes (data en uren van ontvangst) alsook het proces-verbaal van opening betreft, merkt de verwerende partij nog op dat het proces-verbaal van opening van de drie offertes reeds werd gevoegd aan het administratief dossier als niet-vertrouwelijk stuk 3, en dat bijkomend ook nog, als niet-vertrouwelijk stuk 10, foto’s van de overige, ontvangen enveloppes (waarop de exacte datum en het tijdstip van indiening van de offertes vermeld staan) worden gevoegd aan het administratief dossier, dit teneinde kort proces te maken. Aldus dient besloten te worden dat het administratief dossier in ieder geval volledig is. Beoordeling 12. Artikel 6, § 2, van het algemeen procedurereglement bepaalt dat de verwerende partij, indien zij in het bezit is van het administratief dossier, over een termijn van zestig dagen beschikt om aan de griffie een memorie van antwoord en het volledige administratief dossier toe te zenden. XIV-39.518-11/29 Dit verplicht toe te zenden administratief dossier betreft het volledige dossier dat bestond op het ogenblik dat de bestreden beslissing die het heeft voorbereid, werd genomen. Het omvat alle stukken die tijdens de administratieve voorbereiding van de bestreden beslissing zijn bijeengebracht, met inbegrip van alle stukken die met het oog op het nemen van die beslissing moesten worden opgesteld. Het komt de verwerende partij niet toe om slechts een selectie van de desbetreffende stukken mee te delen. Anders zou immers afbreuk worden gedaan aan het recht van de verzoekende partij om haar grieven met betrekking tot de wettigheid van de bestreden beslissing in het kader van haar annulatieberoep voor de Raad van State te laten gelden, alsook aan de mogelijkheid van de Raad om zijn wettigheidstoezicht op die beslissing uit te oefenen. 13. Blijkens de nieuwe middelen, aangevoerd in de memorie van wederantwoord, heeft de verzoekende partij kritiek op het aanvaarden door de aanbestedende overheid van de offerte van de combinatie C.+ S. als tijdig (tweede middel), en op het gevoerde prijsonderzoek (derde middel). Het is mede in het licht van deze nieuwe middelen (en een voorbehoud om nog bijkomende middelen aan te voeren), dat deze vraag tot vervollediging van het administratief dossier dient te worden gesitueerd. In haar laatste memorie somt de verzoekende partij de stukken op die volgens haar in het administratief dossier in de procedure voor de Raad van State ontbreken. Wat de offerte van de derde inschrijver betreft, alsook “de documenten betreffende de raming van de opdracht door het initieel aangestelde studiebureau”, blijken deze inderdaad niet in dit administratief dossier te steken, doch zoals hierna zal blijken, kan het onderzoek van de door de verzoekende partij aangevoerde middelen – ook al is het onderzoek van het tweede en derde middel beperkt tot de ontvankelijkheid ervan – gebeuren aan de hand van de stukken van het door de verwerende partij neergelegde administratief dossier. De prijzen opgegeven in de drie offertes, alsook de raming blijken immers uit andere stukken van het administratief dossier die wel (vertrouwelijk) zijn neergelegd. Wat het proces-verbaal van opening van de offertes betreft, werd dit als stuk 3 wel degelijk XIV-39.518-12/29 bij het administratief dossier gevoegd, samen met de memorie van antwoord. Wat ten slotte de vraag van de verzoekende partij betreft om stukken neer te leggen betreffende de registratie van het tijdstip van de ontvangst van de drie offertes, heeft de verwerende partij aan die vraag voldaan door neerlegging van het bijkomend niet-vertrouwelijk stuk 10, met “foto’s van de overige twee, ontvangen enveloppes (waarop de exacte datum en het tijdstip van indiening van de offertes vermeld staan)”. Aangezien dit stuk werd ingediend op vraag van de verzoekende partij en in repliek op een nieuw, tweede middel dat pas voor het eerst in de memorie van wederantwoord werd aangevoerd, dient het niet, zoals de verzoekende partij ter zitting stelt, uit het debat te worden geweerd wegens laattijdigheid. 14. Er is dan ook geen aanleiding om alsnog een aanvulling van het administratief dossier met de door de verzoekende partij aangewezen stukken te bevelen. V. Ontvankelijkheid van het beroep gericht tegen de impliciete weigering Standpunt van de partijen 15. De verwerende partij werpt in de memorie van antwoord op dat het beroep niet ontvankelijk is in de mate dat het is gericht tegen de impliciete weigering om de opdracht aan de verzoekende partij te gunnen. De verzoekende partij toont volgens haar niet aan dat de opdracht zonder de gelaakte onregelmatigheid noodzakelijkerwijs aan haar had moeten worden gegund. 16. In de memorie van wederantwoord doet de verzoekende partij gelden dat zij wel degelijk over het vereiste belang beschikt om de nietigverklaring te vorderen van de impliciete weigeringsbeslissing. Indien de middelen gegrond worden bevonden, komt vast te staan dat de verzoekende partij de enige inschrijver is aan wie kon gegund worden. Er is dan ook in hoofde van de verwerende partij een rechtsplicht tot toewijzing aan de verzoekende partij. XIV-39.518-13/29 XIV-39.518-14/29 Beoordeling 17. Het beroep tegen de impliciete beslissing om de opdracht niet aan de verzoekende partij te gunnen is niet a priori onontvankelijk (RvS, Algemene Vergadering 1 februari 2013, nr. 222.357 ECLI:BE:RVSCE:2013:ARR.222.357 en 222.358 ECLI:BE:RVSCE:2013:ARR.222.358). Het onderzoek naar de ontvankelijkheid van het beroep in de mate dat het gericht is tegen de impliciete weigeringsbeslissing om de opdracht aan de verzoekende partij te gunnen, hangt te dezen samen met het onderzoek en het gegrond bevinden van de middelen. Zoals hierna zal blijken, zijn de middelen gericht tegen de bestreden beslissing ongegrond en derhalve ook het beroep. Hieruit volgt dat het beroep, in de mate dat het is gericht tegen de voornoemde impliciete beslissing, niet-ontvankelijk is. VI. Onderzoek van de middelen A. Enig middel in het verzoekschrift Uiteenzetting van het middel 18. In een enig middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 4, 8°, en artikel 5, 8° en 9°, van de wet van 17 juni 2013, van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, van de artikelen 4 en 5 van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: de wet van 17 juni 2016), van de artikelen 33, 35, 36, 79 en 76, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: het koninklijk besluit van 8 april 2017), van de bepalingen onder rubrieken 6.3. en 6.8. van het bestek (inzake de verplicht aan de offerte toe te voegen documenten), en XIV-39.518-15/29 van het zorgvuldigheidsbeginsel, het legaliteitsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel, het non-discriminatiebeginsel en het materieel motiveringsbeginsel, “Doordat de bestreden beslissingen stellen dat de offerte van de combinatie [C.+S.] regelmatig is door te veronderstellen dat – bij ontstentenis van een eenheidsprijs voor elke post van ingevulde samenvattende meetstaat – de eenheidsprijs van elk van die posten overeenstemt met het quotiënt van de totaalsom van de post en de totale vermoedelijke hoeveelheden van die post; Terwijl, de aanbesteder de rechtsplicht heeft om de correcte weergave van de prijsopbouw in de offerte te controleren omdat dit essentieel is voor de vergelijking van de offertes; dat in dat verband de inschrijver de verplichting heeft om de samenvattende meetstaat volledig en correct in te vullen; Terwijl, in een offerte waar in de samenvattende meetstaat voor geen enkele post de eenheidsprijs is ingevuld, elke post door een onregelmatigheid is aangetast, die geacht moet worden van substantiële aard te zijn en de vergelijkbaarheid van de offertes van de inschrijvers in het gedrang te brengen zodat vaststaat dergelijke offerte als substantieel onregelmatig moet worden geweerd door de aanbesteder; Terwijl, uit de motivering geenszins blijkt dat de aanbesteder op een zeer onzorgvuldige wijze het nazicht van de volledigheid van de offertes en het prijsonderzoek heeft uitgevoerd alsook op niet-draagkrachtige gronden de offerte regelmatig heeft beschouwd; Zodat, de bestreden beslissingen de aangehaalde wettelijke en reglementaire bepalingen schenden en dus onwettig zijn.” 19. De verzoekende partij licht toe dat het bestek uitdrukkelijk stelt dat de meetstaat verplicht aan de offerte moet worden toegevoegd en dat deze volledig (“exhaustively”) moet worden ingevuld, verwijzend naar de rubrieken 6.8 en 6.3. van het bestek, samen gelezen met de rubrieken 2.1.6 en 3.1.4.3 van het bestek. Deze verplichting vloeit ook voort uit de artikelen 77 en 78, 2°,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.