id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.351 Rolnummer: A. 243413/XII-9800 Zaak: Arrest 262351 - Dierenwelzijn - 13/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-20 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-17 03:01 Fiche Arrest nr 262.351 van 13 februari 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 262.351 van 13 februari 2025 in de zaak A. 243.413/XII-9800 In zake : E.L. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Megan Misseghers kantoor houdend te 9041 Gent (Oostakker) Orchideestraat 61A tegen: het VLAAMSE GEWEST -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld 4 november 2024, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing tot beslagname van 05/09/2024 in het dossier met nummer G-24-4457 en tevens de hieruit volgende kosten”. II. Verloop van de rechtspleging
- Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 februari
- Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Megan Misseghers, die verschijnt voor verzoekster, is gehoord. XII-9800-1/4 Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- Bij beslissing van 5 september 2024 van de inspectie Dierenwelzijn worden twee honden, twee kippen, één haan, drie valkparkieten en één dwergpapegaai van verzoekster, in toepassing van artikel 42, § 1, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ in beslag genomen. Dit is de bestreden beslissing. IV. Toepassing korte debattenprocedure Ambtshalve exceptie wegens teloorgang van het voorwerp Uiteenzetting van de ambtshalve exceptie
- Het auditoraat werpt in zijn verslag ambtshalve de niet-ontvankelijkheid van het beroep op wegens de teloorgang van het voorwerp, op grond van de volgende overwegingen: “Artikel 42, §3 van de wet van 14 augustus 1986 luidt: ‘Het in paragraaf 1 bedoelde beslag wordt van rechtswege opgeheven door de in paragraaf 2 bedoelde beslissing of, bij het uitblijven van dergelijke beslissing, na een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de datum van inbeslagname’. Het op grond van artikel 42, §1, opgelegde beslag is derhalve ondertussen van rechtswege opgeheven. Als dit niet is geschied ingevolge een bestemmingsbeslissing als bedoeld in artikel 42, §2 van de wet van 14 augustus 1986, dan nog moet worden vastgesteld dat sedert de inbeslagname meer dan twee maanden zijn verstreken waardoor het beslag eveneens om die reden van rechtswege zou zijn opgeheven. XII-9800-2/4 Het beroep tot nietigverklaring gericht tegen de beslissing tot inbeslagname heeft geen voorwerp meer. Die vaststelling volstaat om het beroep tot nietigverklaring te verwerpen.” Beoordeling
- Wanneer de ontvankelijkheid van het beroep in vraag wordt gesteld – en zulks des te meer wanneer dit zoals te dezen gebeurt in het beredeneerd verslag dat over de zaak is opgesteld door het daartoe aangestelde lid van het auditoraat – dan moet die partij daarover een standpunt innemen en de nodige verduidelijkingen bijbrengen. Ter terechtzitting, dit is bij de eerste procedurele gelegenheid die zich voor verzoekster in het kader van de toegepaste procedure van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ daarvoor aanbood, heeft zij niets daartegen ingebracht. In die omstandigheden en na een eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, dat het voorliggende beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk is, wegens het teloorgaan van het voorwerp. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, en een bijdrage van 24 euro. XII-9800-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertien februari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9800-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.351 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.