id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.404 Rolnummer: A. 243592/XII-9809 Zaak: Arrest 262404 - Dierenwelzijn - 18/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-27 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-17 01:57 Fiche Arrest nr 262.404 van 18 februari 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping heropening debatten Voortzetting gewone procedure Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.404 no lien 281970 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 262.404 van 18 februari 2025 in de zaak A. 243.592/XII-9809 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Rochtus kantoor houdend te 2288 Bouwel Echelpoel 6A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 8580 Avelgem Leopoldstraat 63 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 25 november 2024, strekt tot de nietigverklaring en de schorsing van de tenuitvoerlegging van de “[b]estemmingsbeslissing dd. 16.09.2024 met dossiernr. : G-24-4734 gewezen door Vlaams Departement Omgeving, Dierenwelzijn Vlaanderen, Inspectie Dierenwelzijn […], waarbij de zes paarden met chipnummers 941000000402638 en 056098100172767 en 645000002658130 en 967000001189358 en 528210000450566 en 9810981006632827 in toepassing van art. 42, § 2 van de wet van 14.08.1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren in volle eigendom gegeven worden aan het erkend asiel waar ze in bewaring werden gegeven, zijnde aan het Vogel- en Zoogdierenopvangcentrum Heusden – Zolder VZW […], en waarbij beslist wordt dat verzoeker overeenkomstig art. 41, § 5 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren aan de afdeling Dierenwelzijn een vergoeding verschuldigd is voor de kosten verbonden aan de inbeslagname en de bestemming van de dieren”. XII-9809-1/13 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ en over de vordering tot schorsing met toepassing van het toentertijd geldende artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 februari
- Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dirk Rochtus, die verschijnt voor de verzoeker, en advocaat Filip Vincke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De lokale politie stelt op verschillende tijdstippen – 21 december 2023, 10 januari 2024 en 18 januari 2024 – bij verzoeker overtredingen op het dierenwelzijn vast. 3.
- Verzoeker wordt op 2 februari 2024 door de politie verhoord. XII-9809-2/13 XII-9809-3/13 3.
- De lokale politie verricht op 29 februari, 22 april en 21 augustus 2024 controlebezoeken. Wederom worden overtredingen op het dierenwelzijn geconstateerd. 3.
- Op 22 augustus 2024 worden zes paarden in beslag genomen. 3.
- Het afdelingshoofd Dierenwelzijn van het departement Omgeving beslist op 19 september 2024 om, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’, de paarden in volle eigendom te geven aan het erkend asiel waar ze momenteel verblijven, op grond van de volgende overwegingen: “De vaststellingen en foto’s geacteerd in navolgend PV 006401/24 dd. 22/08/2024: ➢ Naar aanleiding van een kantschrift ontvangen van het Parket voert de politie een controle uit op 21/08/2024 en stelt vast dat er op het eerste zicht niet veel veranderd is. De weide ligt er nog steeds nat en vuil bij en de hooiruiven zijn niet gevuld. ➢ De paarden zien er mager uit en de hoeven zijn in slechte conditie. Vooral de witte merrie is er zeer slecht aan toe. ➢ De stallen vooraan in de weide liggen er nat en modderig bij. In deze stallen is nog steeds niets opgeruimd. Ook de toegang naar deze stallen ligt vol met uitwerpselen. ➢ In het midden van de weide liggen ijzeren staven. ➢ Rechts achteraan in de weide zijn nog drie extra stallen. De voorste stal is droog, maar niet ruim genoeg voor de 6 paarden om samen in te staan. De twee stallen hier tegenaan gelegen liggen er ook nat en modderig bij. De toegang tot het achterste gedeelte ligt ook vol uitwerpselen. In deze achterste stallen liggen lege ijzeren hooiruiven rond te slingeren. ➢ De politie stelt vast dat er aan de leefomgeving van de paarden de afgelopen 8 maanden niets veranderd is. Het enige wat verbeterde, is de afsluiting van de weide. Deze is veilig en volledig omheind, de paarden kunnen niet langer ontsnappen. ➢ Op 21/08/2024 ziet de politie ’s avonds een artikel verschijnen in de ‘Gazet van Antwerpen’. In het artikel wordt vermeld dat de paarden van XXXX in vreselijke conditie verkeren en dat men het schandalig vindt dat hij deelneemt aan ridderevenementen met paarden die zich hiervoor niet in de juiste conditie bevinden. ➢ Op 22/08/2024 wordt, na overleg met de inspectiedienst dierenwelzijn, beslist de paarden in beslag te nemen. wat erop wijst dat: - de dieren niet werden gehouden volgens hun fysiologische en ethologische behoeften, waardoor hun welzijn ernstig werd geschaad. - de paarden mager zijn en niet beschikken over extra (ruw)voeder. - de paarden niet allen gelijktijdig kunnen schuilen en hierdoor niet beschikken over een droge, comfortabele ligplaats. XII-9809-4/13 - er materiaal aanwezig is op de weide, waaraan de dieren zich kunnen kwetsen. Uit de historiek en de vaststellingen blijkt dat de feiten zich herhalen en dat betrokkene reeds meerdere waarschuwingen gekregen heeft waaraan hij onvoldoende gevolg gegeven heeft, waardoor het opleggen van bijkomende maatregelen geen zin heeft. Het verslag van de dierenarts van het asiel dd. 23/08/2024: Paard met chipnummer 941000000402638 (niet in databank) Paard is alert, vacht is ok, mager (BCS 1,5/5), hoeven niet verzorgd, slecht gebit. Eetlust is wel ok. Paard werd ontwormd met dectomax. Er wordt aangeraden de tanden te behandelen/vijlen. Paard met chipnummer 056098100172767 Xena
(2000)BCS 2/5, aan de magere kant, vacht blinkt. Hoeven zijn ok. Paard is bij onderzoek alert. Tanden zijn oké. Paard is geregistreerd in de databank en werd ontwormd met dectomax. Niet gechipt zwart paard met witte kol (microchip geplaatst 945000002658130) BCS 2/05, paard weinig gespierd, aan de magere kant. Vacht blinkt, hoeven niet verzorgd. Paard is bij onderzoek ook alert. Dit paard werd ook ontwormd met dectomax. Paard met chipnummer 967000001189358 Hollywoods Mega Star
(2002)Paard staat geregistreerd in de databank. Paard is alert, vacht is oké. Paard staat wel mager (BCS 1,5/5). De hoeven zijn gebarsten, maar verder wel oké. Paard werd ook ontwormd met dectomax. Paard met chipnummer 528210000450566 Sytse
(2003)Paard staat geregistreerd in de databank. Paard is alert. Paard staat beetje mager (BCS 2/5), verder ok. Vacht blinkt. Paard heeft een verminderde hoefkwaliteit. Het paard werd ook ontwormd met dectomax. Paard met chipnummer 981098100663827 wit paard (niet in databank) Paard staat niet geregistreerd in de databank. BCS is oké. Paard is alert. Hoeven zijn oké. Het paard werd ook ontwormd met dectomax. Uit bovenstaand verslag blijkt dat: - Meerdere paarden te mager zijn. - Bij meerdere paarden de hoeven niet goed verzorgd zijn. - betrokkene heeft nagelaten zijn dieren de nodige (en urgente) medische zorgen te bieden waardoor de dieren gedurende een ruime periode fysiek geleden hebben. Het verhoor van betrokkene door de lokale politie op 22/08/2024: - heden op 22/08/2024 kom ik omstreeks 13.40u aangereden aan de weide van mijn paarden te Beemdenlaan, Schilde. Ik zie dat er een politiecombi voor de inrit staat. Ik kwam net ter plaatse om de paarden hooi te geven. - Terwijl ik bezig was met het hooi geven en verzorgen van mijn paarden, komt de politie op de oprijlaan gereden en spreekt mij vervolgens aan. De politie deelt mij mee dat ze deze ochtend contact gehad hebben met Dierenwelzijn Vlaanderen en dat mijn paarden in beslag worden genomen. De mensen van het VOC zijn eveneens mee ter plaatse om de paarden op te laden. - Over de algemene conditie en verzorging van mijn paarden kan ik het volgende verklaren: De paarden krijgen dagelijks hooi. Als de ruiven leeg zijn, vul ik deze steeds volledig bij. Ook krijgen ze 1x per dag Bestmix. De paarden krijgen heel af en toe een stukje gedroogd brood en ook bietenpulp (enkel als de temperaturen niet te warm of te koud zijn). De paarden staan 24/7 buiten op de weide en hebben meerdere stallen. XII-9809-5/13 De stallen achteraan heb ik extra voorzien, nadat jullie in januari reeds ter plaatse waren aangaande de verzorging van mijn paarden. Het volledige weiland is 1 à 1.5 ha groot. - Op de mededeling van de politie dat de paarden mager zijn, deel ik mee dat de witte merrie inderdaad mager is. Ik heb geen idee hoe dit komt, ze is wel als laatste bij de groep gekomen. Ze is 19 jaar oud. - Afgelopen weekend was ik met 4 van mijn paarden, de 4 ruinen, naar een middeleeuws tornooi met steekspelen. Dit was 4 dagen (van donderdag tot zondag) in Kontich. Hier is in de loop van de dagen een controleur geweest voor de paarden. Zijn naam is [P.E.] (ambtenaar dierenwelzijn van de gemeente Kontich). Ik heb van deze persoon geen opmerking gekregen over de gezondheidstoestand van mijn paarden. De enige opmerking was dat ik de paspoorten van mijn paarden niet bij had. Hiervan is ook een verslag opgemaakt. Deze toon ik u op mijn gsm. - Over de verzorging van mijn paarden kan ik niet zeggen dat ik iets zou veranderen. Ze krijgen dagelijks hun eten en drinken en nodige verzorging. - De paarden worden elke 4 maanden ontwormd. De laatste keer was begin juni. Dit doe ik zelf met een ontwormingspasta. De paarden worden niet jaarlijks gevaccineerd. Mijn eigen dierenarts is [T.D.] uit Halle-Zoersel. De laatste keer dat hij kwam was ongeveer 2 jaar geleden. - De hoeven worden door mijzelf bijgevijld en gekapt wanneer nodig. Gezi[e]n ik zelf hoefsmid ben van opleiding. 1x per jaar komt er een externe hoefsmid zijnde [C.D.] uit Sint-Job (Brecht). - Ik wens mee te delen dat de klachten tegen mij en mijn paarden vermoedelijk afkomstig zijn van [H.K.] en [V.A.]. Deze dames komen te pas en te onpas op mijn privédomein alwaar de paarden staan (Beemdenlaan Schilde). Hiervoor wens ik ook klacht in te dienen. Deze hebben geen recht om op mijn eigendom te zijn. Ik zag dat er gisteren een artikel over mij en mijn paarden in de ‘Gazet van Antwerpen’ verscheen. Hun beide namen stonden vermeld in het artikel. In het artikel stonden ook foto’s van mijn paarden op mijn weide. Ze nemen dus ook foto’s van mijn dieren, terwijl deze op privégrond stonden, en nadien ook openbaar publiceren. Ook hiervoor wens ik klacht in te dienen. - Sinds 25 jaar heb ik de club ‘De Gulden Sporen VZW’ opgericht en neem ik dus deel aan ridderevenementen. Deze vinden voornamelijk plaats in de zomermaanden, maar strekken zich uit tussen de periode van maart/april tot ongeveer september/oktober. Ik heb nu nog komende evenementen gepland: 25/08 Brugge (een stoet) 21/09 te Ekeren 26 en 27 oktober te Kasteel Loevestein in Nederland Ik wens mee te delen dat deze evenementen een deel zijn van mijn inkomen. Nu de paarden in beslag genomen zijn, lijd ik ook aan inkomensverlies. - Ik wens nog mee te delen dat in het artikel in de Gazet van Antwerpen ook foto’s werden gedeeld van het evenement te Kontich. Ook hier zorgen de dames er voor dat onze club aan imagoschade lijdt. - Ik zou heel graag en liefst zo snel mogelijk de paarden terug in mijn bezit krijgen. Ik verzorg mijn paarden goed, de enige reden dat jullie nu controles uitvoeren is door het toedoen van beide dames, die mij overal zwart ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.404 XII-9809-6/13 maken. waaruit blijkt dat: - betrokkene extra stallen voorzien heeft, maar onvoldoende om voor alle paarden gelijktijdig een droge, comfortabele ligplaats te voorzien, zoals blijkt uit de vaststellingen. - betrokkene wist dat één van de paarden niet in goede conditie was, maar hiervoor geen dierenarts gecontacteerd heeft en het paard niet extra bijgevoederd heeft. - betrokkene al 2 jaar geen dierenarts gecontacteerd heeft, hoewel uit de vaststellingen en het verslag van de dierenarts van het asiel blijkt dat meerdere paarden niet in goede conditie waren. - betrokkene als hoefsmid over de nodige kennis inzake hoefverzorging zou moeten beschikken en hij vindt dat de paarden goed verzorgd worden, hoewel uit het verslag van de dierenarts blijkt dat de hoeven van meerdere paarden onverzorgd waren. - betrokkene van oordeel is dat hij zijn paarden goed verzorgt en er niets moet aangepast worden. - betrokkene weinig (schuld)inzicht toont, vooral bezorgd is over het geleden inkomensverlies en van oordeel is dat de controle onterecht was. Het verslag van de ambtenaar dierenwelzijn van het lokale bestuur Kontich, [P.E.]: - op 16/08/2024 heeft hij een plaatsbezoek afgelegd op het evenement Condacum Vivit om de aanwezige dieren te controleren. Hierbij werden vooral de aanwezige paarden gecontroleerd. Aangezien een deel van de ruiters en paarden aan een demonstratie begonnen, heeft hij niet alle paarden gezien en niet alle ruiters/eigenaars gesproken. - voor alle dieren was genoeg ruimte voorzien. - water en hooi aanwezig. - schuilplaats voor de paarden was niet opgesteld, maar was die dag niet vereist om de paarden te beschermen. - de paarden die hij van dichtbij heeft gezien zagen er verzorgd en gezond uit. Uit bovenstaande kan niet opgemaakt worden dat vastgesteld werd dat de paarden van [verzoeker] goed verzorgd en in goede conditie waren. Het telefonisch contact met dierenarts [T.D.] op 16/09/2024: - hij is driemaal langs geweest bij de paarden van dhr. XXXX: o 22/07/2020 voor een paard met een mammatumor o 20/07/2021 voor euthanasie van dit paard o 12/11/2022 voor koliek van een paard - Bij de controlebezoeken kreeg hij nooit alle paarden te zien, enkel het paard met de gezondheidsproblemen. waaruit blijkt dat het ongeveer twee jaar geleden was dat de dierenarts nog langs geweest was en dat meerdere paarden de laatste jaren niet onderzocht werden door een dierenarts. De feiten zijn ernstig en betrokkene lijkt zich hiervan weinig bewust te zijn. Uit bovenstaande blijken onvoldoende garanties dat het welzijn van de dieren gewaarborgd kan worden, waardoor een teruggave onverantwoord zou zijn; De kosten voor opvang en verzorging blijven oplopen; De dieren hebben geen reële verkoopwaarde, minstens geen waarde die in verhouding staat tot de kosten van transport, opvang, huisvesting en verzorging overeenkomstig […] hun ethologische en fysiologische behoeften.” XII-9809-7/13 Dit is de bestreden beslissing. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging Over de memorie van verzoeker
- Op de dag van de terechtzitting legt verzoeker een “memorie” neer als “repliek op de nota voor het Vlaams Gewest/ het auditoraatsverslag”.
- Artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement) voorziet niet in de mogelijkheid om een memorie als een processtuk neer te leggen. Het is de partijen echter wel toegestaan om nieuwe feiten die een invloed kunnen hebben op de ontvankelijkheid of de gegrondheid van het beroep, aan de Raad van State ter kennis te brengen. In zoverre de door verzoeker neergelegde memorie op dergelijke feiten betrekking heeft, kan ze dan ook bij de zaak worden betrokken. In zoverre de memorie geen betrekking heeft op dergelijke feiten, maar de neerslag vormt van de uiteenzetting ter terechtzitting, wordt ze niet als een processtuk, maar als een loutere inlichting in aanmerking genomen. In zoverre verzoeker in zijn mondelinge opmerkingen ter terechtzitting of in de memorie die er derhalve de schriftelijke neerslag van vormt, nieuwe argumenten ter adstructie van de aangevoerde middelen ontwikkelt waarvan hij niet aantoont dat hij die niet in zijn verzoekschrift kon ontwikkelen, zijn zij niet ontvankelijk en worden ze uit het debat geweerd. XII-9809-8/13 V. Korte debattenprocedure Toepassing van de korte debattenprocedure
- De auditeur-verslaggever heeft een verslag opgesteld met toepassing van artikel 93 van het algemeen procedurereglement, omdat hij van oordeel is dat het annulatieberoep op grond van de ongegrondheid van de aangevoerde middelen met korte debatten definitief kan worden beslecht.
- De procedure die wordt voorzien in artikel 93 van het algemeen procedurereglement moet met de nodige omzichtigheid worden toegepast. De inwilliging van het voorstel van de auditeur door de alleenzetelende staatsraad ontzegt immers aan de partijen de waarborgen die door de gewone rechtspleging worden geboden, en met name de behandeling van hun zaak door een kamer met drie magistraten, en de mogelijkheid om hun standpunten schriftelijk uiteen te zetten in memories. Op de vraag om een vernietigingsberoep met een kort debat te behandelen wordt dan ook slechts ingegaan wanneer het op grond van een eenvoudige kennisname van het verzoekschrift en de voorgelegde gegevens onmiddellijk duidelijk is welke oplossing aan de zaak dient gegeven te worden en/of wanneer de partijen geen ernstige betwisting lijken te kunnen voeren over de oplossing die door de auditeur wordt voorgesteld.
- Verzoeker betwist ter terechtzitting de oplossing die door het auditoraat wordt voorgesteld. Tevens vraagt verzoeker uitdrukkelijk dat de zaak voor de behandeling ten gronde wordt verwezen naar de gewone rechtspleging. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat adviseert ter terechtzitting, daarbij verwijzend naar de hangende strafklacht tegen verzoeker bij de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, zetelend in correctionele zaken, eveneens een verwijzing van de zaak naar de gewone rechtspleging. XII-9809-9/13
- In die omstandigheden oordeelt de Raad van State dat de zaak zich dan ook niet leent tot een kort debat. VI. Onderzoek van de vordering tot schorsing A. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals van toepassing op het tijdstip van het indienen van het beroep, kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. B. Spoedeisendheid Standpunt van verzoeker
- Het verzoekschrift bevat geen uiteenzetting betreffende de voorwaarde van de spoedeisendheid. Het bevat daarentegen wel een uiteenzetting betreffende het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Onder het kopje “Wat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel betreft” voert verzoeker in een uitgebreid en onsamenhangend betoog aan dat de bestemmingsbeslissing in strijd is met de Europese regelgeving; bekritiseert hij de tussenkomst van de politie-inspecteurs, de dierenarts, het dierenasiel en de afdeling Dierenwelzijn en benadrukt hij dat het vermoeden van onschuld in zijnde hoofde ernstig wordt miskend. Tot slot laat verzoeker nog gelden dat hij ongetwijfeld een morele smet en imagoschade lijdt die onomkeerbaar dreigt te worden indien hij moet wachten op een uitspraak van de Raad van State over zijn beroep tot nietigverklaring. XII-9809-10/13 Beoordeling
- Naar eis van artikel 17, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het inmiddels opgeheven koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een – voortdurende – tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Voorts kan luidens het toentertijd geldende artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever precies de situaties willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die [hem] wordt voorgelegd uitspreekt” (Memorie van toelichting, SENAAT, 2012-2013, 7 oktober 2013, nr. 5-2277/1, 4). De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (Memorie van toelichting, SENAAT, 2012-2013, 7 oktober 2013, nr. 5-2277/1, 13). Bovendien mag een nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (het toentertijd geldende artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. XII-9809-11/13
- Het verzoekschrift bevat geen formele uiteenzetting van de spoedeisendheid, maar alleen een uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. De uiteenzetting van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan derhalve slechts in aanmerking worden genomen voor zover daaruit de feiten die de spoedeisendheid van de vordering verantwoorden op voldoende duidelijke wijze blijken. In zoverre verzoeker laat gelden dat hij een morele smet en imagoschade lijdt die onomkeerbaar dreigt te worden indien hij moet wachten op een uitspraak van de Raad van State over zijn beroep tot nietigverklaring, dient te worden benadrukt dat, zoals hiervoor is vastgesteld, de doorlooptijd van een annulatieprocedure, op zich niet volstaat om de spoedeisendheid te verantwoorden. In zoverre verzoeker aangeeft dat de bestemmingsbeslissing in strijd is met de Europese regelgeving, hij de tussenkomst van de politie-inspecteurs, de dierenarts, het dierenasiel en de afdeling Dierenwelzijn bekritiseert en hij benadrukt dat het vermoeden van onschuld in zijnde hoofde ernstig wordt miskend, volstaat de vaststelling dat niet blijkt dat feiten worden aangehaald in het door verzoeker aangevoerde betoog die de spoedeisendheid van de vordering verantwoorden.
- Wat voorafgaat, leidt tot het besluit dat verzoeker niet aantoont dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. Conclusie
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals van toepassing op het tijdstip van het indienen van het beroep, die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. XII-9809-12/13
- Deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen. BESLISSING
- De Raad van State heropent het debat.
- De zaak wordt verwezen naar de gewone rechtspleging.
- De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker weggelaten. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien februari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9809-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.404 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div