← België

Arrest 262414 - Overheidsopdrachten - 19/02/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.414 Rolnummer: A. 243810/XIV-39707 Zaak: Arrest 262414 - Overheidsopdrachten - 19/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-27 Raadplegingen: 84 - laatst gezien 2026-06-16 05:48 Fiche Arrest nr 262.414 van 19 februari 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ecli_input ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR ecli_prefixe ECLI ecli_pays BE ecli_cour RVSCE ecli_cour_old RVSCE ecli_annee 2025 ecli_ordre ARR ecli_typedec ecli_datedec ecli_chambre ecli_nosuite Invalid ECLI ID - no_ordre - 1 elements ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR invalide Invalid ECLI ID - no_ordre - 1 elements RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 262.414 van 19 februari 2025 in de zaak A. 243.810/XIV-39.707 In zake:

  1. de NV T.
  2. de BV S. samen vormend een tijdelijke maatschap bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rika Heijse kantoor houdend te 9052 Gent Dorpsstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Acces Building Keizer Karellaan 586/9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 25 december 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van : “- de beslissing van 27 november 2024 van het Vlaamse Gewest, intern verzelfstandigd Agentschap Onroerend Erfgoed […] om de offerte van [de nv T.] voor de Raamovereenkomst voor geofysisch bodemonderzoek op diverse sites in Vlaanderen (bestek nr. 2024-IA-0060) substantieel onregelmatig te bevinden en uit te sluiten van verdere beoordeling; - de beslissing van 27 november 2024 van het Vlaamse Gewest, intern verzelfstandigd Agentschap Onroerend Erfgoed, om de Raamovereenkomst voor geofysisch bodemonderzoek op diverse sites in Vlaanderen (bestek nr. 2024-IA-0060) te gunnen aan [W]; XIV-39.707-1/4 - de impliciete beslissing van ongekende datum van het Vlaamse Gewest, intern verzelfstandigd Agentschap Onroerend Erfgoed, om de Raamovereenkomst voor geofysisch bodemonderzoek op diverse sites in Vlaanderen (bestek nr. 2024-IA-0060) niet aan [de nv T.] te gunnen”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 januari
  5. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Rika Heijse, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Brent Van Sande, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor diensten uit met als voorwerp ‘Raamovereenkomst voor geofysisch bodemonderzoek op diverse sites in Vlaanderen’. 3.
  8. Op 27 november 2024 wordt een gunningsverslag opgesteld door het agentschap Onroerend Erfgoed. Daarin wordt de offerte van de verzoekende partijen als substantieel onregelmatig beschouwd, en wordt voorgesteld de opdracht te gunnen aan W. XIV-39.707-2/4 De verwerende partij beslist op 27 november 2024 de opdracht te gunnen aan W, met als bijlage het gunningsverslag dat bij de beslissing is gevoegd en er integraal deel van uitmaakt. 3.
  9. Luidens de nota maakte het gunningsverslag van 27 november 2024 ten onrechte geen melding van het feit dat inschrijver X geen ingevuld en ondertekend ‘Uniform Europees Aanbestedingsdocument’ had bijgevoegd en haar offerte substantieel onregelmatig diende te worden verklaard. Op 17 december 2024 (ondertekend op 19 december 2024) wordt om die reden een nieuw gunningsverslag opgesteld. Daarin wordt opnieuw de offerte van de verzoekende partijen als substantieel onregelmatig beschouwd, en voorgesteld de opdracht te gunnen aan W. De verwerende partij beslist op 19 december 2024 de opdracht te gunnen aan W, met als bijlage het gunningsverslag dat bij de beslissing is gevoegd en er integraal deel van uitmaakt. Deze gunningsbeslissing van 19 december 2024 is aan de verzoekende partijen te kennis gegeven met een aangetekende brief verstuurd op 19 december 2024, afgeleverd aan de verzoekende partijen op 23 december 2024, en met een e-mailbericht van 29 december 2024 via e-procurement. Tegen die beslissing dienen de verzoekende partijen op 13 januari 2025 bij de Raad van State een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid in, bekend onder rolnummer 243.941/XIV-39.
  10. Met zijn arrest nr. 262.413 van heden (ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.*) heeft de Raad van State beslist om de in die zaak ingestelde vordering tot schorsing te verwerpen. IV. Intrekking
  11. In haar nota werpt de verwerende partij op dat de vordering niet ontvankelijk is omdat de bestreden gunningsbeslissing van 27 november 2024 (minstens impliciet) is ingetrokken en vervangen door haar beslissing van XIV-39.707-3/4 19 december
  12. De verzoekende partijen betwisten dit gegeven op zich niet.
  13. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid die de verzoekende partijen tegen de beslissing(en) van 19 december 2024 heeft ingediend, is verworpen bij arrest nr. 262.413 van heden van de Raad van State (zie supra punt 3.3). Ingevolge dit verwerpingsarrest is de beslissing van 19 december 2024 (met daarin de impliciete intrekkingsbeslissing) niet in haar tenuitvoerlegging geschorst waardoor de bestreden beslissing(en) zonder voorwerp zijn geworden. BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt de vordering.
  15. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 24 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien februari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Patricia De Somere XIV-39.707-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.414 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.