← België

Arrest 262460 - Wegenwezen - 21/02/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.460 Rolnummer: A. 238777/X-18366 Zaak: Arrest 262460 - Wegenwezen - 21/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-28 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-16 05:49 Fiche Arrest nr 262.460 van 21 februari 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Wegenwezen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 262.460 van 21 februari 2025 in de zaak A. 238.777/X-18.366 In zake : L.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hendrik Baumans kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 32 bus 0d bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: B.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Vernaillen kantoor houdend te 2600 Antwerpen Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 1 april 2023, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister voor Mobiliteit en Openbare Werken van 3 februari 2023 ‘betreffende het beroep tegen de besluiten van de gemeenteraad van de gemeente Bonheiden van 30 november 2022 houdende goedkeuring van de zaak der wegen en rooilijnplannen in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2022083568’ (hierna: het bestreden ministerieel besluit). X-18.366-1/18 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. B.V. heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomst is toegestaan bij beschikking van 30 mei
  3. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 december
  4. Staatsraad Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Hendrik Baumans, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Dylan Vercammen, die loco advocaat Jonas De Wit verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Enya Hicquet, die loco advocaat Sven Vernaillen verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wouter De Cock heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  5. X-18.366-2/18 III. Feiten
  6. In 2022 dient de tussenkomende partij een omgevingsvergunningsaanvraag in voor een verkaveling met wegaanleg op een terrein te Bonheiden (hierna: het betrokken terrein). Verzoekers woonperceel paalt aan het betrokken terrein. 4.
  7. Wat de zaak van de wegen betreft, neemt de gemeenteraad van de gemeente Bonheiden op 30 november 2022 twee besluiten (hierna: het eerste gemeenteraadsbesluit en het tweede gemeenteraadsbesluit). 4.
  8. Het beschikkend gedeelte van het eerste gemeenteraadsbesluit luidt: “Enig artikel - Hecht goedkeuring aan de gedeeltelijke wijziging van het gemeentelijk rooilijnplan goedgekeurd bij besluit van de Deputatie van de provincie Antwerpen van 31/12/1847 ‘Atlas der buurtwegen’ voor wat betreft de gemeentewegen Oude Keerbergsebaan (rooilijn volgens atlas der buurtwegen, buurtweg nr. 8), Brughoevestraat (rooilijn volgens atlas der buurtwegen, buurtweg nr. 36), Oude Keerbergsebaan (voetweg nr 38) en Kiekshamlei (voetweg nr 38), zoals voorgesteld op het bijgevoegde ontwerp van rooilijnplan ‘Rooilijnplan/Innemingsplan’”. 4.
  9. Het beschikkend gedeelte van het tweede gemeenteraadsbesluit luidt: “Artikel 1 - Neemt kennis van het volledig aanvraagdossier en de bijhorende plannen voor wat betreft de ‘aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg’. Artikel 2 - Beslist de bezwaren over de ‘aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg’ te verwerpen. Artikel 3 - Keurt de aanleg, wijziging en verplaatsing van de gemeentewegen gelegen Oude Keerbergsebaan, Burghoevestraat, Kiekshamlei, zoals aangeduid op het rooilijnplan ‘Rooilijnplan/Innemingsplan’ en de inrichtingsplannen horende bij de omgevingsvergunningsaanvraag met kenmerk OMV_2022083568 (gemeentelijk dossier met nummer 2022/12V), ontvangen op 23/06/2022, ontvankelijk en volledig verklaard op 01/07/2022, goed. De vermelde plannen maken integrerend deel uit van deze beslissing.” X-18.366-3/18
  10. Op 13 december 2022 verleent het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bonheiden de gevraagde omgevingsvergunning. 6.
  11. Verzoeker dient op vrijdag 20 januari 2023 bij de Vlaamse regering een bestuurlijk beroep in tegen het eerste gemeenteraadsbesluit en het tweede gemeenteraadsbesluit. 6.
  12. In verzoekers beroepsschrift bij de Vlaamse regering wordt onder meer aangevoerd dat de aanpassing van de rooilijnen niet kan gebeuren door middel van een verkavelingsvergunning, maar dat de reguliere procedure van de artikelen 16 tot 19 van het decreet van 3 mei 2019 ‘houdende de gemeentewegen’ (hierna: het gemeentewegendecreet) gevolgd had moeten worden. 6.
  13. Gelijktijdig met het indienen van zijn beroep bezorgt verzoeker afschriften van zijn beroepsschrift met beveiligde zendingen aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bonheiden en aan de tussenkomende partij. 7.
  14. Eveneens op 20 januari 2023 dient verzoeker bij de deputatie van de provincieraad van de provincie Antwerpen (hierna: de deputatie) een bestuurlijk beroep in tegen het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bonheiden van 13 december 2022 tot verlening van de omgevingsvergunning. Tegen het laatstgenoemde besluit wordt ook een bestuurlijk beroep ingesteld door een andere persoon (hierna: de derde). 7.
  15. Ook in verzoekers beroepsschrift bij de deputatie wordt onder meer aangevoerd dat de aanpassing van de rooilijnen niet kan gebeuren door middel van een verkavelingsvergunning, maar dat de reguliere procedure van de artikelen 16 tot 19 van het gemeentewegendecreet gevolgd had moeten worden. X-18.366-4/18 8.
  16. Met een e-mailbericht van woensdag 25 januari 2023 deelt het departement Mobiliteit en Openbare Werken van het Vlaamse Gewest aan het provinciebestuur van de provincie Antwerpen het volgende mee: “Onze diensten ontvingen een beroepschrift gericht tegen [de] gemeenteraadsbeslissingen van de gemeente Bonheiden van 30 november 2022 die betrekking hebben op de zaak der wegen in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag met referentie OMV_2022083568”. 8.
  17. Dezelfde e-mail aan het provinciebestuur vervolgt: “Uit de doorgestuurde stukken leiden wij af dat de beroepsindiener […] ook beroep heeft ingediend bij jullie dienst tegen de beslissingen van het CBS Bonheiden over de omgevingsvergunning. Uit de stukken kunnen wij niet met zekerheid afleiden of jullie op de hoogte zijn van het bij ons ingediende beroep. Zijn jullie op de hoogte van het bij ons ingediende wegenberoep? Dit is immers van belang voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep.”
  18. Met een e-mailbericht van 27 januari 2023 antwoordt het provinciebestuur aan het departement Mobiliteit en Openbare Werken van het Vlaamse Gewest het volgende: “In het beroepschrift [tegen de op 13 december 2022 door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bonheiden afgegeven omgevingsvergunning] wordt geen melding gemaakt van een wegenisberoep.”
  19. Met het bestreden ministerieel besluit van 3 februari 2023 verwerpt de Vlaamse Minister voor Mobiliteit en Openbare Werken verzoekers bestuurlijk beroep tegen de gemeenteraadsbesluiten over de zaak van de wegen als onontvankelijk. Het bestreden ministerieel besluit stelt: “Overeenkomstig artikel 31/1, § 2 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning wordt het beroep op straffe van onontvankelijkheid met een beveiligde zending ingediend bij de Vlaamse Regering binnen een X-18.366-5/18 termijn van dertig dagen, die ingaat op: 1° de dag na de datum van de betekening van de bestreden beslissing voor die personen of instanties aan wie de beslissing betekend wordt; 2° de dag na het verstrijken van de beslissingstermijn als de omgevingsvergunning in eerste administratieve aanleg stilzwijgend geweigerd wordt; 3° de dag na de eerste dag van de aanplakking van de bestreden beslissing in de overige gevallen. De indiener van het beroep bezorgt op straffe van onontvankelijkheid gelijktijdig met de beveiligde zending van het beroep aan de Vlaamse Regering, een afschrift van het beroepschrift met een beveiligde zending aan het college van burgemeester en schepenen en aan de bevoegde beroepsinstantie, vermeld in artikel
  20. Overwegende dat beroepsindiener geen afschrift van het beroepschrift bezorgde[…] aan de bevoegde beroepsinstantie, namelijk de deputatie van de provincie Antwerpen. Bovendien wordt ook in het beroepschrift dat werd ingediend bij de deputatie van de provincie Antwerpen geen melding gemaakt van het ingestelde wegenberoep bij de Vlaamse Regering waardoor de deputatie niet op de hoogte is/kan zijn van dit wegenberoep.”
  21. Op 13 februari 2023 verklaart de provinciale omgevingsambtenaar verzoekers bestuurlijk beroep tegen de op 13 december 2022 door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bonheiden afgegeven omgevingsvergunning onontvankelijk.
  22. Met een besluit van 28 september 2023 verklaart de deputatie het bestuurlijk beroep van de derde ontvankelijk en verleent zij aan de tussenkomende partij onder voorwaarden de gevraagde omgevingsvergunning. Het annulatieberoep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen tegen het laatstgenoemde besluit dat de derde heeft ingesteld is nog hangende.
  23. Bij arrest nr. RvVb-A-2324-1002 van 22 augustus 2024 verwerpt de Raad voor Vergunningsbetwistingen het annulatieberoep van verzoeker tegen het in het randnummer 11 bedoelde besluit. X-18.366-6/18 IV. Ontvankelijkheid Aangevoerde excepties
  24. In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij als exceptie op dat het – daar het enige middel verworpen moet worden – vaststaat dat verzoeker niet op rechtsgeldige wijze het bestuurlijk beroep bij de Vlaamse regering heeft ingesteld, zodat hij niet op ontvankelijke wijze een beroep bij de Raad van State kan instellen.
  25. De tussenkomende partij voert aan dat verzoeker geen actueel belang meer heeft bij zijn beroep nu het deputatiebesluit van 28 september 2023 waarbij haar de gevraagde omgevingsvergunning is verleend definitief is geworden in hoofde van verzoeker als gevolg van het arrest van de Raad voor Vergunningsbetwistingen nr. RvVb-A-2324-1002 van 22 augustus
  26. Beoordeling
  27. De in randnummer 14 bedoelde exceptie hangt samen met de beoordeling van het enige middel, zodat ze bij die beoordeling zal worden besproken.
  28. De in randnummer 15 bedoelde exceptie kan niet worden aangenomen, al was het maar omdat het deputatiebesluit van 28 september 2023 in rechte nog niet definitief is nu het door de derde ingestelde annulatieberoep ertegen nog hangende is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De laatstgenoemde exceptie wordt verworpen. X-18.366-7/18 V. Onderzoek van het enige middel Standpunt van de partijen 18.
  29. In het enige middel voert verzoeker onder meer de schending aan van artikel 31/1 van het decreet van 25 april 2014 ‘betreffende de omgevingsvergunning’ (hierna: het omgevingsvergunningsdecreet) – minstens van het normdoel van de laatstgenoemde bepaling – en van het materiëlemotiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 18.
  30. Verzoeker licht toe dat het bestreden besluit zijn beroep tegen de gemeenteraadsbeslissingen van 30 november 2022 onontvankelijk verklaart omdat hij geen bewijs heeft voorgelegd dat hij een afschrift van zijn beroepsschrift heeft bezorgd aan de deputatie. Dit motief is niet afdoende. Het blijkt immers dat de deputatie door de diensten van de verwerende partij reeds op 25 januari 2023 in kennis werd gesteld van verzoekers bestuurlijk wegenberoep. Daaruit volgt dat de deputatie van dit beroep tijdig kennis heeft genomen. Zodoende blijkt dat (minstens) het normdoel van artikel 31/1 van het omgevingsvergunningsdecreet gerespecteerd is. Door op een buitensporig strenge wijze de ontvankelijkheidsvereisten die gelden voor het bestuurlijk beroep toe te passen, heeft dit nefaste gevolgen voor de mogelijkheid van belanghebbenden zoals verzoeker om het dossier ten gronde door een rechter te laten beoordelen. Door tegen alle feiten en bewijzen in op onrechtmatige wijze te beslissen dat zijn bestuurlijk beroep onontvankelijk is en dat de beroepsprocedure stopgezet moet worden, wordt aangetoond dat er geen sprake is van een zorgvuldig onderzoek en evenmin van een afdoende motivering van de genomen beslissing. 19.
  31. In haar memorie van antwoord werpt de verwerende partij vooreerst op dat verzoeker in zijn geheel nalaat te verduidelijken in welke zin het materiëlemotiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden zouden zijn. X-18.366-8/18 19.
  32. Ten gronde benadrukt de verwerende partij in haar memorie van antwoord dat het bestreden besluit steunt op motieven waarvan het feitelijk bestaan naar behoren bewezen is, te weten het feit dat bij verzoekers beroepsschrift bij de Vlaamse regering geen bewijs gevoegd is dat een afschrift ervan bezorgd werd aan de deputatie en het feit dat verzoekers beroepsschrift tegen de verleende omgevingsvergunning geen vermelding bevat van het beroepsschrift bij de Vlaamse regering. Deze feiten worden door verzoeker in se niet betwist. De verwerende partij stelt dat zij de ontvankelijkheidsvereisten uit artikel 31/1, § 2, van het omgevingsvergunningsdecreet correct gecontroleerd heeft. Bovendien heeft zij contact opgenomen met de deputatie door op 25 januari 2023 te vragen of zij op de hoogte was van verzoekers beroepsschrift bij de Vlaamse regering, waarop een negatief antwoord volgde. Aldus heeft de verwerende partij niet enkel een zorgvuldig ontvankelijkheidsonderzoek uitgevoerd op basis van de stukken die zij ontvangen heeft, doch heeft zij ook informatie opgevraagd bij de deputatie om zo te beschikken over alle relevante gegevens. Verzoeker heeft zich vergist in de ontvankelijkheidsvoorwaarden door de kennisgeving te doen aan de vergunningsaanvrager (de tussenkomende partij) en niet aan de deputatie. Volgens de verwerende partij “komt [verzoeker] op heden met een argumentatie aangaande een vermeende buitensporige inperking van zijn recht op toegang tot de rechter, doch kan en mag niet uit het oog verloren worden dat voorliggende discussie en procedureel verloop geheel toe te dragen is aan [verzoeker, die] niet eens laattijdig een afschrift bezorgd [heeft] aan de Deputatie van de provincie Antwerpen, het afschrift ontbreekt gewoonweg in zijn geheel”. Wat de toegang tot de rechter betreft, wijst de verwerende partij erop dat deze bij het toepassen van procedureregels niet alleen een overdreven formalisme maar ook een buitensporige soepelheid moet vermijden. Bij de beoordeling of een beperking van het recht op toegang te verregaand is dient er rekening gehouden te worden met het feit of de optredende partij al dan niet zorgvuldig gehandeld heeft. Te dezen heeft verzoeker niet de nodige zorgvuldigheid aan de dag gelegd. Hij had moeten weten dat het bezorgen van een afschrift aan de deputatie eveneens een ontvankelijkheidsvoorwaarde uitmaakt. X-18.366-9/18 Hij heeft bovendien geen enkele moeite gedaan of zelfs maar belangstelling getoond om dit euvel te remediëren. Aanvaarden dat in de gegeven omstandigheden het normdoel bereikt is en dat dit volstaat om verzoekers bestuurlijk beroep ontvankelijk te achten zou neerkomen op een buitensporige soepelheid waardoor het door de decreetgever opgelegde vormvoorschrift volledig uitgehold wordt. De verwerende partij beschrijft het normdoel van het ontvankelijkheidsvereiste om een afschrift aan de deputatie te bezorgen als een “informatieve doelstelling” om de deputatie op de hoogte te brengen “met het oog op de schorsing/opschorting van de lopende beroepstermijn”. Door te vereisen dat een afschrift bezorgd wordt, heeft de decreetgever uitdrukkelijk de intentie geuit dat een loutere melding van het bestaan van het beroep an sich niet voldoet. Een afschrift, bevattende een uiteenzetting van de beroepsgrieven en argumenten is immers onontbeerlijk voor de motivering door de deputatie bij de behandeling van het bestuurlijk beroep tegen de omgevingsvergunning. Dit geldt te dezen des te meer nu verzoekers beroepsschrift tegen de op 13 december 2022 door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Bonheiden afgegeven omgevingsvergunning een argumentatie bevat die betrekking heeft op de zaak der wegen. Bovendien moet worden vastgesteld dat het laatstgenoemde beroepsschrift geen afschrift van verzoekers wegenberoep bevat. Hoewel de verwerende partij er zich van bewust is dat de omgevingsvergunningsprocedure niet het voorwerp uitmaakt van voorliggende procedure inzake het wegenberoep, is het te dezen een relevant feit dat ook deze waarborg niet nageleefd is. Ten slotte stelt de verwerende partij dat “[f]inaal gezien […] de vereiste tot het gelijktijdig bezorgen van een afschrift, cfr. artikel 31/1, § 2, tweede lid, Omgevingsvergunningsdecreet uitdrukkelijk voorgeschreven [is] op ‘straffe van onontvankelijkheid’ waardoor de decreetgever uitdrukkelijk de wil ter kennis gebracht heeft om de schending van deze vereiste te straffen met de onontvankelijkheid”.
  33. In haar memorie tot tussenkomst herneemt de tussenkomende X-18.366-10/18 partij de argumenten van de verwerende partij. Het decretale voorschrift dat de indiener van het wegenberoep op straffe van onontvankelijkheid een afschrift van het beroepsschrift aan de voor de omgevingsvergunning bevoegde beroepsinstantie dient te bezorgen is glashelder en vereist geen verdere uitlegging of interpretatie. Bovendien creëert het niet-naleven van dit vormvereiste rechtsonzekerheid in hoofde van de tussenkomende partij: hij weet niet dat de deputatie geen beslissing zal nemen over het beroep tegen haar omgevingsvergunning zolang de minister geen beslissing heeft genomen over het wegenberoep.
  34. In haar laatste memorie voert de verwerende partij aan dat de stelling van verzoeker erop neerkomt dat aan het normdoel van de kwestieuze ontvankelijkheidsvoorwaarde voldaan is door toedoen van de beroepsbehandelaar (het Vlaamse Gewest zelf). Dit zou er toe leiden dat de verwerende partij, om de ontvankelijkheidsvoorwaarde nog enige waarde te laten behouden, geen enkele communicatie meer zou kunnen richten tot de beroepsinstantie inzake de omgevingsvergunning. Dat de verwerende partij als beroepsbehandelaar de aan de beroepsindiener opgelegde ontvankelijkheidsvoorwaarde niet in zijn plaats kan vervullen is niet voor discussie vatbaar. Voorts wijst de verwerende partij op het eenvoudig karakter van de kwestieuze ontvankelijkheidsvoorwaarde en benadrukt zij dat verzoeker ter naleving van artikel 31/1, § 2, tweede lid, van het gemeentewegendecreet niets ondernomen heeft.
  35. In haar laatste memorie stelt de tussenkomende partij dat de verwerende partij over geen enkele discretionaire bevoegdheid beschikt om, na te hebben vastgesteld dat de beroepsindiener heeft nagelaten de kwestieuze ontvankelijkheidsvoorwaarde na te leven, alsnog na te gaan of het normdoel van die voorwaarde al dan niet werd gerealiseerd. Beoordeling X-18.366-11/18 23.
  36. Het materiëlemotiveringsbeginsel houdt in dat een besluit van het bestuur moet gedragen worden door rechtens verantwoorde motieven die kunnen blijken, hetzij uit het besluit zelf, hetzij uit de stukken van het dossier. Het zorgvuldigheidsbeginsel verplicht de overheid zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van een beslissing en ervoor te zorgen dat de juridische en feitelijke aspecten van het dossier deugdelijk worden geïnventariseerd en gecontroleerd, zodat de overheid met kennis van zaken kan beslissen. 23.
  37. Anders dan de verwerende partij en de tussenkomende voorhouden, heeft verzoeker op ontvankelijke wijze de schending van de in het vorige randnummer bedoelde algemene beginselen van behoorlijk bestuur aangevoerd door toe te lichten dat volkomen in strijd met de werkelijkheid in het bestreden besluit wordt beweerd dat “de deputatie niet op de hoogte is/kan zijn van [verzoekers] wegenberoep”. 24.
  38. Sedert de inwerkingtreding van het gemeentewegendecreet verloopt de creatie van een nieuwe gemeenteweg of de wijziging van een bestaande gemeenteweg op één van de wijzen die uitdrukkelijk in dit decreet voorzien zijn. In beginsel gebeurt deze creatie of wijziging via de opmaak van een gemeentelijk rooilijnplan volgens de bepalingen van afdeling 2 “Procedurele bepalingen over gemeentelijke rooilijnplannen” van hoofdstuk 3 van het voormelde decreet (de reguliere procedure). Uitzonderlijk laat artikel 12, § 2, van het gemeentewegendecreet toe af te wijken van de reguliere procedure van de artikelen 16 tot 19 van het gemeentewegendecreet, door meer bepaald de creatie of wijziging van een gemeenteweg op te nemen in een omgevingsvergunningsaanvraag (de afwijkingsmogelijkheid). X-18.366-12/18 24.
  39. Wat het bestuurlijk beroep bij de Vlaamse regering betreft, is in de toelichting bij het voorstel dat het gemeentewegendecreet is geworden uitdrukkelijk gesteld dat de decretale bepalingen zorgen “voor een gelijke rechtsbescherming tegen beslissingen tot aanleg [of] wijziging […] van gemeentewegen, ongeacht of die tot stand zijn gekomen door [de reguliere procedure van de artikelen 16 tot 19 van het gemeentewegendecreet] of in het kader van [de afwijkingsmogelijkheid van artikel 12, § 2, van het gemeentewegendecreet]” (Parl. St. Vl. Parl. 2018-19, nr. 1847/1, blz. 46). 24.
  40. Wanneer een lid van het betrokken publiek bij de Vlaamse regering een bestuurlijk beroep instelt tegen een gemeenteraadsbesluit waarin gebruik wordt gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid, dient dit lid krachtens artikel 31/1, § 2, tweede lid, van het omgevingsvergunningsdecreet een afschrift van het beroepsschrift te bezorgen aan twee andere overheidsinstanties, te weten het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente en de overheid die in graad van beroep beslist over de omgevingsvergunningsaanvraag. Het blijkt dat deze kennisgeving aan de laatstgenoemde overheid opgelegd is met een louter informatieve doelstelling ten behoeve van een overheidsinstantie, meer bepaald om ze op de hoogte te brengen van de opschorting van de lopende behandelingstermijn van het beroep inzake de omgevingsvergunning. Het is ten onrechte dat de verwerende partij en de tussenkomende partij laten uitschijnen dat de inhoud van het wegenberoep enig belang zou hebben voor de laatstgenoemde overheid. Die inhoud staat immers geenszins ter harer beoordeling. 24.
  41. Wanneer een lid van het betrokken publiek een bestuurlijk beroep instelt tegen een gemeenteraadsbesluit waarin gebruik wordt gemaakt van de reguliere procedure, dient dit lid krachtens artikel 24, § 3, tweede lid, van het gemeentewegendecreet een afschrift van het beroepsschrift te bezorgen aan slechts één instantie, te weten het college van burgemeester en schepenen van de betrokken gemeente. X-18.366-13/18
  42. In het licht van het voorgaande, kan van een zorgvuldig handelend bestuur worden verwacht dat het erover waakt dat het door de decreetgever voorziene bestuurlijk beroep tegen een gemeenteraadsbesluit een daadwerkelijke rechtsbescherming biedt. Dit impliceert met name dat de beroepsinstantie geen toepassing maakt van een ontvankelijkheidsvoorwaarde op een wijze die getuigt van een buitensporig formalisme. Daarenboven moet de geboden rechtsbescherming bij een beroep dat wordt ingesteld tegen een gemeenteraadsbesluit waarin gebruik wordt gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid gelijkwaardig zijn met de rechtsbescherming die voorzien is bij een beroep tegen een gemeenteraadsbesluit waarin gebruik wordt gemaakt van de reguliere procedure. 26.
  43. Te dezen is het ten onrechte dat de verwerende partij in haar laatste memorie voorhoudt dat verzoeker bij het instellen van zijn bestuurlijk wegenberoep niets ondernomen zou hebben om de kennisgevingsverplichtingen uit artikel 31/1, § 2, tweede lid, van het omgevingsvergunningsdecreet na te leven. 26.
  44. Het blijkt immers vooreerst dat verzoeker zijn beroepsschrift aan het college van burgemeester en schepenen ter kennis heeft gebracht op de wijze die door deze bepaling is voorgeschreven. Daarbij kan worden opgemerkt dat het beschikkend gedeelte van het door verzoeker aangevochten eerste gemeenteraadsbesluit de – bij nader toezicht verkeerde – indruk wekt dat het gaat om een besluit waarin gebruik wordt gemaakt van de reguliere procedure (randnr. 4.2) en dat – zoals vermeld (randnr. 24.4) – bij een bestuurlijk beroep tegen een dergelijk besluit de kennisgeving aan het college van burgemeester en schepenen volstaat. 26.
  45. Voorts heeft verzoeker zijn beroepsschrift per vergissing ter kennis gebracht aan de vergunninghouder – dit is de belanghebbende partij bij de ingestelde beroepen – in plaats van aan de overheidsinstantie die het beroep tegen de aan de laatstgenoemde partij verleende omgevingsvergunning behandelt, dit is X-18.366-14/18 de deputatie. X-18.366-15/18 Daar het wegenberoep aan de tussenkomende partij is betekend is het ten onrechte dat deze partij voorhoudt dat verzoeker in haren hoofde enige onzekerheid zou hebben gecreëerd. 27.
  46. Enkele werkdagen na de ontvangst van verzoekers beroepsschrift heeft de verwerende partij het provinciebestuur gecontacteerd en op de hoogte gebracht van dit wegenberoep (randnr. 8.1). 27.
  47. Uit het antwoord van het provinciebestuur van 27 januari 2023 (randnr. 9) blijkt dat dit bestuur – en bijgevolg de deputatie – uiterlijk op die dag geacht moet worden op de hoogte te zijn geweest van verzoekers wegenberoep. 27.
  48. Er blijkt dan ook geen deugdelijke grondslag voor de conclusie in het bestreden besluit van 3 februari 2023 dat “de deputatie niet op de hoogte is/kan zijn van [verzoekers] wegenberoep”.
  49. Met inachtneming van de concrete gegevens van de zaak, en nu in casu het normdoel van artikel 31/1, § 2, tweede lid, van het omgevingsvergunningsdecreet was vervuld, moet worden vastgesteld dat de verwerende partij bij de toepassing ervan blijk heeft gegeven van een buitensporig formalisme en aldus is tekortgeschoten aan de op haar rustende zorgvuldigheidsplicht door verzoekers wegenberoep onontvankelijk te verklaren, in weerwil van het feit dat de deputatie geacht moet worden op de hoogte te zijn geweest van dit beroep (randnr. 27.2).
  50. Aan de in het vorige randnummer gedane vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door de door de verwerende partij en de tussenkomende partij ingeroepen elementen zoals het feit dat bij de toepassing van ontvankelijkheidsvoorwaarden een buitensporige soepelheid moet worden vermeden en het gegeven dat de bepaling van artikel 31/1, § 2, tweede lid, van het omgevingsvergunningsdecreet glashelder is. X-18.366-16/18
  51. Het is onterecht dat de verwerende partij beweert dat vast zou staan dat verzoeker niet op rechtsgeldige wijze het bestuurlijk beroep bij de Vlaamse regering heeft ingesteld. De op dit onjuist uitgangspunt gesteunde exceptie (randnr. 14) moet dan ook worden verworpen. VI. Besluit
  52. Het beroep is ontvankelijk en het enige middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
  53. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister voor Mobiliteit en Openbare Werken van 3 februari 2023 ‘betreffende het beroep tegen de besluiten van de gemeenteraad van de gemeente Bonheiden van 30 november 2022 houdende goedkeuring van de zaak der wegen en rooilijnplannen in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2022083568’.
  54. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. X-18.366-17/18 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig februari tweeduizend vierentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, waarnemend kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.366-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.460 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.