← België

Arrest 262474 - Financiële tegemoetkomingen - 25/02/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.474 Rolnummer: A. 243803/XII-9816 Zaak: Arrest 262474 - Financiële tegemoetkomingen - 25/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-02-27 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-06-16 05:49 Fiche Arrest nr 262.474 van 25 februari 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Financiële tegemoetkomingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 262.474 van 25 februari 2025 in de zaak A. 243.803/XII-9816 In zake: de VZW PIERROT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Arne Vandaele kantoor houdend te 1540 Herne Kwatemstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen:

  1. de VLAAMSE GEMEENSCHAP
  2. het AGENTSCHAP OPGROEIEN REGIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefaan Verbouwe kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  3. De vordering, ingesteld op 23 december 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “
  4. de beslissing van 23 oktober 2024 nr. 2024/0001 van de eerste verwerende partij ‘in verband met [het] bezwaar van 30 mei 2024 tegen de beslissing van 30 april 2024 tot weigering van een subsidiebelofte voor de subsidie voor inkomenstarief voor nieuwe kinderopvangplaatsen (trap 2) in Vlaanderen (exclusief Antwerpen en Gent)’ (hierna: de eerste bestreden beslissing […]) en, voor zover als nodig,
  5. de beslissing van 30 april 2024 van de tweede verwerende partij ‘tot toekenning van een subsidiebelofte met referentienummer 6328’ aan het OCMW Zottegem (hierna: de tweede bestreden beslissing […]).” XII-9816-1/20 II. Verloop van de rechtspleging
  6. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 februari
  7. Staatsraad Frédéric Vanneste heeft verslag uitgebracht. Advocaat Arne Vandaele die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Stefaan Verbouwe, die verschijnt voor de verwerende partijen, zijn gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Feiten
  9. De verzoekende partij is organisator van verschillende kinderopvanglocaties, waaronder één te Zottegem, deelgemeente Godveerdegem, met een vergunning voor achttien kinderopvangplaatsen vergund vanaf 17 augustus
  10. 3.
  11. Op 15 december 2023 lanceert de tweede verwerende partij een algemene oproep tot organisatoren die nieuwe kinderopvangplaatsen met de subsidie inkomenstarief (trap 2) willen realiseren. Zij kunnen een aanvraag indienen, en dit tot uiterlijk 31 januari
  12. XII-9816-2/20 3.
  13. Wat de beoordeling door het lokaal bestuur betreft, wordt door de stad Zottegem in het kader van een uitbreidingsronde op 14 december 2020 een beoordelingsprocedure ontwikkeld met criteria op maat van de stad, en dit nadat op 25 november 2020 een positief advies wordt verkregen vanwege het Lokaal Overleg Kinderopvang. Aangezien naar haar oordeel een update van de in 2020 ontwikkelde beoordelingscriteria lokaal bestuur wenselijk is, beslist de gemeenteraad van Zottegem op 16 oktober 2023 – en dit na voorafgaande unanieme goedkeuring vanwege het Lokaal Overleg Kinderopvang (hierna: LOK) op 28 september 2023 – om vanaf 1 november 2023 de volgende criteria te hanteren voor de beoordeling van aanvraagdossiers voor het organiseren van inkomensgerelateerde (hierna: IKT) kinderopvang 0-3 jaar in Zottegem: “• Ligging in kansarme deelgemeente (max. 6 punten) o de opvang ligt in een kansarme deelgemeente (= meer dan 15% kansarmoede): 6 punten o de opvang ligt in een deelgemeente met tussen 10 en 15% kansarmoede: 4 punten o de opvang ligt in een deelgemeente met tussen 5 en 10% kansarmoede: 2 punten o de opvang ligt in een deelgemeente met minder dan 5% kansarmoede: 0 punten • Bereikbaarheid (max. 5 punten) o Via openbaar vervoer Er is een halte voor openbaar vervoer op max. 500 meter wandelafstand van het opvanginitiatief (1 punt) Er zijn elk uur doortochten op deze halte in verschillende richtingen (1 punt) De voorziening is gelegen in de perimeter van 1,5 km rond het station van Zottegem (bereikbaarheid te voet) (3 punten) • Laagdrempelige werking (max. 3 punten) o Organisator vraagt maximum het IKT-tarief van een gezin bij ongerechtvaardigde afwezigheden: 1 punt o Organisator vraagt geen waarborg: 1 punt o Organisator staat afbetalingsplannen toe: 1 punt o Indien de organisator deze extra punten wenst toegekend te krijgen, wordt het gepubliceerde huishoudelijk reglement of kwaliteitshandboek waarin deze items zijn opgenomen, voorgelegd. • Lokale spreiding van de IKT plaatsen per 100 kinderen: hierbij combineren we het gegeven van aantal IKT plaatsen met relevantie van het aantal geboorten, wanneer er weinig IKT plaatsen zijn, maar ook weinig geboorten dan is een opvanglocatie in die wijk minder relevant (max. 3 punten) o De opvanglocatie ligt in een wijk/gebied met minder dan 40 plaatsen per 100 kinderen: 3 punten XII-9816-3/20 o De opvanglocatie ligt in een gebied met 40-60 plaatsen per 100 kinderen: 2 punten o De kinderopvang is gelegen in een gebied met 60-80 plaatsen per 100 kinderen: 1 punt o De kinderopvang is gelegen in een gebied met meer dan 80 plaatsen per 100 kinderen: 0 punten o Indien je opvangvoorziening in een wijk ligt met minder dan gemiddeld aantal geboorten kan je voor dit criterium geen punten krijgen • De organisator tekent in op de oproep van de stad rond dringende opvang. De organisator houdt 1 plaats vrij voor een (kwetsbaar) gezin dat binnen de maand behoefte heeft aan kinderopvang: 2 punten • De organisator biedt opvang aan kinderen met een specifieke zorgbehoefte: 1 punt • De organisator werkt actief mee of engageert zich om mee te werken aan het Loket Kinderopvang (via ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst) en registreert zijn initiatief op kinderopvangwijzer.be (max. 4 punten) o De organisator geeft systematisch elke vrije plaats die er is (ook al is die beperkt in tijd, deeltijds of tijdelijk) door zodat het lokaal loket zicht heeft op de vrije opvangplaatsen (heden en toekomst): 1 punt o De organisator registreert een opvangaanvraag op de kinderopvangwijzer wanneer ouders rechtstreeks bij hen opvang aanvragen: 1 punt o De organisator beantwoordt alle vragen die via het contactformulier van het lokaal loket werden gesteld binnen de termijn van 14 dagen: 1 punt o De organisator houdt zijn infofiche (vermelding digitaal systeem) actueel (kijkt minstens elke 6 maand zijn fiche na): 1 punt.” 3.
  14. Voorafgaand aan deze actualisatie van de beoordelingscriteria lokaal bestuur, beslist de gemeenteraad van Zottegem op 27 februari 2023 om een pand ter beschikking te stellen aan het OCMW Zottegem voor de realisatie van extra kinderopvangplaatsen en om het OCMW Zottegem toestemming te geven om verbouwingen van dit pand te realiseren met de middelen daartoe voorzien in het meerjarenplan, wat diezelfde dag door de raad voor maatschappelijk welzijn van OCMW Zottegem wordt aanvaard. 3.
  15. Naar aanleiding van de algemene oproep van 15 december 2023 dient de verzoekende partij op 27 december 2023 een aanvraag subsidiebelofte voor de subsidie voor nieuwe plaatsen inkomenstarief in de uitbreidingsronde 2024 bij de tweede verwerende partij in, en dit voor 17 bijkomende plaatsen. In deze aanvraag geeft zij aan dat de subsidie zal worden ingezet in kinderopvanglocatie Pierrot 5 (Jasmijnstraat 11, 9620 Zottegem), dat haar kinderbegeleiders het werknemersstatuut hebben en haar organisatie rechtspersoonlijkheid heeft. XII-9816-4/20 Op 29 januari 2024 dient ook OCMW Zottegem een aanvraag subsidiebelofte in, en dit voor 17 plaatsen in de nieuwe opvanglocatie in het pand dat het ter beschikking kreeg van de stad Zottegem. Zowel verzoekster als OCMW Zottegem maken hun dossier ter advisering tevens over aan het Lokaal Loket Kinderopvang van het lokaal bestuur Zottegem. 3.
  16. Op 8 februari 2024 wordt door de stad Zottegem advies gegeven over de twee aanvragen van de verzoekende partij enerzijds en van OCMW Zottegem anderzijds, en dit op basis van de beoordelingscriteria zoals aangenomen door de gemeenteraad van 16 oktober
  17. Op 19 februari 2024 verleent het college van burgemeester en schepenen van de stad Zottegem zowel voor de aanvraag van vzw Pierrot voor de locatie Pierrot 5 als voor de aanvraag van OCMW Zottegem voor de locatie stedelijk kinderdagverblijf Trapstraat een positief advies, met respectievelijk een score van 5 op 8 en een score van 8 op
  18. De verschillende per criterium toegekende scores zijn criterium A B C D E F G totaal op 24 verzoekster 2 4 3 0 2 0 4 15 OCMW 6 5 3 3 2 1 4 24 3.
  19. Op 1 maart 2024 schrijft de raadsman van de verzoekende partij het college van burgemeester en schepenen van Zottegem en de tweede verwerende partij aan in verband met het door het lokaal bestuur verleende advies. Dit schrijven bevat volgende bezwaren: XII-9816-5/20
  20. Miskenning van het hoorrecht
  21. Geen afdoende gemotiveerde adviezen
  22. Schending van de bevoegdheden van het lokaal loket kinderopvang
  23. Inhoudelijke argumenten met betrekking tot het dossier VZW Pierrot A. Criterium A: ligging in kansarme deelgemeente B. Criterium B: bereikbaarheid via het openbaar vervoer C. Criterium D: lokale spreiding van de IKT plaatsen per 100 kinderen D. Criterium F: de organisator biedt opvang aan kinderen met een specifieke zorgbehoefte
  24. Inhoudelijke argumenten met betrekking tot het dossier OCMW A. Criterium A en B B. Criterium C: de organisator biedt opvang aan kinderen met een specifieke zorgbehoefte. 3.
  25. Op 14 maart 2024 vindt een hoorzitting bij de tweede verwerende partij plaats naar aanleiding waarvan zowel stad Zottegem als de verzoekende partij hun standpunt kenbaar maken. 3.
  26. Op 30 april 2024 beslist de tweede verwerende partij tot toekenning van een subsidiebelofte aan OCMW Zottegem voor nieuwe plaatsen voor de gemeente Zottegem (Stedelijk kinderdagverblijf Trapstraat) voor 17 plaatsen basissubsidie groepsopvang – 17 plaatsen subsidie voor inkomenstarief groepsopvang, met referentienummer 6328 voor subsidiegroep 412-Groep-Zottegem. Deze subsidiebelofte is geldig van 15 mei 2024 tot en met 28 februari 2025, eventueel verlengbaar voor maximum zes maanden op vraag van OCMW Zottegem. Deze beslissing wordt door de verzoekende partij, “voor zover als nodig”, aangemerkt als de tweede bestreden beslissing. 3.
  27. Eveneens op 30 april 2024 beslist de tweede verwerende partij tot weigering van een subsidiebelofte aan de verzoekende partij voor de subsidie XII-9816-6/20 inkomenstarief voor nieuwe kinderopvangplaatsen (trap 2) in Vlaanderen (exclusief Antwerpen en Gent). 3.
  28. Op 30 mei 2024 tekent de verzoekende partij gemotiveerd bezwaar aan tegen de beslissing van 30 april 2024 waarbij haar de subsidiebelofte wordt geweigerd. Haar in dit bezwaar geuite kritiek heeft betrekking op de beoordeling van de criteria A en C, en luidt meer in het bijzonder: A. “Ligging” wordt tweemaal gescoord B. De vaststelling dat de opvang gelegen is op het grondgebied van de gemeente Zottegem en Godveerdegem C. “Ligging” is geen “synoniem van “adres” – een rechtsonzekere en niet-transparante interpretatie D. De gebruikte armoedecijfers bij criterium A E. Schending onpartijdigheidbeginsel en gelijkheidsbeginsel. 3.
  29. Op 5 juli 2024 vindt de hoorzitting van de Adviescommissie voor voorzieningen van welzijn, volksgezondheid en gezin en (kandidaat )pleegzorgers plaats. Tijdens deze hoorzitting bevraagt de Adviescommissie de tweede verwerende partij onder meer over vermeende partijdigheid van het lokaal bestuur. Daarop antwoordt de tweede verwerende partij dat hun kader bepaalt dat de criteria pertinent en objectief moeten zijn, dat deze criteria worden besproken tijdens het LOK waar de betrokken partijen worden uitgenodigd om te beoordelen of de criteria kunnen worden toegepast en dat de objectiviteit gewaarborgd blijft, hoewel het bestuur uiteindelijk het besluit neemt. 3.
  30. Op 28 augustus 2024 brengt de Adviescommissie volgend advies uit: “Na kennis te hebben genomen van het administratief dossier en na de hoorzitting, beschouwt de commissie dit bezwaarschrift gegrond. De commissie stelt vast dat het begrip ‘locatie’ in het kader van de beoordeling binnen de gemeente onvoldoende eenduidig is. In dit specifieke geval waarin het perceel van de aanvrager zich binnen dezelfde gemeente op het grondgebied van XII-9816-7/20 twee deelgemeenten bevindt, zijn twee interpretaties mogelijk: enerzijds kan gekeken worden naar het administratieve adres (waarbij de kinderopvang zich in Godveerdegem bevindt),anderzijds kan gekeken worden naar het principe van nabijheid van kinderopvang (waarbij de kinderopvang zich zowel in Godveerdegem als in Zottegem bevindt). Bij gebrek aan eenduidigheid meent de commissie dat in dit geval het nabijheidsprincipe gehanteerd moest worden, waarbij de kinderopvang zowel een score kreeg voor ligging in Zottegem als in Godveerdegem en de hoogste score in acht wordt genomen. Om deze reden moet een nieuwe beslissing worden genomen door de minister. Daarnaast stelt de commissie vast dat het onmogelijk is om te achterhalen of de criteria waarmee het lokaal bestuur de aanvragen beoordeelde onpartijdig tot stand gekomen zijn. Het spoort het agentschap Opgroeien aan om bij toekomstige oproeprondes aandacht te besteden aan een procedure die de objectieve en onpartijdige totstandkoming van de door lokale besturen gehanteerde beoordelingscriteria moet waarborgen.” 3.
  31. Op 13 september 2024 schrijft de raadsman van de verzoekende partij de minister aan in verband met de geweigerde subsidiebelofte met een verdere repliek en bijkomend document na het advies van de Adviescommissie. Deze verdere repliek heeft betrekking op: - de beoordeling van de gebruikte criteria - de onpartijdigheid. 3.
  32. Op 23 oktober 2024 neemt de eerste verwerende partij haar beslissing i.v.m. het bezwaar van de verzoekende partij van 30 mei 2024 tegen de beslissing van 30 april 2024 tot weigering van een subsidiebelofte voor de subsidie voor inkomenstarief voor nieuwe kinderopvangplaatsen (trap 2) in Vlaanderen (exclusief Antwerpen en Gent). Dit is de eerste bestreden beslissing die luidt: “Gelet op het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, artikel
  33. Gelet op het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat)pleegzorgers, artikel
  34. Gelet op het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters, artikel 7, 8 en
  35. Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2013 houdende het lokaal beleid kinderopvang. Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, artikel
  36. Gelet op het Subsidiebesluit van 22 november 2013, art. 1, 1°/1; 1,17° en
  37. Gelet op het Procedurebesluit van 9 mei 2014, art. 53, 54, 57 tot
  38. XII-9816-8/20 Gelet op het besluit van de waarnemend administrateur-generaal van 10 juli 2023 tot uitvoering van artikel 57 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014 wat betreft de algemene oproep, met inbegrip van het beslissingskader, voor de programmatie en de toekenning van subsidiebeloftes voor de subsidie voor inkomenstarief in 2023 op basis van gegevens van het lokaal loket kinderopvang en op basis van niet besteed budget naar aanleiding van vorige oproepen; Gelet op het ministerieel besluit van 17 juli 2023 tot goedkeuring van het besluit van de waarnemend administrateur-generaal van 10 juli 2023 tot uitvoering van artikel 57 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014 wat betreft de algemene oproep, met inbegrip van het beslissingskader, voor de programmatie en de toekenning van subsidiebeloftes voor de subsidie voor inkomenstarief in 2023 op basis van gegevens van het lokaal loket kinderopvang en op basis van niet besteed budget naar aanleiding van vorige oproepen; Gelet op het besluit van de administrateur-generaal van 12 december 2023 tot uitvoering van artikel 57 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014 wat betreft de algemene oproep, met inbegrip van het beslissingskader, voor de programmatie en toekenning van subsidiebeloftes voor de subsidie voor inkomenstarief voor nieuwe kinderopvangplaatsen in 2024 in Vlaanderen, Gent en Antwerpen uitgezonderd. Gelet op het ministerieel besluit van 14 december 2023 tot goedkeuring van besluit van de administrateur-generaal van 12 december 2023 tot uitvoering van artikel 57 van het Procedurebesluit van 9 mei 2014 wat betreft de algemene oproep, met inbegrip van het beslissingskader, voor de programmatie en toekenning van subsidiebeloftes voor de subsidie voor inkomenstarief voor nieuwe kinderopvangplaatsen in 2024 in Vlaanderen, Gent en Antwerpen uitgezonderd. Gelet op het besluit van de administrateur-generaal van 29 april 2024 houdende de toepassing van het beslissingskader voor de verdeling van subsidiebeloftes voor de subsidie voor inkomenstarief voor nieuwe kinderopvangplaatsen in 2024 in Vlaanderen, Gent en Antwerpen uitgezonderd. Gezien de aanvraag van een subsidiebelofte, verstuurd naar Opgroeien regie op 30 januari
  39. Gezien de beslissing tot ontvankelijkheid van 19 februari
  40. Gezien het advies van het lokaal bestuur van 19 februari
  41. Gezien de hoorzitting bij Opgroeien regie op 14 maart
  42. Gezien de beslissing tot weigering van een subsidiebelofte voor de subsidie voor inkomenstarief voor nieuwe kinderopvangplaatsen (trap 2) in Vlaanderen (exclusief Antwerpen en Gent) van 30 april
  43. Overwegende dat Opgroeien regie op 30 april 2024 besliste tot weigering van een subsidiebelofte aan vzw Pierrot voor nieuwe plaatsen met de subsidie voor inkomenstarief voor de gemeente Zottegem (Pierrot 5) voor 17 plaatsen basissubsidie en subsidie voor inkomenstarief groepsopvang. Overwegende dat Opgroeien regie besliste om de subsidieerbare plaatsen toe te kennen aan de aanvraag van OCMW Zottegem. Overwegende dat Opgroeien regie op 30 mei 2024 van de organisator vzw Pierrot een bezwaar ontving tegen de weigeringsbeslissing van een subsidiebelofte. Overwegende dat Opgroeien regie op 4 juni 2024 het bezwaar ontvankelijk verklaarde. Overwegende dat het voormeld bezwaar dient behandeld te worden volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van Hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-) pleegzorgers. Gezien het advies van de Adviescommissie van 28 augustus
  44. XII-9816-9/20 Overwegende dat de Adviescommissie van oordeel is dat het bezwaar gegrond is. Overwegende dat overeenkomstig artikel 22 §2 van bovenvermeld besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2003 de definitieve beslissing in dat geval wordt genomen door de bevoegde minister. Gezien het administratief dossier zoals meegedeeld aan de Adviescommissie. Gezien het schrijven namens de organisator van 13 september
  45. Overwegende dat in het kader van de oproep van 15 december 2023 door Opgroeien regie voor kandidaten voor de subsidie voor inkomenstarief voor nieuwe plaatsen twee aanvragen ingediend werden voor de realisatie van nieuwe plaatsen in de gemeente Zottegem. Overwegende dat het beslissingskader, zoals goedgekeurd in de hoger vermelde besluiten van 10 juli 2023 en 12 december 2023, bepaalde dat aanvragen vergeleken en gerangschikt worden op basis van criteria van Opgroeien regie enerzijds en van het lokaal bestuur anderzijds. Overwegende dat de scores toegekend op basis van de criteria van Opgroeien regie niet aangevochten worden en dus zondermeer overgenomen worden. Overwegende dat het lokaal bestuur 7 criteria vastlegde, nadat deze eerst op 25 november 2020 en vervolgens op 28 september 2023 voor advies werden voorgelegd aan het LOK (Lokaal Overleg Kinderopvang). Overwegende dat deze criteria betrekking hebben op volgende aspecten: - A: Ligging in kansarme deelgemeente - B: Bereikbaarheid - C: Laagdrempelige werking - D: Lokale spreiding van de IKT-plaatsen per 100 kinderen - E: De organisator tekent in op de oproep dringende opvang - F: De organisator biedt opvang aan kinderen met een specifieke zorgbehoefte - G: Samenwerking Lokaal Loket Overwegende dat vzw Pierrot aanwezig was op het LOK op 28 september 2023 en samen met de andere aanwezigen op dat LOK unaniem de criteria goedkeurde. Overwegende dat noch de vzw Pierrot, noch een andere organisator hierbij enige opmerking formuleerde met betrekking tot de relevantie of objectiviteit van de ontworpen criteria. Overwegende dat het lokaal bestuur de twee aanvragen binnen Zottegem beoordeelde op basis van de vastgelegde criteria. Overwegende dat dit resulteerde in een score van het lokaal bestuur van 5/8 voor de aanvraag van vzw Pierrot en een score van 8/8 voor de aanvraag van OCMW Zottegem. Overwegende dat vzw Pierrot na ontvangst van deze scores van het lokaal bestuur bezwaren formuleerde bij de toegekende scores en de gehanteerde criteria. Overwegende dat Opgroeien regie hierover zowel het lokaal bestuur als vzw Pierrot hoorde op een hoorzitting op 14 maart 2024 en deze bezwaren grondig onderzocht. Overwegende dat Opgroeien regie concludeerde dat criteria A, C, D, E en G duidelijke criteria waren op basis van duidelijke parameters en dat de score op deze criteria voldoende gemotiveerd waren. Overwegende dat Opgroeien regie daarnaast besliste criteria B en F te weren. Overwegende dat criterium B geweerd werd omdat niet duidelijk was op welk tijdstip de bereikbaarheid met het openbaar vervoer beoordeeld zou worden, rekening houdend met het nieuwe vervoersplan dat begin 2024 werd ingevoerd en verschillende wijzigingen onderging. Overwegende dat criterium F geweerd werd omdat onvoldoende transparant was op welke manier het criterium gescoord werd. XII-9816-10/20 Overwegende dat in het kader van voorliggende beslissing het standpunt en de motivering van Opgroeien regie over het weren van beide criteria gevolgd wordt en geacht wordt deel uit te maken van deze beslissing. Overwegende dat de aanvraag van vzw Pierrot ook op de resterende criteria A, C, D, Een G lager scoorde dan de aanvraag van OCMW Zottegem. Overwegende dat in combinatie met de score op de criteria van Opgroeien regie, de aanvraag in totaal een lagere score behaalde en dus lager gerangschikt werd dan de aanvraag van OCMW Zottegem. Overwegende dat de aanvraag van vzw Pierrot dus geweigerd werd door Opgroeien regie op 30 april
  46. Overwegende dat vzw Pierrot bezwaar aantekende tegen deze weigeringsbeslissing op 30 mei
  47. Overwegende dat in het bezwaarschrift volgende argumenten worden ingeroepen: - Ligging wordt tweemaal gescoord - De vaststelling dat de opvang gelegen is op het grondgebied van de gemeente Zottegem en Godveerdegem. - Ligging is geen synoniem van ‘adres’ - een rechtsonzekere en niet-transparante interpretatie - De gebruikte armoedecijfers bij criterium A - Schending onpartijdigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel Overwegende dat vastgesteld wordt dat de vzw Pierrot in haar bezwaarschrift van 30 mei 2024 niet terugkomt op volgende argumenten die door haar op de hoorzitting van 14 maart 2024 werden opgeworpen met betrekking tot de scores van het lokaal bestuur: - Respecteren hoorrecht - Motivering van de scores - Schending van de bevoegdheid van het lokaal loket Overwegende dat hieruit kan afgeleid worden dat vzw Pierrot akkoord gaat met het standpunt en de motivering die Opgroeien regie over deze argumenten opnam in haar beslissing van 30 april
  48. Overwegende dat deze motivering geacht wordt eveneens deel uit maken van voorliggende beslissing. Gezien het advies van de Adviescommissie van 28 augustus 2024 waarbij het bezwaar gegrond verklaard werd. Overwegende de vaststelling van de Adviescommissie dat het begrip ‘locatie’ in het kader van de beoordeling van de verschillende aanvragen binnen de gemeente onvoldoende eenduidig is, met name in het specifieke geval dat het perceel van een aanvrager zich binnen dezelfde gemeente op het grondgebied van twee deelgemeenten bevindt. Overwegende dat de Adviescommissie daarnaast vaststelt dat het onmogelijk is om te achterhalen of de criteria waarmee het lokaal bestuur de aanvragen beoordeelde onpartijdig tot stand gekomen zijn. Overwegende dat het advies van de Adviescommissie dus alleen ingaat op de argumenten dat de opvanggelegen is in twee deelgemeenten en dat ligging een synoniem is van adres enerzijds en op de schending van het onpartiidigheidsbeginsel anderzijds. Overwegende dat hieruit kan afgeleid worden dat de Adviescommissie van oordeel is dat de andere argumenten (tweemaal scoren van ligging en gebruikte armoedecijfers) niet konden overtuigen en geen impact konden hebben op de genomen weigeringsbeslissing. Overwegende dat vzw Pierrot van oordeel is dat de criteria die gebaseerd zijn op de ligging van de kinderopvanglocatie ten onrechte focussen op het adres van de locatie om de score te bepalen en niet op de fysieke ligging van het pand waar de kinderopvang georganiseerd wordt. XII-9816-11/20 Overwegende dat de kinderopvanglocatie van vzw Pierrot op basis van het adres gelegen is in Godveerdegem, maar dat het perceel waarop de kinderopvanglocatie gevestigd is, deels op het grondgebied van Zottegem blijkt te liggen. Overwegende dat voor de beoordeling van de aanvraag van vzw Pierrot bijgevolg de inhoudelijke invulling van de criteria met betrekking tot de ligging van de kinderopvanglocatie zeer bepalend is. Overwegende dat het op zich een logische aanpak is van het lokaal bestuur om zich voor de beoordeling van criteria die verwijzen naar de ligging van een kinderopvanglocatie, op het adres te baseren. Overwegende dat echter vastgesteld wordt dat, ondanks die logica, er bij één van de aanvragers onduidelijkheid bestond over de toepassing van criteria A en D, omdat het perceel van de kinderopvanglocatie in twee deelgemeentes gelegen is. Overwegende dat ook de Adviescommissie expliciet stelt dat het begrip ‘locatie’ in het kader van de beoordeling van de criteria binnen de gemeente Zottegem onvoldoende eenduidig was. Overwegende dat het besluit van de Vlaamse regering van 24 mei 2013 houdende het lokaal beleid kinderopvang in artikel 7, derde lid, 1°, stelt dat criteria van het lokaal bestuur transparant, objectief en relevant moeten zijn. Overwegende dat ook het beslissingskader expliciet bepaalt dat criteria transparant, objectief en relevant moeten zijn. Overwegende dat het beslissingskader bovendien stelt dat Opgroeien regie criteria, die niet aan de vereisten voldoen, niet meeneemt en dat in dat geval de score van het advies van het lokaal bestuur verder wordt meegenomen zonder de score op het verworpen criterium. Overwegende dat blijkt uit de concrete context van het dossier dat de criteria A en D van het lokaal bestuur met betrekking tot de ligging van de locatie, onvoldoende transparant zijn, aangezien nergens expliciet bepaald is dat het adres gebruikt zal worden voor de scoring van de criteria. Overwegende dat de specifieke context van de locatie van de vzw Pierrot, waar het perceel van de kinderopvanglocatie de facto in twee gemeenten gelegen is, maakt dat de opgestelde criteria voor die context onvoldoende duidelijkheid boden en dus niet voldoende transparant waren. Overwegende dat het dan ook op basis van het geldend beslissingskader noodzakelijk is criteria A en D eveneens te weren. Overwegende dat vzw Pierrot van oordeel is dat de resterende criteria niet voldoende onderscheidend meer zijn en dat om die reden evenmin rekening gehouden kan worden met de overige drie criteria (C, Een F) van het lokaal bestuur. Overwegende echter dat het beslissingskader expliciet bepaalt dat de scores van het lokaal bestuur op de overgebleven criteria gebruikt worden en dat alleen de scores op de verworpen criteria geweerd worden. Overwegende dat het feit dat beide aanvragen een gelijke score behalen op de resterende criteria, geen reden is om het volledig advies van het lokaal bestuur en alle criteria te weren. Overwegende dat het mogelijk is dat in een gemeente meerdere aanvragen hetzij op de criteria van het lokaal bestuur, hetzij op de criteria van Opgroeien regie, hetzij op alle criteria, een zelfde score behalen. Overwegende dat om die reden het beslissingskader voorziet welke stappen er gezet worden indien meerdere aanvragen een zelfde score behalen. Overwegende dat er geen enkele reden is om de scores op de criteria die wel voldeden aan de vereisten van transparantie, objectiviteit en relevantie eveneens te weren. XII-9816-12/20 Overwegende dat noch het beslissingskader, noch enige andere rechtsgrond bepaalt dat er een minimum aantal criteria moet voorhanden zijn om de aanvragen te scoren en te vergelijken. Overwegende dat de aanvragen in Zottegem bijgevolg moeten beoordeeld en gerangschikt worden op basis van de drie resterende criteria van het lokaal bestuur, zijnde criteria C, Een G, enerzijds, en de twee criteria van Opgroeien regie anderzijds. Overwegende dat zowel de aanvraag van vzw Pierrot, als de aanvraag van OCMW Zottegem op deze criteria in totaal de maximale score behalen van 10/10 punten. Overwegende dat in dat geval toepassing gemaakt moet worden van de specifieke clausule in het beslissingskader die bepaalt op welke grond beide aanvragen vergeleken moeten worden wanneer ze een gelijke score behaalden. Overwegende dat beide aanvragen kunnen gerangschikt worden door na te gaan welke organisator het minst aantal subsidieerbare plaatsen met de subsidie voor inkomenstarief (T2) (groepsopvang en gezinsopvang samen) over alle locaties en subsidiegroepen heen heeft. Overwegende dat vzw Pierrot over 161 subsidieerbare plaatsen met de subsidie voor inkomenstarief beschikte op 15 december 2023 en het OCMW Zottegem over 140 subsidieerbare plaatsen met de subsidie voor inkomenstarief. Overwegende dat op basis hiervan de subsidieerbare plaatsen effectief naar het OCMW Zottegem moeten gaan en dat de aanvraag van vzw Pierrot geweigerd moet worden. Overwegende dat vzw Pierrot zowel in het initieel bezwaar van 30 mei 2024, als in haar schrijven van 13 september 2024 nog opwerpt dat het lokaal bestuur niet onpartijdig gehandeld heeft. Overwegende dat hiervoor verwezen wordt naar het feit dat het lokaal bestuur een pand ter beschikking stelt aan het OCMW voor het realiseren van kinderopvang. Overwegende dat vzw Pierrot hieruit afleidt dat het lokaal bestuur niet meer onpartijdig kon optreden. Overwegende dat dergelijke stelling zou betekenen dat elk lokaal bestuur dat zelf kinderopvang organiseert, dan wel de organisatie van kinderopvang op haar grondgebied faciliteert door een samenwerking met het OCMW of een andere partner, niet meer onpartijdig kan optreden en geen advies meer kan verlenen in het kader van een oproep voor subsidies. Overwegende dat dit een te vergaande stelling is die niet geobjectiveerd of onderbouwd wordt. Overwegende dat vzw Pierrot evenmin onderbouwt, noch aantoont dat de criteria partijdig werden opgesteld, dan wel partijdig en niet objectief werden toegepast. Overwegende dat de stelling over een gebrek aan onpartijdigheid gebaseerd is op assumpties en insinuaties, maar nergens degelijk onderbouwd wordt. Overwegende dat voor het vastleggen van alle criteria door het lokaal bestuur de organisatoren van kinderopvang binnen het LOK betrokken werden. Overwegende dat bij de bespreking van de criteria binnen het LOK geen enkele opmerking geformuleerd werd dat de opgestelde criteria niet logisch waren binnen de context van gemeente Zottegem, dat ze niet relevant of objectief werden opgesteld, rekening houdend met de maatschappelijke realiteit van de gemeente. Overwegende dat ook nu vzw Pierrot niet concretiseert op welke manier de criteria mogelijk partijdig zouden zijn opgesteld en niet tot gevolg zouden hebben dat subsidies zouden terechtkomen in de wijk/buurt van Zottegem waar dit het meeste nodig was, of bij organisatoren die hiervoor niet het juiste profiel zouden hebben. Overwegende bovendien dat vzw Pierrot zelf aanhaalt dat deze criteria reeds in 2020 werden opgesteld en goedgekeurd en dat een update gebeurde in
  49. XII-9816-13/20 Overwegende dat vzw Pierrot dus ook zelf reeds jaren op de hoogte was van de gehanteerde criteria en zelf actief op zoek kon gaan naar een locatie die de hoogste score zou behalen op de goedgekeurde criteria. Overwegende dat het een lokaal bestuur niet verweten kan worden in het kader van goed bestuur om een beleid te voeren waarbij ze beslist om een pand te bestemmen voor kinderopvang, dat in een kansarme buurt op een goed bereikbare plaats ligt in een gebied waar nog niet veel plaatsen met de subsidie voor inkomenstarief voorhanden zijn. Overwegende dat die keuze van het lokaal bestuur niet automatisch tot gevolg heeft dat het lokaal bestuur in haar regierol niet meer onpartijdig kan optreden. Overwegende het principe dat wie iets beweert dit ook moet kunnen staven. Overwegende echter dat vzw Pierrot op geen enkele manier benoemt én aantoont welk criterium of welke criteria dan precies niet onpartijdig zouden tot stand gekomen zijn, niet relevant zouden zijn, niet zouden beantwoorden aan de maatschappelijke realiteit binnen de gemeente. Overwegende dat dan ook niet vastgesteld kan worden dat het lokaal bestuur niet onpartijdig, niet objectief of niet zorgvuldig zou gehandeld hebben. Overwegende dat bijgevolg op basis van het geldend beslissingskader en op basis van de resterende criteria van het lokaal bestuur (C, E en G) een beoordeling van de aanvragen kan gebeuren. Beslissing Gelet op de hierboven weergegeven overwegingen wordt het bezwaar gedeeltelijk gegrond geacht, in die zin dat de gehanteerde criteria A en D van het lokaal bestuur, waarin de ligging van de locatie een parameter is voor de score, onvoldoende transparant worden geacht in de concrete context. Om die reden worden deze criteria, net als de criteria B en F, geweerd uit het advies van het lokaal bestuur. Na rangschikking van de aanvragen in Zottegem op basis van de resterende criteria van het lokaal bestuur enerzijds en van Opgroeien regie anderzijds, overeenkomstig het geldend beslissingskader, wordt beslist dat de aanvraag van vzw Pierrot geweigerd wordt aangezien de aanvraag lager gerangschikt is op basis van het beslissingskader en er na de toekenning van plaatsen aan de hoger gerangschikte aanvraag, geen plaatsen meer overblijven om toe te kennen aan de vzw Pierrot. […] Caroline Gennez Vlaams minister van Welzijn en Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen” IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
  50. Op 17 februari 2025, drie dagen voor de terechtzitting, leggen de verwerende partijen, uit eigen initiatief bijkomende stukken neer. Op 18 februari 2025, twee dagen voor de terechtzitting, legt de verzoekende partij bijkomende stukken neer. Ter terechtzitting verzet de verzoekende partij zich tegen het neerleggen van het nieuwe stukken door de verwerende partij aan het dossier. XII-9816-14/20 De toepasselijke procedureregeling voorziet niet in de mogelijkheid tot de neerlegging van bijkomende stukken na het auditoraatsverslag. Wel mag een partij aan de Raad van State nieuwe feiten ter kennis brengen die een invloed kunnen hebben op de ontvankelijkheid of gegrondheid van het beroep. De nieuwe stukken worden, in zoverre zij op nieuwe feiten betrekking hebben, bij de beoordeling van de zaak betrokken. In zoverre zij geen betrekking hebben op dergelijke feiten maar wel de neerslag vormen van de uiteenzetting ter zitting, worden zij niet als een processtuk maar enkel als inlichting in aanmerking genomen. In zoverre de verwerende partijen in hun mondelinge opmerkingen ter terechtzitting of in de bijkomende stukken nieuwe argumenten ontwikkelen waarvan zij, zoals ten deze, niet aantonen dat zij die niet in de nota met opmerkingen konden ontwikkelen, zijn zij niet-ontvankelijk en worden ze uit het debat geweerd. V. Ontvankelijkheid van het beroep
  51. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VI. Schorsingsvoorwaarden
  52. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals van toepassing op het tijdstip van het indienen van het beroep, kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt XII-9816-15/20 aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. XII-9816-16/20 VII. Spoedeisendheid Uiteenzetting van de verzoekende partij
  53. In de mate het beroep betrekking heeft op de tweede bestreden beslissing voert de verzoekende partij aan dat de subsidiebelofte geldig is van 15 mei 2024 tot en met 28 februari 2025, en verlengbaar is na gemotiveerd verzoek, voor een maximum van zes maanden, dat is tot 28 augustus
  54. De verzoekende partij stelt vast dat de kinderopvang van het OCMW Zottegem nog niet werd gerealiseerd, waardoor er nog geen subsidietoekenning kan zijn gebeurd. Volgens de verzoekende partij zal, gelet op de eindtermijn van de subsidiebelofte, zelfs als deze laatste nog met zes maanden wordt verlengd, het doorlopen van een gewone vernietigingsprocedure laattijdig zijn. Derhalve is de spoedeisendheid volgens de verzoekende partij verantwoord, wil zij ook uit het beroep tegen de tweede bestreden beslissing, en desgevallend ook uit het beroep tegen de eerste bestreden beslissing, nog voordeel halen. Beoordeling
  55. Naar eis van artikel 17, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van dit verzoekschrift wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 8, eerste lid, 4°, van het inmiddels opgeheven koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een – voortdurende – tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Voorts kan luidens het toentertijd geldende artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, een vordering tot schorsing worden gevorderd “op elk moment” en dus niet meer, zoals in de XII-9816-17/20 voorheen bestaande regelgeving, noodzakelijk in een enig verzoekschrift samen met de vernietiging. Met deze regeling heeft de wetgever precies de situaties willen verlaten waarbij “geen enkele bijzondere gebeurtenis vereist dat de Raad van State zich bij spoedeisendheid over de zaak die [hem] wordt voorgelegd uitspreekt” (Memorie van toelichting, SENAAT, 2012-2013, 7 oktober 2013, nr. 5-2277/1, 4). De spoedeisendheid “zal worden vastgesteld wanneer de verzoeker het resultaat van [de] procedure [ten gronde] niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen” (Memorie van toelichting, SENAAT, 2012-2013, 7 oktober 2013, nr. 5-2277/1, 13). Bovendien mag een nieuwe vordering worden ingediend, indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen (het toentertijd geldende artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan aan te voeren dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
  56. De verzoekende partij verduidelijkt niet welke “onherroepelijk schadelijke gevolgen” zij dreigt te ondervinden. Voor zover de verzoekende partij impliciet wijst op een financieel nadeel, dient eraan herinnerd dat het niet volstaat om een financieel nadeel in te roepen om de spoedeisendheid te verantwoorden. Een financieel verlies kan immers, tenzij het tegendeel aannemelijk wordt gemaakt, worden hersteld na een annulatiearrest. Om de spoedeisendheid aan te tonen moeten de financiële gevolgen, zo ze concreet zijn aangetoond, in beginsel onomkeerbaar zijn. De omvang van een financieel en economisch nadeel moet dus, om een gebeurlijke schorsing te verantwoorden, dermate zijn dat de verzoekende partij de duur die een annulatieprocedure in beslag neemt niet zal kunnen overbruggen. Een verzoekende partij kan er zich niet toe beperken, wat dat betreft, te stellen dat zij dit nadeel lijdt, zonder enig gegeven te verstrekken omtrent het bestaan en de omvang ervan. XII-9816-18/20 De verzoekende partij legt geen enkel concreet en precies gegeven voor waaruit blijkt dat zij ingevolge de bestreden beslissingen de duur van de annulatieprocedure financieel niet zal kunnen overbruggen. Zij geeft zelf in haar verzoekschrift aan dat zij zeven verschillende vestigingen heeft, die instaan voor de opvang van 353 kinderen, terwijl het beroep betrekking heeft op een aanvraag voor een subsidiebelofte voor 17 nieuwe plaatsen inkomenstarief in de uitbreidingsronde
  57. Zij laat na om de concrete financiële impact voor haar te concretiseren. Er worden geen concrete cijfers voorgelegd. De verzoekende partij toont niet aan dat het bestreden besluit onomkeerbare en onherstelbare financiële gevolgen met zich meebrengt.
  58. De verzoekende partij toont voorts niet aan dat er sprake is van enig ander nadeel waardoor zij zich in een toestand bevindt met onherroepelijke schadelijke gevolgen. De eindtermijn van de subsidiebelofte, die nog met zes maanden kan worden verlengd tot 28 augustus 2025, verandert niets aan de voorgaande vaststelling. De verzoekende partij toont niet aan dat daardoor haar bestaan of voortbestaan zelf of het financieel evenwicht ernstig in gevaar wordt gebracht in de mate dat de nietigverklaring na de datum van 28 augustus 2025 van de bestreden beslissingen en het daaropvolgende rechtsherstel voor haar geen onmiddellijk nut meer kunnen hebben.
  59. Uit wat voorafgaat, volgt dat de verzoekende partij niet aantoont dat er sprake is van spoedeisendheid. VIII. Conclusie
  60. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals van toepassing op het tijdstip van het indienen van het beroep, die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. XII-9816-19/20 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijfentwintig februari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Frédéric Vanneste, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Frédéric Vanneste XII-9816-20/20 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.474 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.614 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.