← België

Arrest 262490 - Reglementen (sociale zaken en volksgezondheid) - 26/02/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 februari 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.490 Rolnummer: A. 243596/IX-10589 Zaak: Arrest 262490 - Reglementen (sociale zaken en volksgezondheid) - 26/02/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-03-07 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-16 05:49 Fiche Arrest nr 262.490 van 26 februari 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Reglementen (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 262.490 van 26 februari 2025 in de zaak A. 243.596/IX-10.589 In zake: K.V. woonplaats kiezend te tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Vaalbeek Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp

  1. Het verzoekschrift, ingediend op 26 november 2024, is gericht tegen “het vonnis in eerste aanleg, te Oudenaarde, van datum 22 juni 2023 en met kenmerk AR nr. 22/357/A” en tegen het “[a]rrest van het Hof van beroep, te Gent, van datum 15 november 2024, met rolnummer 2023/AR/1281”, waarvan verzoekster de schorsing vraagt “tot de definitieve uitspraak door de Raad van State”, evenals de nietigverklaring “met eis op schadevergoeding”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. Adjunct-auditeur Christiaan Lesaffer heeft een verslag opgesteld over het beroep tot nietigverklaring met toepassing van artikel 93, eerste lid, van IX-10.589-1/5 het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, over de vordering tot schorsing met toepassing van artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State’ en over het verzoek tot schadevergoeding tot herstel met toepassing van artikel 25/3 van voormeld besluit van de Regent. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 januari
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partij en advocaat Filip Stouthuysen, die loco advocaat Ine De Cneudt verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Christiaan Lesaffer, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Toepassing kortedebattenprocedure – rechtsmacht van de Raad van State
  5. Voorwerp van het beroep zijn een vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde en een arrest van het hof van beroep van Gent die uitspraak doen over een geschil over de contractuele rechten en verplichtingen tussen verzoekster en haar partner, enerzijds, en Dovy keukens nv, anderzijds. IX-10.589-2/5
  6. Geen enkele grondwets- of wetsbepaling wijst de Raad van State de bevoegdheid toe om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring van vonnissen en arresten van de rechtbanken van de rechterlijke orde. De Raad van State is ook niet bevoegd om, in de plaats van de hoven en rechtbanken van de rechterlijke orde, kennis te nemen van geschillen over burgerlijke rechten. Deze exceptie dient desnoods ambtshalve te worden opgeworpen. Het beroep wordt afgewezen.
  7. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met een kort debat kan worden afgedaan. IV. De vordering tot schorsing en de eis tot schadevergoeding tot herstel
  8. De verwerping van het beroep tot nietigverklaring heeft tot gevolg dat ook de vordering tot schorsing, die er het accessorium van is, verworpen moet worden.
  9. Evenmin is er reden om uitspraak te doen over de vordering tot schadevergoeding tot herstel. V. Kosten
  10. De kosten die verband houden met het verzoek tot schadevergoeding tot herstel moeten aan verzoekster worden terugbetaald. 9.
  11. De verwerende partij vraagt een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro. Overeenkomstig artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de afdeling Bestuursrechtspraak een IX-10.589-3/5 rechtsplegingsvergoeding toekennen, die een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Er is te dezen grond om overeenkomstig artikel 30/1, § 1, eerste lid, van deze gecoördineerde wetten, aan de verwerende partij een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen nu deze als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd. 9.
  12. Wat de begroting van de omvang van de rechtsplegingsvergoeding betreft, bepaalt artikel 30/1, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State: “De afdeling Bestuursrechtspraak kan, bij met bijzondere redenen omklede beslissing, de vergoeding verlagen of verhogen, zonder echter de door de Koning voorziene maximale en minimale bedragen te overschrijden. In haar beoordeling houdt ze rekening met: 1° de financiële draagkracht van de in het ongelijk gestelde partij, om het bedrag van de vergoeding te verlagen; 2° de complexiteit van de zaak; 3° de kennelijk onredelijke aard van de situatie.” Gelet op de kennelijke onontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring, is de tussenkomst van de raadsman van de verwerende partij beperkt gebleven. In het licht van de hiervoor geciteerde bepaling, dient de rechtsplegingsvergoeding bepaald te worden op het minimumbedrag waarin het algemeen procedurereglement voorziet. BESLISSING
  13. De Raad van State verwerpt het beroep.
  14. De Raad van State verwerpt de vorderingen tot schorsing en tot schadevergoeding tot herstel. IX-10.589-4/5
  15. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
  16. Het onverschuldigde rolrecht van 200 euro en de onverschuldigde bijdrage van 24 euro voor het verzoek tot schadevergoeding tot herstel worden aan de verzoekende partij terugbetaald. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zesentwintig februari tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.589-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.490 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.