← België

Arrest 262546 - Erkenningen – Accreditaties (economische zaken) - 05/03/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.546 Rolnummer: A. 238312/XIV-39121 Zaak: Arrest 262546 - Erkenningen – Accreditaties (economische zaken) - 05/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-03-07 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-13 05:38 Fiche Arrest nr 262.546 van 5 maart 2025 Economische zaken - Erkenningen – Accreditaties (economische zaken) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 262.546 van 5 maart 2025 in de zaak A. 238.312/XIV-39.121 In zake : de BV F. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Veerle Scheys en Rob Valkeneers kantoor houdend te 3500 Hasselt Gouverneur Roppesingel 15/1.

  1. bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Werk bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ivan Ficher kantoor houdend te 1030 Brussel A. Reyerslaan 110 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  2. Het beroep, ingesteld op 1 februari 2023, strekt tot de nietig-verklaring van de beslissing van het Paritair Subcomité (322.01) voor de erkende ondernemingen die buurtwerken- of -diensten leveren van 8 november 2022 waarbij de aanvraag van de verzoekende partij tot erkenning van de opleiding ‘huishoudhulp dienstencheques’ als opleiding in het raam van het betaald educatief verlof wordt geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
  3. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XIV-39.121-1/11 Eerste auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 11 december 2024 om 14:30 uur. Staatsraad Inge Vos heeft verslag uitgebracht. Advocaat Ivan Ficher, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoekende partij is een besloten vennootschap die onder meer tot voorwerp heeft het verlenen van dienstprestaties in de meest uitgebreide betekenis, waarin onder andere zijn begrepen: het verzorgen van opleidingen, overige onderwijsondersteunende dienstverlening en overige vormen van onderwijs. 3.
  6. Op 1 juli 2022 dient de algemeen directeur van de verzoekende partij bij de Erkenningscommissie betaald educatief verlof van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel (bestuur Brussel Economie en Werkgelegenheid) een XIV-39.121-2/11 aanvraag tot erkenning van vijf opleidingen in, waaronder de opleiding ‘Huishoudhulp dienstencheques’. 3.
  7. Op 8 augustus 2022 antwoordt de Brusselse Erkennings-commissie dat zij de aanvraag tot erkenning van de opleiding ‘Huishoudhulp dienstencheques’ niet kan goedkeuren. Zij is van oordeel dat de betrokken opleiding vooral van belang is voor werknemers of werkgevers in de schoonmaak-sector, zodat het gaat om een sectorale opleiding die niet valt onder haar bevoegdheid maar onder de bevoegdheid van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (hierna: FOD WASO). Ook de FOD WASO wordt van dit schrijven in kennis gesteld. 3.
  8. Op 26 augustus 2022 deelt de voorzitter van het Paritair Subcomité 322.01 voor de erkende ondernemingen die buurtwerken- of -diensten leveren (hierna: Paritair Subcomité 322.01), aan de verzoekende partij mee dat haar aanvraag tot erkenning van de opleiding ‘Huishoudhulp dienstencheques’ niet onder één van de specifieke gevallen voor een automatische erkenning valt en dat een aanvraag kan worden ingediend bij de FOD WASO, gericht aan de voorzitter van het paritair comité. Daarbij wordt verwezen naar een webpagina, waarop de procedure staat beschreven en waarop ook het aanvraagformulier terug te vinden is. Meegedeeld wordt dat er voor het Paritair Subcomité 322.01 geen specifiek formulier bestaat en het algemene aanvraagformulier volstaat. 3.
  9. Op 25 september 2022 ondertekent de algemeen directeur van de verzoekende partij het ingevulde aanvraagformulier voor erkenning van de opleiding ‘Huishoudhulp dienstencheques’ in het kader van betaald educatief verlof. Bij dit aanvraagformulier wordt een document bijgevoegd met het programma van de opleiding waarbij tevens wordt vermeld dat het gaat om een doorlopende opleiding van 96 uren met opstart op 30 september 2022 tot 31 augustus 2023, bestaande uit negen modules, bestemd voor 600 medewerkers. XIV-39.121-3/11 3.
  10. Op 27 september 2022 richt de algemeen directeur van de verzoekende partij het volgende e-mailbericht aan de voorzitter van het Paritair Subcomité 322.01 in verband met de aanvraag voor erkenning van de opleiding ‘Huishoudhulp dienstencheques’: “In bijlage de gevraagde documenten voor de erkenning voor de opleiding ‘Huishoudhulp dienstencheques’. Ik heb het vorige document met de volledige uitleg en beschrijving van de opleiding toegevoegd want ik kan deze niet terugvinden op de website. Is dit voldoende of heb ik iets over het hoofd gezien? Alvast bedankt. Aarzel niet mij te contacteren voor meer informatie.” 3.
  11. Op 27 september 2022 antwoordt de voorzitter van het PSC 322.01 hierop als volgt: “Ik kan u bevestigen wat we aan de telefoon hebben besproken: Het aanvraagformulier, vergezeld van het opleidingsprogramma, dient u op te sturen: via de post, aan de voorzitter van het paritair comité. Ik ben voorzitter voor paritair comité 322.
  12. U mag het naar mij sturen voor dit paritair comité:  Het opleidingsprogramma is een document dat u zelf opmaakt met alle informatie over de opleiding die u wenst te laten erkennen.  Het aanvraagformulier is het formulier dat u op de website terugvindt (link in eerder mail onderaan).” 3.
  13. Het aanvraagformulier en bijgevoegd document wordt vervolgens door de verzoekende partij, in een envelop van de dienstencheque-onderneming [T.]., per post aan de FOD WASO bezorgd, en ontvangen door de FOD WASO op 10 oktober
  14. 3.
  15. Op 8 november 2022 weigert het Paritair Subcomité 322.01 de aanvraag van de verzoekende partij tot erkenning van de opleiding ‘Huishoudhulp dienstencheques’. Dit is de bestreden beslissing, die luidt als volgt: “PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE ERKENDE ONDERNEMINGEN DIE BUURTWERKEN OF DIENSTEN LEVEREN LEVEREN XIV-39.121-4/11 Gelet op Afdeling 6 van de Herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen; Gelet op het KB van 23 juli 1985 tot uitvoering van afdeling 6 van hoofdstuk IV van de Herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen tot toekenning van betaald educatief verlof in het kader van de voortdurende vorming van de werknemers; Gelet op de aanvraag tot erkenning in het kader van het betaald educatief verlof, ingediend door [de bv F.] op 10/10/2022; Beslissing Heeft PARITAIR SUBCOMITE VOOR DE ERKENDE ONDERNEMINGEN DIE BUURTWERKEN OF -DIENSTEN LEVEREN, in haar vergadering van 08/11/2022 unaniem beslist de opleiding zoals opgenomen in de aanvraag van 10/10/2022 niet te erkennen. Huishoudhulp dienstencheques Redenen van de niet-erkenning: Vorming individueel via gsm van werknemers, didactiek past niet bij inhoud van de opleiding, didactiek niet passend voor doelgroep, deontologische kwestie verbondenheid van opleidingsverstrekker met dienstencheque-onderneming, niet vooraf ingeplande data, andere regionale instanties buigen zich over opleidingsvragen. Indien u deze beslissing betwist, kunt u een beroep tot nietigverklaring (en een verzoek tot opschorting) indienen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, overeenkomstig de procedure vastgelegd bij het Besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie bijlage voor de procedure die u moet volgen om een beroep in te dienen).” 3.
  16. Met een brief van 5 december 2022 wordt de bestreden beslissing aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. IV. Onderzoek van het tweede middel Uiteenzetting van het middel
  17. In een tweede middel voert de verzoekende partij een schending aan van het zorgvuldigheidsbeginsel. Zij betoogt dat de motieven in de bestreden beslissing dienen te steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die relevant zijn en met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld. Het Paritair Subcomité 322.01 is er, in strijd met de voorliggende dossierstukken, of minstens al te voortvarend, van uitgegaan dat de cursus op afstand (online) zou worden XIV-39.121-5/11 georganiseerd, zonder aandacht te schenken aan de dossierstukken dan wel zonder dienaangaande de verzoekende partij te bevragen. In de memorie van wederantwoord zet de verzoekende partij uiteen dat de verwerende partij haar ten onrechte verwijt zelf onzorgvuldig te zijn geweest. Zij stelt dat zij alle informatie die zij relevant achtte inzake het opleidingsprogramma dat zij wou laten erkennen aan de verwerende partij heeft bezorgd. Er zijn geen wettelijke erkenningscriteria vastgesteld en er is geen model van het opleidingsprogramma op de website beschikbaar waarin vermeld wordt welke gedetailleerde informatie de verwerende partij precies nodig heeft om een opleidingsprogramma te erkennen. Zij verwijst daarbij naar e-mailcorrespondentie met de verwerende partij waarin deze meedeelt: “Het opleidingsprogramma is een document dat u zelf opmaakt met alle informatie over de opleiding die u wenst te erkennen”. Zij merkt ook op dat zij aan de verwerende partij zelf gevraagd heeft of de verstrekte informatie voldoende was, dan wel of de verwerende partij nog bijkomende informatie nodig had, waarna deze op geen enkel ogenblik heeft aangegeven dat het opleidingsprogramma niet voldoende zou zijn of dat het dossier onvolledig zou zijn. Indien de verwerende partij van oordeel was dat de verschafte informatie onvoldoende of onduidelijk was en zij nog vragen had over het opleidingsprogramma (zoals over de wijze waarop de cursus zou worden georganiseerd, over de didactiek, over een mogelijk deontologisch probleem) had zij in eerste instantie, rekening houdend met het zorgvuldigheidsbeginsel en de hoorplicht, bijkomende informatie moeten opvragen om een vollediger beeld te verkrijgen en om op geïnformeerde wijze te oordelen over de erkenningsaanvraag. De verwerende partij heeft niettemin op basis van eigen en foutieve veronderstellingen voortvarend geoordeeld om de erkenning te weigeren.
  18. De verwerende partij stelt in de memorie van antwoord dat het Paritair Subcomité 322.01 wel degelijk aandacht aan het administratief dossier heeft geschonken. De bestreden beslissing verwijst volgens haar bovendien naar motieven die steunen op werkelijke bestaande en concrete feiten die relevant zijn en met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld. Zij betoogt dat de verzoekende partij zelf onzorgvuldig is geweest bij de samenstelling, XIV-39.121-6/11 documentering en motivering van haar aanvraag tot erkenning van een opleiding in het kader van het betaald educatief verlof. Zo werd het opleidingsprogramma voor een opleiding van 96 uren niet gedetailleerd door de verzoekende partij. Zij wijst er ook op dat de voorzitter van het Paritair Subcomité 322.01 de verzoekende partij meerdere malen heeft ingelicht over de te volgen procedure: “- e-mail van 26 augustus 2022 om 15:35: … ‘Informatie en procedure staan beschreven op volgende webpagina: https://werk.belgie.be/nl/themas/sociaal-overleg/erkenning-opleidingen-het- kader-van-het-betaald-educatief-verlof.’ Op de webpagina waarnaar wordt verwezen staat bovendien : ‘Het gepaste aanvraagformulier, vergezeld van het opleidingsprogramma, moet per post aan de voorzitter van het paritair comité toegestuurd worden.’ […] - e-mail van 27 september 2022 om 13:05: …. ‘het opleidingsprogramma is een document dat u zelf opmaakt met alle informatie over de opleiding die u wenst te laten erkennen. Het gepaste aanvraagformulier, vergezeld van het opleidingsprogramma, moet per post aan de voorzitter van het paritair comité toegestuurd worden’” In haar laatste memorie stelt de verwerende partij dat het zorgvuldigheidsbeginsel de administratieve overheid verplicht haar beslissing zorgvuldig voor te bereiden en te stoelen op een correcte feitenvinding. Onder verwijzing naar arrest nr. 182.303 van 24 april 2008 van de Raad van State (ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.303) betoogt zij dat het gegeven dat de verzoekende partij doorheen de administratieve procedure heeft nagelaten de nodige stavingsstukken en informatie voor te leggen, op zich net één van die feiten is waar het Paritair Subcomité, op basis van voormeld beginsel, rekening mee diende te houden. Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt geenszins in dat het Paritair Subcomité enig initiatief had moeten nemen om dit euvel te verhelpen. Gelet op de gebrekkige documentering en motivering van de aanvraag van de verzoekende partij heeft het Paritair Subcomité als een redelijke administratieve overheid gehandeld. Beoordeling
  19. In de mate de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord wat het tweede middel betreft, een schending van de hoorplicht XIV-39.121-7/11 aanvoert, toont zij niet aan dat zij deze grief niet reeds in haar verzoekschrift kon aanvoeren. Het tweede middel is in de aangegeven mate niet ontvankelijk.
  20. Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt in dat het bestuur zijn beslissing op zorgvuldige wijze moet voorbereiden. Dit impliceert dat de beslissing dient te steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld. De overheid is onder meer verplicht om zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van de beslissing en de feitelijke en juridische aspecten van het dossier deugdelijk te onderzoeken, zodat zij met kennis van zaken kan beslissen.
  21. De verzoekende partij maakt aannemelijk dat zij een volledig aanvraagdossier heeft ingediend op basis van de informatie die haar door de verwerende partij ter beschikking werd gesteld. Door middel van het door haar ingevulde standaardaanvraagformulier en het daarbij gevoegde document heeft de verzoekende partij de basisinformatie aangaande de opleiding ‘Huishoudhulp dienstencheques’ aan de verwerende partij verstrekt. In dat formulier en document heeft zij immers aangegeven dat het gaat om een doorlopende opleiding van 96 uren met opstart op 30 september 2022 tot 31 augustus 2023, voor welke doelgroep deze opleiding is bedoeld en dat zij bestaat uit negen modules waarbij zij voor elk van die modules verdere toelichting heeft verstrekt. In haar e-mailbericht van 27 september 2022 heeft zij daarnaast aan de voorzitter van het Paritair Subcomité 322.01 uitdrukkelijk de vraag gesteld of de door haar verstrekte informatie al dan niet voldoende was en zich aldus bereid verklaard om verdere informatie te verstrekken zo dit nodig zou worden geacht. XIV-39.121-8/11
  22. In de mate dat de verwerende partij voorts doet gelden dat de voorzitter van het Paritair Subcomité 322.01 de verzoekende partij meerdere malen heeft ingelicht over de te volgen procedure, wordt vastgesteld dat de verzoekende partij daarbij slechts op zeer algemene wijze werd gewezen op wat het aanvraag-formulier en het vereiste opleidingsprogramma inhoudt. Wat het aanvraag-formulier betreft, werd slechts verwezen naar het algemene aanvraagformulier zoals beschikbaar op de website van de verwerende partij waarin onder meer gevraagd wordt om het aantal contacturen van de opleiding per schooljaar en de duurtijd van de opleiding op te geven. Wat het opleidingsprogramma betreft, werd slechts vermeld dat het gaat om “een document dat u zelf opmaakt met alle informatie over de opleiding die u wenst te laten erkennen”. De verwerende partij maakt niet aannemelijk dat het door de verzoekende partij ingevulde aanvraagformulier en het daarbij gevoegde document, dat wel degelijk de basisinformatie over de betreffende opleiding bevat, niet beantwoordt aan de door de voorzitter van het Paritair Subcomité 322.01 verstrekte toelichting. Op basis van de zeer algemene toelichting door de voorzitter van het Paritair Subcomité 322.01 over de inhoud van het aanvraagformulier en het opleidingsprogramma kon de verzoekende partij ervan uitgaan dat de door haar verstrekte basisinformatie door middel van haar aanvraagformulier en daarbij gevoegde document voldoende was.
  23. De wijze waarop de verwerende partij vervolgens tot haar feitenvinding is gekomen, kan bezwaarlijk als zorgvuldig worden omschreven. Zo vermeldt de motivering van de bestreden beslissing als redenen van de niet-erkenning onder meer “vorming individueel via gsm van werknemers”, “didactiek past niet bij inhoud van de opleiding”, “didactiek niet passend voor doelgroep” en “niet vooraf ingeplande data”. De verwerende partij blijkt aldus meteen te hebben beslist om de opleiding niet te erkennen waarbij zij er zonder meer van uitgegaan is dat het een vorming op individuele basis via gsm zou betreffen, op niet vooraf ingeplande data, en dat het een didactiek betreft die niet passend is bij de inhoud van de opleiding en voor de betrokken doelgroep. XIV-39.121-9/11 Nergens uit het administratief dossier blijkt evenwel dat het gaat om een opleiding die aan werknemers zou worden verstrekt op individuele basis via gsm. In het aanvraagformulier en het bijgevoegd document is daarvan geen sprake. Het administratief dossier bevat voorts geen enkel ander stuk waaruit kan worden afgeleid dat sprake zou zijn van een opleiding op individuele basis via gsm. Daaruit vloeit meteen ook voort dat het allerminst duidelijk is hoe en op basis waarvan het Paritair Subcomité 322.01 heeft geoordeeld dat het zou gaan om een niet passende didactiek voor de inhoud van de opleiding en voor de doelgroep. Daarnaast bevat dat aanvraagformulier en document weliswaar geen detailinformatie omtrent de mogelijke of exacte data waarop de opleiding zou plaatsvinden, maar wel dat zij doorgaat van 30 september 2022 tot 31 augustus 2023 in antwoord op de vraag in het aanvraagformulier om de duurtijd van de opleiding op te geven. Van een zorgvuldig handelende overheid mag bovendien worden verwacht dat, wanneer het aanvraagdossier beantwoordt aan hetgeen werd gevraagd, zij eventueel ontbrekende informatie die zij meent alsnog nodig te hebben om met kennis van zaken te kunnen beslissen, zoals te dezen bijvoorbeeld inzake het al dan niet fysiek dan wel via gsm verstrekken van de opleiding en de exacte data waarop de opleiding zou plaatsvinden, opvraagt bij de erkenningsaanvrager. Dit geldt des te meer wanneer de aanvrager de verwerende partij daartoe uitdrukkelijk heeft uitgenodigd zoals in het voorliggende geval. Uit dit alles mag worden afgeleid dat niet blijkt dat de bestreden beslissing steunt op een zorgvuldige feitenvinding en dat de verwerende partij op basis van een afdoend en volledig onderzoek van de concrete aanvraag tot haar besluit is gekomen.
  24. Uit wat voorafgaat volgt dat de bestreden beslissing het zorgvuldigheidsbeginsel schendt. BESLISSING XIV-39.121-10/11
  25. De Raad van State vernietigt de beslissing van het Paritair Subcomité (322.01) voor de erkende ondernemingen die buurtwerken- of -diensten leveren van 8 november 2022 waarbij de aanvraag van de verzoekende partij tot erkenning van de opleiding ‘huishoudhulp dienstencheques’ als opleiding in het raam van het betaald educatief verlof wordt geweigerd.
  26. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Patricia De Somere, staatsraad, Inge Vos, staatsraad, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.121-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.546 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.182.303 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.