id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.563 Rolnummer: A. 242770/VII-42625 Zaak: Arrest 262563 - Niet begeleide minderjarigen - 06/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-03-13 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-16 05:52 Fiche Arrest nr 262.563 van 6 maart 2025 Vreemdelingen - Niet begeleide minderjarigen Beslissing : afvoering Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 262.563 van 6 maart 2025 in de zaak A. 242.770/VII-42.625 In zake : W.G. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefan Lauwers kantoor houdend te 2300 Turnhout Steenweg op Antwerpen 48 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ine De Cneudt kantoor houdend te 3054 Vaalbeek (Oud-Heverlee) Maurits Noëstraat 145 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep tot nietigverklaring, ingesteld op 11 juli 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Federale Overheidsdienst Justitie, dienst Voogdij, van 14 juni 2024 waarbij wordt beslist verzoekster te beschouwen als ouder dan 18 jaar en dat verzoekster geen voogd zal krijgen. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord en een administratief dossier ingediend. VII-42.625-1/4 Eerste auditeur Marijke Van Limbergen heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de VIIe kamer bij beschikking van 6 januari 2025 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 20 februari
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Afvoering van de rol
- Met een brief van 15 februari 2025, ontvangen door de griffie van de Raad van State op 17 februari 2025, deelt de verwerende partij mee dat verzoekster is overleden op 3 september 2024 na een schipbreuk voor de kust in het noorden van Frankrijk. Verzoeksters raadsman bevestigt haar overlijden met een e-mail van 19 februari 2025 en deelt tevens mee dat de zaak van de rol mag worden afgevoerd. VII-42.625-2/4 IV. Kosten
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring moeten ten laste worden gelegd van de nalatenschap van de overleden verzoekster.
- De verwerende partij vraagt in de memorie van antwoord de betaling van “de rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van 154,00 euro”. De Raad van State kan evenwel aan deze vraag geen gunstig gevolg geven. Immers, luidens artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan de afdeling Bestuursrechtspraak “een rechtsplegingsvergoeding toekennen, die een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de in het gelijk gestelde partij”. In een zaak die na het overlijden van de verzoekende partij van de rol moet worden afgevoerd, zoals het geval is in de zaak die voorligt, kan geen van de betrokken partijen als in het gelijk gestelde partij zoals bedoeld in de voormelde wetsbepaling worden aangewezen. Er is geen rechtsplegingsvergoeding verschuldigd. BESLISSING
- De zaak wordt van de rol afgevoerd.
- De nalatenschap van verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro. VII-42.625-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zes maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-42.625-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.563 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div