id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.615 Rolnummer: A. 243884/X-18956 Zaak: Arrest 262615 - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen - 14/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-03-18 Raadplegingen: 118 - laatst gezien 2026-06-17 02:26 Fiche Arrest nr 262.615 van 14 maart 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Verkiezingen, onverenigbaarheden en vervallenverklaringen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ecli_input ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 ecli_prefixe ECLI ecli_pays BE ecli_cour RVSCE ecli_cour_old RVSCE ecli_annee 2025 ecli_ordre 262.615 ecli_typedec 262 ecli_datedec ecli_chambre ecli_nosuite Invalid ECLI ID - no_ordre - Invalid type decision 262 ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 invalide Invalid ECLI ID - no_ordre - Invalid type decision 262 RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 262.615 van 14 maart 2025 in de zaak A. 243.884/X-18.956 GEMEENTERAADSVERKIEZING VAN 13 OKTOBER 2024 TE HEUVELLAND In zake : W.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Inge Derde en Alexander De Becker kantoor houdend te 9051 Sint-Denijs-Westrem Drie Koningenstraat 3 bij wie woonplaats wordt gekozen Belanghebbende partij in de procedure voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, hierna “belanghebbende partij” J.H. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Angelique Van de Meirssche en Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen Verzoekende partij in de procedure voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, hierna “verzoeker” -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 3 januari 2025, is gericht tegen het arrest van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen (hierna: RvV) van 24 december 2024 waarbij de gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente Heuvelland op 13 oktober 2024 nietig worden verklaard en waarbij wordt geoordeeld dat deze volledig dienen te worden overgedaan. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-1/33 II. Verloop van de rechtspleging
- De RvV heeft het administratief dossier ingediend. J.H. heeft een memorie van antwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 februari
- Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Alexander De Becker en Isabo Heirbaut, die verschijnen voor W.D., en advocaat Angelique Van De Meirssche, die verschijnt voor J.H., zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 13 oktober 2024 vinden in de gemeente Heuvelland gemeenteraadsverkiezingen plaats. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-2/33 Op grond van hun verkiezingsresultaten is aan de deelnemende lijsten het volgende aantal zetels in de gemeenteraad toegewezen: Nr Lijst stemcijfers % zetels 8 Gemeentebelangen 1.880 42,7% 10 3 CD&V 1.523 34,6% 8 5 N-VA Plus 456 10,4% 1 4 Vlaams Belang 292 6,6% 0 10 Heuvelland 237 5,4% 0 9 Inwonersbelangen 10 0,2% 0 Totaal 4.398 100% 19 3.
- W.D.M. is kandidaat voor de lijst Gemeentebelangen. Hij behaalt met zijn partij Gemeentebelangen de absolute meerderheid in de gemeente Heuvelland. Aangezien hij de meeste stemmen heeft verkregen, wordt hij in beginsel – onder voorbehoud van de uitkomst van deze procedure – burgemeester. J.H. is kandidaat voor de lijst N-VA Plus. Hij is niet verkozen maar eerste opvolger. 3.
- J.H. heeft door neerlegging in het digitaal loket op 20 november 2024 voor de Raad voor Verkiezingsbetwistingen in hoofdorde de ongeldigverklaring van de gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente Heuvelland van 13 oktober 2024 gevorderd. 3.
- Met een arrest met nr. RVERB-2425-0024 van 24 december 2024 verklaart de Raad voor Verkiezingsbetwistingen dat de gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente Heuvelland van 13 oktober 2024 nietig zijn en dat deze volledig dienen te worden overgedaan. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-3/33 3.
- Dit – bestreden – arrest steunt onder meer op de volgende overwegingen: “Het komt de Raad voor dat voor het geheel van de stemverrichtingen voor stembureau 4 deviante procedures werden toegepast en de afwerking van de administratieve formaliteiten op zeer slordige wijze is verlopen. Daar waar de andere onder ede bevraagde voorzitters van de stem- en telbureaus zijn aangeduid nadat ze een kandidaatstelling via een antwoordkaart bij de gemeente hebben ingediend en na contactname door de gemeentelijk coördinator, heeft de voorzitter van stembureau 4 zich kandidaat gesteld via een Messenger bericht op Facebook gestuurd naar de zetelend burgemeester en lijsttrekker van Gemeentebelangen, tevens de vierde betrokken partij. Het voorgaande bevestigt de nauwe banden die de verzoekende partij ook later in zijn verzoekschrift aanhaalt tussen de burgemeester en de lijst Gemeentebelangen enerzijds en de voorzitter van stembureau 4 anderzijds. Hoewel dergelijke banden op zich niet ongebruikelijk zijn in een gemeente met de omvang van de gemeente Heuvelland dient dit wel tegen het licht te worden gehouden van het hierna vermelde verloop van de stemverrichtingen in stembureau 4 en waar de voorzitter van het stembureau als dominante figuur actief bij betrokken was. De verzoekende partij haalt verder in het tweede middel (relevant in de beoordeling van het eerste middel) aan dat de voorzitter van stembureau 4 zich in aanloop naar de verkiezingen meermaals zeer negatief en openlijk heeft uitgedrukt op sociale media jegens zijn persoon. Op 5 oktober 2024 plaatste de voorzitter van stembureau 4 de volgende uitspraak op zijn sociale media: ‘Ik heb een oplossing voor de N-VA en de gemeenteraadsverkiezingen in Heuvelland, na de demarche van Zuhal Demir. Moest [J.H.] nu eens minister van onderwijs worden! Dat is toch een prima kandidaat. Het zou toch voor iedereen veel oplossen.’. Een andere post die op sociale media was geplaatst (volgens de verzoekende partij op 12 oktober 2024, het komt de Raad echter voor dat dit vier weken eerder was) verwijst opnieuw expliciet en in weinig verhullende termen naar de verzoekende partij: ‘Dag Patrick, ik wens jou en Inge alles succes. Jullie leverden een substantiële bijdrage bij het waarmaken van het dorpspunt in Nouter. Toch spijtig dat Jèf op jullie lijst staat. Maar allicht konden jullie daar niets aan doen. Toch oprecht, alle succes.’ Dergelijke berichten van een aangeduide voorzitter van een stembureau zijn in aanloop naar de verkiezingsdag evident te vermijden in het licht van neutraliteit en objectiviteit die kan verwacht worden van aangestelde ‘verkiezingsambtenaren’. De voorzitter erkende ook onder eed dat dit onvoorzichtig was en dat hij het niet aangenaam zou vinden als de verzoekende partij verkozen zou worden maar hij ontkende dat hij daarom geen objectieve voorzitter zou zijn geweest op de dag zelf. Hoewel dit vanuit een oogpunt van verwachte neutraliteit te mijden berichten zijn, doet dit niet automatisch vermoeden dat er op de dag zelf ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-4/33 een vooringenomenheid in hoofde van de betrokken voorzitter van stembureau 4 zou zijn geweest die belet dat de stembusgang niet correct zou verlopen. Toch is deze berichtgeving in aanloop naar de verkiezingen opmerkelijk in het licht van het eigenaardige verloop van de werkzaamheden van stembureau 4 en de cruciale en dominante positie die de voorzitter van stembureau 4 hierbij heeft gehad. Zo heeft de voorzitter van stembureau 4 op geheel eigen wijze de bijzitters aangeduid. Waar de andere onder ede bevraagde voorzitters de bijzitters hebben aangeduid uit de door de vrederechter aangereikte lijst, heeft de voorzitter van stembureau 4 zelf zijn bijzitters aangeduid uit zijn kennissenkring. De officieel aangeduide bijzitters werden doorgestuurd. De Raad stelt verder vast dat de administratieve formaliteiten voor stembureau 4 op een slordige en onvolledige wijze zijn uitgevoerd. In het proces-verbaal ontbreken gegevens. De processen-verbaal zijn de officiële documenten die de stem- en telverrichtingen bewijzen en waaraan een vermoeden van regelmatigheid kleeft. Het belang van deze documenten noopt de opstellers ervan de grootste omzichtigheid aan de dag te leggen. Daar waar de processen-verbaal lacunes bevatten, kan aan de ontbrekende gegevens bezwaarlijk een vermoeden van regelmatigheid worden gekleefd. De ondertekening van het proces-verbaal door de leden van het bureau en de getuigen met de erin opgenomen lacunes doet hieraan niets af. De ontbrekende gegevens dienen te worden bewezen aan de basis van nauwkeurige en met elkaar overeenstemmende elementen. De stelplicht hiervoor ligt evenwel bij de verzoekende partij. In het proces-verbaal is geen tijdstip opgenomen waarop het bureau is gesloten. De voorzitter van het stembureau verklaart in zijn getuigenverhoor dat het bureau is gesloten om 13 uur. Dit wordt niet betwist. In het proces-verbaal van telverrichtingen en het proces-verbaal van telling van de stemmen in telbureau G2 is genoteerd dat er 350 stembiljetten zijn geteld in de stembus van stembureau 4 wat overeenstemt met de stembiljetten die zijn ingevuld op het proces-verbaal van stembureau
- Echter zijn er volgens het proces-verbaal van stembureau 4 geen onbruikbaar gemaakte en niet-gebruikte stembiljetten. Het feit dat de stembiljetten gemanipuleerd zouden zijn, kan niet worden vermoed. De vierde betrokken partij wijst op een totaal onbelangrijke materiële vergissing. Dat het hier een louter materiële vergissing zou betreffen, kan evenmin worden vermoed. De oorzaak van het verschil van 100 stembiljetten tussen wat bij aanvang van de stemming is geteld en wat na de stembusgang is genoteerd, kan niet zomaar worden verondersteld. Uit het loutere verschil in stembiljetten kan niet worden afgeleid dat er fraude zou zijn gepleegd, evenmin kan hieruit worden afgeleid dat dit 100 ongebruikte en onbruikbaar gemaakte stembiljetten betreft die op de voorgeschreven wijze zouden zijn verwerkt. Wanneer er vragen rijzen rond eventuele manipulatie van stembiljetten bij de verplaatsing van het stembureau naar het telbureau is de verzegeling van de stembiljetten cruciaal om manipulatie uit te sluiten. Waar het proces- verbaal van de telverrichtingen in telbureau 2 verwijst naar een correcte verzegeling blijkt uit de getuigenverklaringen van de voorzitster van ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-5/33 telbureau 2 dat dit toch niet het geval was. Een en ander kan mogelijk verklaard worden door het feit dat op het ogenblik van aankomst van de stembus, de opening ervan en het tellen ervan veel verwarring heerste en het zeer hectisch was en de getuigen op afstand werden gehouden. De voorzitter van stembureau 4 herinnert zich niet meer of de zak met stembiljetten verzegeld was wat nochtans één van de belangrijkste handelingen uitmaakt in het verloop van de procedure: ‘(...) Voor zover ik me kan herinneren zijn de niet-gebruikte stembiljetten in een aparte zak gestoken. Ik denk dat ik de zakken verzegeld heb. De zakken waren alleszins gesloten. Ik kan hier nu niet bevestigen dat ze verzegeld zijn, maar ik ga er van uit. (...)’. In haar verklaring antwoordt de voorzitster van het telbureau 2 op de vraag: ‘Klopt het dat de zak met stembiljetten geopend was? In het PV stond dat de stembiljetten correct verzegeld waren?’ het volgende: ‘Nee, de zak was niet geopend. Er hing een zegel op de zak. Het zegel hing niet aan het spanbandje, maar wel aan de zak. Het was op dat moment zeer hectisch.’ Er hing een zegel op de zak en niet op het spanbandje. Het kleven van het zegel op het spanbandje is nochtans de enige zekere oplossing voor een correcte betrouwbare verzegeling. De Raad dient vast te stellen dat er geen correcte verzegeling was waarbij in het geval een zak wordt geopend ook het zegel zou worden verbroken. Tevens verklaarde de voorzitster van telbureau 2 dat de stembiljetten ongeordend in de zak zaten en dat er geen aantallen waren opgenomen op het kaartje dat aan de zak hing. Hierin kan alleen maar een nieuwe bevestiging worden gezien van de grote onachtzaamheid bij de afhandeling van de stembiljetten in stembureau
- Gezien de zak met stembiljetten niet correct en niet op sluitende wijze verzegeld was, is er geen absolute zekerheid dat de 350 geldige gebruikte stembiljetten dezelfde zouden zijn als deze die door het telbureau zijn ontvangen. Naast een correcte verzegeling is ook de wijze waarop de verplaatsing plaatsvindt cruciaal voor een correct verloop van de stemverrichtingen. De verplaatsing van het stembureau naar het telbureau door de voorzitter van stembureau 4 is door hem alleen gebeurd zonder aanwezigheid van de secretaris, een bijzitter of een ander nader te noemen persoon. Hierdoor is de verplaatsing volledig buiten het gezichtsveld gebeurd van de leden van het bureau en de getuigen. Het feitenrelaas dat de voorzitter van het stembureau 4 heeft voorbereid met het oog op zijn getuigenverklaring en wordt voorgelezen, is in dit opzicht allerminst sluitend. Het onbewaakt achterlaten van stembiljetten gedurende tiental minuten behoort evenmin tot de standaardprocedure. Zoals hierboven gezien, wordt zowel erkend door de voorzitster van telbureau 2 als door twee getuigen dat er een chaos was op het ogenblik dat de stembus van stembureau 4 is aangekomen in telbureau 2 en bij de tellingen die zijn uitgevoerd. Een hectiek die ertoe heeft geleid dat de stembiljetten van stembus 4 tot vijf keer toe dienden te worden herteld. Uit de getuigenverklaring blijkt de voorzitster niet aanwezig te zijn geweest bij de eerste twee tellingen en al telefonerend het nabijgelegen bureau te hebben opgezocht omwille van problemen. Het gegeven dat bij de drie ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-6/33 laatste hertellingen de voorzitster wel aanwezig was en de laatste telling zelf heeft uitgevoerd en deze hertellingen dan wel hetzelfde resultaat
(350)hebben opgeleverd doet niets af aan het gegeven dat een chaos aanwezig was. Het weerlegde vermoeden van regelmatigheid dat kleeft aan de processen- verbaal, samengenomen met de vastgestelde deviante procedures die zijn toegepast in het betrokken stembureau, tasten de geldigheid van de verkiezingen in die mate aan dat er geen vertrouwen meer kan zijn in een eerlijke en transparant verloop van de kiesverrichtingen in stembureau 4 en telbureau
- De Raad stelt vast dat de voorzitter van stembureau 4, van wie het neutraal karakter ernstig in vraag kan worden gesteld, voor zichzelf op basis van voldoende nauwkeurige en met elkaar overeenstemmende handelingen een speelveld heeft gecreëerd waarin hij zonder enige vorm van controle de mogelijkheid had om in te breken in de resultaten van de stemming. In het derde subonderdeel van het middel werpt de verzoekende partij een significant verschil op tussen de ingevulde stembiljetten van de gemeenteraads- en provinciale verkiezingen. De verzoekende partij wordt hierin bijgetreden door de derde betrokken partij. De vierde betrokken partij stelt dat het verschil tussen de provincie- en gemeenteraadsverkiezingen totaal irrelevant is voor de gemeenteraadsverkiezingen. De verzoekende partij toont niet op diligente wijze aan dat het vastgestelde aantal onwaarschijnlijk hoog ligt. De verzoekende partij laat na de verhouding tussen 1° het aantal niet-Belgische EU inwoners ten opzichte van het totaal aantal inwoners in de gemeente Heuvelland te vergelijken met 2° het aantal stemgerechtigde inwoners dat effectief is gaan stemmen ten opzichte van het aantal niet-Belgische EU inwoners dat is gaan stemmen. Derhalve kan geen enkele nuttige uitspraak gedaan worden omtrent de aangehaalde 60 extra stembiljetten voor de gemeenteraadsverkiezingen ten opzichte van deze voor de provincieraadverkiezingen. Het is niet aan de Raad doch aan de verzoekende partij om dit te exploreren en dit concreet en overtuigend aan te tonen. Op dit subonderdeel faalt de verzoekende partij om op concrete, nauwkeurige, zorgvuldige en overtuigende wijze aan te tonen dat manipulatie aan de oorzaak hiervan zou liggen en wat de weerslag ervan zou zijn op het verkiezingsresultaat. Daar waar de verzoekende partij onlogisch stemgedrag en afwijkingen in de verhouding tussen lijst- en naamstemmen, alsook een opmerkelijke hogere opkomst opwerpt voor stembureau 4, stelt de verzoekende partij dat dit vooral tot vreemde verhoudingen leidt binnen de lijst Gemeentebelangen. De stelplicht ligt bij de verzoekende partij. Dit middel wordt niet concreet gemaakt aan de hand van cijfergegevens en mist grondslag. Verder werpt de verzoekende partij een onregelmatige en dominante aanwezigheid op van de burgemeester (vierde betrokken partij) en de vader van de burgemeester. Op basis van het proces-verbaal en de getuigenverhoren zou de vierde betrokken partij op een bepaald moment de getuige van zijn lijst in ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-7/33 telbureau 4 hebben aangesproken en info hebben gevraagd tijdens de telling. Uit de getuigenverklaring blijkt dat dit buiten het telbureau was en dat de vierde betrokken partij de telbureaus niet heeft betreden, noch de werkzaamheden ervan verder heeft verstoord of heeft beïnvloed. De vader van de burgemeester en getuige voor lijst Gemeentebelangen heeft in telbureau 2 gevraagd of de stemboxen afzonderlijk konden worden geteld wat werd geweigerd. Daarnaast heeft de getuige volgens hemzelf één keer het bureau verlaten, volgens de voorzitster en een andere getuige meerdere keren. De afgenomen getuigenverklaringen van de voorzitters van enkele telbureaus bevestigen verder dat er geen druk werd uitgeoefend van de getuigen op de verrichtingen van de telbureaus. Bij lezing van de processen-verbaal van de telverrichtingen wordt verder geen melding gemaakt van bijzondere omstandigheden of incidenten. Het komt de Raad wel vreemd voor dat na de getuigenverklaringen waarbij de vader volgens zijn eigen verklaring onder eed heeft gezworen dat hij slechts éénmaal het stemlokaal heeft verlaten voor een toiletbezoek, hij dit volgens de verklaring van de voorzitster van het telbureau en een getuige meerdere keren heeft gedaan, en alsdan bij het sluiten van de debatten een oorzaak inroept die op geen enkele wijze naar voor is gekomen in de nota’s van de partijen of tijdens de pleidooien. Wanneer aan de vierde betrokken partij in persoon de slotrepliek wordt geboden alvorens in beraad te gaan, komt hij met twee eigenaardige verklaringen die nog nergens aan bod waren gekomen. Het gegeven dat hij aan het onthaal van het stembureau zou hebben gestaan bleek plots omwille van (niet nader genoemde) technische problemen waarbij de burgemeester aan het onthaal van de stemlokalen de technische diensten moest opwachten. Waar de burgemeester de getuige in telbureau 4 heeft aangesproken was dit naar eigen zeggen om te bespreken om na de telling iets te gaan drinken. Hoewel dit op zich niet het voorwerp uitmaakt van verdere beoordeling doet het op z’n minst de wenkbrauwen fronsen dat er op basis van getuigenverklaringen plots nieuwe elementen worden bijgehaald die eerder als a posteriori verklaringen voorkomen en waarin alsnog een bevestiging zou kunnen worden gelezen dat een en ander niet correct zou zijn gebeurd. De dominante aanwezigheid van de burgemeester en diens vader wordt, niettegenstaande enkele bizarre a posteriori verklaringen van beiden na de getuigenverklaringen en voor het in beraad nemen van de zaak (die op geen enkele wijze in de nota’s of tijdens de pleidooien eerder aan bod kwamen) niet bewezen. Voorts respecteerde de gekozen locatie van de telbureaus volgens de verzoekende partij het beginsel van neutrale verkiezingen niet. Overeenkomstig de artikelen 42 en 43 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 (hierna: LPKD) hebben de telbureaus zitting in de gemeente en zijn ze gevestigd in de lokalen die het college van burgemeester en schepenen heeft aangewezen. Een collegebesluit ligt niet voor. De Raad heeft dan ook geen inzage in de motieven bij de vastlegging van de locaties. In casu hebben de telverrichtingen plaats gevonden in een jeugdvakantieverblijfcentrum dat gelegen is naast het gemeentehuis. Deze locatie op zich komt de Raad niet vreemd voor. Het gegeven of de zetelend burgemeester en lijsttrekker van de lijst Gemeentebelangen aldaar ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-8/33 zijn bureau heeft maakt op zich geen onregelmatigheid uit. Hieruit kan niet afgeleid worden dat er ongeoorloofde druk zou zijn uitgeoefend op de verrichtingen van de telbureaus. Zoals hierboven gezien, was er geen dominante aanwezigheid van de burgemeester tijdens de telverrichtingen, minstens wordt dit niet concreet gemaakt door de verzoekende partij of de derde betrokken partij. Er zijn verder geen argumenten naar voor gekomen, noch op basis van de processen-verbaal noch op basis van de verklaringen van de voorzitters van de stembureaus dat er fundamentele problemen zouden zijn geweest met attesten van volmachten. Waaruit die aanwijzingen zouden bestaan blijkt niet. Op de verzoekende partij en de derde betrokken partij rust ter zake een stelplicht. Wat betreft de relatief hoge percentages volmachten die worden opgeworpen voor de stembureaus 3, 4 en 5 kan statistisch worden vastgesteld aan de hand van zowel de Dixon Q-test als de Z-score dat er in het geheel niet kan gesproken worden van uitschieters in het gebruik van volmachten in deze bureaus. De Dixon Q-test geeft als grootste waarde Q= 0,190 wat kleiner is dan Q(90%)= 0,376, terwijl de grootste Z-waarde van deze bureaus gelijk is aan 0,84 wat nog steeds kleiner is dan 2, de absolute statistische ondergrens om van een afwijkend getal of uitschieter te kunnen spreken. Bijgevolg faalt het middel statistisch gezien. Ook het louter gegeven dat in een bepaald bureau minder ongeldige stemmen zouden zijn uitgebracht dan in andere is op zich geen onregelmatigheid. Voor de behandeling van de geldigheid van de stemmen is in het LPKD een procedure voorzien. Er zijn noch op basis van de processen-verbaal, noch op basis van de getuigenverklaringen, redenen om aan te nemen dat hiervoor de procedures niet zouden zijn gevolgd. Finaal blijft overeind dat op basis van het verzoekschrift en de verklaringen van de getuigen met verschillende nauwkeurige en overeenstemmende gegevens wordt aangetoond dat de voorbereiding en de afsluitende verrichtingen van de stemverrichtingen in stembureau 4, de telverrichtingen in telbureau 2 en de verplaatsing van de stembiljetten vanuit stembureau 4 naar telbureau 2 met heel veel onregelmatigheden behept zijn die elk afzonderlijk op zich misschien niet doorslaggevend zijn maar allen samen een uiterst merkwaardig verloop schetsen van de kiesverrichtingen in stembureau 4 en telbureau
- Het betreft volgende onregelmatigheden: - de wijze van aanduiding van de voorzitter van stembureau 4; - de wijze van selectie van de bijzitters van stembureau 4; - het gebrek aan correcte verzegeling van de stembiljetten van stembureau 4; - de onzorgvuldige en onvolledige behandeling van het proces-verbaal en andere administratieve formaliteiten; - het transport van de stembiljetten van stembureau 4 naar telbureau 2; - de blijvende onduidelijkheid hoe 100 stembiljetten zijn verwerkt; - het niet te allen tijde toezien op de telverrichtingen door de voorzitster van telbureau
- Daarbij komt de chaotische verwerking van de stembiljetten van stembureau 4 in telbureau 2, de niet-neutrale houding van de voorzitter van ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-9/33 stembureau 4 ten aanzien van verzoekende partij voorafgaand aan de verkiezingen en de ongeordende wijze waarop de stembiljetten zijn aangetroffen in de zak. Op zichzelf genomen vormen deze onregelmatigheden geen bewijs van bedrog maar samen genomen zorgen ze er wel voor dat de voorzitter van stembureau 4 minstens een speelveld heeft gecreëerd dat het voor hem mogelijk maakte in volledige autonomie te werken en gebeurlijke manipulaties uit te voeren. […] De decreetgever heeft niet gewild dat elke onregelmatigheid tot nieuwe verkiezingen leidt. De ongeldigverklaring mag slechts worden uitgesproken als de onregelmatigheid de zetelverdeling vermocht te beïnvloeden. De onzekerheid om het lot van 100 stembiljetten kan reeds een substantiële invloed hebben op het verkiezingsresultaat en de zetelverdeling. Door de relevante omstandigheid dat de lijst aan onregelmatigheden onder de verantwoordelijkheid van de voorzitter van het stembureau vallen die bovendien openbaar voorafgaand aan de verkiezingen zijn hoop heeft geuit dat de verzoekende partij niet zou worden verkozen, is het niet uitgesloten dat specifiek het resultaat van de verzoekende partij in het geding is. Derhalve is ook het potentieel beïnvloeden van het aantal naamstemmen van de verzoekende partij determinerend. Met slechts 8 naamstemmen meer zou verzoekende partij verkozen zijn. De onregelmatigheden kunnen niet worden geremedieerd door een loutere hertelling gezien de onregelmatigheden zich voornamelijk reeds voorafgaand aan de telverrichtingen hebben voorgedaan. Een ongeldigverklaring van de verkiezingen is het enige middel om tot een correcte, betrouwbare verkiezingsuitslag te komen en het vertrouwen in het kiesresultaat te herstellen.” IV. Aanduiding van partijen
- Waar in de procedure voor de RvV vier betrokken partijen waren, heeft enkel de vierde betrokken partij huidig beroep bij de Raad van State ingediend. Hoewel hij in de procedure voor de Raad van State formeel “verzoeker” is, met verzoek om het bestreden arrest van de RvV te vernietigen, wordt hij hierna, om reden van de leesbaarheid, aangeduid als “belanghebbende partij”. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-10/33 Om dezelfde reden wordt de initiële indiener van het bezwaar tegen de gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente Heuvelland, ook in het kader van deze procedure aangeduid als “verzoeker”. V. Bevoegdheid van de Raad van State
- In verkiezingszaken treedt de Raad van State op als rechter in hoger beroep en met volle rechtsmacht. Daardoor is de Raad van State geroepen om het gehele geschil te beoordelen en om, zijn beslissing in de plaats stellend van die van de RvV, uitspraak te doen over de betwiste geldigheid van de gemeenteraadsverkiezing van 13 oktober 2024 te Heuvelland.
- Bij de beoordeling door de Raad van State is voorts in aanmerking te nemen dat de Raad van State de verkiezing alleen ongeldig kan verklaren “op grond van onregelmatigheden die de zetelverdeling tussen de verschillende lijsten kunnen beïnvloeden” (artikel 28, tweede lid, van het decreet van 4 april 2014 ‘betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges’, hierna “het DBRC-decreet”). Volgens verzoeker is dit onder meer het geval indien hetzij “ongeveer 97 stemmen” verschuiven van de lijst Gemeentebelangen naar de lijst CD&V, hetzij 52 stemmen bijkomend naar N-VA Plus zouden gaan. VI. Beoordeling van de beroepen A. Overzicht van de ingeroepen middelen
- In het eerste middel wordt opgeworpen dat het initiële beroep bij de RvV onontvankelijk is om reden dat de ingeroepen onregelmatigheden de zetelverdeling niet kunnen beïnvloeden. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-11/33 De beoordeling van dit middel hangt evenwel samen met de beoordeling ten gronde van de diverse bezwaren. Als een op zichzelf staande beroepsgrief moet het dan ook worden verworpen. 8.
- Het derde middelonderdeel van het tweede middel voert aan dat de beslissing van de RvV om de volledige verkiezingen nietig te verklaren, disproportioneel is. Ook dit middelonderdeel is niet dienend. De Raad van State treedt immers op als rechter in hoger beroep, met volle rechtsmacht. Hij zal autonoom moeten beoordelen of gebeurlijke onregelmatigheden de zetelverdeling tussen de verschillende lijsten hebben kunnen beïnvloeden. 8.
- Het tweede middelonderdeel van het tweede middel betreft hoofdzakelijk de gegevens die de RvV als onregelmatig heeft beschouwd. Aangevoerd wordt dat het bestreden arrest “steunt op een onzorgvuldige beoordeling van de feiten en de getuigenverklaringen”.
- Het derde middel is specifiek gericht ten aanzien van het initiële bezwaar dat is gerelateerd aan de “[p]olitiek geladen en negatieve uitlatingen door de voorzitter van stembureau 4” en voert de miskenning aan van “artikel 10 EVRM en het recht op vrije meningsuiting”.
- Het vierde middel behandelt de initiële bezwaren die door de Raad voor Verkiezingsbestwistingen niet werden beoordeeld.
- Om reden van de leesbaarheid is het aangewezen om de bezwaren die verzoeker heeft geformuleerd, thematisch te behandelen, ongeacht of het bezwaar behandeld wordt in het tweede, het derde of het vierde middel. Vooraf wordt nog ingegaan op het eerste middelonderdeel van het tweede middel, dat betrekking heeft op de regelmatigheid van het getuigenverhoor. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-12/33 B. De regelmatigheid van het getuigenverhoor (tweede middel, eerste middelonderdeel) Samenvatting van het middelonderdeel
- De belanghebbende partij roept in dat het bestreden arrest is gestoeld op onregelmatig afgenomen getuigenverklaringen en daardoor “[klemt] met artikel 6.
- EVRM, minstens het zorgvuldigheidsbeginsel”. Voorgehouden wordt dat de RvV bij het horen van de getuigen op een onzorgvuldige wijze tewerk is gegaan en dat er onregelmatigheden gebeurd zijn. Zo dienden de getuigen naar de pleidooien van verzoeker en de betrokken partijen te luisteren wat op zich reeds een beïnvloeding van de getuigen kan inhouden. De getuigen waren daarbij niet op de hoogte van het volledige verhaal, en evenmin van de inhoud van de procedurestukken. Na de initiële pleidooien werd aan de getuigen gevraagd om de zittingszaal te verlaten en werden zij samen naar een andere zittingszaal gebracht. Luidens het middel is het weinig realistisch dat de getuigen zich niet door elkaar zouden hebben laten beïnvloeden. Ook verzoeker zou naar de zaal met de getuigen zijn gegaan. Tot slot benadrukt de belanghebbende partij dat hem geen mogelijkheid werd geboden om over te gaan tot het suggereren van vragen aan de voorzitter van de RvV die deze dan kon stellen aan de getuigen. Dit heeft er voor gezorgd dat een aantal aspecten waarover de getuigen duidelijkheid hadden kunnen verschaffen, niet werden bevraagd. Beoordeling
- De RvV heeft aan de getuigen een aantal gerichte vragen gesteld ter verduidelijking van een aantal specifieke feitelijkheden, waarbij een kennis van het zogenaamde “volledige verhaal” niet noodzakelijk was. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-13/33 Dat de betrokken partijen zich door elkaar hebben laten beïnvloeden doordat zij na de initiële pleidooien samen in een andere zittingszaal werden geplaatst vooraleer elk afzonderlijk voor het getuigenverhoor te worden opgeroepen, is een loutere bewering en wordt op geen enkele wijze aangetoond. Evenmin wordt aangetoond dat verzoeker de zaal met de getuigen is binnengekomen. Op grond van de voorliggende gegevens ziet de Raad van State geen redenen om aan te nemen dat de als getuigen gehoorde personen, die allen de eed hebben afgelegd, niet naar waarheid de gestelde vragen hebben beantwoord. Het gegeven dat er geen mogelijkheid bestond om over te gaan tot het suggereren van vragen aan de voorzitter van de RvV, die deze dan kan stellen aan de getuigen kan ertoe nopen om die context in aanmerking te nemen, maar is niet van aard om de verklaring van de getuigen zonder meer te vitiëren. Overigens werden in het kader van de procedure bij de Raad van State enkele verduidelijkende schriftelijke verklaringen ingediend, die eveneens in aanmerking kunnen worden genomen.
- Het middelonderdeel is bijgevolg niet gegrond. Niettegenstaande de Raad van State over de mogelijkheid beschikt om de getuigen in voorkomend geval (opnieuw) te verhoren, mag hij zich bij de beoordeling van de geldigheid van de verkiezingen ook steunen op de getuigenverhoren die door de RvV zijn afgenomen. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-14/33 C. Beoordeling van de initiële bezwaren (tweede middelonderdeel van het tweede middel, derde en vierde middel) - Betreffende de samenstelling van de lijsten van voorzitters en bijzitters van de stembureaus in deelgemeente Kemmel
- In zijn verzoekschrift tot ongeldigverklaring van de verkiezingen beklaagt verzoeker er zich over dat er een ruime aanwezigheid is van “vrienden, kennissen en sympathisanten […] in de stembureaus, met name in de stembureaus 3 en 4, waar de voorzitters en het gemeentebestuur, evenals de onderlinge banden tussen de leden van de stembureaus, bijzonder nauw zijn”. Volgens verzoeker kan niet worden uitgesloten “dat de samenstelling van de stembureaus in de deelgemeente Kemmel, met name stembureau 3 en 4, doelbewust is ingericht om beïnvloeding, manipulatie of zelfs fraude te vergemakkelijken”.
- De RvV wijst er in zijn arrest op dat de voorzitter van stembureau 4 zich kandidaat heeft gesteld via een Messenger bericht op Facebook, gestuurd naar de zetelend burgemeester en lijsttrekker van de lijst Gemeentebelangen (tevens belanghebbende partij), hetgeen volgens voormeld arrest wijst op nauwe banden tussen, enerzijds, de voorzitter van het betrokken stembureau, en, anderzijds, de burgemeester en de lijst Gemeentebelangen. Het bestreden arrest neemt voorts aan dat de voorzitter van stembureau 4 “op geheel eigen wijze” bijzitters uit zijn kennissenkring heeft aangeduid, en dat de officieel aangeduide bijzitters werden doorgestuurd. De Raad leidt hieruit af dat de voorzitter van stembureau 4 “minstens een speelveld heeft gecreëerd dat het voor hem mogelijk maakte in volledige autonomie te werken en gebeurlijke manipulaties uit te voeren”.
- Uit een screenshot van zijn Messenger bericht van 22 april 2024 aan de burgemeester blijkt evenwel dat de betrokken voorzitter zich voor de ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-15/33 federale verkiezingen als voorzitter van een stembureau kandidaat heeft gesteld. De vrijwillige kandidaatstelling, rechtstreeks gericht aan de burgemeester, betrof dus de federale verkiezingen, en niet de gemeenteraadsverkiezingen.
- Uit de getuigenverklaring van de voorzitter van stembureau 4, gelezen in samenhang met zijn “verweerschrift”, opgesteld naar aanleiding van het bestreden arrest, en met de schriftelijke verklaring die de gemeentelijke coördinator van de verkiezingen heeft ingediend “over de werkwijze voor de aanstelling van voorzitters en bijzitters voor de verkiezingen met de invulbon” blijkt voorts dat de betrokken voorzitter van stembureau 4, opnieuw in het kader van de federale verkiezingen, een aantal mogelijke kandidaat-bijzitters bij de voorzitter van het hoofdkiesbureau heeft aangebracht. Het is op basis van de samenstelling van de stembureaus voor de federale verkiezingen dat gekomen werd tot de samenstelling van de stembureaus voor de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober 2024, met dien verstande dat indien de aangeduide bijzitters een geldige reden hadden om niet te zetelen, ter vervanging daarvan kon worden overgegaan tot de aanstelling van personen die zich intussen vrijwillig als kandidaat-bijzitter hadden opgegeven. Op de verkiezingsdag komt het vervolgens de voorzitter toe om te bepalen welke personen onder de aangestelde aanwezigen effectief zullen deel uitmaken van het stembureau. Dat hij daarbij opteert voor personen waarmee hij eerder heeft samengewerkt, is niet problematisch.
- Dat de voorzitter of een bijzitter van een stembureau banden heeft met de burgemeester (belanghebbende partij), levert op zich geen onregelmatigheid op. Zeker in een gemeente met de eerder beperkte omvang van de gemeente Heuvelland, komt het niet voor als een “verdacht” gegeven.
- Gelet op wat voorafgaat, is van enige onregelmatigheid geen sprake. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-16/33
- De leden van de bureaus en in het bijzonder de getuigen, die vertrouwenspersonen zijn van de onderscheiden lijsten, hebben trouwens tot opdracht om te waken over het regelmatig verloop van de kiesverrichtingen en alle onregelmatigheden of verdachte feiten die ze constateren, in het proces-verbaal te doen opnemen. Er zomaar van uitgaan dat leden van de stem- en telbureaus eventuele manipulaties van een voorzitter zouden toedekken, doet afbreuk aan de burgerzin en democratische ingesteldheid waarvan in beginsel moet worden uitgegaan.
- Het besluit is dat de Raad van State geen onregelmatigheid bespeurt in de wijze waarop de betrokken stembureaus werden samengesteld. Er is dan ook geen reden om de processen-verbaal van de betrokken bureaus, die geen melding maken van enige onregelmatigheid, in twijfel te trekken. - Betreffende de niet gebruikte stembiljetten van stembureau 4
- Het verzoekschrift tot ongeldigverklaring, ingediend bij de RvV, maakt melding van het feit “dat er 100 stembiljetten verdwenen zijn volgens het proces-verbaal van stembureau 4”, hetgeen er volgens verzoeker op kan wijzen dat deze stembiljetten “mogelijk zijn verwisseld of op een andere manier zijn gemanipuleerd, zonder dat het onmiddellijk wordt opgemerkt”. Volgens verzoeker gaat het om een “cruciale aanwijzing” van “aanzienlijke onregelmatigheden en mogelijke fraude”.
- Uit het proces-verbaal van stembureau 4 kan worden opgemaakt dat er vóór de aanvang van de stemverrichtingen 450 ontvangen stembiljetten werden geteld. Daarvan zijn er blijkens hetzelfde proces-verbaal 350 als gebruikt in de stembus aangetroffen. Dat is ook het aantal dat door telbureau 2 werd geteld. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-17/33 Het proces-verbaal van stembureau 4 maakt geen melding van het aantal onbruikbaar gemaakte stembiljetten noch van het aantal niet-gebruikte stembiljetten.
- Volgens verzoeker is er sprake van “een duidelijke discrepantie van ten minste 100 stembiljetten tussen het aantal vermelde biljetten vóór de stemverrichtingen en het aantal dat na afloop is geregistreerd”. Ook het bestreden arrest zag een onregelmatigheid in “de blijvende onduidelijkheid hoe 100 stembiljetten zijn verwerkt”.
- Op basis van haar onderzoeksmogelijkheden, heeft de auditeur- verslaggever via het agentschap voor Binnenlands Bestuur de zak met de niet- gebruikte stembiljetten van de gemeenteraadsverkiezingen van stembureau 4 van de gemeente Heuvelland opgevraagd. Een deugdelijke controle van deze stembiljetten is mogelijk, aangezien de zak met niet-gebruikte stembiljetten ongeopend blijft en deze zak na de verkiezingen aan de diensten van het provinciebestuur wordt bezorgd.
- Bij de opening van de betrokken zak met de niet-gebruikte stembiljetten werd een proces-verbaal opgesteld, dat bij het auditoraatsverslag werd gevoegd en aan de partijen ter kennis werd gebracht. Het auditoraatsverslag stelt ter zake: “Na de bezorging van de zakken van telbureau 2 aan de griffie van de Raad van State, heeft de auditeur-verslaggever vastgesteld dat de niet-gebruikte stembiljetten van stembureau 4 nog steeds in een aparte zak zaten. Deze zak was verzegeld met een sticker en er waren geen sporen van manipulatie op de zak zichtbaar. Na opening van deze zak worden hierin 99 stembiljetten teruggevonden. Na onderzoek van deze stembiljetten blijkt dat deze niet gebruikt zijn […]. Tevens wordt vastgesteld dat de verzegelde zak met onbruikbaar gemaakte stembiljetten van stembureau 4, na opening ervan, leeg is. Er is bijgevolg onzekerheid over één stem. […] De resultaten van voornoemd onderzoek sluiten uit dat er sprake is van manipulatie door gebruik te maken van de niet-gebruikte stembiljetten van stembureau
- De onzekerheid over één stem kan hoe dan ook niet leiden tot een zetelverschuiving.” ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-18/33
- Ter zitting heeft de belanghebbende partij toegelicht dat de ene – resterende – stem een teststem was, zodat ook daaromtrent duidelijkheid bestaat.
- Aldus blijkt de omstandigheid die volgens verzoeker een “cruciale aanwijzing” was, en die volgens het bestreden arrest aanleiding gaf tot “blijvende onduidelijkheid hoe 100 stembiljetten zijn verwerkt”, geheel uitgeklaard en geen onregelmatigheid uit te maken.
- In de mate dat verzoeker ter zitting nog opwerpt dat er geen afdoende zekerheid bestaat dat de door de auditeur geopende zak wel degelijk betrekking had op de zak met de niet gebruikte stembiljetten van stembureau 4, gaat het om een loutere bewering. Het proces-verbaal van de onderzoeksverrichting door de auditeur-verslaggever bevat een foto van “de plastic zak-envelop van stembureau met niet-gebruikte stembiljetten” waarop duidelijk leesbaar staat vermeld “Stembureau Heuvelland 4” en “Niet gebruikte stembiljetten”. Er is dan ook niet in te zien om welke andere zak het zou gaan dan deze met de niet gebruikte stembiljetten van stembureau
- Bovendien vermeldt het proces-verbaal dat deze zak “goed [was] verzegeld: gesloten met zelfklevende flap waarop nog een grijze plakband werd aangebracht. Er blijken geen sporen van manipulatie of opening. De zak is nog intact en mooi afgesloten”. Deze vaststellingen worden geïllustreerd met een aantal foto’s.
- Gezien de duidelijkheid die dienaangaande door het onderzoek van de auditeur-verslaggever is geboden, kan de loutere omstandigheid dat het proces-verbaal van het stembureau 4 geen melding zou hebben gemaakt van het aantal onbruikbaar gemaakte en het aantal niet-gebruikte stembiljetten, hoe dan ook niet worden beschouwd als een onregelmatigheid die van aard is om de zetelverdeling te beïnvloeden. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-19/33 Ook het ontbreken van het tijdstip van het sluiten van stembureau 4 levert geen onregelmatigheid op die de zetelverdeling kan beïnvloeden. Er bestaat immers geen enkele betwisting over dat het bureau om 13.00 uur werd gesloten. - Betreffende de verzegeling van de verpakking van de stembrieven
- In haar beroepsschrift voor de RvV hekelt verzoeker het gegeven dat de verpakking die door het college van burgemeester en schepenen ter beschikking werd gesteld, niet verzegelbaar was, “wat een ernstig risico voor de integriteit van de verkiezingen inhoudt”. De werkwijze van zakken die konden worden afgesloten met spanriempjes in combinatie met de levering van “overmatig veel spanriempjes” maakt het volgens verzoeker mogelijk om “de zakken tijdens het transport te openen en opnieuw te sluiten met een nieuw spanriempje” en vergroot het risico op manipulatie zoals “het verdwijnen of verwisselen van stembiljetten”.
- Op de vraag “Waren de stembussen of verzegelde pakken en de enveloppen met de witte stembiljetten op correcte wijze verzegeld?” antwoordt het proces-verbaal van telbureau 2 “ja”. Ook in haar getuigenverhoor heeft de voorzitster van telbureau 2 voor de RvV bevestigd dat de zak “niet geopend [was]”, en dat er “een zegel op de zak [hing]. Het zegel hing niet aan het spandraadje, maar wel aan de zak”.
- Tussen partijen bestaat er betwisting over de “juiste” wijze van verzegeling. Verzoeker gaat ervan uit dat het zegel aan het spandraadje bevestigd moet worden, terwijl de belanghebbende partij van oordeel is dat het verzegelen met de sticker rond het uiteinde van het spandraadje geen sluitende verzegeling biedt. Bij een verzegeling enkel en alleen rond het uiteinde van het spandraadje, zou het spandraadje volgens de belanghebbende partij nog kunnen worden doorgeknipt waarna de zak opnieuw zou kunnen gesloten worden met een nieuw spandraadje en een nieuwe sticker. Wanneer de sticker op de hals van de zak wordt ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-20/33 aangebracht met het spandraadje achter de sticker, laat het doorbreken van de sticker wel sporen na.
- Vastgesteld wordt dat de “[i]nstructies voor de voorzitter van een stembureau met stemming op papier” geen richtlijnen bevat over de juiste wijze van verzegeling met een spandraadje en een sticker. De Raad van State ziet hoe dan ook geen redenen om aan te nemen dat er te dezen geen behoorlijke afsluiting van de zak is gebeurd. Er is evenmin enige aanwijzing dat een onmerkbare opening van de zak, met manipulatie van de stembrieven, heeft kunnen plaatshebben. Daarbij komt dat, zelfs indien er al een manipulatie van stembrieven had kunnen plaatshebben, niet blijkt welke stembiljetten “verwijderd of verwisseld” zouden kunnen zijn, nu het “raadsel” van de 100 “verdwenen” stembiljetten” is opgelost (zie randnummers 27-29). - Betreffende het transport en de overdracht van de stembiljetten van stembureau 4 naar telbureau 2
- Volgens verzoeker duurde het opvallend lang vooraleer de voorzitter van stembureau 4 de stembiljetten heeft overhandigd aan telbureau
- Waar uit het proces-verbaal van de telverrichting blijkt dat de voorzitter van stembureau 4 de stembiljetten om 14:39 uur heeft overgedragen aan telbureau 2, heeft “het de voorzitter mogelijks 1 uur en 39 minuten […] gekost om de zak met stembiljetten over te brengen naar telbureau 2, dat slechts 850 meter van zijn stembureau verwijderd is”. Dit tijdsbestek zou de voorzitter van stembureau 4 volgens verzoeker de tijd hebben gegeven om ongemerkt stembiljetten te verwisselen of het resultaat in een gewenste richting te sturen. Verzoeker vindt het ook “opvallend” dat de voorzitter van stembureau 4 de zak zonder zijn secretaris naar het telbureau heeft gebracht. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-21/33
- In zijn getuigenverhoor heeft de voorzitter van stembureau 4, aan de hand van een voorgelezen verklaring, een gedetailleerd overzicht verstrekt van de werkzaamheden tussen de sluiting van het stembureau om 13.00 uur en de afgifte van de zakken aan het telbureau om 14.39 uur. Gelet op de veelheid aan administratieve formaliteiten die na de sluiting van het stembureau dienen te gebeuren, waaronder het tellen van de stembiljetten, het invullen van de processen-verbaal en de ondertekening hiervan door de leden van het bureau en de getuigen, en de door de voorzitter gegeven verklaringen omtrent het tijdsverloop na deze formaliteiten, komt het als realistisch voor dat de stembiljetten het stembureau verlieten rond 14.20 uur, zoals de voorzitter van stembureau 4 heeft gesteld. Dat de zak vervolgens geopend zou zijn geweest en dat stembiljetten zouden zijn weggenomen en vervangen, is een loutere bewering die niet nader wordt onderbouwd. Bovendien rijst andermaal de vraag waar de “nieuwe” stembiljetten dan vandaan zouden komen, nu het “raadsel” van de 100 “verdwenen stembiljetten” is opgelost (zie randnummers 27-29).
- Uit het proces-verbaal van het telbureau 2 blijkt bovendien dat er door de leden van het bureau en de getuigen geen opmerkingen zijn gemaakt over het tijdstip van ontvangst van de stembiljetten van de stembureaus. Het tegendeel zou trouwens verwondering wekken, vermits – luidens het verzoekschrift tot ongeldigverklaring – bijna alle stembureaus de stembiljetten tussen 14.00 uur en 14.45 uur aan de telbureaus hebben overgedragen. Voor stembureau 3 – eveneens te Kemmel – gebeurde dat om 14.30 uur.
- Uit het feit dat de voorzitter van het stembureau de stembiljetten alleen naar het telbureau heeft gebracht, kan voorts geen onzorgvuldigheid worden afgeleid. Artikel 145, tweede lid, van het decreet van 8 juli 2011 ‘houdende de organisatie van de lokale en provinciale verkiezingen’ ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-22/33 (hierna: LPKD) bepaalt immers enkel dat de voorzitter van het stembureau, “eventueel vergezeld van getuigen”, per verkiezing de verzegelde verpakking of de verzegelde stembus met de sleutels aan de voorzitter van het telbureau bezorgt. Er wordt niet vereist dat een bijzitter of de secretaris de voorzitter daarbij vergezelt.
- Het besluit is dat de wijze waarop het transport en de overdracht van stembureau 4 naar telbureau 2 is gebeurd, niet wijst op enige onregelmatigheid. - Betreffende de werkzaamheden in telbureau 2
- Het bestreden arrest leidt uit de getuigenverhoren af dat er “chaos was op het ogenblik dat de stembus van stembureau 4 is aangekomen in telbureau 2 en bij de tellingen die zijn uitgevoerd. Een hectiek die ertoe heeft geleid dat de stembiljetten van stembus 4 tot vijf keer toe dienden te worden herteld.”. Ook is luidens voormeld arrest gebleken dat de voorzitster van het telbureau 2 bij de eerste twee tellingen niet aanwezig was, om reden dat ze telefonisch bezig was “omwille van problemen”.
- Deze gegevens wijzen niet op enige onregelmatigheid. Naar het oordeel van de Raad van State is het niet uitzonderlijk dat zich in een stembureau of een telbureau op bepaalde momenten een “hectische” situatie voordoet. Evenmin is het bijzonder dat een of meerdere keren tot hertelling van stembiljetten moet worden overgegaan.
- Ook het gegeven dat de voorzitter van het telbureau bij de eerste twee tellingen niet aanwezig was, maakt geen onregelmatigheid uit. Artikel 155, § 2, eerste lid, LPKD bepaalt immers enkel dat de voorzitter de verpakkingen of stembussen opent in aanwezigheid van de leden van het telbureau en van de getuigen. De voorzitter “of zijn gemachtigde tellen de stembiljetten die ze bevatten, zonder ze open te vouwen”. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-23/33 De voorzitter van het telbureau is dus niet verplicht om de stemmen zelf te tellen. Na meerdere tellingen is komen vast te staan dat 350 gebruikte stembiljetten werden aangetroffen, hetgeen overeenstemt met het aantal gebruikte stembiljetten dat door het stembureau 4 is geteld.
- Het enkele feit dat de stembiljetten ongeordend in de zak zaten, wijst evenmin op een onregelmatigheid. - Betreffende de “onregelmatige en dominante aanwezigheid van de zittende burgemeester en zijn vader in de telbureaus”
- In zijn verzoek tot ongeldigverklaring beklaagt verzoeker zich over de rol van de burgemeester en zijn vader in de telbureaus. Door de “overheersende houding” van de vader van de burgemeester was het volgens verzoeker “vrijwel onmogelijk om opmerkingen op een veilige, neutrale manier te maken zonder [te moeten] vrezen voor represailles”. Een aantal vermeldingen zou volgens verzoeker ook “de invloedrijke aanwezigheid van de burgemeester bij de telverrichtingen in verschillende telbureaus” bevestigen.
- Verzoeker doet er vooreerst niet van blijken dat de burgemeester zelf aanwezig was in de telbureaus. Dit blijkt evenmin uit de getuigenverklaringen voor de RvV.
- De vader van de burgemeester was getuige voor de lijst Gemeentebelangen in telbureau
- Uit het getuigenverhoor van de voorzitster van telbureau 2 blijkt dat de getuigen niet hebben geholpen bij het tellen, ook niet de eerste twee keren toen zij aan het telefoneren was. Zij verklaarde ook geen druk of intimidatie ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-24/33 vanwege de getuigen te hebben ervaren. Een getuige van telbureau 2 van de lijst CD&V verklaarde in dezelfde zin dat de getuigen niet hebben geholpen bij de tellingen en dat de aanwezigen de stemmen op een ernstige wijze geteld hebben. Het proces-verbaal van telbureau 2 maakt geen melding van ongeoorloofde beïnvloeding of pogingen daartoe. Er zijn dan ook geen concrete aanwijzingen dat de wijze waarop de vader van de burgemeester de telverrichtingen heeft bijgewoond, enige onregelmatigheid oplevert.
- Het gegeven dat de telverrichtingen hebben plaatsgevonden in een locatie waar de burgemeester zijn bureau heeft, wijst evenmin op een onregelmatigheid of op ongeoorloofde druk op de telverrichtingen. - Betreffende de per volmacht uitgebrachte stemmen 49.
- In zijn verzoekschrift tot ongeldigverklaring van de verkiezingen houdt verzoeker voor dat er in de gemeente Heuvelland over alle stembureaus 190 stemmen per volmacht werden uitgebracht. In stembureau 3 en 4, beide gelegen in de deelgemeente Kemmel, werd volgens verzoeker echter opmerkelijk vaker gebruik gemaakt van volmachten. In stembureau 5 bleek bovendien dat 14 van de 15 stemmen per volmacht door één familie werden vertegenwoordigd, namelijk de familie van de zittende (en herkozen) schepen B. V. 49.
- Volgens verzoeker bevestigen deze bevindingen “het vermoeden van het ronselen van volmachten”, met mogelijkheid van manipulatie. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-25/33 Ter zake wijst verzoeker ook op “bewijs van het stelselmatig benaderen van de stemgerechtigden”, de organisatie van vervoer op de verkiezingsdag, het vermelden van de burgemeester als contactpersoon voor het bekomen van bijkomende informatie over het verlenen van volmachten, en het verrichten van systematische huisbezoeken door de lijst Gemeentebelangen, “meestal met een groep van drie kandidaten, wat op zichzelf dus al extra druk met zich meebrengt”. 50.
- De vaststelling van een afwijking ten aanzien van het gemiddeld aantal uitgebrachte stemmen per volmacht levert in beginsel geen (vermoeden van) onregelmatigheid op. Te dezen gaat het bovendien om een beperkte afwijking: wanneer met verzoeker wordt aangenomen dat het gemiddelde percentage volmachten over alle stembureaus 4,3% bedraagt, werden er voor de stembureaus 3 en 4 gezamenlijk immers hooguit twaalf stemmen per volmacht boven het gemiddelde uitgebracht. 50.
- Verzoeker reikt voor het overige geen concrete gegevens aan die wijzen op ontoelaatbare praktijken bij het verlenen van volmachten of die aantonen dat daarbij een ongeoorloofde druk werd uitgeoefend. Noch het verstrekken van informatie over hoe je geldig kan stemmen en hoe je volmacht geeft, noch het verrichten van huisbezoeken doen op zich blijken van een onregelmatigheid. De getuigenverhoren van de voorzitters van de stembureaus 3, 4 en 5 bevatten evenmin enige aanwijzing van onregelmatigheden. 50.3 In zoverre verzoeker verwijst naar de mogelijkheid om zich naar het stembureau te laten vervoeren, blijkt dit zich in werkelijkheid niet te hebben voorgedaan. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-26/33 - Betreffende het verschil tussen de ingevulde stembiljetten van de gemeenteraads- en provinciale verkiezingen
- In haar verzoekschrift tot ongeldigverklaring hekelt verzoeker dat er voor stembureau 4 een significant verschil bestaat tussen het aantal ingevulde stembiljetten naargelang het gaat om de gemeenteraads- dan wel om de provincieraadsverkiezingen. Tegenover de 350 stembiljetten voor de gemeenteraadsverkiezingen staan 290 stembiljetten voor de provincieraadsverkiezingen. De resultaten van telbureau 2 geven hetzelfde beeld.
- Ook hier geldt evenwel dat de vaststelling van een afwijking ten aanzien van gemiddelden in beginsel geen (vermoeden van) onregelmatigheid oplevert.
- Verzoeker beperkt zich tot de opmerking dat “[e]en verschil van 60 stemmen (290 voor de provincie en 350 voor de gemeente) […] wel degelijk een bijzonder groot verschil [is] dat redelijkerwijze geenszins kan worden verklaard door het aantal Europese onderdanen die enkel voor de gemeente mogen stemmen”. Hoe manipulatie hiervoor een verklaring zou kunnen vormen en wat de weerslag hiervan zou kunnen zijn op het resultaat van de gemeenteraadsverkiezingen, wordt niet nader toegelicht. Verzoeker maakt niet aannemelijk dat het gesignaleerde verschil de geldigheid van de gemeenteraadsverkiezingen in het gedrang zou brengen. - Betreffende andere “afwijkingen” in het stemgedrag
- Verzoeker wijst ook nog in zijn verzoekschrift tot ongeldigverklaring op andere “opmerkelijke stempatronen”, namelijk: - opvallend meer voorkeurstemmen op andere kandidaten van de lijst Gemeentebelangen dan op de lijsttrekker hetgeen “een manier [kan] zijn om te voorkomen dat het stemgedrag te opvallend wordt”; ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-27/33 - een aanzienlijk beter resultaat van de lijst Gemeentebelangen in telbureau 2 dan in andere telbureaus; - een hogere opkomst in de stembureaus 3 en 4 dan in de andere bureaus; - een lager aantal ongeldige stemmen in telbureau 2 dan in andere telbureaus.
- De Raad van State kan ook te dezen enkel herhalen dat de vaststelling van een afwijking ten aanzien van gemiddelden in beginsel geen (vermoeden van) onregelmatigheid oplevert.
- Verzoeker verstrekt geen concrete aanwijzingen van manipulatie die deze afwijkingen zouden verklaren.
- Noch de processen-verbaal van de betrokken stem- en telbureaus, noch de getuigenverklaringen voor de RvV bevatten gegevens die doen twijfelen aan de regelmatigheid van de stem- en telverrichtingen. - Betreffende de mededelingen op sociale media door de voorzitter van stembureau 4
- In zijn verzoekschrift tot ongeldigverklaring van de gemeenteraadsverkiezingen laakt verzoeker dat de voorzitter van stembureau 4 “op sociale media opmerkelijke gedragingen [vertoonde] die de schijn van partijdigheid en manipulatie versterken” en “sterke aanwijzingen en bewijzen [vormen] voor een beïnvloeding van het verkiezingsproces”. Concreet wordt verwezen naar de berichten van 5 oktober 2024 en 12 oktober 2024, die ook worden geciteerd in het arrest van de RvV (zie randnr. 3.5). Verzoeker ziet daarin een “duidelijke politieke afkeer en abnormale fixatie tegenover verzoeker en de centrumrechtse lijst waarop verzoeker zich kandidaat stelde.”. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-28/33 Verzoeker verwijst ook naar een ruimere maatschappelijke betrokkenheid van zowel de voorzitter van stembureau 4 als van sommige bijzitters (of hun partner).
- De belanghebbende partij beklemtoont dat het de leden van het stem- of telbureau geenszins is verboden om, voorafgaandelijk aan de verkiezingen, een mening te uiten aangaande de verkiezingen, de lijsten of de kandidaten. Wat telt is dat zij neutraal zijn tijdens de stem- en telverrichtingen. De belanghebbende partij beklemtoont dat er geen aanwijzingen zijn dat dit niet het geval was.
- De betrokken voorzitter van stembureau 4 erkent in zijn getuigenverhoor uitdrukkelijk dat “[d]ie post op sociale media […] niet voorzichtig [is] geweest”, maar beklemtoont tegelijkertijd dat dit niet betekent dat hij zich tijdens de kiesverrichtingen niet correct heeft gedragen.
- Dat de leden van stem- en telbureaus zich tijdens de kiesverrichtingen neutraal moeten opstellen spreekt voor zich. Er bestaat echter geen wettelijk voorschrift dat de leden van de stem- of telbureaus zich ook daarbuiten neutraal moeten gedragen en zich moeten onthouden van het uiten van een mening. Zoals eerder reeds werd aangegeven (zie randnr. 21) is de Raad van State van oordeel dat in beginsel moet worden uitgegaan van de burgerzin en democratische ingesteldheid van de leden van een stembureau, ongeacht de eigen (politieke) overtuiging. Te dezen bestaan er geen concrete aanwijzingen dat de voorzitter of de bijzitters van stembureau 4 zich niet neutraal zouden hebben gedragen. De getuigenverklaringen voor de RvV wijzen evenmin in die richting.
- De belanghebbende partij merkt voorts terecht op dat de partij van verzoeker het blijkbaar niet nodig heeft gevonden om een getuige voor ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-29/33 stembureau 4 aan te wijzen, dit terwijl het door de verzoeker geschetste “profiel” van de voorzitter van stembureau 4 vooraf afdoende gekend was of kon zijn. - Betreffende het rapport van Audit Vlaanderen
- In zijn verzoek tot ongeldigverklaring van de gemeenteraadsverkiezingen roept verzoeker in dat het gemeentebestuur “relevante informatie uit het rapport van Audit Vlaanderen niet op juiste wijze heeft behandeld tijdens de gemeenteraadszitting van 9 september 2024” en “de gebruikelijke toelichting door Audit Vlaanderen [heeft] uitgesteld tot de zitting van 28 oktober 2024, doelbewust ná de verkiezingen”. Doordat “publieke informatie langdurig is achtergehouden” en “de rechten van de gemeenteraad op onrechtmatige wijze zijn beperkt” gaat het volgens verzoeker om een onregelmatigheid “die ongetwijfeld invloed heeft gehad op het verloop en de uitslag van de verkiezingen, zeker in combinatie met de andere bevindingen”.
- De Raad van State treedt het standpunt van de verzoeker niet bij, al was het maar omdat verzoeker geen juridische grondslag aanwijst op grond waarvan het beweerd achterhouden van het auditrapport de regelmatigheid van de verkiezingen zou aantasten. - Betreffende de beweerde laster, eerroof en schriftvervalsing
- In zijn verzoek tot ongeldigverklaring beklaagt verzoeker zich over “herhaaldelijke ‘lasterlijke’ en schadelijke opmerkingen” over verzoeker vanwege de burgemeester. Ook wordt verwezen naar de bekladding van zijn voertuig, “de verspreiding van fake news, laster en dreigementen zonder enige vorm van verantwoording”. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-30/33
- Verzoeker overtuigt er niet van dat de kwestieuze klachten enige relevantie hebben voor het bewijs van gebeurlijke onregelmatigheden bij de verkiezingen. - Betreffende het beweerde misbruik van voorkennis
- Volgens verzoeker heeft de burgemeester “systematisch kiezers proberen te beïnvloeden door gebruik te maken van zijn voorkennis als burgemeester en voormalig schepen van ruimtelijke ordening”. Verwezen wordt naar brieven aan aanvragers van een omgevingsvergunning, whatsappberichten en “persoonlijke brieven op naam”.
- Verzoeker toont evenwel niet aan dat er sprake is geweest van een commerciële telefooncampagne, wat uitdrukkelijk verboden is door artikel 194 van het lokaal kiesdecreet. Verzoeker toont ook niet aan dat de burgemeester gebruik heeft gemaakt van adressen die hij in het kader van zijn ambt heeft verkregen. Een gebeurlijke inbreuk op GDPR-wetgeving brengt overigens niet de ongeldigheid van de gemeenteraadsverkiezingen met zich mee. Daartoe is vereist dat er onregelmatigheden werden begaan die de zetelverdeling tussen de verschillende lijsten kunnen beïnvloeden. Ook dit wordt niet aannemelijk gemaakt. - Betreffende de opening van het ontmoetingscentrum Kemlis tijdens de sperperiode
- Tenslotte neemt verzoeker aanstoot aan het gegeven dat het gemeentebestuur het nieuwe ontmoetingscentrum Kemlis in de deelgemeente Kemmel heeft geopend op 28 en 29 september 2024, tijdens de sperperiode, en dat “er volop gratis drank en meer werd aangeboden aan de inwoners”. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-31/33 Ook de timing van het “vrije-tijds-feest” Heuvelland Tope op 15 september 2024 “roept vragen op” volgens verzoeker.
- Uit de overgemaakte stukken blijkt niet dat de opening van het ontmoetingscentrum Kemlis een activiteit was die door één partij is georganiseerd. Het gaat integendeel om een evenement dat wordt georganiseerd door het gemeentebestuur. Niet betwist wordt dat daarbij zowel gemeenteraadsleden van de meerderheid als van de oppositie uitgenodigd waren. Voorts wordt niet betwist dat de organisatie van Heuvelland Tope een jaarlijks terugkerend evenement in die tijd van het jaar is. Verzoeker doet er in die omstandigheden niet van blijken op welke grondslag tot de onregelmatigheid van de verkiezingen zou moeten worden besloten. VII. Besluit
- Geen van de bezwaren van verzoeker is gegrond. Ten onrechte heeft het bestreden arrest een aantal van de ingediende bezwaren – “samen genomen” – gegrond bevonden “wegens het flagrant negeren van procedures en administratieve formaliteiten”.
- Het bestreden arrest van de RvV moet bijgevolg worden vernietigd en de gemeenteraadsverkiezingen moeten geldig worden verklaard. VIII. Betreffende de kosten
- Aan de procedures gevoerd in het kader van het koninklijk besluit van 15 juli 1956 ‘tot regeling voor de afdeling administratie van de Raad van State, in geval van beroep als bedoeld bij artikel 76bis van de gemeentekieswet’ zijn geen kosten verbonden. De bepalingen betreffende de rechtsplegingsvergoeding zijn evenmin toepasselijk. ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-32/33 Het verzoek tot de betaling van een rechtsplegingsvergoeding moet bijgevolg hoe dan ook worden verworpen. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het arrest van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen van 24 december 2024 met nummer RVERKB-2425-
- De gemeenteraadsverkiezingen in de gemeente Heuvelland van 13 oktober 2024 worden geldig verklaard.
- Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde arrest. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op veertien maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement ECLI:BE:RVSCE:2025:262.615 X-18.956-33/33 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.615 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div