← België

Arrest 262647 - Schooltucht - 18/03/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.647 Rolnummer: A. 242132/IX-10481 Zaak: Arrest 262647 - Schooltucht - 18/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-03-24 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-16 05:55 Fiche Arrest nr 262.647 van 18 maart 2025 Onderwijs en cultuur - Schooltucht Beslissing : Verwerping Opheffing Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 262.647 van 18 maart 2025 in de zaak A. 242.132/IX-10.481 In zake: XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Lieze Verheyen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 127A bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het AUTONOOM PROVINCIEBEDRIJF PROVINCIAAL ONDERWIJS ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Peeters kantoor houdend te 2600 Berchem Borsbeeksebrug 36 bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 19 juli 2024, strekt tot de nietigverklaring van: “(

  1. i)[d]e beslissing tot definitieve uitsluiting van de directeur […] van 17 mei 2024 […] (
  2. ii)[d]e beslissing […] tot bevestiging van de definitieve uitsluiting [van de beroepscommissie van het autonoom provinciebedrijf Provinciaal Onderwijs Antwerpen] van 5 juni 2024 [van verzoeker uit de school avAnt Provinciaal Onderwijs, campus Jacob Jordaens te Antwerpen].” IX-10.481-1/4 II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 260.116 van 13 juni 2024 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de voormelde beslissing van 5 juni 2024 ingewilligd, in de mate dat aan verzoeker de mogelijkheid wordt ontzegd om aan de examens van juni deel te nemen. De vordering wordt voor het overige verworpen. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan de verzoekende partij ter kennis werd gebracht op 20 september 2024. Op 10 december 2024 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Beoordeling 3. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. IX-10.481-2/4 Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoeker heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent. 4. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. 5. In dat geval is de Raad van State, op grond van artikel 17, § 10, van zijn gecoördineerde wetten, ertoe gehouden de bevolen schorsing op te heffen. BESLISSING 1. De schorsing bevolen bij arrest nr. 260.116 van 13 juni 2024 wordt opgeheven. 2. De Raad van State verwerpt het beroep. 3. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 184,8 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. 4. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. IX-10.481-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jurgen Neuts IX-10.481-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.647 Gerelateerde publicatie(
  3. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.116 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.