id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.655 Rolnummer: A. 243946/XII-9828 Zaak: Arrest 262655 - Rusthuizen - 19/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-03-27 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-16 05:56 Fiche Arrest nr 262.655 van 19 maart 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Rusthuizen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 262.655 van 19 maart 2025 in de zaak A. 243.946 /XII-9828 In zake:
- NV HOME RESIDENTIE D’HOEVE
- A.D.
- V.B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Brecht Lambrecht kantoor houdend te 9000 Gent Coupure 5 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Flora Wauters kantoor houdend te 9770 Kruisem Simaeyzestraat 4 tegen: de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Evelyne Lozie Maes en Brecht Vroonen kantoor houdend te 3000 Leuven Arnaud Nobelstraat 34/0101 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 13 januari 2025, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de secretaris-generaal van het Departement Zorg tot sluiting van het niet-erkend psychiatrisch verzorgingstehuis Home Residence D’Hoeve van 13 november 2024.” XII-9828-1/31 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 20 januari 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 maart, om 11 uur. Staatsraad Frédéric Vanneste heeft verslag uitgebracht. Advocaten Flora Wauters en Brecht Lambrecht, die verschijnen voor de verzoekende partijen en advocaten Evelyne Lozie Maes en Brecht Vroonen, die verschijnen voor de verwerende partij zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De eerste verzoekende partij is een home en richt zich hoofdzakelijk tot hulpbehoevenden, niet zelfstandige personen, XII-9828-2/31 sociaal-verwaarloosden en sociaal mindervalide personen. Het maatschappelijk doel wordt in de statuten als volgt omschreven: “Artikel 3: Doel De vennootschap heeft tot doel: Het verschaffen van logies, maaltijden, verzorging van alle mensen welke hierom verzoeken. Verder alle uitbatingen of activiteiten welke hiermede rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden.” Volgens de verwerende partij voldoet de eerste verzoekende partij aan de definitie van een psychiatrisch verzorgingstehuis. De tweede en de derde verzoekende partij zijn werknemers van de eerste verzoekende partij. 3.
- Op 15 oktober 2015 voert de Zorginspectie een inspectiebezoek uit bij de eerste verzoekende partij naar aanleiding van een klacht. Volgens het inspectieverslag van 19 oktober 2015 voldoet de eerste verzoekende partij aan de definitie van een psychiatrisch verzorgingstehuis. Op pagina 32 en volgende worden verscheidene tekortkomingen op de erkenningsnormen vastgesteld. 3.
- Op 30 maart 2021 geeft het Agentschap Zorg en Gezondheid naar aanleiding van een telefonische vraag van de eerste verzoekende partij aan dat het voorlopig geen acties plant naar aanleiding van het inspectieverslag van
- Hierbij werd ook de aandacht gevestigd op de regelgeving betreffende niet erkende voorzieningen. 3.
- In 2023 ontvangt de verwerende partij opnieuw een klacht. Met een schrijven van 26 juni 2023 vraagt zij informatie op bij de eerste verzoekende partij. Op 4 augustus 2023 verzoekt de verwerende partij om de overblijvende vragen te beantwoorden. XII-9828-3/31 3.
- Op 5 november 2023 vindt er een incident plaats waarbij een bewoner verdwijnt. 3.
- Op 28 november 2023 vindt er een onaangekondigd inspectiebezoek plaats. Het verslag besluit dat er indicaties zijn dat deze voorziening voldoet aan de kenmerken van een psychiatrisch verzorgingstehuis zoals omschreven in het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2018 ‘houdende de uitvoering van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging’ (hierna: het besluit van de Vlaamse egering van 7 december 2018). Er worden knelpunten met betrekking tot de kwaliteit van zorg vastgesteld. Deze worden weergegeven in het verslag. 3.
- Met een brief van 19 juni 2024 betekent de verwerende partij formeel het voornemen tot sluiting van het niet-erkend psychiatrisch verzorgingstehuis Residentie D’Hoeve wegens de illegale uitbating als niet erkend psychiatrisch verzorgingstehuis. Het voornemen zet uiteen waarom de voorziening voldoet aan de criteria van een psychiatrisch verzorgingstehuis zoals omschreven in artikel 54 van het decreet van 6 juli 2018: “Residentie D’Hoeve richt zich tot ‘volwassenen en ouderen met een ernstige en langdurige psychiatrische problematiek’, want Zorginspectie stelt vast dat 39 van de 40 zorggebruikers een psychiatrisch profiel hebben. Om de psychiatrische problematiek vast te stellen, hield Zorginspectie rekening met de volgende elementen: - er is sprake van een psychiatrisch ziektebeeld of problematiek, vermeld in het zorgdossier; - er is sprake van medicatiegebruik, met name van psychofarmaca; - de zorggebruikers werd doorverwezen vanuit een psychiatrisch centrum. XII-9828-4/31 Zorginspectie stelde vast dat 26 van de 40 zorggebruikers voldoen aan alle drie van de voormelde elementen en dat 13 van de 40 zorggebruikers voldoen aan twee van de drie voormelde elementen. 35 van de 40 zorggebruikers werden doorverwezen vanuit een psychiatrisch ziekenhuis, een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis, een medisch sociaal opvangcentrum of een initiatief beschut wonen. In de kruispuntbank is aan het ondernemingsnummers ook onder andere de Nacebelcode nummer 87.203 ‘instellingen met huisvesting voor personen met psychiatrische problemen' gekoppeld. De zorggebruikers hebben nood aan continue begeleiding bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen wat blijkt uit het feit dat er een ‘thuisverplegingsdienst’ betrokken wordt die dagelijks instaat voor o.a. hygiënische zorgen zoals wassen, baden, douchen, kledij aandoen en detailzorg. Bijgevolg voldoet Residentie D’Hoeve aan artikel 54, §1, eerste lid, 1° en 2° van het Overnamedecreet waarin staat dat zorggebruikers van een psychiatrisch verzorgingstehuis: ‘dagelijks nood hebben aan ondersteuning op het vlak van algemene dagelijkse levensverrichtingen …’ en ‘geen blijven lichamelijke zorg nodig hebben waarbij de lichamelijke zorg de psychiatrische problemen overheerst’. Alhoewel Zorginspectie vaststelt dat het aantal VTE niet voldoende is om de permanentie te verzekeren, is het streven van Residentie D’Hoeve wel om 24-uurs permanentie te voorzien. De uurroosters tonen aan dat men tracht om 24 op 7 een medewerker ter plaatse te hebben. Er wordt bijvoorbeeld een inslapende nachtpermanentie en avondpermanentie op elke dag van de week ingeroosterd. Dit wordt op de website van Residentie D’hoeve bevestigd: ‘Wij staan dan ook garant voor een permanente begeleiding, waarmee we willen zeggen dat dag en nacht begeleiding ter beschikking is van onze bewoners’. Hierdoor voldoet Residentie D’Hoeve ook aan de voorwaarde, vermeld in artikel 54, §1, eerste lid, 4°, van het Overnamedecreet: ‘… niet of nog niet in staat zijn om zelfstandig te wonen maar wel nood hebben aan nabijheid in de vorm van een aanwezige of oproepbare permanentie die binnen een korte tijd beschikbaar is.’ Tenslotte voldoet Residentie D’Hoeve ook aan artikel 54, §1, eerste lid, 3°, en tweede lid, van het Overnamedecreet: ‘nood hebben aan ondersteuning ter bevordering van de inclusie en participatie in de maatschappij” en “in een psychiatrisch verzorgingstehuis staat residentiële herstelondersteunende zorg centraal’. Op de website van Residentie D’Hoeve staat namelijk dat bewoners zoveel mogelijk betrokken worden in de dagelijkse activiteiten zoals afwassen, (tuin)-onderhoud, etc. omdat het therapeutisch is om een zinvolle dagbesteding te hebben en zich terug nuttig te voelen. In het inspectieverslag staat: ‘een beperkt aantal zorggebruikers helpen mee met XII-9828-5/31 dagelijkse taken (koken, afruimen, afwassen). … Recent werd er op elke vrijdag gestart met activering in het kader van mobiliteit waarbij er door een coach bewegingsoefeningen worden voorzien (bewegingsspelletjes, trainen met gewichtjes). … Soms wordt er op, op dinsdag of donderdag, als de wandelingen niet doorgaan, met de aanwezige zorggebruikers aan de grote tafel gezeten om na te gaan wat ze willen doen qua activiteiten’. Dit toont aan dat Residentie D’Hoeve herstelondersteunende zorg aan tracht te bieden en zorggebruikers wil activeren. […] Uit het bovenstaande blijkt dat Residentie D’Hoeve voldoet aan de voorwaarden van artikel 54 van het Overnamedecreet. Residentie D’Hoeve richt zich zoals hoger toegelicht, tot een zeer kwetsbare groep zorggebruikers.” In het voornemen tot sluiting somt de verwerende partij vervolgens de gebreken op waaruit blijkt dat Residentie D’Hoeve niet de nodige kwalitatieve zorg aanbiedt aan de groep kwetsbare zorggebruikers die er wordt opgevangen, maar dat integendeel de veiligheid/integriteit van de zorggebruikers soms in gevaar wordt gebracht. Residentie D’Hoeve biedt dus niet de kwalitatieve zorg aan die de erkende psychiatrische verzorgingstehuizen, die met deze kwetsbare doelgroep werken, wel moeten aanbieden en garanderen in het kader van hun erkenning. De gebreken hebben betrekking op: - Infrastructuur - Zorgdossier - Beperkingen van de autonomie waaronder vrijheidsbeperkende maatregelen - Expertise en medicatie risico’s - Zakgeld - Incident. Het voornemen tot sluiting besluit: XII-9828-6/31 “Uit het voorgaande blijkt dat de hogervermelde voorziening Residentie D’Hoeve voldoet aan de omschrijving van een psychiatrisch verzorgingstehuis zoals vermeld in artikel 54 van het Overnamedecreet. Artikel 34, §1 van het decreet van 20 maart 2009 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin bepaalt dat de exploitatie van een psychiatrisch Verzorgingstehuis, onder welke benaming ook, zonder te beschikken over de door de wet of het decreet vereiste planningsvergunning en erkenning, niet is toegelaten. De hogervermelde voorziening van Residentie D’Hoeve beschikt niet over de vereiste erkenning en vergunning, bepaald in artikel 56 en 62 van het Overnamedecreet. Overeenkomstig artikel 34, §2, van het hogervermelde decreet van 20 maart 2009 en artikel 49 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april tot vaststelling van de procedure voor de gezondheidsvoorzieningen beteken ik u hierbij dan mijn voornemen tot sluiting.” 3.
- Op 19 juli 2024 dient de eerste verzoekende partij een bezwaarschrift in tegen het voornemen tot sluiting als niet-erkend psychiatrisch verzorgingstehuis. 3.
- De Adviescommissie behandelt het bezwaarschrift op 10 oktober
- Het advies luidt: “De adviescommissie is overtuigd van de inzet en toewijding van de initiatiefnemers, maar de commissie moet ook oog hebben voor de noden van de kwetsbare mensen die in Residentie D’Hoeve verblijven en de opdracht van de overheid om deze mensen te beschermen. Wanneer een instelling wil fungeren als een psychiatrisch verzorgingstehuis dient die daarvoor een erkenning te hebben van de overheid. Het doel en gevolg daarvan is dat er toegezien kan worden op het naleven van diverse kwaliteitsnormen die beogen dat personen in een kwetsbare positie de opvolging en begeleiding kunnen krijgen die ze nodig hebben. De commissie is van oordeel dat de huidige doelgroep door de mazen van het net valt, en dat er dringend nood is aan organisaties die specifiek gericht zijn op het opvangen van personen met een uitgesproken sociale problematiek. Deze mensen bevinden zich in een kwetsbare situatie, waarbij het ontbreken van een passend opvang- en zorgkader hun welzijn ernstig kan bedreigen. Daarom stelt de commissie voor dat er, in samenwerking met de bevoegde beleidsmakers en instanties, de bestaande regelgeving te actualiseren. XII-9828-7/31 Bovendien benadrukt de commissie het belang van het creëren van voldoende tijd en ruimte om voor de herplaatsing van deze bewoners te zorgen. De commissie is van mening dat er een overgangsperiode moet worden ingesteld om ervoor te zorgen dat er voor iedere bewoner een passende oplossing gevonden wordt, waarbij zowel de zorgbehoeften als de sociale omstandigheden in acht worden genomen.” 3.
- Vervolgens neemt de secretaris-generaal van het Departement Zorg op 13 november 2024 een besluit tot sluiting van het niet-erkend psychiatrisch verzorgingstehuis Home Residentie D’Hoeve. Dit besluit luidt: “- In het inspectieverslag van Zorginspectie met het kenmerk ZI-2023-01378 van het inspectiebezoek van 28 november 2023, uitgevoerd bij de voorziening gelegen […] wordt gesteld dat ‘er indicaties zijn dat deze voorziening voldoet aan de kenmerken van een psychiatrisch verzorgingstehuis zoals omschreven in het Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging’; - artikel 34 van het decreet van 20 maart 2009 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin bepaalt dat de exploitatie van een psychiatrisch verzorgingstehuis zonder te beschikken over de door de wet of het decreet vereiste planningsvergunning en erkenning niet is toegelaten en dat als een psychiatrisch verzorgingstehuis wordt geëxploiteerd zonder dat het beschikt over de door de wet of het decreet vereiste planningsvergunning en erkenning, een bevel tot sluiting voor die voorziening kan worden gegeven; - met een aangetekende brief werd op 21 Juni 2024 aan de N.V. Home Residentie D'Hoeve een gemotiveerd voornemen tot sluiting als niet-erkend psychiatrisch verzorgingstehuis betekend wegens de illegale uitbating als psychiatrisch verzorgingstehuis van de voorziening gelegen […]; - met een aangetekende brief van 19 juli 2024, en dus binnen de termijn van 30 dagen, vermeld in artikel 6, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 tot vaststelling van de procedures voor de gezondheidszorgvoorzieningen, diende N.V. Home Residentie D'Hoeve een bezwaarschrift in bij de secretaris-generaal van het Departement Zorg XII-9828-8/31 tegen het voornemen tot sluiting van het niet-erkend psychiatrisch verzorgingstehuis; - het Departement Zorg heeft het bezwaarschrift met bijhorend administratief dossier op 2 augustus 2024, en dus binnen de termijn van 15 dagen, bezorgd aan het secretariaat van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat- )pleegzorgers, in toepassing van artikel 49, samen gelezen met artikel 6, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014 tot vaststelling van de procedures voor de gezondheidszorgvoorzieningen; - de kamer Gezondheidsvoorzieningen van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat)pleegzorgers behandelde dit dossier ter zitting op 10 oktober 2024; - de kamer Gezondheidsvoorzieningen van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat)pleegzorgers heeft haar advies uitgebracht, wat op 16 oktober 2024 aan het Departement Zorg werd bezorgd; - het advies van 10 oktober 2024 van de kamer Gezondheidsvoorzieningen van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers concludeert het volgende: ‘De commissie gaat niet over tot een nieuwe, eigen beoordeling van de situatie, maar spreekt zich uit over de genomen beslissing. Zij gaat na of die beslissing in overeenstemming is met de wettelijke regeling, met de algemene rechtsbeginselen en met de beginselen van behoorlijk bestuur, of zij procedureel correct tot stand gekomen is en of zij redelijk verantwoord en opportuun is. Na kennissname van het admi1stratief dossier en de hoorzitting, beschouwt de commissie dit bezwaarschrift bijgevolg ongegrond. De adviescommissie is overtuigd van de inzet en toewijding van de initiatiefnemers, maar de commissie moet ook oog hebben voor de noden van de kwetsbare mensen die in Residentie D'hoeve verblijven en de opdracht van de overheid om deze mensen te beschermen. Wanneer een instelling wil fungeren als een psychiatrisch verzorgingstehuis dient die daarvoor een erkenning te hebben van de overheid. Het doel en gevolg daarvan is dat er toegezien kan worden op het naleven van diverse kwaliteitsnormen die beogen dat personen m een kwetsbare positie de opvolging en begeleiding kunnen krijgen die ze nodig hebben. De commissie is van oordeel dat de huidige doelgroep door de mazen van het net valt, en dat er dringend nood is aan organisaties die specifiek gericht zijn op het opvangen van personen met een uitgesproken sociale problematiek. Deze mensen bevinden zich in een kwetsbare situatie, waarbij het ontbreken van een passend opvang- en zorgkader hun welzijn ernstig kan bedreigen. Daarom stelt de commissie voor dat er, in XII-9828-9/31 samenwerking met de bevoegde beleidsmakers en instanties, de bestaande regelgeving te actualiseren. Bovendien benadrukt de commissie het belang van het creëren van voldoende tijd en ruimte om voor de herplaatsing van deze bewoners te zorgen. De commissie is van mening dat er een overgangspenode moet worden ingesteld om ervoor te zorgen dat er voor tedere bewoner een passende oplossing gevonden wordt, waarbij zowel de zorgbehoeften als de sociale omstandigheden in acht worden genomen;’ - Na het advies van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers wordt beslist om over te gaan tot sluiting. De voorziening voldoet aan de criteria van een psychiatrisch verzorgingstehuis zoals omschreven in artikel 54 van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging. Dit wordt uitvoerig gemotiveerd in het voornemen tot sluiting. Deze motivering wordt integraal overgenomen als motivering van het voorliggende besluit. - Home Residentie D'Hoeve richt zich tot een zeer kwetsbare groep zorggebruikers en beschikt niet over de noodzakelijke planningsvergunning en erkenning als psychiatrisch verzorgingstehuis. Home Residentie D'Hoeve biedt niet de kwalitatieve zorg aan die de erkende psychiatrische verzorgingstehuizen, die met deze kwetsbare doelgroep werken, wel moeten aanbieden en garanderen in het kader van hun erkenning. Op 19 juli 2024 ontving het Departement Zorg een remediëring (als bijlage van het bezwaarschrift) van Home Residentie D'Hoeve. Op 30 september 2024 ontving het Departement Zorg een tweede remediëring van Home Residentie D'Hoeve. Deze remediëringen trachtten tegemoet te komen aan de tekortkomingen die werden vastgesteld door ZorgInspectie. - De remediëringen trachten tegemoet te komen aan de tekortkomingen maar een groot aantal tekortkomingen bleef bestaan. Ten eerste, past men vrijheidsbeperkende maatregelen (en straffen) toe zonder beleid, evaluatie of transparantie hierrond. De vrijheidsbeperkende maatregelen en straffen worden ad hoc toegepast, niet gecommuniceerd naar zorggebruikers en niet genoteerd in het dossier of geëvalueerd door het team. Ten tweede is er onvoldoende gekwalificeerd personeel in dienst. De zaakvoerder heeft geen aantoonbare managementvaardigheden, zoals bijvoorbeeld vaardigheden met betrekking tot het bewaken van kwaliteit van zorg, beleid rond procedures, personeelsbeleid en vormingsbeleid. Er is ook geen intern beleid of vorming rond suïcidepreventie, crisissen of seksueel grensoverschrijdend gedrag. Tenslotte zijn er medicatierisico's, worden zorggebruikers niet structureel opgevolgd door een psychiater of huisarts en is het zorgdossier onvolledig en versnipperd. XII-9828-10/31 - de sluiting van de voorziening van Residentie D'Hoeve heeft tot gevolg dat deze voorziening niet langer als een psychiatrisch verzorgingstehuis mag worden uitgebaat; - de gedwongen verhuizing heeft een ernstige impact op de levenskwaliteit van de getroffen bewoners, aangezien zij hun vertrouwde woonomgeving moeten verlaten; - er moeten maatregelen worden genomen om de verdere huisvesting van de bewoners te realiseren en de uitvoering van deze maatregelen moet het voorwerp uitmaken van een voorafgaand overleg tussen de burgemeester en de voorzitter van het bijzonder comité sociale dienst van de gemeente in kwestie en het Departement Zorg; - het is billijk voor de betrokken bewoners dat de sluiting van het niet-erkende psychiatrische verzorgingstehuis voldoende in de tijd wordt gespreid, zodat zij de kans krijgen om een volwaardig alternatief te vinden. Er is een beperkt aanbod van voorzieningen met specialisatie in de geestelijke gezondheidszorg in de regio waarin Home Residentie D'Hoeve gelegen is. Aangezien uit het inspectieverslag blijkt dat het om een groot aantal bewoners gaat met een psychiatrisch profiel, is het belangrijk om genoeg tijd te voorzien voor de sluiting. Ook het advies van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers drong aan op een voldoende lange overgangsperiode. Juridisch kader Dit besluit sluit aan bij de volgende regelgeving: - het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging, artikel 54; - het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers; - het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende de uitvoering van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, reva1idatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging, artikel 69 tot en met
- DE SECRETARIS-GENERAAL VAN HET DEPARTEMENT ZORG BESLUIT: Artikel
- De sluiting van het niet-erkende psychiatrisch verzorgingstehuis, […] uitgebaat door N.V. Home Residentie D'Hoeve, met als ondernemingsnummer 0430.020.893, wordt bevolen. De sluiting houdt in dat de voorziening niet als psychiatrisch verzorgingstehuis mag worden uitgebaat. XII-9828-11/31 Art.
- Deze beslissing tot sluiting heeft uitwerking uiterlijk op 13 juli
- Deze periode is uitsluitend bedoeld om voor de huidige bewoners een door het Departement Zorg aanvaarde oplossing te realiseren. Art.
- In de periode tussen de kennisgeving van dit besluit en de uitwerking van dit besluit kunnen onder geen enkele voorwaarde nieuwe bewoners worden opgenomen. Art.
- Ten overstaan van de bewoners kunnen enkel maatregelen genomen worden na voorafgaand en permanent overleg met het Departement Zorg.” Dit is het bestreden besluit. XII-9828-12/31 IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
- Op 11 maart 2025, één dag voor de terechtzitting, leggen de verzoekende partijen uit eigen initiatief bijkomende stukken neer. Ter terechtzitting verzet de verwerende partij zich tegen het neerleggen van het nieuwe stukken door de verzoekende partijen aan het dossier. De toepasselijke procedureregeling voorziet niet in de mogelijkheid tot de neerlegging van bijkomende stukken na het auditoraatsverslag. Wel mag een partij aan de Raad van State nieuwe feiten ter kennis brengen die een invloed kunnen hebben op de ontvankelijkheid of gegrondheid van het beroep. De nieuwe stukken worden, in zoverre zij op nieuwe feiten betrekking hebben, bij de beoordeling van de zaak betrokken. In zoverre de verzoekende partijen in hun mondelinge opmerkingen ter terechtzitting of in de bijkomende stukken nieuwe argumenten ontwikkelen waarvan zij, zoals te dezen, niet aantonen dat zij die niet in het verzoekschrift konden ontwikkelen, zijn zij niet-ontvankelijk en worden ze uit het debat geweerd. V. Ontvankelijkheid van het beroep Hoedanigheid Standpunt partijen
- De verzoekende partijen zetten uiteen dat de tweede en derde verzoekende partij door middel van een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur XII-9828-13/31 bij de eerste verzoekende partij zijn tewerkgesteld. Zij dreigen door de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit hun job te verliezen.
- De verwerende partij stelt dat de tweede en derde verzoekende partij, als werknemer van Home D’Hoeve, niet de vereiste hoedanigheid hebben om tegen het besluit tot sluiting op te treden. Het feit dat zij mogelijk een bepaald nadeel van het besluit tot sluiting zullen ondervinden, volstaat niet om te besluiten dat ze de hoedanigheid hebben om een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing hiertegen in te stellen. Het bestreden besluit heeft immers uitsluitend betrekking op Home D’Hoeve. De tweede en derde verzoekende partij hebben dan ook geen persoonlijke en individuele band met het bestreden besluit. Beoordeling
- Voor de exploitatie van een psychiatrisch verzorgingstehuis is een planningsvergunning en een erkenning vereist. Uit de bestreden beslissing blijkt dat het verzorgingstehuis wordt gesloten omwille van het ontbreken daarvan. De tweede en derde verzoekende partij zijn als werknemers van de eerste verzoekende partij niet de bestemmeling van de sluitingsbeslissing noch zijn zij de uitbater van de bedoelde inrichting. Het is dan ook niet tot hen dat de bestreden beslissing is gericht. Om die reden ontberen zij op het eerste gezicht de vereiste hoedanigheid om de tegen de sluitingsbeslissing een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing in te dienen en hebben zij geen voldoende direct belang bij het instellen van het beroep. Het feit dat hun werkzekerheid in het gedrang kan komen, doet op het eerste gezicht niet anders besluiten. Het beroep van de tweede en de derde verzoekende partij is niet ontvankelijk. Bijgevolg moet hierna de eerste verzoekende partij als de verzoekende partij worden beschouwd. VI. Schorsingsvoorwaarden XII-9828-14/31
- Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. VII. Ernst van de middelen Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- In een eerste middel voeren de verzoekende partij de schending aan van artikel 54, § 1, van het decreet van 6 juli 2018 ‘betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging’ (hierna: decreet van 6 juli 2018), de artikelen 69 tot en met 121 van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2018 , het grondwettelijk gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel (artikel 10 en 11 van de Grondwet) en van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheids- en materieel motiveringsbeginsel als beginselen van behoorlijk bestuur.
- De verzoekende partij vat het middel als volgt samen: “Doordat artikel 54 §1 van het Overnamedecreet een psychiatrisch verzorgingstehuis (PVT) als volgt omschrijft: “Een psychiatrisch verzorgingstehuis is een residentiële zorgvorm die zich richt tot de doelgroep van volwassenen en ouderen met ernstige, langdurige psychiatrische problematiek, die: XII-9828-15/31 1° dagelijks nood hebben aan ondersteuning op het vlak algemene dagelijkse levensverrichtingen, instrumentele activiteiten in het dagelijks leven en dagbesteding wegens verminderd functioneren om psychiatrische redenen zonder dat daarvoor een 24 uurs-medische beschikbaarheid noodzakelijk is, 2° geen blijvende lichamelijke zorg nodig hebben waarbij de lichamelijke zorg de psychiatrische problemen overheerst; 3° nood hebben aan ondersteuning ter bevordering van de inclusie en participatie in de maatschappij; 4° niet of nog niet in staat zijn om zelfstandig te wonen maar wel nood hebben aan nabijheid in de vorm van een aanwezige of oproepbare permanentie die binnen een korte tijd beschikbaar is. In een psychiatrisch verzorgingstehuis staant residentiële herstelondersteunende zorg centraal. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de herstelondersteunende zorg, vermeld in het tweede lid, die ten minste bestaat uit: 1° sociale netwerkvorming stimuleren 2° streven naar inclusie en participatie in de omgeving waarin de cliënt actief is 3° aandacht hebben voor zinvolle activiteiten” De criteria om als een PVT te worden beschouwd worden verder uitgewerkt in de artikelen 69 tot en met 121 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende de uitvoering van het Overnamedecreet; doordat deze criteria niet sluitend zijn en ruimte voor interpretatie laten en Home D’Hoeve zich geenszins (uitsluitend) richt op zorggebruikers met psychiatrisch profiel; waardoor verweerster in het bestreden besluit niet zondermeer kon besluiten dat de instelling die eerste verzoekster uitbaat voldoet aan de kenmerken van een psychiatrisch verzorgingstehuis zoals omschreven in het besluit van de Vlaamse Regering houdende de uitvoering van het Overnamedecreet. waardoor ook het grondwettelijk gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel, het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheids- en materieel motiveringsbeginsel als beginselen van behoorlijk bestuur worden geschonden.” Beoordeling
- Artikel 54, § 1, van het decreet van 6 juli 2018 luidt: XII-9828-16/31 “§
- Een psychiatrisch verzorgingstehuis is een residentiële zorgvorm die zich richt tot de doelgroep van volwassenen en ouderen met een ernstige, langdurige psychiatrische problematiek, die: 1° dagelijks nood hebben aan ondersteuning op het vlak van algemene dagelijkse levensverrichtingen, instrumentele activiteiten in het dagelijks leven en dagbesteding wegens verminderd functioneren om psychiatrische redenen zonder dat daarvoor een 24 uurs-medische beschikbaarheid noodzakelijk is; 2° geen blijvende lichamelijke zorg nodig hebben waarbij de lichamelijke zorg de psychiatrische problemen overheerst; 3° nood hebben aan ondersteuning ter bevordering van de inclusie en participatie in de maatschappij; 4° niet of nog niet in staat zijn om zelfstandig te wonen maar wel nood hebben aan nabijheid in de vorm van een aanwezige of oproepbare permanentie die binnen een korte tijd beschikbaar is. In een psychiatrisch verzorgingstehuis staat residentiële herstelondersteunende zorg centraal. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de herstelondersteunende zorg, vermeld in het tweede lid, die ten minste bestaat uit: 1° sociale netwerkvorming stimuleren; 2° streven naar inclusie en participatie in de omgeving waarin de cliënt actief is; 3° aandacht hebben voor zinvolle activiteiten. § 2 De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder de opname in een psychiatrisch verzorgingstehuis kan worden gecombineerd met andere zorgvormen.” Luidens artikel 56 van het decreet van 6 juli 2018 dient elk psychiatrisch verzorgingstehuis door de Vlaamse regering erkend te zijn. Het moet voldoen aan de erkenningsvoorwaarden inzake huisvesting, zorgverlening, personeel, functionele en organisatorische werking en specifieke brandveiligheidsaspecten voor voorzieningen. Artikel 34 van het decreet van 20 maart 2009 ‘houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin’, (hierna decreet van 20 maart 2009) bepaalt: “§2 Als een psychiatrisch verzorgingstehuis of een initiatief beschut wonen, onder welke benaming ook, wordt geëxploiteerd zonder dat het beschikt over de door de wet of het decreet vereiste planningsvergunning en erkenning, kan de Vlaamse Regering een bevel tot sluiting van die verzorgingsvoorziening geven.” XII-9828-17/31 De procedure tot sluiting van het psychiatrisch verzorgingstehuis wordt geregeld in artikel 49 en 50 het besluit van de Vlaamse regering van 25 april 2014 ‘tot vaststelling van de procedures voor de gezondheidsvoorzieningen’ (hierna: besluit van 25 april 2014). De materiële motiveringsplicht houdt in dat elke administratieve rechtshandeling moet worden gedragen door motieven die in feite juist en in rechte aanvaardbaar zijn als verantwoording voor het nemen van die rechtshandeling en die daarom, naar aanleiding van het wettigheidstoezicht, moeten kunnen worden gecontroleerd. Bij het onderzoek van de vraag naar de materiële motivering van de bestreden beslissing moet de Raad van State onderzoeken of uit de gegevens van het dossier kan worden afgeleid dat de beslissing op een deugdelijke manier werd onderbouwd. Van een zorgvuldig handelende overheid mag het worden verwacht dat zij haar beslissing op zorgvuldige wijze voorbereidt, wat impliceert dat haar beslissing dient te steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld. De overheid is onder meer verplicht om zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van de beslissing en de feitelijke en juridische aspecten van het dossier deugdelijk te onderzoeken, zodat zij met kennis van zaken kan beslissen. De bestreden beslissing dient gesteund te zijn op motieven waarvan het feitelijk bestaan naar behoren is bewezen en die in rechte ter verantwoording van de beslissing in aanmerking kunnen worden genomen.
- Het bestreden besluit motiveert waarom de eerste verzoekende partij voldoet aan de criteria van een psychiatrisch verzorgingstehuis met verwijzing naar de motieven opgenomen in het voornemen tot sluiting: XII-9828-18/31 “Na het advies van de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat)-pleegzorgers wordt beslist om over te gaan tot sluiting. De voorziening voldoet aan de criteria van een psychiatrisch verzorgingstehuis zoals omschreven in artikel 54 van het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatie-overeenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging. Dit wordt uitvoerig gemotiveerd in het voornemen tot sluiting. Deze motivering wordt integraal overgenomen als motivering van het voorliggende besluit.” De motivering in het voornemen tot sluiting (supra randnummer 3.7.) is op het eerste gezicht in feite juist en in rechte aanvaardbaar. Er werd vastgesteld dat negenendertig van de veertig zorggebruikers in Home Residentie D’Hoeve een psychiatrisch profiel hebben. Het psychiatrisch profiel van de zorggebruikers werd bepaald op basis van het psychiatrisch ziektebeeld of problematiek, vermeld in het zorgdossier; het medicatiegebruik, met name het gebruik van psychofarmaca; en de verwijzende instantie, met name een verwijzing vanuit een psychiatrisch centrum. Zesentwintig van de veertig zorggebruikers voldoen aan alle drie van de voormelde elementen en nog eens dertien voldoen aan twee van de drie voormelde elementen. Op basis van de gegevens van het inspectieverslag kon de verwerende partij besluiten dat verzoekende partij zich vooral richt op ouderen en volwassenen met een psychiatrische problematiek. Vervolgens motiveert het bestreden besluit punt per punt dat eveneens voldaan is aan de voorwaarden van artikel 54, §1, eerste lid, 1° tot 4°, van het decreet van 6 juli
- De bewering van de verzoekende partij dat de beslissing niet gesteund kan zijn op het tegenstrijdig advies van de Adviescommissie kan niet worden bijgevallen. Het advies van de Adviescommissie is op het eerste gezicht niet tegenstrijdig. Er wordt gewezen op de noodzaak aan een erkenning. De commissie erkent evenwel dat voor opvang die specifiek gericht is tot personen met een uitgesproken sociale problematiek er een passend opvang- en zorgkader XII-9828-19/31 ontbreekt. Daarom vraagt de commissie om, in samenwerking met de bevoegde beleidsmakers en instanties, de bestaande regelgeving te actualiseren. Uit het advies blijkt niet dat de genomen beslissing in strijd is met de bestaande wettelijke regeling, algemene rechtsbeginselen of beginselen van behoorlijk bestuur. De commissie verklaart het bezwaarschrift ongegrond en stelt geenszins dat de verzoekende partij niet als een niet-erkend psychiatrisch verzorgingstehuis kan worden beschouwd.
- De motivering is evenmin in tegenspraak met artikel 54, § 1, eerste lid, 2°, van het decreet van 6 juli
- Het voornemen tot sluiting zet uiteen dat de zorggebruikers nood hebben aan continue begeleiding bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen, wat blijkt uit het feit dat er een ‘thuisverplegingsdienst’ betrokken wordt die dagelijks instaat voor o.a. de hygiënische zorgen zoals wassen, baden, douchen, kledij aandoen en detailzorg. Dit is letterlijk voorzien in artikel 54, § 1, eerste lid 1°, van het decreet van 6 juli
- Het voornemen stelt vast dat dit ook voldoet aan artikel 54, § 1, eerste lid, 2°, van voornoemd decreet omdat er geen sprake is van blijvende lichamelijk zorg die de psychiatrische problemen overheerst. Er is enkel sprake van ondersteuning op het vlak van algemene dagelijkse levensverrichtingen.
- De verwijzing naar de Nacebelcode in het voornemen tot sluiting lijkt op het eerste gezicht eerder een overtollig motief. De kritiek op dit ‘motief’ lijkt niet tot de nietigverklaring van het besluit te kunnen leiden.
- De verzoekende partij meent dat uit het ontbreken van een spontaan initiatief na de controle van 2015 blijkt dat zij niet kan worden beschouwd als een psychiatrisch verzorgingstehuis. Het beweerdelijke ontbreken van een spontaan initiatief is op het eerste gezicht irrelevant om te besluiten of de verzoekende partij al dan niet voldoet aan de decretale definitie van een XII-9828-20/31 psychiatrisch verzorgingstehuis. Bovendien blijkt dat er op 28 november 2023 een onaangekondigd inspectiebezoek is geweest.
- Het vertrouwensbeginsel kan enkel geschonden zijn wanneer eenzelfde overheid op een niet te verantwoorden wijze haar beoordeling heeft gewijzigd. Uit het bovenstaande blijkt dat hier geen sprake van is. De verzoekende partij zet niet uiteen hoe het rechtszekerheidsbeginsel geschonden zou zijn.
- Uit het bovenstaande blijkt dat de motieven om te besluiten dat de verzoekende partij beschouwd kan worden als een psychiatrisch verzorgingstehuis op het eerste gezicht gedragen worden door de feiten weergegeven in het administratief dossier en dat de beslissing op zorgvuldige wijze werd genomen.
- Het middel zet niet uiteen hoe de bestreden beslissing het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel zou hebben geschonden.
- Het eerste middel is niet ernstig. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- In een tweede middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 34, § 1, van het decreet van 20 maart 2009 ‘houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin’ (hierna: decreet 20 maart 2009), de artikelen 56 en 62 van het decreet van 6 juli 2018, de formelemotiveringplicht en de hoorplicht, het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel als beginselen van behoorlijk bestuur. XII-9828-21/31 De verzoekende partij vat het middel als volgt samen: “Doordat artikel 34, §1, van het Decreet van 20 maart 2009 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin bepaalt dat de exploitatie van een psychiatrisch verzorgingstehuis (PVT), onder welke benaming ook, zonder te beschikken over de door de wet of het decreet vereiste planningsvergunning en erkenning niet toegelaten is; terwijl de ministeriële omzendbrief van voormalig minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen van 19 juni 2015 bepaalt dat aanvragen tot nieuwe planningsvergunningen voor PVT-plaatsen, ingediend na 1 januari 2015 niet langer worden goedgekeurd omdat er geen extra middelen kunnen worden vrijgemaakt; waardoor eerste verzoekster in elk geval onmogelijk een planningsvergunning (en erkenning) als PVT zoals bepaald in de artikelen 56 en 62 van het overnamedecreet kan bekomen; terwijl eerste verzoekster dit middel reeds opwierp in haar bezwaarschrift van 19 juli 2024 en tevens aanhaalde tijdens de hoorzitting van 10 oktober 2024, maar er in het bestreden besluit op geen enkele wijze op dit middel wordt geantwoord.” Beoordeling
- Er kan op het eerste gezicht niet worden ingezien hoe het feit dat elke aanvraag om een erkennings- en planningsvergunning volgens de verzoekende partij de facto zinloos is wegens een omzendbrief van 2015, de verzoekende partij zou vrijstellen om een psychiatrisch verzorgingstehuis uit te baten volgens de wettelijke regels. De verzoekende partij ontbeert belang bij het middel.
- De formelemotiveringsplicht vereist bovendien niet dat op elk argument van de verzoekende partij wordt geantwoord. De belangrijkste bestaansreden van de formelemotiveringsplicht, zoals die wordt opgelegd door de wet van 29 juli 1991, bestaat erin dat de betrokkene in de hem aanbelangende beslissing zelf de motieven moet kunnen aantreffen op grond waarvan ze werd XII-9828-22/31 genomen, derwijze dat blijkt, of minstens kan worden nagegaan of de overheid is uitgegaan van gegevens die in rechte en in feite juist zijn, of zij die gegevens correct beoordeeld heeft en of zij op grond daarvan in redelijkheid tot haar beslissing is kunnen komen, opdat de betrokkene met kennis van zaken zou kunnen uitmaken of het aangewezen is de beslissing met een annulatieberoep te bestrijden. Uit de formelemotiveringsplicht volgt echter niet dat in de bestreden beslissing op alle grieven die een verzoekende partij aanvoert, een afzonderlijk en specifiek antwoord moet worden gegeven. Het volstaat dat uit de bestreden beslissing blijkt dat die grieven in overweging zijn genomen en waarom ze in globo niet konden overtuigen. In de bestreden beslissing wordt onder meer verwezen naar het voornemen tot sluiting. Uit de bestreden beslissing en de stukken van het administratief dossier blijkt waarom de verzoekende partij beschouwd wordt als een psychiatrisch verzorgingstehuis en vervolgens op basis van welke gebreken de verwerende partij heeft besloten dat de verzoekende partij niet de nodige kwalitatieve zorg aanbiedt aan de groep kwetsbare zorggebruikers die er wordt opgevangen. Er wordt vastgesteld dat de verzoekende partij niet beschikt over de noodzakelijke planningsvergunning en erkenning als psychiatrisch verzorgingstehuis. Er wordt rekening gehouden met de remediëringen van verzoekende partij en toegelicht waarom deze niet volstaan. De schending van de aangehaalde bepalingen en beginselen wordt op het eerste gezicht niet aangetoond.
- Het tweede middel is niet ernstig. Derde middel Uiteenzetting van het middel XII-9828-23/31
- In een derde middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 54, § 1, van het decreet van 6 juli 2018, van de artikelen 69 tot en met 121 van het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2018, artikel 34, § 1, van het decreet van 20 maart 2009, het grondwettelijk gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel (artikel 10 en 11 van de Grondwet) en van het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheids- en materieel motiveringsbeginsel en de hoorplicht als beginselen van behoorlijk bestuur.
- De verzoekende partij vat het middel als volgt samen: “Doordat er niet enkel geen sluitende criteria bestaan om als een PVT te worden beschouwd (zie eerste middel), maar er ook geen sluitende criteria bestaan die bepalen wanneer een instelling die als een niet-erkende PVT wordt beschouwd moet sluiten; noch in het Overnamedecreet, noch in het Besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2018 houdende de uitvoering van het overnamedecreet de criteria om tot sluiting van een instelling te kunnen overgaan worden opgelijst; artikel 34 §1 van het Decreet van 20 maart 2009 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin uitsluitend bepaalt dat de exploitatie van een PVT, onder welke benaming ook, zonder te beschikken over de door de wet of het decreet vereiste planningsvergunning en erkenning, niet is toegelaten en bijgevolg de sluiting van een dergelijke instelling zonder planningsvergunning en/of erkenning kan worden opgelegd; Terwijl het zoals zelfs wanneer een instelling de facto aan de weliswaar niet sluitende voorwaarden zoals bepaald in artikel 54 §1 van het Overnamedecreet de artikelen 69 tot en met 121 van het Besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2018 houdende de uitvoering van het Overnamedecreet voldoet het thans onmogelijk is om een erkenning en een planningsvergunning te bekomen (zie tweede middel).” Beoordeling
- In zoverre de kritiek gericht is tegen de bepalingen van het decreet is het middel niet ontvankelijk. Dit valt niet binnen de bevoegdheid van de Raad van State. XII-9828-24/31 In zoverre de verzoekende partij meent dat de criteria voorzien in het besluit van 7 december 2018 niet voldoende duidelijk zijn, is het middel niet verder uitgewerkt en onontvankelijk. In zoverre de verzoekende partij verwijst naar diverse beginselen zonder de vermeende schending daarvan uit te werken, is het middel niet-ontvankelijk.
- De verzoekende partij meent dat de motivering tegenstrijdig is omdat er in het bestreden besluit sprake lijkt te zijn van een gebonden bevoegdheid en een discretionaire bevoegdheid. Luidens artikel 56 van het decreet van 6 juli 2018 dient elk psychiatrisch verzorgingstehuis door de Vlaamse regering erkend te zijn. Het moet voldoen aan de erkenningsvoorwaarden inzake huisvesting, zorgverlening, personeel, functionele en organisatorische werking en specifieke brandveiligheidsaspecten voor voorzieningen. Uit deze bepaling blijkt aldus dat de uitbating van een psychiatrisch verzorgingstehuis (onder welke benaming ook) aan een erkenning is onderworpen. Het reeds bij de beoordeling van het eerste middel geciteerde artikel 34 van het decreet van 20 maart 2009 luidt: “§2 Als een psychiatrisch verzorgingstehuis of een initiatief beschut wonen, onder welke benaming ook, wordt geëxploiteerd zonder dat het beschikt over de door de wet of het decreet vereiste planningsvergunning en erkenning, kan de Vlaamse Regering een bevel tot sluiting van die verzorgingsvoorziening geven.” Uit deze bepaling blijkt dat de vaststelling dat een psychiatrisch verzorgingstehuis wordt geëxploiteerd zonder dat het beschikt over de door de wet of het decreet vereiste vergunning en erkenning volstaat om tot de sluiting over te XII-9828-25/31 gaan. Het behoort echter tot de beoordelingsbevoegdheid van de verwerende partij om te besluiten of de verzorgingsvoorziening wordt gesloten. Dit blijkt uit het woord “kan”. Gelet op deze beoordelingsbevoegdheid heeft de verwerende partij zich gebaseerd op de tekorten die werden vastgesteld tijdens het inspectiebezoek en op de remediëringsplannen van de verzoekende partij om tot het bestreden besluit te komen. De bestreden beslissing motiveert waarom in casu wordt overgegaan tot een sluiting. De motieven van de bestreden beslissing lijken niet tegenstrijdig te zijn.
- Het derde middel is niet ernstig. Vierde middel Uiteenzetting van het middel
- In een vierde middel voert de verzoekende partij de schending aan van de hoorplicht, het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheids- en materieelmotiveringsbeginsel en de formelemotiveringsplicht (artikel 2 en 3 van de formele motiveringswet) als beginselen van behoorlijk bestuur.
- De verzoekende partij vat het middel als volgt samen: “ Doordat eerste verzoekster op 19 juli 2024 een remediëringsplan bij haar ontvankelijk bezwaarschrift had gevoegd, eerste verzoekster dit remediëringsplan op 30 september 2024 heeft aangevuld met een aanvullend rapport. Terwijl in de bestreden beslissing niet op afdoende wijze gemotiveerd wordt waarom de voorgestelde remediëring onvoldoende zou zijn.” XII-9828-26/31 Beoordeling
- Uit de bespreking van de voorgaande middelen blijkt dat de verwerende partij kon vaststellen dat de verzoekende partij beschouwd wordt als een psychiatrisch verzorgingstehuis. Na de vaststelling dat de verzoekende partij niet beschikt over de vereiste planningsvergunning en erkenning kon de verwerende partij een bevel tot sluiting geven.
- De procedure en de nadere regels inzake het sluitingsbevel worden geregeld door de Vlaamse regering. Uit artikel 49 van het besluit van 25 april 2014 blijkt dat er een voornemen tot sluiting dient te worden betekend met vermelding van de redenen waarom tot de sluiting wordt bevolen en de mogelijkheid om tegen dat voornemen een bezwaarschrift in te dienen. De bezwaarprocedure wordt verder uitgewerkt in de artikelen 6, 7 en 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 25 april
- Het bezwaarschrift wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 ‘houdende oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaams Welzijns- Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat)pleegzorgers’. Deze bepalingen voorzien niet in de mogelijkheid om een remediëringsplan in te dienen noch in de verplichting om een inspectiebezoek te verrichten na het indienen van een niet voorzien remediëringsplan. De verwerende partij heeft het zorgvuldigheidsbeginsel op het eerste gezicht niet geschonden door geen inspectiebezoek meer te verrichten. XII-9828-27/31
- De kritiek van de verzoekende partij omtrent de motivering over het remediëringsplan en het aanvullend plan overtuigt evenmin. Het bestreden besluit zet het volgende uiteen met betrekking tot het remediëringsplan: “Op 19 juli 2024 ontving het Departement Zorg een remediëring (als bijlage van het bezwaarschrift) van Home Residentie D’Hoeve. Op 30 september 2024 ontving het Departement Zorg een tweede remediëring van Home Residentie D’Hoeve. Deze remedieringen trachtten tegemoet te komen aan de tekortkomingen die werden vastgesteld door Zorginspectie. -De remediëringen trachten tegemoet te komen aan de tekortkomingen maar een groot aantal tekortkomingen bleef bestaan. Ten eerste, past men vrijheidsbeperkende maatregelen (en straffen) toe zonder beleid, evaluatie of transparantie hierrond. De vrijheidsbeperkende maatregelen en straffen werden ad hoc toegepast, niet gecommuniceerd naar zorggebruikers en niet genoteerd in het dossier of geëvalueerd door het team. Ten tweede is er onvoldoende gekwalificeerd personeel in dienst. De zaakvoerder heeft geen aantoonbare managementvaardigheden, zoals bijvoorbeeld vaardigheden met betrekking tot het bewaken van kwaliteit van zorg, beleid rond procedures, personeelsbeleid en vormingsbeleid. Er is ook geen intern beleid of vorming rond suicidepreventie, crisissen of seksueel grensoverschrijdend gedrag. Tenslotte zijn er medicatierisico’s, worden zorggebruikers niet structureel opgevolgd door een psychiater of huisarts en is het zorgdossier onvolledig en versnipperd.” Volgens de verzoekende partij wordt er ten onrechte geen rekening gehouden met de nuancering in het remediëringplan en het aanvullend remediëringsplan die volgens haar dient te worden gemaakt met betrekking tot de vrijheidsbeperkende maatregelen, het begrip voor de nood aan transparantie en de inspanningen omtrent het zakgeld. Deze nuanceringen weerleggen de motieven op het eerste gezicht niet. Zo geeft de verzoekende partij wat de vrijheidsbeperkende maatregelen betreft in het remediëringsplan toe dat er geen protocols of procedures zijn en dat algemene maatregelen moeilijk zullen zijn. Verder is er de belofte om dit luik te evalueren, motiveren en omschrijven in de nieuwe bewonersdossiers. De remediëring lijkt zich verder op het eerste gezicht te beperken tot de maatregelen in XII-9828-28/31 verband met het zakgeld. De overige vaststellingen hieromtrent (identiteitskaart, sleutel, gebruik badkamer, telefoongebruik, knelpunten maatregelen op maat van de zorggebruiker) worden niet besproken. Bijgevolg kon de verwerende partij op het eerste gezicht besluiten dat een groot aantal tekortkomingen met betrekking tot de vrijheidsbeperkende maatregelen bleef bestaan. Volgens de verzoekende partij wordt ten onrechte geen rekening gehouden met de maatregelen die werden genomen met betrekking tot het personeel (Adviesraad, aanwerving psychiatrisch verpleegkundige met managementervaring, aanwerving extra personeel, begeleiding bewoners). Deze elementen lijken echter geen afbreuk te doen aan de vaststellingen met betrekking tot de zaakvoerder en aan de vaststellingen dat er geen intern beleid of vorming is rond suïcidepreventie, crisissen of seksueel grensoverschrijdend gedrag. Daarnaast wijst de verzoekende partij op de maatregelen in verband met het medicatierisico. Deze elementen lijken geen afbreuk te doen aan de vaststelling dat de zorggebruikers niet structureel opgevolgd worden door een psychiater of huisarts en dat het zorgdossier onvolledig en versnipperd is.
- Tot slot meent de verzoekende partij dat er ten onrechte voorbij wordt gegaan aan de structurele maatregelen die zij heeft genomen op het vlak van infrastructuur. De formelemotiveringsplicht vereist niet dat op elk argument van de verzoekende partij geantwoord wordt. Uit de motieven van de bestreden beslissing kan zij afleiden op grond van welke feiten de bestreden beslissing werd genomen.
- De verzoekende partij toont geen schending aan van de ingeroepen bepalingen en beginselen.
- Het middel is niet ernstig. XII-9828-29/31 VIII. Conclusie
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. XII-9828-30/31 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Frédéric Vanneste, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Frédéric Vanneste XII-9828-31/31 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.655 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.045 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.