← België

Arrest 262662 - Examens (onderwijs) - 19/03/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.662 Rolnummer: A. 242960/IX-10548 Zaak: Arrest 262662 - Examens (onderwijs) - 19/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-03-24 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-16 05:56 Fiche Arrest nr 262.662 van 19 maart 2025 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Opheffing Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 262.662 van 19 maart 2025 in de zaak A. 242.960/IX-10.548 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hilde Minnen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Ballaarstraat 69-71/5 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE GEMEENSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Jade Leenaert kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 13 september 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de interne beroepsinstantie van het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts van 27 augustus 2024 waarbij het beroep van verzoekster ongegrond wordt verklaard en de eerder door de examencommissie genomen beslissing dat zij op het examen 126 op 240 punten behaalt en niet gunstig is gerangschikt, wordt bevestigd. IX-10.548-1/3 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 260.871 van 1 oktober 2024 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing ingewilligd. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de waarnemend voorzitter van de IXe kamer bij beschikking van 27 januari 2025 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 3 maart
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Opheffing van de schorsing
  5. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen. IX-10.548-2/3 IV. Kosten
  6. Na en ingevolge het schorsingsarrest heeft de interne beroepsinstantie van het toelatingsexamen voor de opleiding tot arts op 9 oktober 2024 de bestreden beslissing ingetrokken en een nieuwe beslissing genomen. Dit verantwoordt dat de verwerende partij de gedingkosten draagt. BESLISSING
  7. De schorsing bevolen bij arrest nr. 260.871 van 1 oktober 2024 wordt opgeheven.
  8. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij.
  9. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Frank Bontick, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Jurgen Neuts IX-10.548-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.662 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.871 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.