← België

Arrest 262674 - Dierenwelzijn - 19/03/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.674 Rolnummer: A. 243800/XII-9815 Zaak: Arrest 262674 - Dierenwelzijn - 19/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-03-27 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-16 05:57 Fiche Arrest nr 262.674 van 19 maart 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.674 no lien 282217 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 262.674 van 19 maart 2025 in de zaak A. 243.800/XII-9815 In zake: I.S. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Rochtus kantoor houdend te 2288 Bouwel Echelpoel 6/A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Staelens en Joost Hoste kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 23 november 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de “[b]estemmingsbeslissing dd. 14.10.2024 met dossiernr. : G-24-4948 gewezen door Vlaams Departement Omgeving, Dierenwelzijn Vlaanderen, Inspectie Dierenwelzijn […] waarbij bestemming gegeven wordt aan twaalf paarden met chipnummers : 981100002869232 en 967000009719332 en 967000010141299 en 967000010141404 en 967000010480469 en 967000001522302 en 967000009567001 en 967000009567319 en 967000009637826 en 945000002593694 en 967000009979869 en 967000010271782, dit in toepassing van art. 42, § 2 van de wet van 14.08.1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren, waarbij 7 paarden onder voorwaarden worden vrijgegeven aan verzoekster; waarbij verzoekster voor het eerst kennis wordt gegeven dat twee van haar paarden (met chipnummers 981100002869232 en 967000009719332) werden ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.674 XII-9815-1/26 geëuthanaseerd, dan wel geëuthanaseerd zullen worden; en beslist wordt dat de drie paarden met chipnummers 967000010141404 en 967000010480469 en 967000010271782 in volle eigendom gegeven worden aan het erkend asiel waar ze in bewaring werden gegeven, zijnde aan het Vogel- en Zoogdierenopvangcentrum Heusden - Zolder VZW […], en waarbij beslist wordt dat verzoekster overeenkomstig art. 41, § 5 van de wet van 14 augustus 1986 betreffende de bescherming en het welzijn der dieren aan de afdeling Dierenwelzijn een vergoeding verschuldigd is voor de kosten verbonden aan de inbeslagname en de bestemming van de dieren”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn eerst opgeroepen voor de terechtzitting van 27 februari
  3. Op vraag van de verzoekende partij is de terechtzitting uitgesteld en heeft die plaatsgevonden op 12 maart 2025 om 12.00 uur. Staatsraad Frédéric Vanneste heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dirk Rochtus, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Joost Hoste, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. XII-9815-2/26 III. Feiten 3.
  5. De lokale politie stelt op 29 augustus 2024 inbreuken op het dierenwelzijn vast, waarbij verzoekster als verdachte wordt aangemerkt. 3.
  6. Op 4 september 2024 worden twaalf paarden in toepassing van artikel 42, § 1, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna: wet van 14 augustus 1986) in beslag genomen. 3.
  7. Verzoekster wordt op 13 september 2024 verhoord. 3.
  8. Op 26 september 2024 vindt een controlebezoek plaats. 3.
  9. Het afdelingshoofd Dierenwelzijn van het departement Omgeving beslist op 18 oktober 2024 om, in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986, zeven paarden onder voorwaarden terug te geven aan de verzoekende partij, twee paarden te euthanaseren en drie paarden in volle eigendom te geven aan het erkend dierenasiel waar ze verblijven. De beslissing wordt als volgt gemotiveerd: “De vaststellingen geacteerd in navolgend PV met nummer 002323/2024 dd. 04/09/2024: -Rondom de woning is er een totale wanorde. -Vanop de openbare weg kan de politie één miniatuurpaard zien staan welke tekenen van ondervoeding vertoont. De manen van het paard zijn niet verzorgd, in elkaar geklit en er liggen plukken haar op de grond. -Een tweede miniatuurpaard staat aan de rand van zijn stal. Dit paard vertoont tekenen van ernstige cachexie (volledig ingevallen. alle ribben zichtbaar) en ernstige hoefbevangenheid De hoeven zijn reeds een tiental centimeters naar boven toe uitgegroeid. -In de tuin stelt de politie een algemene wanorde vast Er ligt overal diarree. vermoedelijk van de paarden. Er is enkel onkruid aanwezig. geen gras. -Verder in de tuin. richting de stallen, is de grond bezaaid met afval. Dit betreft lege zakken, kapotte emmers, een afgebroken borstel, staaldraad en dergelijke. -De stallen zijn zeer vervuild met uitwerpselen. De stallen zijn niet verzorgd, noch uitgemest. -De aanwezige emmers zijn leeg, er is geen vaste watervoorziening aanwezig, noch is er eten aanwezig in de stallen. XII-9815-3/26 -De stal achteraan staat open. Hier bevindt zich het paard met de hoefbevangenheid. -Vooraan op het perceel zijn nog twee stallen waarvan de deuren gesloten zijn. In beide stallen staat een paard. Beide paarden zien er onverzorgd uit. de manen zijn volledig verward en de paarden staan in hun eigen ophoping van mest. In deze stallen is er eveneens geen vaste watervoorziening, noch eten aanwezig. In de stal met het zwarte paard liggen twee lege emmers omver, in de stal met het bruin witte paard staat één lege emmer. -In alle stallen is er grote schade aan zowel de afsluiting als aan de tussenschotten. Het lijkt of de paarden hieraan gebeten hebben. -Op een achterliggende weide, toegankelijk via een poortje in de tuin, staan 8 miniatuurpaarden. Op de weide is een grote ophoping van mest. Er is een stal dewelke op het eerste zicht geruime tijd niet is uitgemest. -De weide zelf is overwoekerd met reeds verdord Sint-Jacobskruiskruid en is volledig afgegraasd. De politie kan slechts enkele kleine plekken met gras bemerken. -De paarden zijn op het eerste gezicht gezond, doch niet verzorgd en aan de magere kant. Eén van de paarden heeft een grote, deels genezen wonde op zijn snuit. Er zijn ook enkele paarden die overduidelijke schuur- en kale plekken hebben -Bij het opladen van de paarden moet het paard met hoefbevangenheid met 4 personen ondersteund worden om dit op de trailer te krijgen gelet het niet meer in staat is om normaal te wandelen. Waaruit blijkt dat: -niet alle paarden beschikten over drinkwater, wat een primaire levensbehoefte is. -er materiaal aanwezig was, waaraan de dieren zich konden kwetsen. -verschillende paarden gedurende minstens een week gehuisvest werden in vuile stallen. -de paarden niet beschikten over voldoende voeding, hoewel meerdere paarden mager oogden, en er bovendien giftige planten aanwezig waren op de weide. -niet alle paarden de nodige basis- en medische verzorging kregen. -de paarden niet gehouden werden volgens hun ethologische en fysiologische behoeften. waardoor hun welzijn werd geschaad. Het verslag van de dierenarts van het asiel dd. 5/09/2024 Paard met chipnummer 981100002869232 De pony hengst werd in de weide aangetroffen in zijlig en kon niet meer staan. Uit onderzoek bleek dat de pony neurologische symptomen had en ondertemperatuur (32.7°C), vermoedelijk na een trauma. De pony was in goede conditie. De pony werd behandeld met meerdere injecties (rapidexon. finadyne en catosall en een glucose infuus). De pony werd onder een warmtelamp gelegd. Na enkele uren bleek er geen verbetering te zijn en kon de pony nog altijd niet overeind. Gezien de slechte prognose wordt de pony geëuthanaseerd. Paard met chipnummer 967000009719332 De pony is zeer mager. cachectisch (BCS 1/5). De pony heeft dramatische hoeven. De pony kan zich amper voort bewegen door extreem lange omgekrulde hoeven aan de voorbenen. De hoeven aan de achterbenen zijn ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.674 XII-9815-4/26 eveneens veel te lang. Uit RX opnamen blijkt dat zowel op het linker als rechter voorbeen er een zware, chronische hoefbevangenheid is, waardoor de hoefbeenderen gekanteld zijn. Door de kanteling en het niet goed bekappen is er osteolyse en sclerose van de hoefbeenderen ontstaan. De beenderen zijn hierdoor zwaar misvormd. De hoefbeenderen aan de achterbenen zijn eveneens gekanteld door de hoefbevangenheid. Hier is reeds duidelijk lipping aanwezig. Op de röntgenbeelden is duidelijk te zien dat de hoeven extreem lang en onverzorgd zijn. Door de chronische hoefbevangenheid met de uitgebreide aantasting van de beenderen tot gevolg heeft dit paard continu zeer veel pijn. Er is geen kans op herstel of een acceptabel leven met deze mate van misvorming. Het paard wordt geëuthanaseerd. Paard met chipnummer 967000010141299 De hengst is in goede conditie. BCS 3/5 De hoeven zijn te lang. De manen zijn erg lang en geklit. Hij heeft luizen. Paard met chipnummer 967000010141404 De bruine merrie is mager, BCS 2/
  10. De pony heeft aan alle onderbenen zware mok met korstvorming. Op de manen en de staart zijn schuurplekken aanwezig door zomer eczeem (een allergische reactie vaak ten opzichte van muggen) De hoeven zijn te lang en de pony heeft luizen. De benen worden behandeld en de pony kreeg een antimuggen product tegen de insecten. Paard met chipnummer 967000010480469 De bruine merrie is mager, BCS 2/
  11. De staart is geklit en hangt vol met brokken diarree. De hoeven zijn acceptabel. Paard met chipnummer 967000001522302 De bonte merrie is in goede conditie, BCS 3/
  12. De hoeven zijn acceptabel. In de vacht zitten luizen. Paard met chipnummer 967000009567001 De bonte merrie is in goede conditie, BCS 3/
  13. De hoeven zijn acceptabel. In de vacht zitten luizen. Paard met chipnummer 967000009567319 De palomino merrie is iets te mager, BCS 2/
  14. De hoeven zijn acceptabel. Paard met chipnummer 967000009637826 De bonte merrie is iets te mager, BCS 2/5 De hoeven zijn acceptabel. Paard met chipnummer 945000002593694 De bruinschimmel merrie is in goede conditie, BCS 3/
  15. De hoeven zijn acceptabel. Paard met chipnummer 967000009979869 De palomino merrie is in goede conditie, BCS 3/
  16. De hoeven zijn acceptabel. Paard met chipnummer 967000010271782 De palomino merrie is te mager. BCS 2/
  17. De hoeven zijn te lang. De merrie had diarree. Uit bovenstaande verslagen van de dierenarts blijkt dat -betrokkene heeft nagelaten haar dieren de nodige basisverzorging (en urgente) medische zorgen te bieden waardoor de dieren gedurende een ruime periode fysiek geleden hebben. XII-9815-5/26 -het paard met chipnummer 981100002869232 er medisch slecht aan toe is, de prognose ongunstig is en euthanasie de enige oplossing is om het dier uit zijn lijden te verlossen. -Het paard met chipnummer 967000009719332 continu zeer veel pijn heeft, de prognose ongunstig is en euthanasie de enige oplossing is om het dier uit zijn lijden te verlossen. -De 7 paarden die terug gegeven worden in (vrij) goede conditie zijn. -De 3 paarden die toegewezen worden aan het asiel te mager zijn en medische problemen (zoals zware mok en diarree) hebben. Het verhoor van betrokkene door de lokale politie op 13/09/2024: Ik wens alvorens het verhoor start al enkele documenten aan u te bezorgen, dit ter staving dat de inbeslagname van mijn paarden onterecht is naar mijn mening Vraag: Kan u eens vertellen hoe u aan de 12 minipaarden bent gekomen en hoelang u deze al heeft? Antwoord: Ik ben met de miniatuurpaarden begonnen in 2009 en ben toen verhuisd naar Kessel om te beschikken over een boerderij met stallen. Een aantal van deze paarden zijn overgekomen uit Amerika, 6 stuks meer bepaald, en 6 stuks heb ik zelf gefokt. Dit uiteraard niet alles ineens maar in de loop van de jaren. Vraag: Zijn alle paarden voorzien van hun inentingen en gechipt? Antwoord: Ja. Hiervan heb ik kopieën van hun boekjes bij. Ik bezorg u eveneens de registratiebewijzen van de chips. Enkel dit jaar nog niet, dit moet ik nog bezien met de dierenarts of het nodig is gelet de paarden niet meer meedoen aan shows en er niet meer mee gefokt wordt. Vraag: Werden de dieren dagelijks verzorgd? Ik doel hiermee op alle dagen vers eten en drinken. algemene verzorging zoals kammen, uitkuisen van de hoeven en uitmesten van de stallen? Antwoord: Ja. Dit om 6 uur ‘s morgens en om 6u ‘s avonds. Dan kregen zij het nodige voer en water. Het uitmesten van de stallen tracht ik dagelijks te doen, maar gebeurt voornamelijk in het weekend Ik breng u een getuigenverklaring van [E.N.] bij ter bevestiging dat ik zorg draag voor mijn paarden. Vraag: Waarom stonden de 2 hengsten opgesloten in hun stal zonder eten of drinken? Antwoord: Dat ga ik weerleggen. Die stonden tijdelijk in een stal overdag wanneer ik ging werken. Ik heb 2 miniatuurpaarden aan mijn huis gezet. niet op de weide, als ik ging werken omdat deze gezondheidsproblemen hebben en ik deze zo beter kan opvolgen. Omdat ik geen risico wou nemen dat de hengsten zouden uitbreken en naar de merries gaan, dit omdat er geen stroomdraad aanwezig is rond het huis. werden deze overdag in hun stal gezet. ‘s Avonds wisselde ik dan, zodat de 2 hengsten gedurende de nacht buiten konden zijn. Ik voorzag hen ‘s morgens van een emmer water van een 10 liter en eten. ‘s Avonds kregen zij opnieuw vers water en eten. Ik wens te benadrukken dat dit een tijdelijke situatie is. Ik wens u te duiden dat de hengsten niet heel de dag op stal staan, enkel overdag gelet de twee zieke merries. Dit is echt maar een tijdelijke situatie door de gezondheidsproblemen van de twee merries. Het ene paard ging normaal ter behandeling naar Stabroek, het andere moest tijdelijk weg ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.674 XII-9815-6/26 uit de kudde door haar diarree. Wanneer dit was opgelost zou zij terug bij de kudde gaan en konden de hengsten terug vrij rondlopen rond de woning en op een apart stuk van de weide. Vraag: Ik ga u een foto voorleggen van de stal van één van de hengsten. Dit lijkt mij toch al enige tijd niet meer opgekuist. Antwoord: Dat is nu intussen wel uitgemest. Ik liep wel wat achter, maar omdat zij hier toch maar halftijds binnen stonden was dit voorzien van het weekend. Wanneer is deze foto genomen? Antwoord opsteller: bij de eerste tussenkomst op 29/08/2024 Vraag: Wanneer wij op 03 september 2024 ter plaatse gaan treffen wij de stal aan zoals op foto
  18. Dan kan u toch niet zeggen dat deze in het weekend werd uitgemest? Antwoord: Er is geen bijkomend vlas toegevoegd, maar de mest was er wel uitgehaald. Vraag: Op foto drie, genomen op 29 augustus zien we een stal van een paard met ernstige ondervoeding en een zeer vuile stal. Op foto 4 zien we hetzelfde paard op 03 september, nog steeds in een zeer bevuilde stal. Dan kan u toch niet zeggen dat u in het weekend uitmest? Uw antwoord hierop? Antwoord: Deze stallen zijn eigenlijk niet in gebruik, dit is nu maar tijdelijk. Zij dienen enkel als schuthok tegen het weer, dit paard loopt normaal vrij rond het huis en het tuingedeelte. Zij staat zeer mager door gezondheidsproblemen, hoewel zij 3 keer meer voer kreeg dan een ander paard. Ik kreeg daar totaal geen gewicht aan. Ik kan dit ook allemaal aantonen via de documentatie die ik u overhandig Hierin staat ook de medische voorgeschiedenis van het paard. Het paard op foto 3 wordt al sinds 2018 opgevolgd. Vraag: De opvolging enkel door een dierenarts? Antwoord: En normaal ook hoefsmid. Ik ben een hele lange tijd op zoek geweest naar een gespecialiseerde hoefsmid omdat er verschillende hoefsmeden dit niet meer willen doen. Ik had een afspraak gemaakt met […] Dierenambulance in Stabroek. Zij zouden het paard komen ophalen in het weekend van 7 & 8 september. Zij beschikken over een gespecialiseerde hoefsmid, want dit heeft verschillende kapbeurten nodig. Het paard zou dan enige tijd daar blijven staan tot de verzorging over was. Mijn dierenarts heeft ondertussen ook zelf met mij contact opgenomen gisterenmiddag dat hij een nieuwe hoefsmid heeft gevonden om dit paard te behandelen. De nieuwe hoefsmid betreft [T.V.L. uit Z.]. Vraag: Wie is uw dierenarts? Antwoord: [E.O.]was mijn dierenarts en sinds dit jaar betreft dit [T.D.] gezien hij de praktijk van [E.] heeft overgenomen. [T.D.] heeft eveneens een verklaring afgelegd dewelke ik in het stukkenbundel bijbreng. Bijkomende informatie meester [R.] Via het bijgevoegde stukkenbundel kan mijn cliënt staven dat het zieke paard de nodige verzorging kreeg. dat er reeds een afspraak werd gemaakt bij Paardenambulance Stabroek. dit voor het weekend onmiddellijk na de datum dat de paarden in beslag werden genomen. Dit betreft stuk 8 in het aan u bezorgde bundel. Het paard zou door hen opgehaald en verzorgd XII-9815-7/26 worden. Er zit eveneens een verklaring bij van Paardenambulance Stabroek dewelke dit bevestigen. Vraag: Wij hebben ook vastgesteld dat de uitwerpselen rond uw woning niet gezond waren Dit was meer diarree als de normale stoelgang van paarden. Hoe verklaart u dit? Antwoord: Dat komt van het tweede paard dat rond mijn huis stond. Alle paarden werden begin juli ontwormd. Zij is problemen beginnen krijgen midden tot einde augustus. waarop ik op 30 augustus naar mijn dierenarts ben gegaan en deze heeft aangeraden van eerst nog eens opnieuw te ontwormen. Als de problemen zouden blijven aanslepen zou deze verder opgevolgd worden door de dierenarts. Deze was reeds van de problemen op de hoogte. Vraag: De paarden op de weide kregen deze bij komend eten? Antwoord: Neen. Het is een zeer grote weide en er was nog gras aanwezig. Dit is ook maar tijdelijk, enkel tijdens de zomermaanden. In de wintermaanden krijgen zij hooi, korrel en water in de stal. Ik leg dan ook nog extra hooi aan de stallen voor als zij buiten zouden staan. Vraag: Hoe verklaart u dan dat bij onze tussenkomst de paarden de beukenboom en de klimop van de buren aan het opeten waren? Antwoord: Daar heb ik geen verklaring voor en dit heb ik zelf ook niet gezien, anders had ik wel ingegrepen. Vraag: naar mijn mening doet een paard dit alleen als zij echt honger hebben? Antwoord: ik wil opmerken dat er naar mijn mening wel nog voldoende gras aanwezig was op de weide. Ik wens u een akte te tonen van de weide, dit betreft een stuk van 11367 m2 dit voor 8 miniatuurpaarden. Ik wens hiervan een kopie bij te voegen bij de documentatie. Vraag: Wij hebben ook vastgesteld dat de weide overwoekerd was met Sint Jacobskruiskruid. Dit is extreem giftig voor paarden. Hoe kan dit? Antwoord: Dat klopt, dit is aanwezig en werd normaal met de bosmaaier gesnoeid, uitgestoken en weggevoerd. Maar dit jaar door de warme en vochtige zomer is dit enorm hard uitgeschoten. Ik blijf er ook bij dat, als een paard voldoende gras heeft zij van dit kruid afblijven. Ik heb dit ook zo in mijn verklaring staan. Er is er mij ook op gewezen dat dit niet verplicht is weg te doen. Ik heb ook al contact gehad met een boer uit de omgeving om heel de weide te maaien nu de paarden er tijdelijk niet meer zijn. Vraag: Op foto 5 ziet u de snuit van een paard. Van de dierenarts hebben wij vernomen dat dit een brandwonde is, veroorzaakt door Sint Jacobskruiskruid te eten. U zegt net dat zij hier afblijven als er voldoende gras is, hoe verklaart u dit dan? Antwoord Eerlijk gezegd verschiet ik hier van. Ik heb hier geen verklaring voor. Vraag: Wij hebben eveneens vernomen dat alle paarden onder de luizen zaten. Hoe verklaart u dit? Antwoord: Dat is bij mij ook niet geweten. Er waren geen schuur- of kale plekken zover ik weet. Vanaf dat ik dit opmerk worden de paarden door mij behandeld. XII-9815-8/26 Vraag: Kan u mij even de chipnummers van de paarden uit het bundel laten zien? Antwoord: Tuurlijk, alle 12 zijn aanwezig. Ik wens u nog bij te voegen dat ik echt verschiet van de foto van het paardje met de brandwonde. Ik zou echt denken dat dit een bijtwonde is. Ik ben hier echt van aangedaan. Ik zou echt denken dat dit veroorzaakt is door een ander dier. Het zou me verbazen als dit onder de paarden zelf is gebeurd. Ik wens echt nog te benadrukken dat ik momenteel de nodige stappen ben aan het ondernemen om de weide volledig te ontdoen van alle onkruid. Vraag: Hebt u verder nog vragen? Antwoord: Ja. Ik ben woensdag 04 september nietsvermoedend thuisgekomen en zag dat alle stallen openstonden en dat al mijn paarden wegwaren. Uit de kennisgeving die u op mijn deur hebt gehangen heb ik vernomen dat u 2 maal bent langs geweest en vind ik het spijtig dat ik niet ben gecontacteerd om tekst en uitleg te geven. Als ik door jullie op 29 augustus in kennis was gesteld had ik onmiddellijk actie ondernomen. Ik vind het zeer spijtig dat het zo moest lopen want mijn paarden zijn mijn gezelschapsdieren, mijn kindjes om het zo te zeggen en ik zou deze uiteraard graag terug hebben. Deze paarden zijn al 15 jaar mijn leven, ik ben niet getrouwd en heb geen kinderen. Ik weet dat het altijd beter kan, maar ik probeer zo goed als mogelijk de paarden te verzorgen en wil deze dan ook terug. Ik heb tot nu nog nooit problemen gehad met de paarden naar verzorging of huisvesting toe, enkel deze ene keer en dan worden ze ineens allemaal weggehaald wat ik zeer spijtig vind. Meester [R.] deelt eveneens mee dat er niet enkel is geopteerd voor alleen de zieke paarden, maar ineens alle paarden, ook de gezonde, mee te nemen en dat dit wel spijtig is. Mevrouw brengt in haar stukken eveneens bij dat zij tijdens haar werkuren geen gebruik mag maken van haar GSM toestel waardoor zij mogelijks de oproep van uw diensten heeft gemist. Na het einde van haar werkdag kan ik aannemen dat zij niet meer alle nummers terug gaat opbellen. Met betrekking tot Lucky, het zieke paard. wens ik op te merken dat er een afspraak was met Paardenambulance Stabroek voor verzorging. Ik zou dan ook graag de vraag willen stellen aan FOD Dierenwelzijn om het paard te laten overbrengen naar daar voor de verzorging, dit omdat er reeds een afspraak was en er anders zeer veel kosten zullen gemaakt worden in VOC Heusden-Zolder. Paardenambulance Stabroek is eveneens bereid om het paard daar te gaan ophalen en heeft deze vraag reeds gesteld aan FOD Dierenwelzijn. Mijn cliënt wenst uiteraard zo snel mogelijk haar paarden terug en zou graag op de hoogte gehouden worden van de situaties van de paarden en eveneens dat zij betrokken wordt bij de behandeling van de paarden. Dat er terug contact is tussen haar en het opvangcentrum. De overige klachten die er zijn worden momenteel door mijn cliënt aangepakt en zij is zeer bereidwillig om dit aan u te laten tonen in de nabije toekomst. Ik wens nogmaals op te merken dat ik het zeer spijtig vind dat het zo gelopen is. Indien u contact had opgenomen met mij had ik tekst en uitleg kunnen geven bij de situatie. Ik snap de bezorgdheid van zowel uw diensten ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.674 XII-9815-9/26 als de wandelaar die Lucky had zien staan. Maar ik was mij hier volledig van bewust, hij had de nodige afspraken voor behandeling en het deed mij uiteraard ook pijn om hem zo te zien afzien. Ik heb Lucky dan ook nooit verborgen of weggestoken. Hij stond aan de straatkant, wat het natuurlijk makkelijker maakt voor de mensen om hem te zien en in paniek te zeggen dat het paard verwaarloosd is. Mijn cliënt zou ook graag, in afwachting van het volledig oplossen van de problemen, haar paarden gaan bezoeken in het opvangcentrum. Indien mogelijk, kan u dit aan mijn cliënt doorgeven? De accommodatie en de voederproblematiek worden nu al aangepakt. Dit mag u binnenkort zeker komen controleren. Waaruit blijkt dat: -de verklaring van betrokkene betreffende de dagelijkse verzorging van de dieren (zoals het uitruimen van de stallen) niet strookt met de vastgestelde feiten. -de verklaring van betrokkene dat er nog voldoende gras stond op de weide en de dieren niet moesten bijgevoederd worden niet strookt met de vastgestelde feiten (veel onkruid aanwezig en weinig gras, magere dieren, knagen aan de beukenboom en opeten van klimop). -het feit dat de hengsten slechts tijdelijk op stal stonden geen excuus is dat de dieren niet beschikten over eten en drinken. -betrokkene meedeelt dat het verwijderen van Sint Jaboskruiskruid niet verplicht is, hoewel dit toch beter is voor het welzijn van de paarden. -betrokkene besefte dat het paard met hoefbevangenheid er slecht aan toe was en reeds een afspraak gemaakt had voor verdere opvolging door een hoefsmid. -betrokkene de feiten lijkt te minimaliseren, doch wel reeds inspanningen geleverd heeft om de vastgestelde inbreuken op te lossen. De hercontrole uitgevoerd door de lokale politie op 26/09/2024: Positieve punten: -Twee stallen ter hoogte van de straatkant zijn volledig opgekuist. Een drinkbak hangt omhoog. Betreft geen automatische drinkenbak. Voederbak hangt omhoog. Bodem volledig proper gemaakt en voorzien van vlas (nog in verpakking). -Voorzijde van de stallen (voordien gebruikt als weiland voor de zieke merries, doch betreft feitelijk de tuin rond de woning) is opgekuist. Maar mogelijks niet geschikt om als weiland te gebruiken, gezien er verschillende opslagplaatsen zijn en er een gastank geplaatst is. -Stallen ter hoogte van de eerste weide: Volledig uitgekuist en voorzien van vaste drink- en voederbak. Vlas als bodembedekking (nog in verpakking). Verlichting dient opgehangen te worden Matten vooraan de stallen zijn in orde . -Weiland: Weiland is gemaaid en onkruid verwijderd. Omheining wordt nog gemaakt. Eigenaar verklaart dat ze rond de weide stroom zal voorzien De politie deelt haar mee dat ze eveneens stroom dient te voorzien tussen de weides ter afscheiding van de merries en de hengsten. De politie kan zich niet van ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.674 XII-9815-10/26 de indruk ontdoen dat ze enkel rond de buitenste draad stroomdraad zal plaatsen. De weide waar betrokkene de hengsten wil plaatsen is momenteel niet voorzien van voldoende gras en zal grenzen aan de weide van de merries. Negatief: -Kabels van de verlichting hangen te laag. waardoor de paarden hier relatief makkelijk aan kunnen en dit een onveilige situatie veroorzaakt. Bijkomend is de elektriciteit in de stal welke Smits wil gebruiken als hooiopslag niet veilig. Er wordt gewerkt met open stekkerdozen en verlengdraden (voor binnenshuis, niet water- of stofdicht) wat de kans op kortsluitingen en/of brand reëel maakt. -Propaangastank staat voor de stallen. Deze is vermoedelijk niet verplaatsbaar. Deze zorgt voor een smalle doorgang van de tweede stal. -Drie stallen verder naast de woning (dit betreft de stallen waar de politie de zieke merries heeft aangetroffen): o Stal 1: Voorzien van hooi (positief). Elektriciteit niet veilig. o Stal 2 en 3: Extreem vuil. Volledig opgehoopt met uitwerpselen (ongeveer 50cm hoog), voederbak vol uitwerpselen, geen watervoorziening voorhanden. Houten schutting tussen de stallen extreem aangevreten. Elektriciteitskabels hangen los. Deze stallen zouden volgens eigenaar niet meer gebruikt worden. -Stallen achteraan op de weide betreft 3 stallen van +-2,5m x 2.5m waarop zij per stal 3 paarden wil zetten. Dit is volgens de politie te klein voor 8 à 10 mini paarden. Betrokkene deelt mee dat ze graag al haar pony's terug wil krijgen. Zij is van oordeel dat er zich geen groot probleem voordeed. De politie merkt geen slechte wil op maar is van mening dat de situatie (tijdelijk) boven haar hoofd is gegroeid. De politie merkt wel een positieve evolutie gezien de korte periode en een goede ingesteldheid om de problemen aan te pakken. Op 4/10/2024 laat betrokkene via haar raadsman weten dat er nog bijkomende werken uitgevoerd werden. namelijk: -bijkomende hooibalen besteld voor de wintermaanden -elektriciteitsdraden in de stallen werden veiliggesteld en vastgemaakt -planning voor afspanning van de weiden wordt gemaakt Uit bovenstaande blijkt dat betrokkene reeds maatregelen genomen heeft om de leefomstandigheden van de paarden te verbeteren en van goede wil lijkt te zijn. Behalve de recente controle op 29/08/2024 werden er in het verleden geen overtredingen inzake dierenwelzijn vastgesteld. Aan de overblijvende dieren is meer dan werk genoeg (onderhoud boxen, onderhoud weide en erf. hoefverzorging pony's, voorzien van drinkwater, hooi en krachtvoer, weidegang .. ) waarop betrokkene zich kan focussen; Het welzijn van de paarden kan in de toekomst gegarandeerd worden mits betrokkene dagelijkse inspanning levert en mits voldaan wordt aan de hoger vermelde voorwaarden.” Dit is de bestreden beslissing. XII-9815-11/26 XII-9815-12/26 IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
  19. Op 17 februari en 20 februari 2025 legt verzoekster een “nota met opmerkingen n.a.v. het auditoraatsverslag” neer en bijkomende stukken. Ter terechtzitting verzet de verwerende partij zich tegen het neerleggen van “de nota met opmerkingen n.a.v. het auditoraatsverslag” en de bijkomende stukken door verzoekster aan het dossier. De toepasselijke procedureregeling voorziet niet in de mogelijkheid tot de neerlegging van een nota met opmerkingen of bijkomende stukken na het auditoraatsverslag. Wel mag een partij aan de Raad van State nieuwe feiten ter kennis brengen die een invloed kunnen hebben op de ontvankelijkheid of gegrondheid van het beroep. De nieuwe stukken worden, in zoverre zij op nieuwe feiten betrekking hebben, bij de beoordeling van de zaak betrokken. In zoverre zij geen betrekking hebben op dergelijke feiten maar wel de neerslag vormen van de uiteenzetting ter zitting, worden zij niet als een processtuk maar enkel als inlichting in aanmerking genomen. In zoverre verzoekester in haar mondelinge opmerkingen ter terechtzitting of in de bijkomende stukken nieuwe argumenten ontwikkelt waarvan zij, zoals te dezen, niet aantoont dat zij die niet in het verzoekschrift kon ontwikkelen, zijn zij niet-ontvankelijk en worden ze uit het debat geweerd. V. Schorsingsvoorwaarden
  20. Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, , zoals van toepassing op het tijdstip van het indienen van het beroep, kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. XII-9815-13/26 VI. Ernst van de middelen A. Vooraf
  21. De Raad van State merkt vooreerst op dat de uiteenzetting van de middelen een essentieel onderdeel vormt van het verzoekschrift, omdat het, te dezen, de verwerende partij toelaat zich te verdedigen tegen de grieven die ten aanzien van de bestreden beslissing worden aangevoerd en de Raad van State in staat stelt de ernst van die grieven te onderzoeken. Het respect voor het recht van verdediging in de procedure van het administratief kortgeding, waar die rechten door de procedure al beperkt zijn, en de summaria cognitio waarmee de Raad van State van vorderingen tot schorsing kennis neemt, gebieden dan ook dat een verzoekende partij, op straffe van haar middelen als niet ernstig verworpen te zien, zeer nauwkeurig moet aanvoeren welke de middelen zijn, welke precieze rechtsregel of welk rechtsprincipe zij geschonden acht en al even nauwkeurig moet vermelden waarin de schending precies bestaat. Het komt overigens niet aan de Raad van State toe om zelf middelen te construeren. Gelet op het voorgaande onderzoekt de Raad van State de middelen die door verzoekster in randnummer 3.5 van het verzoekschrift aangemerkt zijn als “de ernstige middelen”. B. Eerste middel Standpunt verzoekster
  22. Een eerste middel is genomen uit de schending van de hoorplicht. Verzoekster licht het middel toe: “Bij arrest van de Raad van State, nr. 258.283 van 21 december 2023 in de zaak A.239.580/VII-42.124 , stelt de Raad van State : XII-9815-14/26 ‘Een bestuur dat het voornemen heeft om een ernstige maatregel te nemen ten aanzien van een persoon omwille van zijn persoonlijke gedrag dat als een tekortkoming wordt beschouwd, en welke maatregel van aard is om de belangen van die persoon zwaar aan te tasten, is op grond van dit beginsel ertoe gehouden om die persoon voorafgaandelijk in de gelegenheid te stellen zijn standpunt hierover op nuttige wijze uiteen te zetten.’ In casu heeft Dierenwelzijn niet alleen op agressieve wijze de kudde van verzoekster in beslag laten nemen ( reeds uitvoerig uiteengezet en bewezen onder de Stukken ), tevens heeft Dierenwelzijn verzoekster in de media publiekelijk aan de schandpaal genageld. Zowel de inbeslagname ( 04.09.2024 ), als het media bericht uitgaande van de politie ( 04.09.2024 ) dateren van voor datum dat verzoekster voor het eerst werd gehoord door de politie op het politiebureel op 13.09.
  23. […] De politie die hier in casu kennelijk als een verlengstuk van Dierenwelzijn moet worden gezien, heeft het nodig bevonden om verzoekster, lopende een strafonderzoek, dat overigens niet tot vervolging heeft geleid, publiekelijk aan de schandpaal te nagelen via publieke berichtgeving uitgaande van de politie zelve. Kennelijk kon de politie verzoekster niet contacteren maar op woensdag 04.09.2024 om 16u29 werd er al wel een bericht op de facebook pagina van Politie Berlaar-Nijlen geplaatst omtrent een inbeslagname […] ( terwijl verzoekster nota bene nog steeds aan het werk was ), dit onder de foutieve melding van een inbeslagname van ‘pony’s’ in plaats van raszuivere Amerikaanse minatuurpaardjes. Ten overvloede moest verzoekster dus uit een Facebook bericht opmaken dat er klacht was neergelegd door een wandelaar maar officieel wist zij op dat moment niet wat er haar juist ten laste werd gelegd. Voor welke inbreuken ? Door dit bericht op Facebook is verzoekster al volop door iedereen meteen veroordeeld daar ook tweemaal de straatnaam werd vermeld namelijk de [...] en verzoekster door het succes van haar paardjes op shows doorheen de 15 jaar geen onbekende is in de buurt en in de miniatuurwereld. Ook werd al direct het privé leven van verzoekster te grabbel gegooid. Verzoekster voelt zich geviseerd. Zij leest allerlei valse beschuldigingen en onwaarheden, die vallen onder laster en smaad. Haar naam is bij voorbaat al door het slijk gehaald nog voor zij ook maar enige verklaring of uitleg heeft gekregen of officieel weet wat er haar ten laste wordt gelegd. Ook wordt er in de externe communicatie van de politie vermeld dat de in beslag genomen paardjes werden overgebracht naar het opvangcentrum VOC Heusden -Zolder. Een opvangcentrum met een twijfelachtige bedenkelijke reputatie zeker wat de opvang van paarden betreft. Vaak kwam dit asiel en de uitbater in het verleden al in opspraak terwijl Dierenwelzijn ook al jaren op de hoogte is van deze bedenkelijke ‘reputatie’, zonder dat Dierenwelzijn tot op heden daartegen opkwam […]. Verzoekster en haar lotgenoten vrezen terecht voor een doofpotoperatie. Recent op 21.10.2024 raakt via de pers ook bekend dat er een klacht loopt tegen dit opvangcentrum en het Departement Omgeving zelf een onderzoek voert […]. XII-9815-15/26 Weliswaar is het vaste rechtspraak van het EHRM dat de pers vrij moet kunnen berichten over lopende strafonderzoeken, ook al is dat tegen de zin van justitie zelf. Formeel-juridisch geldt het geheim van het onderzoek overigens enkel voor wie dat onderzoek voert - parketmagistraten, onderzoeksrechters en politierechercheurs dus - en niét voor journalisten. Opnieuw moet worden vastgesteld dat Dierenwelzijn/ de politie niet als een zorgvuldige overheid is opgetreden, met schending van de rechten van verzoekster tot gevolg. De politie, het weze Dierenwelzijn mag hier terecht een fout en onzorgvuldig handelen als bewezen worden aangewreven, nu zij de berichtgeving op de sociale media na enkele dagen verwijderde. Het kwaad was toen al geschied. Toen verzoekster de politie hierop aansprak in het bijzijn van haar raadsman, zulks bij gelegenheid van een eerste verhoor op 13.09.2025, gaf de inspecteur meteen mondeling toe daar een fout te hebben gemaakt : ‘de berichtgeving is ondertussen al verwijderd.’ Ten overvloede verwijst verzoekster naar de hierboven uitvoerig gegeven uitteenzetting, als bewezen onder de Stukken”.
  24. Het verzoekschrift is niet gericht tegen de beslissing tot inbeslagname van de paarden. In zoverre de geformuleerde kritiek daarop betrekking heeft, is het verzoek niet-ontvankelijk.
  25. Verzoekster werd op 13 september 2024, vóór het nemen van de bestreden bestemmingsbeslissing, verhoord. De inhoud van dat verhoor werd opgenomen in die beslissing. Aldus is voldaan aan de hoorplicht en heeft de verwerende partij niet onzorgvuldig gehandeld.
  26. De omstandigheid dat er publiek gerucht werd gegeven aan de zaak weerlegt niet dat de verzoekende partij alle nuttige elementen heeft kunnen laten gelden om de haar grievende maatregel te voorkomen. In het geval zij meent dat ten aanzien van haar een misdrijf werd begaan, dan komt het toe aan de strafrechter om daarover een oordeel te vellen. De Raad van State heeft geen rechtsmacht om dergelijke kritiek te beoordelen. Voor zover verzoekster voorts meent dat de verwerende partij “een fout” heeft begaan, dan nodigt zij de Raad van State uit om zich uit te spreken over subjectieve ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.674 XII-9815-16/26 burgerlijke rechten, wat tot de uitsluitende bevoegdheid behoort van de burgerlijke rechter.
  27. Het eerste middel is niet ernstig. C. Tweede middel Standpunt verzoekster
  28. Een tweede middel is genomen uit de schending van het materiëlemotiveringsbeginsel. Verzoekster licht het middel toe: “De materiële motiveringsplicht houdt in dat iedere bestuurshandeling gedragen wordt door motieven die in rechte en in feite aanvaardbaar zijn en blijken hetzij uit de beslissing zelf, hetzij uit het administratief dossier. De motieven moeten immers minstens kenbaar, feitelijk juist en draagkrachtig zijn, quod certe non in casu. Hierbij wordt ook schade berokkend aan een te goeder trouw handelend persoon. Bovendien is er een gebrek aan een feitelijk juiste en draagkrachtige motivering. Verzoekster toont bovendien aan dat zij ten onrechte wordt onderworpen aan een bestuurlijke maatregel die haar reputatie zodanig schaadt dat het voor haar moeilijk of onmogelijk zal zijn om daarvan te herstellen. In essentie komt het er voor verzoekster op aan om bij gelegenheid van de gemotiveerde bestreden Bestemmingsbeslissing te vernemen waarom drie van haar paarden ( in een kudde van 12 en waarvan 2 gedood na inbeslagname ) niet aan haar worden terug gegeven. Ten overvloede verwijst verzoekster naar de hierboven uitvoerig gegeven uitteenzetting, als bewezen onder de Stukken. Ter zake luidt de motivering in de bestreden Bestemmingsbeslissing als volgt om drie dieren in volle eigendom toe te wijzen aan VOC als volgt : […] De motivering faalt als naar recht. Alle drie de in volle eigendom aan VOC overgedragen merries zijn stamboekpaarden met titels, waar verzoekster reeds uitvoerig naar verwees. Yasmine, Brandy en Hope betreffen alle drie raszuivere amerikaanse stamboekpaardjes; zij zijn geen shetlandponies zoals ten onrechte door de politie ( dus Dierenwelzijn ) weerhouden in alle communicaties ! Hope was in behandeling voor diarree, wat verzoekster met genoegen als naar recht heeft aangetoond. XII-9815-17/26 Brandy was gezond […]. Jasmine had behalve een mooi genezende wonde op haar snuit ( zonnebrand ) volgens de politionele vaststellingen schuurplekken ( naar het weten van verzoekster niet van luizen maar van zomerexceem ), terwijl deze wonde niet staat vermeld in het VOC dierenartsverslag. Gelet de bij verzoekster voldoende aanwezige hectares weidegrond, de aanwezig stalling alsook de genomen maatregelen ter verbetering nog van de leefomgeving van de kudde teneinde zich in lijn te stellen met de wetgeving ter zake, alsook het ontbreken in de bestreden Bestemmingsbeslissing van een concrete reden waarom verzoekster goed is om 7 paarden uit beslag vrij te krijgen maar wel geconfronteerd wordt met de dood van Lucky en Boyke en nu het achterhouden van de drie meest waardevolle merries, verzet zij zich hier tegen om alle voorgaande redenen opgesomd en in het bijzonder bij gebreke aan een afdoende motivering daartoe door Dierenwelzijn. Verzoekster is dan ook samen met Indy in de blijde verwachting dat U Weledele Rechters in de Raad van State er mee zal voor zorgen dat Brandy en Indy weer verenigd worden”. Beoordeling
  29. Vooreerst moet worden vastgesteld dat verzoekster de ingeroepen schending van het materiëlemotiveringsbeginsel verwart met een schending van de formelemotiveringsplicht zoals opgenomen in de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, wanneer zij voorhoudt dat zij “bij gelegenheid van de gemotiveerde bestreden Bestemmingsbeslissing [wil] vernemen waarom drie van haar paarden (in een kudde van 12 en waarvan 2 gedood na inbeslagname) niet aan haar worden terug gegeven”. In de bestreden beslissing is gemotiveerd waarom de verwerende partij tot het betrokken oordeel is gekomen. De bestreden beslissing is aldus formeel gemotiveerd.
  30. Uit het proces-verbaal van 4 september 2024 blijkt dat meerdere paarden niet werden verzorgd. Zo werden er tekenen van ondervoeding vastgesteld, lag de weide vol met diarree en afval, waren de stallen zeer vervuild met uitwerpselen, was er geen water en eten ter beschikking, hadden paarden schuur- en kale plekken en werd bij één paard “ernstige cachexie (volledig ingevallen, alle ribben zichtbaar) en ernstige hoefbevangenheid” geconstateerd. XII-9815-18/26 In zijn verslag meldt de dierenarts dat bij één paard de chronische hoefbevangenheid waardoor de hoefbeenderen zijn gekanteld, deels is te wijten aan het niet goed bekappen. Omwille van het feit dat het paard door de misvorming continu veel pijn heeft, wordt het uiteindelijk geëuthanaseerd. Ook bij andere paarden waren de hoeven te lang. Tevens heeft de dierenarts luizen vastgesteld, manen die te lang of geklit waren alsook schuurplekken. De paarden werden door de dierenarts ontwormd.
  31. Overeenkomstig artikel 4 van de wet van 14 augustus 1986 is verzoekster ertoe gehouden om alle op haar rustende verplichtingen die volgen uit haar eigen beslissing om dieren te houden, na te komen. Uit de bestreden beslissing volgt dat dit niet het geval is. Om het vermoeden van wettigheid dat kleeft aan die overheidsbeslissing te weerleggen, kan verzoekster niet volstaan met het louter tegenspreken van de bevindingen die hebben geleid tot de bestreden bestemmingsbeslissing.
  32. Ook al zou verzoekster te goeder trouw hebben gehandeld, dan nog moet worden vastgesteld dat niet wordt weerlegd dat de paarden niet in overeenstemming met hun aard, hun fysiologische en ethologische behoeften en hun gezondheidstoestand, aangepaste voeding, verzorging en huisvesting kregen. De bestreden beslissing wordt niet ingegeven door de goede of kwade trouw van de houder van dieren, maar is een bestuurlijke maatregel ter bescherming en voor het welzijn der dieren.
  33. De omstandigheid dat de bestreden beslissing de reputatie van verzoekster schaadt, wijst op een mogelijk gevolg van de bestreden beslissing, maar toont niet aan dat bij het nemen ervan een schending van de materiëlemotiveringsverplichting werd begaan.
  34. Dat verzoekster verschillende verbeteringen aan de leefomgeving van de paarden zou hebben aangebracht “teneinde zich in lijn te stellen met de wetgeving ter zake”, kan de onwettigheid van de bestreden ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.674 XII-9815-19/26 beslissing op het moment dat ze werd genomen, niet aantonen. Bovendien is de houding van verzoekster de reden waarom de verwerende partij heeft beslist om de meeste paarden terug te geven maar niet alle, omdat verzoekster niet in staat is gebleken om voor alle paarden tegelijkertijd te zorgen.
  35. Het middel is niet ernstig. D. Derde middel Standpunt verzoekster
  36. Een derde middel is genomen uit de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel. Verzoekster licht het middel toe: “De bestreden beslissing beperkt zich tot de onzorgvuldig en inadequaat opgemaakte administratieve akte waaruit geenszins de betrokkenheid van verzoekster blijkt. Hieruit dient afgeleid te worden dat er zelfs geen inspanningen zijn genomen om na te gaan of verzoekster zich werkelijk schuldig heeft gemaakt aan het veroorzaken van daadwerkelijk dierenleed (nota bene op diens eigen dieren). Wel integendeel is het verzoekster die met dit beroep opkomt tegen wanpraktijken bij Dierenwelzijn, om zo haar drie achtergehouden dieren vooralsnog maar volstrekt noodzakelijk en uiterst hoogdringend, te behoeden van een ongewisse toekomst. Ten overvloede verwijst verzoekster naar de hierboven uitvoerig gegeven uitteenzetting, als bewezen onder de Stukken. Bij uitbreiding, Stelt verzoekster vast dat op last van Dierenwelzijn houders van paarden geconfronteerd worden met inbeslagnames. De houders worden dan nadien geacht hun dieren niet gehouden te hebben in de lijn met de wettelijke voorschriften. De wettelijke voorschriften ter zake het houden van paardachtigen door particulieren betreft : Niet meer en niet minder, ‘Ieder persoon die een dier houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, moet de nodige maatregelen nemen om het dier in overeenstemming met zijn aard, zijn fysiologische en ethologische behoeften, zijn gezondheidstoestand en zijn graad van ontwikkeling, aanpassing of domestikatie, aangepaste voeding, verzorging en huisvesting te verschaffen. XII-9815-20/26 Niemand mag de bewegingsvrijheid van het dier dat hij houdt, verzorgt of te verzorgen heeft, zodanig beperken dat het aan vermijdbare pijnen of letsels is blootgesteld. Wanneer een dier gewoonlijk of voortdurend wordt vastgemaakt of opgesloten, moet het voldoende ruimte en bewegingsvrijheid krijgen, in overeenstemming met zijn fysiologische en ethologische behoeften. De paardachtigen die buiten worden gehouden, kunnen opgestald worden of, indien dit niet het geval is, beschikken over een natuurlijke beschutting of een schuilhok.’ Ook onder de nieuwe codificatie van de Vlaamse wetgeving Dierenwelzijn blijven deze normen van kracht, ze worden niet uitgebreid nog specifiek gedetailleerd. Daartegenover staat dat op het terrein wordt vastgesteld dat aan particuliere houders van paarden meer specifieke normen worden opgelegd, in het verlengde van de richtlijnen uitgevaardigd door de Raad voor Dierenwelzijn, en die op het terrein door de lokale politie gevolgd worden; wat slechts mogelijk is wanneer de politie daartoe effectieve richtlijnen heeft ontvangen. Deze richtlijnen zijn aan de houders van paarden niet bekend gemaakt, en moeten in hunne hoofde ook niet gacht worden bekend te zijn, het weze dus door hen te worden nageleefd. Het is verzoekster, het weze iedere rechtsonderhorige onbekend welke deze richtlijnen zijn en / of deze op wetenschappelijke basis verantwoord zijn, zeker nu zij niet bij wet of decreet concreet werden afgekondigd. Het is aan de Raad van State om hier desnoods duidelijkheid over te verschaffen, het weze bij gelegenheid van voorliggende casus”. Beoordeling
  37. Bij het nemen van de bestreden beslissing heeft de verwerende partij zich onder meer gesteund op de vaststellingen van de lokale politie, het verslag van de dierenarts inzake de gezondheidstoestand van de paarden en het verhoor van verzoekster. Verzoekster toont niet aan dat de verwerende partij hierdoor onzorgvuldig zou hebben gehandeld. Het kwam verzoekster toe, als houder van de paarden, om alle op haar rustende verplichtingen die volgden uit haar eigen beslissing om dieren te houden, na te komen, zoals opgelegd door het destijds toepasselijke artikel 4 van de wet van 14 augustus
  38. Daarbij stelt zich de schuldvraag niet. Een bestuurlijke maatregel is niet gericht op bestraffing. XII-9815-21/26 Eveneens is het betoog van verzoekster inzake “de richtlijnen uitgevaardigd door de Raad voor Dierenwelzijn, en die op het terrein door de lokale politie gevolgd worden” maar volgens verzoekster de paardenhouders niet bekend zijn, in casu niet relevant. Bij de paarden van verzoekster werden er tekenen van ondervoeding vastgesteld. Ook lag de weide vol met diarree en afval, waren de stallen zeer vervuild met uitwerpselen, was er geen water en eten ter beschikking, hadden paarden schuur- en kale plekken en werd bij één paard “ernstige cachexie (volledig ingevallen, alle ribben zichtbaar) en ernstige hoefbevangenheid” geconstateerd waarna het moest worden geëuthanaseerd. Uit het verslag van de dierenarts blijkt ook dat, naast de twee geëuthanaseerde paarden, de drie paarden die niet teruggegeven werden aan verzoekster, het meest bijkomende zorg nodig hadden. Dat is de reden waarom drie paarden niet werden teruggegeven aan verzoekster, niet omwille van het niet naleven van de richtlijnen uitgevaardigd door de Raad voor Dierenwelzijn.
  39. Daar geen schending van het zorgvuldigheidsbeginsel voorligt, kan niet worden aangenomen dat de verwerende partij zich heeft bezondigd aan “wanpraktijken”.
  40. Het derde middel is niet ernstig. E. Vierde en vijfde middel Standpunt verzoekster
  41. Een vierde middel is genomen uit de schending van het proportionaliteitsbeginsel. Een vijfde uit de schending van het redelijkheids-beginsel. Inzake het vierde middel betoogt verzoekster: “Als reeds uitvoerig hierboven uitgezet en hier herhaald. Moet dan enkel de zogenaamde verwaarlozer in orde zijn en de asielen niet ? XII-9815-22/26 De proportionaliteitstoets ( ook wel het evenredigheidsbeginsel ) stelt dat er geen wanverhouding mag bestaan tussen de ernst van de feiten en de zwaarte van de maatregel. Voor eerst staat het vast dat de ernst van de feiten nooit zorgvuldig is kunnen worden vastgesteld bij gebreke aan nuttig gedane vaststellingen dan wel het horen van verzoekster. Vervolgens moeten we in casu bij herhaling spreken van het op last van Dierenwelzijn laten in beslag nemen van een kudde van 12 paarden ( die al jaar en dag een kudde vormen ) omwille van een politionele vaststelling van de aanwezigheid van 1 zieke ( niet weggemoffelde ) merrie ( die het weekeind na inbeslagname voor behandeling stond ingepland bij Paardenambulance ), op klacht van een anonieme wandelaar, terwijl verzoekster tevoren niet werdgehoord […], waarbij de 12 paardjes ( Amerikaanse stamboek miniatuurpaardjes, door de politie verkeerdelijk weerhouden als Shetlandponies ) op last van Dierenwelzijn werden overgebracht naar een asiel in opspraak en waar tegen Dierenwelzijn zelf een onderzoek voert en bij wie Dierenwelzijn het willens en wetens toelaat dat inkomende paarden sedert 2021 worden ontwormd met Dectomax, zijnde een verboden op paarden te gebruiken product. […] De beslissing om twee paarden van verzoekster te doden, en drie paarden achter te houden, weegt niet op tegen de ernst van de feiten, wetende dus ook dat verzoekster na tussenkomst van agressieve in beslag name op het terrein meer veranderingen heeft aangebracht dan wettelijk noodzakelijk. Wat dan ook slechts blijk geeft van de wil van verzoekster om zich te goeder trouw te hebben willen opstellen navolgend de inbeslagname”. Wat betreft het vijfde middel argumenteert zij: “De redelijkheid is geschonden ‘wanneer de door het bestuur geponeerde verhouding tussen beslissing en feiten in werkelijkheid volkomen ontbreekt.’ In casu wordt de bestreden beslissing gebaseerd op speculaties waarvan overigens geen enkel feit tegen verzoekster is bewezen. Dierenwelzijn heeft benevens het aspect van Dierenwelzijn, waarin zij volledig buiten haar bevoegdheid is getreden, blijk gegeven geen notie te verlenen aan het menselijke aspect. Ten overvloede, Een kudde van 12 paarden die aan elkaar hangen, ruk je niet zonder eerst nuttige en deskundige vaststellingen te hebben gedaan op het terrein, uit elkaar. Nu Dierenwelzijn dit wel heeft gedaan, heeft zij zich daarmee in casu buiten de wet gesteld, heeft zij laakbaar gehandeld en zich strafbaar opgesteld, en waartegen verzoekster vastbesloten is om verder tegen op te komen”. XII-9815-23/26 Beoordeling
  42. Een schending van het redelijkheidsbeginsel (of van het evenredigheidsbeginsel dat er een bijzondere toepassing van is) als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, veronderstelt dat de overheid bij het nemen van de beslissing onredelijk heeft gehandeld, met andere woorden dat zij de haar toegekende discretionaire beoordelings- of beleidsvrijheid onjuist heeft gebruikt. Van een schending van het redelijkheidsbeginsel (en van het evenredigheids-beginsel) kan slechts sprake zijn wanneer een beslissing, waarvan is vastgesteld dat ze berust op deugdelijke grondslagen, inhoudelijk dermate afwijkt van het normale beslissingspatroon of, nog, er een zodanige wanverhouding bestaat tussen die motieven en de inhoud van de beslissing, dat het niet denkbaar is dat een andere zorgvuldig handelende administratieve overheid in dezelfde omstandigheden tot die besluitvorming zou komen of die beslissing zou nemen. In de mate verzoekster argumenten herhaalt, die aan bod zijn gekomen in die voorgaande middelen, wordt naar de bespreking van die middelen verwezen. Eveneens wordt herhaald dat de kritiek tegen de beslissing tot inbeslagname niet ontvankelijk is.
  43. Gelet op de vaststellingen waarop de bestreden beslissing steunt, is de verwerende partij de perken van de redelijkheid niet te buiten gegaan door drie paarden in volle eigendom aan een dierenasiel te geven én zeven paarden onder voorwaarden terug te geven. Dit zijn de mogelijkheden die haar door de wetgever waren toegekend. Tevens is uit het administratief dossier gebleken dat twee paarden moesten worden geëuthanaseerd.
  44. Ten overvloede wordt opgemerkt dat de wet van 14 augustus 1986 een beperking inhoudt op het volstrekt persoonlijk genot van het eigendomsrecht, wat in overeenstemming is met artikel 1, tweede lid, van het Eerste Aanvullend Protocol bij het EVRM, die luidt: XII-9815-24/26 “De voorgaande bepalingen zullen echter op geen enkele wijze het recht aantasten dat een Staat heeft om die wetten toe te passen welke hij noodzakelijk oordeelt om toezicht uit te oefenen op het gebruik van eigendom in overeenstemming met het algemeen belang […]”. Bijgevolg kan hoe dan ook de premisse niet worden bijgetreden dat het toekennen in volle eigendom aan een dierenasiel van dieren die in beslag zijn genomen, een schending inhoudt van artikel 1 van het Eerste Aanvullend Protocol, indien blijkt dat, zoals te dezen het geval is, geen onwettigheid is vastgesteld en de maatregel evenredig is in verhouding met de beoogde doelstelling.
  45. Nog steeds ten overvloede wordt overwogen dat het destijds toepasselijke artikel 42, § 5, van de wet van 14 augustus 1986 luidde: “De verantwoordelijke van het dier is een vergoeding verschuldigd aan de Dienst voor de kosten verbonden aan de maatregelen die worden genomen met toepassing van paragraaf 1, 2 en
  46. De Vlaamse Regering stelt de tarieven van de vergoedingen, vermeld in het eerste lid, vast. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels van de procedure vast”. Artikel 3, 24°, van de wet van 14 augustus 1986 bepaalt: “Verantwoordelijke: de natuurlijke persoon, eigenaar of houder van een dier, die er gewoonlijk een onmiddellijk beheer of toezicht op uitoefent”. De verantwoordelijke van het dier – in dit geval verzoekster – is gehouden de kosten zoals omschreven in artikel 42, § 5, van de wet van 14 augustus 1986, te dragen, want een onwettigheid in het nemen van de bestreden bestemmingsbeslissing is niet vastgesteld.
  47. De beide middelen zijn niet ernstig. VII. Conclusie XII-9815-25/26
  48. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals van toepassing op het tijdstip van het indienen van het beroep, die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negentien maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Frédéric Vanneste, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Frédéric Vanneste XII-9815-26/26 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.674 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.174 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.358 ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.951 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.