← België

Arrest 262686 - Kind & Gezin - 20/03/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.686 Rolnummer: A. 238558/XII-9652 Zaak: Arrest 262686 - Kind & Gezin - 20/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-03-24 Raadplegingen: 143 - laatst gezien 2026-06-19 01:19 Fiche Arrest nr 262.686 van 20 maart 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Kind & Gezin Beslissing : heropening debatten Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 262.686 van 20 maart 2025 in de zaak A. 238.558/XII-9652 In zake : de VZW LES NANINOUS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bob Martens en Bérénice Wathelet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 70 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het AGENTSCHAP OPGROEIEN REGIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stefaan Verbouwe kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen: 1. J.J. 2. N.A. 3. A.E. 4. G.D. 5. A.D. 6. B.D. 7. M.F. 8. G.L. 9. L.M. 10. C.A. 11. L.B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bob Martens, Brent Van Sande en Bérénice Wathelet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 70 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- XII-9652-1/11 I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 13 april 2023, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing over het bezwaar tegen de beslissing tot opheffing van de vergunning van kinderopvanglocatie Les Naninous

(910002139)”. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 255.999 van 10 maart 2023 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing verworpen. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 maart 2025. Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bérénice Wathelet, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Charlotte De Backer, die loco advocaat Stefaan Verbouwe verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Bérénice Wathelet, die verschijnt voor de tussenkomende partijen, zijn gehoord. XII-9652-2/11 Eerste auditeur Melissa Celis heeft een advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3. In het tussenarrest nr. 255.999 van 10 maart 2023, worden de feiten als volgt weergegeven: 3.1. Het decreet van 20 april 2012 ‘houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters’ (hierna: het decreet van 20 april 2012) voorziet in het kader van de kinderopvang in een vergunningsstelsel met vergunningsplichten en vergunningsvoorwaarden en de handhaving ervan. Luidens artikel 2, 1°, van het decreet van 20 april 2012 is Opgroeien regie – dit is de verwerende partij – het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 ‘tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie’. Luidens artikel 2, 4° van het decreet van 20 april 2012 is de ‘organisator’ de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die kinderopvang organiseert. Artikel 4 van datzelfde decreet voorziet in een vergunningsplicht. De vergunningsvoorwaarden zijn vermeld in artikel 6 van het decreet van 20 april 2012 waaronder voorwaarden met betrekking tot de veiligheid en gezondheid, de omgang met kinderen en gezinnen, de personen werkzaam in de opvanglocatie, het organisatorisch management, de samenwerking met het agentschap, het lokaal loket kinderopvang en het lokaal bestuur. De concrete verplichtingen ter zake zijn uitgewerkt in het besluit van de Vlaamse regering van 22 november 2013 ‘houdende de vergunningsvoorwaarden en het kwaliteitsbeleid voor gezinsopvang en groepsopvang van baby’s en peuters’ (hierna: het Vergunningsbesluit). Uit artikel 19, 1°, van het decreet van 20 april 2012 volgt dat het agentschap de vergunning kan opheffen als de organisator de bepalingen, vermeld in dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan, niet naleeft. De opheffing van de vergunning heeft de sluiting van de kinderopvanglocatie tot gevolg. Wanneer wordt vastgesteld dat een organisator de bepalingen van het decreet van 20 april 2012 of de uitvoeringsbesluiten ervan niet naleeft, of het door of krachtens dit decreet geregelde toezicht verhindert, wordt de organisator schriftelijk aangemaand door het agentschap. Die aanmaning vermeldt een termijn waarbinnen de organisator moet voldoen aan de niet-nageleefde bepalingen of aan de vereisten betreffende het toezicht en kan specifieke voorwaarden bevatten om te voldoen aan de niet-nageleefde bepalingen. Bij dringende noodzakelijkheid kan die aanmaning achterwege worden gelaten (artikel 18 van het decreet van 20 april 2012). Artikel 6, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 11 december 2015 ‘houdende de maatregelen in het kader van de handhaving van de voorwaarden voor gezinsopvang en groepsopvang van baby’s en peuters (hierna: het Handhavingsbesluit) bepaalt nog dat het agentschap kan XII-9652-3/11 beslissen om de vergunning op te heffen ‘1° als een inbreuk op de vergunningsvoorwaarden niet op korte termijn weggewerkt kan worden’. Het Handhavingsbesluit beschrijft voorts de te volgen procedure met inbegrip van de mogelijkheid tot het indienen van een bezwaar. Het bezwaar schorst de uitvoering van de beslissing, tenzij de beslissing bij dringende noodzakelijkheid genomen werd, zoals vermeld in artikel 18, tweede lid van het decreet van 20 april 2012. Artikel 33, 3° van het Vergunningsbesluit tot slot bepaalt dat de organisator zorgt voor betrokkenheid en participatie van de gezinnen ‘door de vergunningsbeslissing, en op verzoek van het agentschap, de eventuele schriftelijke aanmaningen, en een beslissing tot schorsing of opheffing van de vergunning, kenbaar te maken aan het gezin aansluitend op de ontvangst ervan’. 3.2. De eerste en de tweede verzoekende partij [in de procedure tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid] zijn de ouders van een kind dat verblijft in kinderopvang ‘Les Naninous’, zijnde de kinderopvanglocatie die wordt uitgebaat door de […] verzoekende partij. Deze kinderopvang wordt in de gezinswoning van de familie T. uitgebaat in familieverband door vader D.T., moeder N.S. en hun dochter J.T. 3.3. Op 10 november 2010 wordt de aanvraag van een attest van toezicht voor groepsopvang ‘Les Naninous’ ingediend door de derde verzoekende partij, goedgekeurd voor een opvangcapaciteit van 18 plaatsen. Naar aanleiding van de inwerkingtreding van het decreet van 20 april 2012 wordt het attest van toezicht met ingang van 1 april 2014 automatisch omgezet in een vergunning. 3.4. Op 23 oktober 2014 ontvangt de […] verzoekende partij een aanmaning omdat het agentschap Opgroeien regie niet beschikt over een attest van het vereiste niveau van actieve kennis van het Nederlands van de verantwoordelijke voor de kinderopvang. Er wordt gevraagd dit attest op uiterlijk 1 december 2014 te bezorgen. Op 11 december 2015 volgt een opvolgbrief waarin aan de vraag om het vereiste taalattest te bezorgen wordt herinnerd en dit uiterlijk tegen 1 februari 2016. Op 7 januari 2016 bezorgt de […] verzoekende partij een jaarrapport van de middelbare school waar de verantwoordelijke voor de kinderopvang tot het vierde middelbaar in het Nederlands onderwijs heeft genoten. Op 10 januari 2016 deelt de verwerende partij mee dat dit schoolrapport geen geldig attest is en wordt gevraagd alsnog het vereiste kwalificatiebewijs te bezorgen. Na herhaald aandringen, wordt op 26 januari 2017 een nieuwe aanmaning gestuurd waarin wordt herhaald dat het taalattest moet worden behaald en bezorgd voor 9 februari 2017 en dat moet blijken dat de verantwoordelijke voor de kinderopvang en ten minste één van de kinderbegeleiders het vereiste niveau heeft behaald. Tevens moet worden aangetoond dat de aanspreekpersoon bij afwezigheid van de verantwoordelijke het vereiste niveau Nederlands heeft. Op 20 februari 2017 wordt het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs van de verantwoordelijke aan de verwerende partij bezorgd die op haar beurt op 20 maart 2017 meedeelt dat dit geen geldige kwalificatie is. 3.5. Op 1 maart 2017 brengt de Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 3, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 31 maart 2006 ‘betreffende het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, betreffende de inwerkingtreding van regelgeving tot oprichting van agentschappen in het beleidsdomein Welzijn, XII-9652-4/11 Volksgezondheid en Gezin en betreffende de wijziging van regelgeving met betrekking tot dat beleidsdomein’ (hierna: de Zorginspectie) een onaangekondigd bezoek aan de kinderopvang. Er worden tekorten vastgesteld op het vlak van het voldoen aan de decretale en reglementaire vereisten inzake het aanwezigheidsregister, de planning en registratie van kinderbegeleiders en van het aantal aanwezige kinderen, de aanspreekpersoon bij afwezigheid van de verantwoordelijke, de inlichtingenfiche, de participatie van de gezinnen, een risicoanalyse, het welbevinden en betrokkenheid, een crisisprocedure, een procedure inzake grensoverschrijdend gedrag en een klachtenprocedure. Er wordt van het inspectiebezoek een inspectieverslag opgesteld door de Zorginspectie op 20 maart 2017 waarin zij vervolgens een ‘advies tot opstart handhaving’ formuleert omwille van het hoge aantal tekorten. Er wordt vastgesteld dat de aanspreekpersoon bij afwezigheid van de verantwoordelijke onvoldoende kennis van het Nederlands heeft voor het voeren van een inspectieonderzoek in het Nederlands. 3.6. In opvolging van voormeld advies vraagt de verwerende partij de […] verzoekende partij om haar een ‘plan van aanpak’ als bedoeld in artikel 15, 3°, van het Handhavingsbesluit te bezorgen tegen uiterlijk 18 mei 2017. Omdat een reactie uitblijft, wordt een herinnering gestuurd op 30 mei 2017 met een verschuiving van de indieningstermijn naar 6 juni 2017. Omdat een reactie nog steeds uitblijft, wordt op 5 juli 2017 een formele ‘aanmaning tot naleving van de vergunningsvoorwaarden’ in de zin van artikel 18 van het decreet van 20 april 2012 bezorgd. De inbreuken worden daarin opgesomd en de […] verzoekende partij wordt aangemaand om de inbreuken weg te werken, hetzij onmiddellijk, hetzij tegen 5 september 2017, hetzij tegen 31 december 2017, al naargelang de aard van de tekortkoming. Er wordt een schriftelijke reactie gevraagd tegen 8 september 2017. Met een e-mail van 12 juni 2017 wordt door de […] verzoekende partij uiteindelijk toch een plan van aanpak overgemaakt waarbij voor het wegwerken van de tekorten, telkens een concrete termijn van realisatie in het vooruitzicht wordt gesteld. 3.7. Op 9 november 2021 brengt de Zorginspectie opnieuw een onaangekondigd bezoek aan de kinderopvang waarbij in het inspectieverslag (herhaalde) tekorten worden vastgesteld, met name op het vlak van het voldoen aan de decretale en reglementaire vereisten inzake het aanwezigheidsregister, de planning en registratie van kinderbegeleiders en van het aantal aanwezige kinderen, de aanspreekpersoon bij afwezigheid van de verantwoordelijke, de inlichtingenfiche, de participatie van de gezinnen, een risicoanalyse, het welbevinden en betrokkenheid, een crisisprocedure, een procedure inzake grensoverschrijdend gedrag en een klachtenprocedure. Er worden nog bijkomend tekorten vastgesteld op het vlak van de inzet van kinderbegeleiders en verantwoordelijke, gevarieerd aanbod en pedagogische norm. Er wordt herhaald dat de aanwezigheid van een aanspreekpersoon met actieve kennis van het Nederlands niet is gegarandeerd. Er wordt tevens opgemerkt dat in de leefgroep van de peuters het Nederlands niet tot beperkt wordt aangeboden, wat ertoe leidt dat het monitorring-instrument MeMoQ niet kan worden afgenomen om de pedagogische kwaliteit van de opvang na te gaan. De Zorginspectie verleent in zijn inspectieverslag een ‘advies tot verderzetting handhaving’ conform artikel 18 en volgende van het decreet van 20 april 2012. 3.8. Met een aangetekend schrijven van 23 mei 2022 wordt de […] verzoekende partij, met verwijzing naar het inspectiebezoek van 9 november XII-9652-5/11 2021 en de gedane vaststellingen, opnieuw aangemaand tot naleving van de vergunningsvoorwaarden[…] omwille van ‘de ernst, de veelheid en het herhaalde karakter van de vastgestelde tekorten’ die worden opgesomd met de vraag om de tekorten binnen een bepaalde termijn en op duurzame wijze weg te werken. Een plan van aanpak (met een timing voor het wegwerken van de tekorten) moet worden bezorgd tegen 23 juni 2022. Sommige tekorten (zoals wat het aanwezigheidsregister betreft) moeten ‘onmiddellijk’ worden weggewerkt, andere tekorten (zoals het behalen van de pedagogische norm, het uitwerken van een crisisprocedure, enzovoort) moeten worden verholpen tegen uiterlijk 23 juni 2022 respectievelijk 23 augustus 2022. In die aanmaning (stuk 6 van het administratief dossier, p. 8) wordt melding gemaakt dat indien de tekorten niet duurzaam worden weggewerkt een volgende stap in het handhavingstraject kan worden gezet, wat ‘in dit geval een (voornemen tot) schorsing of opheffing van de vergunning betekent, een sluitingsbevel en/of het opleggen van een bestuurlijke geldboete’. Tevens wordt gevraagd om conform artikel 33, 3° van het Vergunningsbesluit, ‘de ouders van de opgevangen kinderen onmiddellijk schriftelijk op de hoogte te brengen van deze aanmaning’, evenals de contactgegevens van de ouders van de opgevangen kinderen te bezorgen tegen uiterlijk 30 mei 2022, wat niet gebeurt. De […] verzoekende partij wordt in die aanmaning ook uitgenodigd voor een gesprek op 5 juli 2022 waarop evenmin enige reactie volgt. 3.9. Bij het uitblijven van enige reactie deelt de verwerende partij de […] verzoekende partij met een aangetekend schrijven van 5 augustus 2022 haar ‘voornemen tot opheffing van de vergunning’ van de kinderopvanglocatie mee omdat nog steeds niet is voldaan aan meerdere decretale vergunningsvoorwaarden. Er wordt tevens uitdrukkelijk vermeld dat het voornemen tot opheffing gepaard gaat met een voornemen tot sluitingsbevel. De […] verzoekende partij wordt de gelegenheid geboden haar standpunt te doen kennen, hetzij tijdens een gesprek met het agentschap Opgroeien regie, hetzij door schriftelijk te reageren tot uiterlijk 12 augustus 2022. Er wordt nog meegedeeld dat, op basis van de reactie of bij gebrek aan reactie, de verwerende partij een beslissing zal nemen over de vergunning. In datzelfde aangetekend schrijven wordt de […] verzoekende partij opnieuw gewezen op haar plicht om conform artikel 33, 3° van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013 de ouders van de opgevangen kinderen onmiddellijk schriftelijk op de hoogte [te] brengen van het voornemen van het agentschap Opgroeien regie (stuk 7 van het administratief dossier, p. 10). Tevens dient de […] verzoekende partij tegen uiterlijk 12 augustus 2022 de contactgegevens van de ouders van de opgevangen kinderen alsook van deze wiens opvang nog niet is gestart, mee te delen (artikel 60, laatste lid, Vergunningsbesluit van 22 november 2013). 3.10. Omdat elke reactie uitblijft, beslist de Administrateur-generaal van het agentschap Opgroeien regie met een gemotiveerde beslissing van 26 augustus 2022 ‘tot opheffing van de vergunning van de kinderopvanglocatie Les Naninous te Wezembeek-Oppem met ingang van 17 oktober 2022’, wat krachtens artikel 19 van het decreet van 20 april 2012 de sluiting (met ingang van diezelfde datum) van de kinderopvanglocatie tot gevolg heeft. Ook in die beslissing wordt meegedeeld dat de organisator van de opvang de ouders na ontvangst van de beslissing daarvan op de hoogte moet brengen (stuk 8 van het administratief dossier, p. 8). Tot slot wordt melding gemaakt van de mogelijkheid een gemotiveerd schriftelijk bezwaar tegen de beslissing in te dienen uiterlijk 30 kalanderdagen na de kennisgeving ervan. XII-9652-6/11 3.11. Op 21 september 2022 dient de […] verzoekende partij een gemotiveerd bezwaar in tegen de beslissing tot opheffing van 26 augustus 2022. In dat bezwaar formuleert zij inhoudelijke bezwaren bij de vastgestelde tekorten en voegt, op eigen initiatief, een ‘plan van aanpak’. Daarnaast vermeldt de derde verzoekende partij in haar bezwaar nog dat zij, wat de toekomst betreft, aan de ouders van de opgevangen kinderen en aan de ouders van de kinderen die nog moesten komen heeft gemeld dat zij haar activiteit ‘na december 2023 niet langer voortzet’. Zij verklaart die stopzetting in haar bezwaar als volgt: ‘(g)ezien de leeftijd van twee van de drie begeleiders, (…), (
  1. is)er gekozen om onze activiteiten stilaan af te bouwen, terwijl we nog blijvend een zelfde kwaliteitsvolle opvang kunnen bieden. Onze wens is dat we onze activiteit de komende 16 maanden, tot voorziene stopzetting in december 2023, in alle rust kunnen voortzetten voor de resterende 15 kinderen en hun ouders.’. Als gevolg van dat ingediende bezwaar wordt de beslissing van 26 augustus 2022 in haar uitvoering geschorst (cfr. punt 3.1). 3.12. Het bezwaar wordt bij beslissing van 30 september 2022 ontvankelijk verklaard en vervolgens met een e-mail van 7 oktober 2022 overgemaakt voor advies aan de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers (hierna: de Adviescommissie). Op 21 november 2021 worden de […] verzoekende partij en de verwerende partij door de Adviescommissie gehoord, waarvan verslag wordt gegeven in het advies van de Adviescommissie van 15 december 2022. Tijdens die hoorzitting leggen zowel de verwerende partij als de […] verzoekende partij nog een nota neer. 3.13. Na bespreking, verleent de Adviescommissie op 15 december 2022 volgend advies: ‘2.3 Bespreking De commissie begrijpt niet goed waarom het kinderdagverblijf niet reageerde op de verscheidene vragen tot reactie van Opgroeien regie. De advocaat van verzoekende partij stelt dat de communicatie tot 2021 wel goed was, maar met de stress die de covid-pandemie met zich meebracht de organisatoren hun focus hebben verplaatst naar hun gezondheid en die van de kinderen. Al de rest - waaronder communicatie met het agentschap en het wegwerken van de tekorten - hebben ze toen aan de kant geschoven. De advocaat stelt dat ze hierdoor doorheen de hele pandemie slechts één keer hebben moeten sluiten en dit heel laat in de pandemie (januari 2022). Verzoekende partij geeft ook mee dat ze in 2018-2019 zeker geprobeerd heeft om zich te confirmeren aan de administratieve vereisten die het agentschap stelden. Eén van de organisatoren heeft toen alle documenten vertaald, wat enorm tijdrovend was. Maar volgens de organisatoren was het bijna onbegonnen werk om de documenten zelf in orde te krijgen, en wist men ook niet tot wie ze zich moesten richten voor de nodige ondersteuning hierbij. De organisatoren hadden op dat moment ook al het plan om in december 2023 te stoppen met het kinderdagverblijf. Het uitblijven van enige reactie op de vragen van Opgroeien is volgens de organisator dan ook te wijten aan het gebrek aan enige progressie of het vooruitzicht om enige progressie te maken op het vlak van het wegwerken van de tekorten. Maar na de aanmoedigingen van de ouders en met de ondersteuning van Mentes stelt de organisator dat ze nu wel alles op alles wil zetten om alle tekorten weg te werken. De verzoekende partij stelt dat het absoluut geen kwestie van onverschilligheid was, maar eerder omdat het hen aan een gunstig XII-9652-7/11 vooruitzicht ontbrak. Dus ook op gesprek gaan zou geen voordeel hebben gehad, omdat de organisatoren op dat moment niets voorhanden hadden om te verdedigen. 3 ADVIES Het is de opdracht van de commissie om zich uit te spreken over de wijze waarop de beslissing tot opheffing van de vergunning is genomen. Opgroeien regie besloot tot opheffing van de vergunning van de kinderopvanglocatie omdat de organisator niet voldoet aan de vergunningsvoorwaarden van het Vergunningsbesluit van 22 november 2013. Na herhaalde herinneringen bleef de organisator in gebreke. De organisator van kinderopvang dient zich te conformeren met de gestelde vergunningsvoorwaarden en draagt hierin de eindverantwoordelijkheid. Vanwege het maatschappelijk belang van een kwaliteitsvolle kinderopvang, heeft de wetgever de voorwaarden voor de organisatoren ervan in overeenstemming gebracht met wat ouders van een professionele opvang mogen verwachten: kennis van de gangbare pedagogische praktijken, kennis van de maatschappelijke - en juridische context, proactieve vaardigheden en verantwoordelijkheidszin. De commissie twijfelt niet aan de capaciteiten van de verzoeker om voor de opgevangen kinderen te zorgen. Maar kwaliteitsvolle kinderopvang behelst meer dan enkel dat, met name op het vlak van organisatorische capaciteiten, kwaliteitsdenken en administratieve nauwgezetheid. Nadat de commissieleden kennis hebben genomen van het administratief dossier en nadat ze beide partijen hebben gehoord, beschouwt de commissie dit bezwaarschrift ongegrond. De commissie is van oordeel dat de administratie het dossier correct heeft beoordeeld en heeft gehandeld binnen het geldend reglementair kader. De organisator heeft na de beslissing tot opheffing inspanningen geleverd om de tekorten weg te werken, door o.a. een plan van aanpak op te maken. Deze inspanningen zijn ongetwijfeld een stap in de goede richting, maar de commissie heeft evenwel onvoldoende aanwijzingen dat hierdoor de beslissing van Opgroeien niet meer gerechtvaardigd zou zijn.’ 3.14. Op 6 december 2022 verricht de Zorginspectie nogmaals een onaangekondigd bezoek in de kinderopvang. Er wordt een (ontwerp)verslag opgesteld waarin wordt gesteld dat de inspectie het bezoek bracht ‘in opdracht’ van het agentschap Opgroeien regie. In het verslag adviseert de Zorginspectie tot ‘verderzetting van de handhaving’ omdat, ook al stelt Zorginspectie vast dat sedert het ingediende bezwaar en het daarbij gevoegde plan van aanpak gewis tekorten zijn weggewerkt, nog steeds blijkt dat de verantwoordelijke niet in staat voor een correcte aansturing en opvolging van de werking, wat uitgebreid wordt toegelicht en resulteert in blijvende tekorten die worden aangehaald en waarbij ook nieuwe tekorten worden vastgesteld. Dit ontwerpverslag wordt aan de […] verzoekende partij bezorgd. Zij voert daarover op 3 januari 2023 nog schriftelijke communicatie met de Zorginspectie waarin zij bemerkingen uit op het haar bezorgde ontwerpverslag. Zij eindigt haar schrijven als volgt: ‘(w)ij danken u voor uw ontwerpverslag van het inspectiebezoek op 6/12/2022’ en uit voorts de hoop dat ‘bij het opstellen van uw definitieve verslaggeving rekening zal (worden) gehouden met onze aanvullingen, wijzigingen in deze reactie op uw ontwerpverslag’. De […] verzoekende partij kondigt in die brief nog aan dat een kopie van het schrijven zal worden bezorgd aan het agentschap Opgroeien regie. XII-9652-8/11 Met een e-mail van 15 januari 2023 gericht door de […] verzoekende partij aan KO Kinderopvangtoeslag (box) (die deze e-mail vervolgens op 16 januari 2023 bezorgt aan KO Klantenbeheer Centrum (box), dit is de e-mailbox van de bevoegde dienst binnen het agentschap Opgroeien regie), meldt de […] verzoekende partij dat zij, na het inspectiebezoek van 6 december 2022, en het ontwerpverslag dat haar werd overgemaakt door de Zorginspectie, ‘een nieuwe versie’ heeft gemaakt van het plan van aanpak neergelegd naar aanleiding van haar bezwaar, met vervolgstappen. 3.15. Op 15 februari 2023 beslist de Administrateur-generaal van het agentschap Opgroeien regie dat het door de […] verzoekende partij ingediende bezwaar wordt afgewezen en dat de eerder genomen beslissing van 26 augustus 2022 blijft behouden en ingaat vanaf 15 maart 2023. De beslissing is mede genomen op basis van het sub 3.13 vermelde negatieve advies van de Adviescommissie dat bij deze beslissing wordt gevoegd, waarvan de motivering wordt overgenomen en er, voorts, integraal deel van uitmaakt. Dit is de bestreden beslissing.” IV. Ontvankelijkheid van het beroep Ambtshave exceptie over het belang in hoofde van de verzoekende partij 4. Luidens artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, kan een beroep tot nietigverklaring bedoeld bij artikel 14 van deze wet, voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden gebracht “door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang”. Een verzoekende partij beschikt over dit rechtens vereiste belang indien twee voorwaarden vervuld zijn: vooreerst dient zij door de bestreden administratieve rechtshandeling een persoonlijk, rechtstreeks, zeker, actueel en wettig nadeel te lijden; voorts moet de eventueel tussen te komen nietigverklaring van die rechtshandeling haar een direct en persoonlijk voordeel verschaffen, hoe miniem ook. Benadrukt dient te worden dat het belang niet alleen moet bestaan bij het instellen van het beroep maar moet voortduren tot aan de sluiting van het debat, zonder dat de verzoekende partij noodzakelijk elk belang bij de nietigverklaring verliest wanneer zij het initiële voordeel niet meer kan ambiëren. Niettegenstaande de aard van het belang weliswaar kan evolueren, dient een verzoekende partij minstens aannemelijk te maken dat de gevraagde nietigverklaring haar nog een concreet, direct en persoonlijk voordeel oplevert. XII-9652-9/11 5. Het voorwerp van het voorliggend beroep betreft de beslissing van 15 februari 2023 van de Administrateur-generaal van het agentschap Opgroeien regie waarbij het door de verzoekende partij ingediende bezwaar wordt afgewezen en de eerder genomen beslissing van 26 augustus 2022 (tot opheffing van de vergunning van de kinderopvanglocatie Les Naninous met ingang van 17 oktober 2022) blijft behouden en ingaat vanaf 15 maart 2023. Uit het hiervoor weergegeven feitenrelaas in het tussenarrest nr. 255.999 blijkt onder randnummer 3.11 dat op 21 september 2022 de thans verzoekende partij in een gemotiveerd bezwaar tegen de beslissing tot opheffing van de vergunning van de kinderopvanglocatie van 26 augustus 2022 heeft aangegeven dat zij, wat de toekomst betreft, aan de ouders van de opgevangen kinderen en aan de ouders van de kinderen die nog moesten komen, heeft gemeld dat zij haar activiteit “na december 2023 niet langer voortzet” en dat zij die stopzetting in haar bezwaar als volgt, verklaart: “(g)ezien de leeftijd van twee van de drie begeleiders, (…), (
  2. is)er gekozen om onze activiteiten stilaan af te bouwen, terwijl we nog blijvend een zelfde kwaliteitsvolle opvang kunnen bieden. Onze wens is dat we onze activiteit de komende 16 maanden, tot de voorziene stopzetting in december 2023, in alle rust kunnen voortzetten voor de resterende 15 kinderen en hun ouders.” Gelet op het voorgaande rijst de vraag naar het actueel belang bij het voorliggende annulatieberoep in hoofde van de verzoekende partij. 6. De vraag naar het actueel belang in hoofde van de verzoekende partij bij het aanvechten van de thans bestreden beslissing werd niet onderzocht door het auditoraat. Aangezien dit een element betreft dat ertoe strekt de beslechting van het geschil te beïnvloeden en dit niet het voorwerp is geweest van een tegensprekelijk debat, houdt het recht op tegenspraak in dat de partijen hierover debat moeten kunnen voeren (zie mutatis mutandis EHRM 16 februari 2006, 44624/98, ECLI:CE:ECHR:2006:0216JUD004462498, Prikyan en Angelova / Bulgarije, punt 42; EHRM 5 september 2013, 9815/10, XII-9652-10/11 ECLI:CE:ECHR:2013:0905JUD000981510, Čepek / Tsjechische Republiek, punt 45). Daarom is er aanleiding tot het bevelen van een aanvullend onderzoek naar het actueel belang in hoofde van de verzoekende partij bij het voorliggende annulatieberoep. BESLISSING 1. De Raad van State heropent het debat. 2. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt gelast met het aanvullend onderzoek. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, Ann Coolsaet, staatsraad, Frédéric Vanneste, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9652-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.686 Gerelateerde publicatie(
  3. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.791 citeert: ECLI:CE:ECHR:2006:0216JUD004462498 ECLI:CE:ECHR:2013:0905JUD000981510 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.