← België

Arrest 262701 - Overheidsopdrachten - 21/03/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.701 Rolnummer: A. 243864/XIV-39712 Zaak: Arrest 262701 - Overheidsopdrachten - 21/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-03-28 Raadplegingen: 81 - laatst gezien 2026-06-13 05:40 Fiche Arrest nr 262.701 van 21 maart 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : verbeterend arrest Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 262.701 van 21 maart 2025 in de zaak A. 243.864/XIV-39.712 In zake: de NV R. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tim De Ketelaere kantoor houdend te 3000 Leuven Bondgenotenlaan 155A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Defensie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 2 januari 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de gemachtigde van de minister van Landsverdediging van 20.12.2024 waarbij beslist werd om de overheidsopdracht HEVERLEE – Kwartier Cdt de Hemptinne – Gebouw A – Renovatie van kelderverdiepingen voor de inrichting van klaslokalen (MRMP-I/P Nr. 24IP106) te gunnen aan [een derde]”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Gelet op het arrest nr. 262.195 van 31 januari 2025 (ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.195). De verzoekende partij heeft verkeerdelijk twee maal het rolrecht van 200 euro en de bijdrage van 24 euro betaald. In het arrest nr. 262.195 wordt de verzoekende partij verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij XIV-39.712-1/3 uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Er wordt echter niet vermeld dat het te veel betaalde bedrag aan rolrechten en bijdrage dient te worden teruggestort. Dit dient te worden rechtgezet door de tekst in het hiernavolgend beschikkend gedeelte, dat een punt 3 aan het beschikkend gedeelte van het arrest nr. 262.195 toevoegt. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. BESLISSING In het arrest nr. 262.195 van 31 januari 2025 wordt een punt 3 toegevoegd aan het beschikkend gedeelte, dat luidt als volgt: “
  4. Het te veel betaalde bedrag aan rolrechten en bijdrage dient te worden teruggestort.” XIV-39.712-2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Inge Vos, staatsraad, waarnemend kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Inge Vos XIV-39.712-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.701 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.195 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.