id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.739 Rolnummer: A. 244456/X-19016 Zaak: Arrest 262739 - Sluitingen van vestigingen - 25/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-03-25 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-16 05:58 Fiche Arrest nr 262.739 van 25 maart 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 262.739 van 25 maart 2025 in de zaak A. 244.456/X-19.016 In zake: de BV A. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sylvie Doggen en Juliette Bakker kantoor houdend te 2000 Antwerpen Amerikalei 122 bus 14 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jonas De Wit kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 21 maart 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen van 14 maart 2025 tot tijdelijke sluiting van de inrichting V., gelegen te 2000 Antwerpen, die uitgebaat wordt door de bv A., voor de periode van maandag 24 maart 2025 van 00.00 uur tot zondag 30 maart 2025 24.00 uur. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 22 maart 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. X-19.016-1/8 De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 maart 2025, om 10.00 uur. Kamervoorzitter Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Juliette Bakker, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Korneel Persoon, die loco advocaat Jonas De Wit, verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Wendy Depester heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verzoekende partij is uitbaatster van een horeca-inrichting te 2000 Antwerpen. Zij beschikt over een toelating voor het plaatsen van een open gevelterras op het openbaar domein ter hoogte van haar horecazaak. 3.
- Meerdere keren worden inbreuken vastgesteld op het toepasselijke politiereglement betreffende de privatieve ingebruikname van de openbare weg voor open horecaterrassen omdat de verzoekende partij constructies heeft aangebracht om haar terras om te vormen tot een winterproof terras. X-19.016-2/8 Aldus wordt er een inbreuk vastgesteld op 23 december
- De sanctionerende ambtenaar legt voor die inbreuk bij beslissing van 3 februari 2025 een administratieve geldboete op voor een bedrag van 350 euro. 3.
- Op 13 februari 2025 wordt opnieuw dezelfde inbreuk vastgesteld. 3.
- Bij schrijven van 17 februari 2025 wordt de verzoekende partij hiervan in kennis gesteld, en wordt zij uitgenodigd haar verweer te voeren. 3.
- De verzoekende partij dient geen schriftelijk verweer in. 3.
- Op 14 maart 2025 beslist het college van burgemeester en schepenen om de inrichting [V.] te sluiten voor een periode van één week, van maandag 24 maart 2025 tot zondag 30 maart
- Dit is de bestreden beslissing. Deze beslissing wordt onder meer als volgt gemotiveerd: “Op verschillende momenten werden inbreuken vastgesteld op het Terrassenreglement. De betrokkene vormt haar gevelterras op onrechtmatige wijze om tot een winterproof terras. […] Voorgaanden Op 21 december 2024 werd de zaakvoerder gewezen op het Terrassenreglement. Op 23 december 2024 om 15:26 uur stelde een gemeentelijk ambtenaar vast dat er aan de voorzijde van het gevelterras plastieken flappen zijn bevestigd aan de luifel, en dit over quasi de volledige breedte van het terras. Van deze inbreuk werd het proces-verbaal met nummer 309583 opgesteld. Op 13 januari 2025 werd aan de betrokkene een aangetekende waarschuwingsbrief verzonden, waarin de betrokkene werd aangemaand om zich in regel te stellen met het Terrassenreglement. Bovendien werd de betrokkene erop gewezen dat het college de mogelijkheid heeft om een intrekking of schorsing van de vergunning en/of de tijdelijke of definitieve sluiting van de inrichting op te leggen en waarbij een kopie van het X-19.016-3/8 proces-verbaal werd overgemaakt, samen met een uittreksel van de overtreden reglementering. Voor de inbreuken vermeld in het proces-verbaal van 6 januari 2025 (proces-verbaal 309583) werd er een definitieve administratieve geldboete opgelegd ten bedrage van 350,00 EUR. Proces-verbaal met nummer 322251 van 13 februari 2025 Op 13 februari 2025 om 13:50 uur werd opnieuw vastgesteld dat het open gevelterras op onrechtmatige wijze was omgevormd tot een winterproofterras. De plastieken flappen waren bevestigd aan de voorzijde van de luifel. Daarenboven was de voorzijde parallel aan de voorgevel onvoldoende open. De betrokkene liet slechts een soort van deuropening vrij. Naar aanleiding van de vaststellingen vervat in dit proces-verbaal wordt thans een sanctie opgelegd door het college van burgemeester en schepenen. Procedure In het kader van de beginselen van behoorlijk bestuur werd de betrokkene de gelegenheid gegeven om te reageren en voor haar belangen op te komen. De BV [A.] werd op 17 februari 2025 per aangetekende brief in kennis gesteld van de administratieve sanctieprocedure en er werd een kopie overgemaakt van het proces-verbaal 322251 van 13 februari 2025, samen met een uittreksel van de overtreden reglementering. In dit schrijven werd de betrokkene uitgenodigd om schriftelijk verweer in te dienen uiterlijk op 28 februari
- De betrokkene kon zich hiervoor laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman. Er werd geen schriftelijk verweer ingediend. […] Verantwoording van de opgelegde sanctie Het komt aan het college van burgemeester en schepen toe uit te maken welke sanctie het meest gepast is om de herhaalde inbreuken op het Terrassenreglement te sanctioneren en te voorkomen dat bepalingen opgenomen in het Terrassenreglement in de toekomst nog worden overtreden. Gelet op de herhaalde vaststellingen dat het Terrassenreglement niet wordt nageleefd, is het gepast om de inrichting te sluiten gedurende een periode van één week. De tijdelijke sluiting betreft een sanctie voor de inbreuken die zijn vastgesteld op 13 februari
- Aan de betrokkene dient een duidelijk signaal te worden gegeven dat de voorwaarden opgenomen in het Terrassenreglement dienen nageleefd te worden. Een tijdelijke sluiting van de inrichting van één week staat in verhouding tot de gestelde inbreuken, en wel om volgende redenen: het is duidelijk dat de betrokkene zich niet schikt naar de betreffende voorschriften uit het Terrassenreglement, en zij dus steeds en consequent haar open gevelterras op onrechtmatige wijze omvormt tot een winterproofterras waarbij plastieken flappen zijn bevestigd aan de voorkant van de luifel en een te kleine opening is voorzien aan de voorzijde; de betrokkene werd meermaals gewaarschuwd, zowel via processen-verbaal als via formele waarschuwingen; X-19.016-4/8 de administratieve geldboete die aan de betrokkene werd opgelegd, heeft niet het gewenste resultaat teweeg gebracht aangezien zij niet hebben geleid tot een gedragsverandering; de betrokkene heeft intussen reeds zeer veel tijd gehad om haar situatie te regulariseren en de inbreuken te herstellen. Gelet op het voorgaande wordt de inrichting van de betrokkene, gelegen […] te 2000 Antwerpen gesloten van maandag 24 maart 2025 van 00.00 uur tot en met zondag 30 maart 2025 tot 24.00 uur. De sluiting van de inrichting van de betrokkene impliceert een volledig uitbatingsverbod. Indien de politiediensten vaststellen dat het inrichting van de betrokkene in gebruik is tijdens de periode van sluiting, kan de politie overgaan tot onmiddellijke ontruiming en sluiting van de inrichting.” 3.
- Op 18 maart 2025 krijgt de verzoekende partij kennis van de bestreden beslissing. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. V. Ernst van de aangevoerde middelen De aangevoerde middelen 5.
- De verzoekende partij voert in een eerste en een tweede middel de schending aan van “het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel” en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’. X-19.016-5/8 5.
- De verzoekende partij stelt dat de opgelegde maatregel bijzonder zwaar is en niet in verhouding staat tot de feiten. De opgelegde sluiting heeft verregaande financiële gevolgen en gaat verder dan noodzakelijk om het nagestreefde doel te bereiken. De formele motivering van het bestreden besluit blijft volgens de verzoekende partij algemeen en oppervlakkig, zonder diepgaande analyse van haar specifieke situatie. Gelet op het zware karakter van de opgelegde maatregel diende deze uitvoeriger te worden gemotiveerd. 5.
- De verzoekende partij benadrukt dat zij “niet anders heeft gehandeld dan al haar collega horecazaken rondom haar”, die “hun gevelterras zelfs zo goed als volledig dichtgemaakt [hebben]”. De verzoekende partij heeft de plastieken flappen – die eenvoudig kunnen worden opgerold – slechts sporadisch ontrold bij buitengewoon koud of winderig weer. Het feit dat er flappen naar beneden hingen werd slechts tweemaal vastgesteld, en dit dan nog met een tussenperiode van twee maanden. Er is overigens geen enkele impact op de openbare veiligheid. Immers zijn volgens de verzoekende partij “de mogelijkheid voor de stadsdiensten om de straat te reinigen en het straatbeeld geenszins in het gedrang […] gekomen”. Beoordeling
- Het bestaan van de inbreuken die in het bestreden besluit worden vermeld, wordt in de aangevoerde middelen niet betwist.
- Dat – zoals in de middelen wordt voorgehouden – de opgelegde maatregel te zwaar is en niet afdoende formeel is gemotiveerd, steunt de verzoekende partij op haar onder randnummer 5.3 weergegeven argumenten. X-19.016-6/8 Dat de verwerende partij geen rekening heeft gehouden met deze argumenten, kan haar evenwel op het eerste gezicht niet verweten worden nu de verzoekende partij ze pas voor de Raad van State inroept en zij heeft nagelaten om in de bestuurlijke fase een verweer in te dienen (randnr. 3.5). In het licht van het voorgaande, maken de in randnummer 5.3 vermelde omstandigheden prima facie niet inzichtelijk dat het bestreden besluit niet afdoende formeel gemotiveerd zou zijn of dat de bestreden sluiting voor één week buiten elke proportie zou zijn.
- De conclusie is dat de aangevoerde middelen niet ernstig zijn. VI. Besluit
- Er is niet voldaan aan één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die vervuld moet zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. X-19.016-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijfentwintig maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-19.016-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.739 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div