← België

Arrest 262746 - Overheidsopdrachten - 26/03/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.746 Rolnummer: A. 244247/XIV-39753 Zaak: Arrest 262746 - Overheidsopdrachten - 26/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-03-27 Raadplegingen: 98 - laatst gezien 2026-06-16 05:58 Fiche Arrest nr 262.746 van 26 maart 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 262.746 van 26 maart 2025 in de zaak A. 244.247/XIV-39.753 In zake: de BV B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Koenraad Van De Sijpe kantoor houdend te 9100 Sint-Niklaas Vijfstraten 57-59 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de POLITIEZONE ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gitte Laenen en Robin Depoorter kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpesesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 21 februari 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing d.d. 25.01.25 van het politiecollege van de politiezone Antwerpen, luidend als volgt: “Artikel 1 Het college keurt goed dat de gunningsbeslissing van 29 november 2024 (jaarnummer 9055) betreffende de mededingingsprocedure met onderhandeling met Europese bekendmaking voor het sluiten van een raamovereenkomst voor de aankoop en het onderhoud van zowel operationele als anonieme dienstfietsen voor een periode van 48 maanden wordt ingetrokken. Artikel 2 Het college keurt goed dat de mededingingsprocedure met onderhandeling met Europese bekendmaking voor het sluiten van een raamovereenkomst XIV-39.753-1/21 voor de aankoop en het onderhoud van zowel operationele als anonieme dienstfietsen voor een periode van 48 maanden wordt gegund als volgt: • perceel 1 voor het leveren van operationele dienstfietsen voor politiefietsteams aan [de bv I.] […]; • perceel 3 voor het leveren van anonieme dienstfietsen voor politiefietsteams aan [de bv I.] […].” II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 26 februari 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 12 maart 2025, om 11.00 uur. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Koenraad Van De Sijpe, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaten Benjamin Gorrebeeck en Ann-Sofie Custers, die loco advocaten Gitte Laenen en Robin Depoorter verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. XIV-39.753-2/21 III. Feiten 3.
  4. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht uit met als voorwerp een raamovereenkomst voor de levering van ‘dienstfietsen voor politiefietsteams’, voor een periode van 48 maanden. De politiezone Antwerpen treedt op als aankoopcentrale voor de lokale politiezones in België. De opdracht is opgedeeld in de volgende percelen: Perceel 1 ‘Operationele dienstfietsen voor politiefietsteams’, Perceel 2 ‘Elektrisch aangedreven operationele dienstfietsen voor politiefietsteams’, en Perceel 3 ‘Anonieme dienstfietsen voor politiefietsteams’. 3.
  5. De opdracht wordt nationaal en Europees bekendgemaakt. Er is gekozen voor de mededingingsprocedure met onderhandeling. 3.
  6. Vijf ondernemingen dienen een aanvraag tot deelneming in. Op 13 september 2024 worden de vijf ondernemingen geselecteerd en uitgenodigd om een offerte in te dienen, waarbij hen het bestek wordt bezorgd. 3.
  7. Het bestek dat op de opdracht van toepassing is, stelt de gunningscriteria vast als volgt: “I.12 Gunningscriteria Volgende criteria zijn van toepassing bij de gunning van de opdracht: Deze gunningscriteria gelden voor alle percelen : Nr Beschrijving Gewicht 1 Prijs 40 Regel van drie; Score offerte = (prijs laagste offerte / prijs offerte) gewicht van het criterium prijs 2 Kwaliteit en technische waarde van de aangeboden fietsen 40 Op basis van aangeleverde documenten en teststalen 3 Onderhoudsservice 8 XIV-39.753-3/21 Op basis van plan van aanpak naar onderhoud en herstellingen 4 Leveringstermijn 4 Regel van drie; Score leveringstermijn = (kortste leveringstermijn / huidige leveringstermijn) * gewicht van het criterium leveringstermijn 5 Waarborgtermijn 4 Regel van drie; Score offerte = (waarborgtermijn offerte / langste waarborgtermijn) * gewicht van het criterium waarborgtermijn 6 Catalogus - wisselstukken 4 Volledigheid en prijs/kwaliteit verhouding van de aangeboden catalogus. Beschikbaarheid van de wisselstukken. Totaal gewicht gunningscriteria: 100 ” Voorts zijn de volgende administratieve bepalingen van het bestek in deze zaak relevant: “I.13 Varianten Perceel 1 ‘Dienstfietsen voor politiefietsteams’: Vrije varianten worden niet toegelaten. Er zijn geen vereiste varianten voorzien. Volgende toegestane varianten zijn voorzien: - Post 10 [Toegestane variante] Fiets met vaste vork - variante 1 - Post 11 [Toegestane variante] Fiets met verende vork - variante 1 - Post 12 [Toegestane variante] Fiets met vaste vork - variante 2 - Post 13 [Toegestane variante] Fiets met verende vork - variante 2 Het indienen van toegestane varianten is toegestaan. […] […] Het is verplicht om voor de basisoplossing een offerte in te dienen. […] I.16 Onderhandelingen De procedure wordt gevoerd in opeenvolgende fases waarbij het aantal te onderhandelen offertes geleidelijk verminderd wordt. Politiezone Antwerpen zal in beginsel in het licht van de beoordeling op grond van de gunningscriteria maximaal 5 inschrijvers uitnodigen voor de onderhandeling en, desgevallend, het uitbrengen van een bijkomende en/of finale offerte. De aanbestedende overheid zal de initiële offertes beoordelen volgens de opgegeven gunningscriteria in dit bestek en op basis van de gegeven scores een rangschikking maken waarvan de eerste 5 inschrijvers zullen worden uitgenodigd tot onderhandelingen. […] Indien een offerte een substantiële onregelmatigheid bevat, kan de aanbestedende dienst deze substantiële onregelmatigheid laten regulariseren alvorens de onderhandelingen worden aangevat. […] I.20 Stalen XIV-39.753-4/21 Door zijn offerte verklaart de inschrijver zich akkoord om, zonder enige verbintenis van de Politiezone Antwerpen, de producten welke hij aangeboden heeft te demonstreren en voor nazicht en een testperiode ter beschikking te stellen van de Politiezone Antwerpen. Het testmodel zal volledig conform de technische specificaties gelijkend zijn met de levering die de inschrijver voorstelt wanneer zijn offerte in aanmerking wordt genomen. Er worden afbeelding en/of tekeningen bijgevoegd. […] Perceel 1: Operationele dienstfietsen voor politiefietsteams • Basisofferte: twee fietsen volledig conform de technische vereisten één met vaste niet-verende vork en één met een verende vork. • Toegestane varianten: een volledig conform de technische vereisten testmodel (keuze aan de leverancier voor een vaste of verende vork, of beide indien mogelijk). De technische gegevens van beide voorstellen dienen bij de offerte gevoegd te worden. • De fietsen dienen aangeboden te worden in een kadermaat geschikt voor een biker van 1m
  8. • De fietsen dienen niet voorzien te zijn van striping maar wel van de andere aangeboden accessoires. • Stuur mag geleverd worden als free ride of cross country. […]” In de technische bepalingen van het bestek worden onder meer de volgende eisen gesteld, wat perceel 1 betreft: “Beschrijving De fiets dient een hardtail mountainbike te zijn, voorzien van een brede band en een onderhoudsvriendelijke duurzame uitrusting met goede prijs/kwaliteit verhouding, geschikt voor dagelijks intensief stadsgebruik in alle weersomstandigheden. De fiets moet uitgerust zijn met een hydraulisch remsysteem en een gesloten versnellingssysteem in het achterwiel, zodat een minimumkwaliteit wordt geboden aan slijtagegevoelige onderdelen. De aangeboden fietsen dienen te voldoen aan onderstaand minimum profiel. Offertes welke niet aan onderstaand minimum profiel voldoen komen verder niet in aanmerking. […] Frame • Hardtail ATB/MTB • Aluminium • Compatibel met riemaandrijving • Robuust, functioneel en wendbaar • Witte basiskleur, duurzame coating, voorzien van politiestriping (volgens het ambtsgebied van de klant) zoals beschreven in bijgevoegde handleiding, geen merkvermelding (bij voorkeur) • Leverbaar in verschillende groottes, geschikt voor fietsers van 1,52m tot 2,05m XIV-39.753-5/21 • Klassieke, gematigd sportieve tot sportieve geometrie met een licht aflopende bovenbuis in de richting van het zadel (slooping) • Voorzien van een uniek herkenningsnummer (gegraveerd/niet verwijderbare framesticker/…) • Kabelgeleiding bij voorkeur in of onder de buis. Voorvork Algemeen: • Geschikt voor zeer intensief stadsgebruik (trappen, kasseien, boordstenen,…) in alle weersomstandigheden • Compatibel met hydraulisch remsysteem • Bekabeling dynamo bij voorkeur intern (vaste vork) Vaste (niet verende) voorvork: • Basiskleur: wit Verende voorvork: • Veerweg 80 – 100mm (bij voorkeur) • Basiskleur: zwart of wit • Stijfheid regelbaar naar gewicht van de biker • Instelbare rebound • Lock-out • Onderhoudsvriendelijk […] Toegestane varianten: Toegestane varianten: Het indienen van toegestane varianten is toegestaan. Onverminderd de offerte dewelke de basisofferte vormt is het maximum aantal toegestane varianten evenwel beperkt tot 2 varianten met vaste vork en 2 varianten met verende vork. Bij overschrijding van dit aantal zal enkel met de eventuele basisofferte rekening worden gehouden. De regelmatige toegestane varianten moeten beantwoorden aan de specificaties opgegeven in het bestek. De inschrijver dient aan te geven welke de basisofferte is, welke de variante 1 en welke de variante 2 is. Stalen Door zijn offerte verklaart de inschrijver zich akkoord om, zonder enige verbintenis van Politiezone Antwerpen, de producten welke hij aangeboden heeft te demonstreren en voor nazicht en een testperiode ter beschikking te stellen van Politiezone Antwerpen. Het testmodel zal volledig conform de technische specificaties gelijkend zijn met de levering die de inschrijver voorstelt wanneer zijn offerte in aanmerking wordt genomen. Er worden afbeelding en/of tekeningen bijgevoegd. Van elk gevraagd item moet de inschrijver minstens 1 exemplaar bijvoegen voor controle. Voorwaarden waaraan de stalen moeten voldoen: […] • Basisofferte: twee fietsen volledig conform de technische vereisten één met vaste niet-verende vork en één met een verende vork. • Toegestane varianten: een volledig conform de technische vereisten testmodel (keuze aan de leverancier voor een vaste of verende vork, of beide XIV-39.753-6/21 indien mogelijk). De technische gegevens van beide voorstellen dienen bij de offerte gevoegd te worden. • De fietsen dienen aangeboden te worden in een kadermaat geschikt voor een biker van 1m
  9. • De fietsen dienen niet voorzien te zijn van striping maar wel van de andere aangeboden accessoires. •Stuur mag geleverd worden als free ride of cross country.” 3.
  10. Drie ondernemingen, waaronder de verzoekende partij, dienen een eerste offerte in voor de drie percelen. Op 24 oktober 2024 wordt met elk van de drie inschrijvers een eerste onderhandeling gevoerd, waarna een verslag met opmerkingen wordt toegestuurd en de inschrijvers worden uitgenodigd een aangepaste offerte in te dienen tegen 30 oktober
  11. De nv B. beslist na de eerste onderhandelingsronde om geen offerte meer in te dienen. De verzoekende partij en de bv I. dienen tijdig een BAFO in. 3.
  12. Op 6 november 2024 wordt een gunningsverslag opgesteld. Alle offertes worden regelmatig bevonden. Na vergelijking van de offertes wordt voorgesteld de percelen 1, 2 en 3 te gunnen aan de bv I. Op 29 november 2024 beslist de verwerende partij de percelen 1, 2 en 3 te gunnen aan de bv I. Luidens de bestreden beslissing ontving de politiezone Antwerpen “van een inschrijver aan wie niet gegund werd, een schrijven met opmerkingen over de motivering van de gunning. Het is aangewezen de gunning in te trekken en rekening houdende met deze opmerkingen en na evaluatie van de finale offertes een nieuwe gunning met bijkomende motivering voor te leggen aan het college”. XIV-39.753-7/21 3.
  13. Op 23 december 2024 wordt een nieuw gunningsverslag opgesteld. In punt 4 ‘Regelmatigheidsonderzoek van de offertes van de geselecteerde kandidaten’ wordt, wat de “regelmatigheid van de offertes op papier” betreft, geen (niet)-substantiële onregelmatigheden vastgesteld. In punt 6 ‘Regelmatigheidsonderzoek van de offertes van de geselecteerde kandidaten’ wordt het volgende gesteld: “De volgende offerte wordt door het bestuur als onregelmatig beschouwd omdat eventuele onregelmatigheden substantieel zijn: Op papier is de offerte regelmatig. Na het testen van de fietsen van de firma [bv B.] werden bij de fietsen ingediend voor de percelen 1 en 3 enkele serieuze veiligheidsrisico’s vastgesteld (bv. de voorvork die ernstig gebogen was, het met de voet tegen het voorwiel komen bij kort afdraaien wanneer correct in het pedaal vastgeklikt). Alsook was het niet mogelijk om de politionele interventietechnieken toe te passen met deze fietsen. Hierdoor werden de fietsen voor de percelen 1 en 3 substantieel onregelmatig bevonden. Ondanks de substantiële onregelmatigheid van de offerte in percelen 1 en 3, worden deze percelen alsnog gescoord om aan te tonen dat zelfs wanneer we ze als regelmatig hadden beschouwd, deze niet als beste gegund zouden worden.” In punt 7 ‘Vergelijking van de offertes en voorstel tot gunning’ wordt gesteld: “De offertes werden beoordeeld volgens de ingediende documenten en de geleverde teststalen waarmee de nodige testritten volgens de politionele taken en technieken gebeurd zijn door de werkgroep (dynamisch stadsgebruik, gebruik op oneffen ondergronden, afdaling van trappen op de fiets, stop en go techniek, op- en afrijden van borduren, slow speed vaardigheden, politionele interventietechnieken (bv gebruiken als afweermiddel) met de fiets). Onderhandelingen Er werd onderhandeld met de 3 inschrijvers. Zowel over de prijs als over de kwaliteit en de andere onderdelen van de beoordeling (zoals onderhoudsplan, opmeting, levertermijn). Na de eerste onderhandelingsronde heeft de firma [nv B.] besloten om geen offerte meer in te dienen omdat ze niet kunnen voldoen aan alle technische criteria. XIV-39.753-8/21 Het testen van de fietsen vond plaats na de eerste onderhandelingsronde om de inschrijvers de kans te geven om nog aanpassingen te doen.” Daarna volgt de vergelijking van de offertes volgens de in het bestek vermelde gunningscriteria. Bij de beoordeling van de offerte van de verzoekende partij aan het gunningscriterium ‘Kwaliteit en technische waarde van de aangeboden fietsen’, wat perceel 1 betreft, wordt onder meer gesteld: “Bij de fiets met vaste voorvork (sample perceel 1a ) werd vastgesteld dat de voorvork is verbogen bij het testen. Er is een opening ontstaan tussen de kroon van de vork en de balhoofdbuis. De voorgekomen schade is een ernstig [veiligheidsrisico] bij het gebruik van deze fiets bij zware dagelijkse belasting op gemengde ondergronden, in alle weersomstandigheden en met de specifieke politionele interventietechnieken. De testen met deze fiets werden dan ook stopgezet. […] Bij het manoeuvreren op het standaard oefenparcours (o.a. aan trage snelheden een sequentie aan bochten afwerken waarbij kort moet worden afgedraaid) komt het voorwiel van de fiets (sample perceel 1a) in aanraking met de voeten van de biker. Dit is gevaarlijk. Het kan leiden tot een val met eventueel letsel of schade.” Voor perceel 1 is de rangschikking volgens de totale score alsdan als volgt: “ Nr. Naam Score Perceel 1 (Operationele dienstfietsen voor politiefietsteams ) 2 [bv I.] basisofferte 72,37% 3 [bv I.] variante offerte 82,37% 1 [verzoekende partij] 54,67% ” 3.
  14. Op 24 januari 2025 beslist de verwerende partij om de gunningsbeslissing van 29 november 2024 in te trekken (artikel 1), perceel 1 te gunnen aan de bv I. (variante offerte) en perceel 3 aan de bv I. XIV-39.753-9/21 (basisofferte)(artikel 2), en de procedure voor de gunning van perceel 2 stop te zetten (artikel 3). Dit is de bestreden beslissing. Wat de offerte van de verzoekende partij betreft, wordt gesteld: “De volgende offerte wordt door het bestuur als onregelmatig beschouwd omdat eventuele onregelmatigheden substantieel zijn: Na het testen van de fietsen van de firma [bv B.] werden bij de fietsen ingediend voor de percelen 1 en 3 enkele serieuze veiligheidsrisico’s vastgesteld (bv. de voorvork die ernstig gebogen was, het met de voet tegen het voorwiel komen bij kort afdraaien wanneer correct in het pedaal vastgeklikt). Alsook was het niet mogelijk om de politionele interventietechnieken toe te passen met deze fietsen. Hierdoor werden de fietsen voor de percelen 1 en 3 substantieel onregelmatig bevonden. Ondanks de substantiële onregelmatigheid van de offerte in percelen 1 en 3, worden deze percelen alsnog gescoord.” IV. Rechtspleging Verzoek tot vertrouwelijke behandeling van bepaalde stukken
  15. De verzoekende partij legt haar offerte als vertrouwelijk stuk neer. Ook de verwerende partij vraagt om de vertrouwelijke behandeling van bepaalde door haar neergelegde stukken. Er zijn geen gronden aangevoerd door de partijen, althans in deze fase van het geding, om de aangevoerde vertrouwelijkheid van die stukken betwisten. XIV-39.753-10/21 Neerlegging bijkomend stuk
  16. De verzoekende partij legt op 6 maart 2025 via e-proadmin een bijkomend stuk neer. Het betreft een voorlopig verslag van een deskundige, eenzijdig door haar aangesteld, dat in het verzoekschrift werd aangekondigd doch pas op 4 maart 2025 werd opgesteld. V. Nadere omschrijving van het voorwerp van het beroep
  17. De verzoekende partij stelt ter terechtzitting dat haar vordering enkel de bestreden beslissing tot voorwerp heeft voor zover daarin perceel 1 wordt gegund aan de bv I. Zij doet, voor zoveel als nodig, afstand van haar vordering wat de overige beslissingen betreft. In de hierna volgende beoordeling worden bijgevolg de middelen onderzocht, enkel voor zover ze perceel 1 betreffen. VI. Ontvankelijkheid van de vordering
  18. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VII. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  19. Krachtens artikel 17, §§ 1, 5 en 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen XIV-39.753-11/21 inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. VIII. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
  20. De verzoekende partij voert de schending aan van artikel 76 van het koninklijk besluit van 8 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: het koninklijk besluit van 8 april 2017), het beginsel patere legem quam ipse fecisti, “de formele motiveringsplicht vervat in” de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: de wet van 29 juli 1991) en van het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiëlemotiveringsplicht. Zij licht toe dat in de technische bepalingen van het bestek wat perceel 1 betreft – zowel onder de rubriek ‘Beschrijving’ als onder de rubriek ‘Stalen’ – is bepaald dat in de basisofferte zowel een fiets met een verende voorvork als een fiets met een niet verende vork moet worden aangeboden. In de tweede paragraaf van de rubriek ‘Beschrijving’ wordt gesteld dat offertes die niet aan onderstaand minimum profiel voldoen, niet verder in aanmerking komen. De verzoekende partij haalt een passage aan uit het gunningsverslag wat de beoordeling van de basisofferte van de gekozen inschrijver op het gunningscriterium ‘Kwaliteit en technische waarde van de aangeboden fietsen’ betreft, waarin wordt gesteld: “De fiets kan voorzien worden van de vaste vork zoals de [T.] hieronder beschreven. De [P.] die als sample is geleverd werd voorzien van een verende vork met instelbare vering […]”. Zij leidt daaruit af dat de gekozen inschrijver voor de basisofferte geen staal zou hebben aangeboden met XIV-39.753-12/21 een niet verende vork, en deze basisofferte van de gekozen inschrijver bijgevolg diende te worden geweerd. Zij vervolgt dat de vermelding onder de rubriek ‘Stalen’ van de vereiste van twee fietsen, samen met de libellering van de voornoemde tweede paragraaf van de rubriek ‘Beschrijving’ aantoont dat de verwerende partij dit als een substantiële vereiste heeft opgelegd. Het ontbreken van een staal met een niet verende vork maakt dat de offerte van de gekozen inschrijver nietig is. Minstens is de verwerende partij onzorgvuldig geweest aangezien de niet verende vork niet is getest. Beoordeling
  21. Het eerste middel heeft uitsluitend betrekking op de regelmatigheid van de basisofferte van de gekozen inschrijver. De door de verzoekende partij aangehaalde passage uit het gunningsverslag betreft de basisofferte van de gekozen inschrijver, waaruit zij afleidt dat deze inschrijver hiervoor geen staal met een niet verende vork zou hebben aangeboden. Uit de gunningsbeslissing en het gunningsverslag blijkt evenwel dat perceel 1 wordt gegund aan de gekozen inschrijver, niet wat de aangeboden basisofferte betreft, maar wel wat de aangeboden toegestane variante betreft. Uit het dossier blijkt niet en de verzoekende partij beweert evenmin dat de vermeende onregelmatigheid van de basisofferte gevolgen zou hebben voor de regelmatigheid van de toegestane variante.
  22. De verzoekende partij heeft bijgevolg geen belang bij het middel. XIV-39.753-13/21 B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
  23. De verzoekende partij voert de schending aan van het beginsel patere legem quam ipse fecisti, “de formele motiveringsplicht vervat in” de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991, het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiëlemotiveringsplicht. Zij voert kritiek op de motieven betreffende het veiligheidsrisico van de door haar aangeboden fietsen om haar offerte als substantieel onregelmatig te beschouwen, namelijk de vaststelling bij een testrit “dat de voorvork ernstig gebogen zou zijn” en dat “de voet van de fietser tegen het voorwiel [zou] komen bij kort afdraaien”. Volgens de verzoekende partij staat nergens in het bestek welke testen de aangeboden fiets precies moet kunnen doorstaan, en voldoet de door haar aangeboden fiets, blijkens het certificaat op de fietsen, aan alle gevraagde kwaliteitseisen. De ISO-nummers ISO 9001 en ISO 4210 duiden op het behalen van de kwaliteitsvereisten wat het frame en de onderdelen betreft. Voorts verwijst zij naar het verslag van de onderhandelingen waaruit de opmerking blijkt dat “[i]n het algemeen […] de fietsen duurzamer en robuuster afgewerkt [mogen] worden om een sportieve en operationele politionele inzet mogelijk te maken”, wat bijgevolg inhoudt dat mits deze onderhandelingen de fietsen zeker ruim voldoende kunnen zijn. De verzoekende partij heeft een sterk vermoeden dat de door haar aangeboden fiets door verkeerd, minstens onoordeelkundig, gebruik een geplooide vork opliep, wat meteen ook de opmerking over de voet verklaart. Overigens werd bij de eerste gunningsbeslissing geen substantiële onregelmatigheid vastgesteld. Uit geen enkel element blijkt welke test de fiets exact onderging, noch of de fiets van de gekozen inschrijver identiek dezelfde test onderging. De vorkverbuiging kan volgens de verzoekende partij dan ook enkel zijn ontstaan door het afdalen van een trap met een hellingsgraad van meer dan 60 graden waarbij de fietser zijn houding en rijgedrag niet aanpast of een stevige botsing op een hoge borduur of XIV-39.753-14/21 tegen een muur (loodrecht, aangezien kennelijk enkel de vork een verbuiging vertoont, in het andere geval zou ook het wiel krom zijn). Voorts stelt de verzoekende partij dat het motief dat de door haar aangeboden fiets minder goed handelbaar zouden zijn bij interventies, een subjectieve beoordeling is. Ook voor haar fiets geldt dat de handeling ervan even wennen zal zijn, zoals dat ook bij het veranderen van auto gaat. Er anders over oordelen impliceert dat bij een politiecorps steeds dezelfde fietsen zouden moeten worden gekozen. De verzoekende partij heeft een deskundige de opdracht gegeven om de door haar aangeboden fiets van perceel 1 aan een objectief kwaliteitsonderzoek te onderwerpen. Ter terechtzitting stelt de verzoekende partij dat de deskundige in zijn verslag van 6 maart 2024 bevestigt dat de voorvork geplooid is ingevolge een frontale aanrijding met een vaste hindernis en de schade in geen enkel geval werd veroorzaakt door normaal gebruik van de fietsen. Beoordeling
  24. De verwerende partij werpt een exceptie van niet-ontvankelijkheid van het middel op, afgeleid uit een gebrek aan belang. Zij betoogt dat bij de bespreking van het eerste middel reeds is aangetoond dat de offerte werd gegund aan de regelmatige offerte van de eerst gerangschikte inschrijver, en dat, zelfs indien het tweede middel ernstig zou zijn, zij nog steeds niet de eerst gerangschikte inschrijver zou zijn. Een onderzoek en een beoordeling van de door de verwerende partijen aangevoerde exceptie van gebrek aan belang bij het middel is slechts noodzakelijk indien het middel ernstig zou worden bevonden, hetgeen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. XIV-39.753-15/21
  25. Artikel 76, § 1, van het koninklijk besluit 18 april 2017 bepaalt dat een offerte ‘substantieel’ of ‘niet substantieel’ onregelmatig kan zijn. Een substantiële onregelmatigheid is onder meer, volgens artikel 76, § 1, vierde lid, 3°, “de niet-naleving van de minimale eisen en de vereisten die als substantieel worden aangemerkt in de opdrachtdocumenten”. Het staat in de eerste plaats aan de aanbestedende overheid om te interpreteren of een afwijking de niet-naleving betreft van een minimale eis of een vereiste dat als substantieel wordt aangemerkt in de opdrachtdocumenten waarbij het evenwel de Raad van State toekomt te onderzoeken of de aanbestedende overheid aan die begrippen zijn juiste draagwijdte en betekenis heeft gegeven.
  26. Zoals aangehaald sub 3.4., wordt in de technische bepalingen, wat perceel 1 betreft, onder rubriek ‘Beschrijving’ gesteld dat de fiets “een hardtail mountainbike [dient te zijn] geschikt voor dagelijks intensief stadsgebruik in alle weersomstandigheden”, en dient te voldoen aan een minimum profiel, die vervolgens in detail wordt beschreven. Er wordt gesteld dat “[o]ffertes welke niet aan onderstaand minimum profiel voldoen [niet verder] in aanmerking [komen]. Het frame dient “[r]obuust, functioneel en wendbaar” te zijn. Wat de voorvork betreft, wordt gesteld dat deze “[g]eschikt [dient te zijn] voor zeer intensief stadsgebruik (trappen, kasseien, boordstenen, …) in alle weersomstandigheden.”
  27. De verzoekende partij lijkt op het eerste gezicht niet te betwisten dat deze technische bepalingen betreffende het “minimum profiel” minimale eisen zijn. Wel betwist zij de feitelijke juistheid van de vastgestelde gebreken. Volgens haar zijn de door haar aangeboden fietsen, die voldoen aan de ISO-normen 9001 en 4210, mits onderhandelingen “zeker ruim voldoende”, wat zij afleidt uit het verslag van de onderhandelingen. Voorts stelt zij de testmethode in vraag. XIV-39.753-16/21
  28. De offerte van de verzoekende partij voor perceel 1 wordt in de bestreden beslissing als substantieel onregelmatig beschouwd op grond van de vaststelling van “enkele serieuze veiligheidsrisico’s”, zoals “de voorvork die ernstig gebogen was, het met de voet tegen het voorwiel komen bij kort afdraaien wanneer correct in het pedaal vastgeklikt”, en de vaststelling dat het “niet mogelijk [was] om de politionele interventietechnieken toe te passen met deze fietsen”. In het gunningsverslag wordt, bij de beoordeling van de offerte van de verzoekende partij aan het gunningscriterium ‘Kwaliteit en technische waarde van de aangeboden fietsen’, deze “bij het testen” vastgestelde veiligheidsrisico’s nader geduid (zie sub 3.4.). Uit dit gunningsverslag blijken geen afzonderlijke vaststellingen nopens de onmogelijkheid “om de politionele interventietechnieken toe te passen met deze fietsen”, zodat betreffend motief in de gunningsbeslissing op het eerste gezicht een afgeleide is van de vastgestelde veiligheidsrisico’s wat de ‘buiging van de voorvork’ en ‘de voet tegen het voorwiel’ betreft.
  29. De verwerende partij wijst er in de nota op dat de fietsen, na opening van de eerste offertes op 18 oktober 2024, werden onderworpen aan een visueel nazicht waarbij de zichtbare gebreken of verbeterpunten werden gedocumenteerd in een fotodossier, en waarbij werd nagegaan of de geleverde stalen voldoen aan de technische vereisten. Dit lijkt op het eerste gezicht te worden bevestigd met het fotodossier ‘indiening’ van elke offerte, en het fotodossier ‘visueel nazicht’ (“fotodossier met opmerkingen bij samples”), gevoegd als stukken bij het administratief dossier. Zij stelt voorts dat, aangezien de testperiode nog aan de gang was, de ervaringen en vaststellingen van de testpersonen nog niet werden betrokken in de onderhandelingsronde, zodat die betrekking had op het administratief en contractueel gedeelte van de offerte en op de voornoemde reeds zichtbare gebreken of verbeterpunten, doch na de testperiode duidelijk bleek dat de fiets voorgesteld door de verzoekende partij niet voldeed aan de gevraagde kwaliteit zoals uiteengezet in de technische eisen in de opdrachtdocumenten. XIV-39.753-17/21 De verzoekende partij maakt op het eerste gezicht niet aannemelijk dat de feitelijke vaststellingen van de veiligheidsrisico’s, vastgesteld tijdens de testperiode, niet correct zouden zijn. Wat de ‘buiging van de voorvork’ betreft, wordt deze schade die tijdens de testperiode werd vastgesteld, op het eerste gezicht bevestigd met een foto gevoegd in de nota. Wat de ‘voet tegen het voorwiel’ betreft, blijkt uit het stuk ‘Fotodossier veiligheidsrisico’s’ (“fotodossier ‘foot drag’ [bv B]”), eveneens gevoegd bij het administratief dossier, dat de fiets werd onderworpen aan een “sequentie van richtingsveranderingen in slowspeed training”, waarbij in de beschrijving van een aantal foto’s wordt gesteld “illustratie van de richtingsverandering en kanteling van het voorwiel bij een standaard training aan trage snelheid, hierbij raken de tenen het voorwiel bij specifieke oriëntatie van het crank”. De omstandigheid dat de fietsen zouden voldoen aan de ISO-normen 9001 en 4210, doet op het eerste gezicht niet anders besluiten. De verwerende partij maakt in de nota aannemelijk dat de ISO-certificering te dezen niet relevant is omdat de gevraagde fietsen niet worden ingezet voor een standaard-fietsgebruik, maar operationeel worden ingezet door politiediensten, terwijl ISO 9001 een norm voor het management van de kwaliteit betreft en ISO 4210 een norm voor stadsfietsen, trekkingsfietsen, mountainbikes en koersfietsen betreft.
  30. Voor zover de verzoekende partij de testen waaraan de fietsen werden onderworpen in vraag stelt, lijkt het op het eerste gezicht voorspelbaar dat de stalen zouden worden getoetst aan de technische eisen in het bestek en onderworpen aan testen die verband houden met politionele activiteiten. XIV-39.753-18/21 Luidens punt I.20 van de administratieve bepalingen van het bestek verklaart de inschrijver zich akkoord om de producten die hij heeft aangeboden tijdens een testperiode ter beschikking te stellen van de politiezone Antwerpen. De omstandigheid dat de verwerende partij niet nader duidt “welke test de fiets exact onderging” en of de fiets van de gekozen inschrijver “identiek dezelfde test onderging”, lijkt de feitelijke vaststellingen van de veiligheidsrisico’s tijdens de testperiode op het eerste gezicht niet te ontkrachten. Overigens lijken de situaties waaronder volgens de verzoekende partij de ‘buiging aan de vork’ enkel kan zijn ontstaan, namelijk door “het afdalen van een trap met een hellingsgraad van meer dan 60 graden waarbij de fietser zijn houding en rijgedrag niet aanpast” of “een stevige botsing op een hoge borduur of tegen een muur” op het eerste gezicht niet ondenkbaar tijdens politionele activiteiten. De verwerende partij maakt in de nota op het eerste gezicht aannemelijk dat “[f]ietstechnieken bij de politiediensten […] meer [inhouden] dan loutere verplaatsingen. De fiets vormt eveneens een middel om een persoon te controleren en/of op afstand te houden, en kan zelfs gebruikt worden als afweermiddel”, en dat de fiets bijgevolg voldoende “robuust” moet zijn, ook bij het gebruik van de fiets tijdens de testperiode die dan nog van beperkte duurtijd is. Het vermoeden van de verzoekende partij dat de ‘buiging aan de vork’ het gevolg is van onoordeelkundig gebruik door de testpersonen, wordt in de huidige fase van het geding niet aannemelijk gemaakt aan de hand van een voorlopig verslag van een deskundige, die eenzijdig door de verzoekende partij werd aangesteld. De verzoekende partij kan ten slotte geen aanspraken puren uit de inhoud van de eerste gunningsbeslissing. Gelet op de intrekking ervan, wordt deze immers geacht nooit te hebben bestaan.
  31. Het tweede middel is niet ernstig. XIV-39.753-19/21 C. Derde middel Uiteenzetting van het middel
  32. De verzoekende partij voert de schending aan van het beginsel patere legem quam ipse fecisti, het beginsel van de gelijke behandeling van de inschrijvers, de formelemotiveringsplicht “vervat in” de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 en het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiëlemotiveringsplicht. Zij bekritiseert “de motivering van verwerende partij nopens de overige negatieve beoordelingselementen voor de fietsen aangeboden door verzoekende partij [en] bespreekt hierna alle ongunstige beoordelingselementen uit het gunningsverslag”, namelijk frame, voetafstand, remhendels, remschijven, kettingbeschermer, kabels door het frame, naafdynamo, reflector voorlicht, bidonhouders, meetproces, onderhoudsplan en catalogus. Beoordeling
  33. De verwerende partij werpt een exceptie van niet-ontvankelijkheid van het middel op, afgeleid uit een gebrek aan belang. Zij betoogt dat bij de bespreking van het eerste middel is aangetoond dat de offerte werd gegund aan de regelmatige offerte van de eerst gerangschikte inschrijver, en dat bij de bespreking van het tweede middel is aangetoond dat de offerte van de verzoekende partij terecht werd geweerd op grond van substantiële onregelmatigheden.
  34. De verzoekende partij lijkt geen belang bij dit middel te hebben. Uit de beoordeling van het tweede middel blijkt dat de verzoekende partij op het eerste gezicht niet aantoont dat haar offerte ten onrechte als substantieel onregelmatig werd beschouwd. Het ernstig bevinden van haar kritiek bij de beoordeling van de offertes, die in het gunningsverslag “ondanks de substantiële XIV-39.753-20/21 onregelmatigheid van de offerte [voor] percelen 1 en 3”, alsnog werd verricht, kan daar niets aan veranderen.
  35. Het derde middel is niet ernstig. BESLISSING
  36. De Raad van State verwerpt de vordering.
  37. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zesentwintig maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Patricia De Somere XIV-39.753-21/21 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.746 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.