id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.767 Rolnummer: A. 243732/IX-10597 Zaak: Arrest 262767 - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan - 27/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-03-31 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-16 11:05 Fiche Arrest nr 262.767 van 27 maart 2025 Openbaar ambt - Personeel van het onderwijs - Aanwerving en loopbaan Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.767 no lien 282295 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 262.767 van 27 maart 2025 in de zaak A. 243.732/IX-10.597 In zake: C.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Zandvoordestraat 444 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep Stroom Sterke scholen bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2630 Aartselaar Groenenhoek 61 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 13 december 2024, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de Raad van Bestuur van de Scholengroep Stroom van het Gemeenschapsonderwijs, van ongekende datum ‘waarbij kennis werd genomen van de beëindiging van het mandaat als algemeen directeur ingevolge éénzijdige en eenduidige wilsuiting daartoe door [verzoeker]’, waarvan het bestaan hem ter kennis is gegeven met een aangetekende brief gedateerd op 16 oktober 2024”. IX-10.597-1/20 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een nota ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 17 maart
- Staatsraad Jurgen Neuts heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bart Bronders, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Jan Fransen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Marijke Sterck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Verzoeker is, naar eigen zeggen sinds 9 januari 2017, algemeen directeur van scholengroep 27 ‘Stroom Sterke scholen’ van het Gemeenschapsonderwijs. 3.
- Naar luid van het verslag van de vergadering van de raad van bestuur van de betrokken scholengroep van 22 augustus 2023 kondigt verzoeker alsdan aan wat volgt: IX-10.597-2/20 “AD: het is mijn voorlaatste jaar als Algemeen Directeur, oproep in september 2024 voor nieuwe Algemeen Directeur – procedure en assessment. September 2025 – nieuwe AD.” 3.
- In het verslag van de vergadering van de raad van bestuur van 27 februari 2024 wordt, in navolging van de voormelde aankondiging, onder punt ‘3.
- Toelichting einde mandaat Algemeen Directeur + toekomstperspectief’ het volgende genotuleerd: “Mondelinge toelichting door de AD Opmerkingen, vragen, aandachtspunten, motivatie De Algemeen directeur licht de Raad van Bestuur het neerleggen van zijn ambt op 16 augustus 2024 toe en vraagt de Raad van Bestuur een toekomstperspectief binnen de scholengroep te overwegen. De Raad van Bestuur van 27 februari 2024 neemt akte van de toelichting van de Algemeen Directeur omtrent het neerleggen van zijn ambt op 16 augustus
- Hoewel de Raad van Bestuur de beslissing van [verzoeker] om zijn ambt neer te leggen betreurt, heeft hij het grootste begrip voor de motivatie die hij daarvoor geeft. Gelet op de door [verzoeker] verwezenlijkte resultaten qua groei van de SGR, infrastructuur en financiën en zijn ervaring en competenties, wenst de Raad van Bestuur in te gaan op zijn vraag om hem perspectief te geven binnen de scholengroep; Gelet op het feit dat [verzoeker] nog niet de pensioengerechtigde leeftijd heeft; Gelet op de noodzaak van continuïteit van beleid en de noodzaak om de nieuwe AD in zijn inlooptijd een zekere begeleiding en of ondersteuning te geven wanneer die daarom vraagt; Gelet op een aantal grote dossiers die nog afgewerkt moeten worden; Gelet op de financiële mogelijkheden van de scholengroep; Gelet op de decretale bepalingen terzake; Neemt de Raad van Bestuur onderstaande beslissing: De Raad van Bestuur van 27 februari 2024 wenst dan ook in te gaan op de vraag van [verzoeker] om hem een toekomstperspectief te geven binnen de SGR Stroom. De verdere modaliteiten hiervoor zullen na advies van GO! centraal het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke beslissing.” In dezelfde vergadering beslist de raad van bestuur “om de procedure voor het aanstellen van de Algemeen Directeur op te starten volgens de bepalingen van de regelgeving binnen het GO!”. IX-10.597-3/20 3.
- Op 10 maart 2024 schrijft verzoeker aan een adviseur bij de afdeling Netbrede ondersteuning en ontwikkeling, team Onderwijspersoneel – Bijzondere Maatregelen van het Gemeenschapsonderwijs, wat volgt: “Hieronder mijn traject die mondeling is toegelicht op mijn RvB en waarmee ze akkoord kunnen gaan. 16 augustus ’24 via ziekte even de pauzeknop indrukken 1 jan ’25 via detachering als AD in eigen instelling (behoud van wedde en pensioenrechten) terug aan boord komen tot 1 jan ’
- 1 jan ’27 terug in ziekte tot mijn pensioen op 1 sept ’
- Die laatste ziekte moet ik nog even navragen bij [H.] … ik denk dat het voor de scholengroep best is dat de detachering stopt en ik in ziekte ga als AD. Ik zou de titel beleidsmedewerker dragen en belast worden door de RvB en/of de nieuwe AD met specifieke dossiers (infra, overnames, …) Wil jij even kijken hoe we dit best in een beslissing/dading gieten, zodat mijn toekomst zeker en zonder discussies kan verlopen …” 3.
- In het verslag van de vergadering van de raad van bestuur van 26 maart 2024, punt ‘3.
- Traject uittredend AD’, valt te lezen wat volgt: “Het door GO! centraal [voorgestelde] protocol om [verzoeker] naar de toekomst toe in dienst te houden van de SGR wordt aangepast in die zin dat hij duidelijk afgelijnde opdrachten krijgt van de nieuwe AD en dat deze daarover rapporteert aan de RvB. Het protocol maakt integraal deel uit van dit verslag. Raadslid [V.] vraagt hoe het dan zit met de verloning van zowel [verzoeker] en de nieuwe AD. De Raad van Bestuur van 26 maart 2024 beslist om het protocol betreffende het verder in dienst houden binnen de SGR van [verzoeker] goed te keuren en beslist tevens dat [verzoeker] zijn huidige verloning (inclusief mandaatvergoeding) behoudt en dat de nieuwe AD op dezelfde basis zal verloond worden.” Het (ontwerp van) protocol waarvan sprake luidt als volgt: “Overeenkomst Tussen de algemeen directeur van scholengroep Stroom, [verzoeker] enerzijds en IX-10.597-4/20 de raad van bestuur van scholengroep Stroom, vertegenwoordigd door de […] voorzitter, anderzijds wordt het volgende overeengekomen
- [Verzoeker] wordt met ingang van 1 januari 2025 via een voltijds verlof wegens opdracht vanuit zijn mandaat van algemeen directeur gedetacheerd naar een specifieke beleidsfunctie bij de scholengroep Stroom.
- De voltijdse detachering loopt van 1 januari 2025 tot en met 31 december
- Tijdens zijn detachering wordt [verzoeker] onder andere belast met dossiers inzake infrastructuur (eventueel te specificeren) en met de begeleiding van de overnames (opsommen). Deze taakomschrijving is niet-limitatief. (Eventueel kan hier nog een afspraak opgenomen worden over een meer gedetailleerde taakomschrijving of over een functiebeschrijving.)
- [Verzoeker] krijgt tijdens zijn detachering verder zijn bezoldiging als algemeen directeur vanwege AgODi (= salaris als directeur + mandaatstoelage voor algemeen directeur). De scholengroep zal voor de duur van de detachering de volledige brutoloonlast terugbetalen aan de cel Detacheringen van AgODi. De scholengroep zal hiertoe de nodige administratieve formaliteiten voor een detachering vervullen.
- [Verzoeker] rapporteert tijdens zijn detachering minstens één keer per drie maanden rechtstreeks aan de raad van bestuur.
- [Verzoeker] verbindt er zich toe om vanaf 1 januari 2027 een voltijds verlofstelsel op te nemen als algemeen directeur tot aan zijn pensionering op 1 september 2027 zodat hij voltijds afwezig blijft tot 31 augustus 2027 en in zijn functie van algemeen directeur voltijds kan vervangen worden.” Met betrekking tot de procedure om een nieuwe algemeen directeur aan te stellen, vermeldt hetzelfde verslag dat “[e]r […] 3 kandidaten [zijn]”, dat “[h]et assessment zal plaatsvinden na de Lentevakantie” en dat er vervolgens een interview door de raad van bestuur zal gebeuren. 3.
- Op 27 mei 2024 beslist de raad van bestuur om K.V.L. met ingang van 16 augustus 2024 aan te stellen als algemeen directeur van de scholengroep. IX-10.597-5/20 3.
- Daags nadien verstuurt verzoeker het volgende e-mailbericht aan onder meer de directeurs van de scholengroep: “De RvB in zitting van 27 mei ’24 heeft mijn opvolger aangeduid. [K.V.L.] is aangeduid om vanaf 16 augustus het mandaat van Algemeen Directeur op te nemen. In naam [van mezelf] en de RvB [wensen] wij hem veel geluk, moed en toewijding in zijn nieuwe job!” Op 24 juni 2024 verstuurt verzoeker het volgende e-mailbericht aan meerdere personen binnen en buiten het Gemeenschapsonderwijs: “Zoals jullie wellicht hebben vernomen leg ik mijn mandaat als Algemeen Directeur van Scholengroep Stroom neer op 5 juli ’
- Na een mooie periode als Algemeen Directeur kijk ik uit naar nieuwe uitdagingen. Vanaf 1 juli ’24 neemt [K.V.L.] de fakkel over en kan je hem contacteren als Nieuwe Algemeen Directeur Scholengroep Stroom.” 3.
- In het verslag van de vergadering van de raad van bestuur van 20 augustus 2024 is onder punt ‘3.1 Personeelsproblematieken’ te lezen wat volgt: “In maart werd een protocol opgesteld betreffende de toekomstperspectieven van [verzoeker] binnen Stroom. Momenteel is [verzoeker] in ziekteverlof. De Raad handhaaft het protocol, maar wenst duidelijkheid over de financiële kost en de taken en bevoegdheden van [verzoeker] wanneer hij terugkeert uit ziekteverlof. De Raad vraagt aan de Wnd AD een soort functiebeschrijving op te maken en het Diensthoofd financiën opdracht te geven een correcte berekening van de kostprijs op te maken.” 3.
- Het verslag van de vergadering van de raad van bestuur van 24 september 2024 vermeldt onder punt ‘1.1 Traject uittredend AD’ wat volgt: “Wat voorafging: - Op de Raad van Bestuur van 27 februari 2024 geeft [verzoeker] toelichting bij zijn voornemen om op 16 augustus 2024 zijn ambt van Algemeen Directeur van Scholengroep Stroom neer te leggen IX-10.597-6/20 en vraagt de Raad van Bestuur een toekomstperspectief binnen de scholengroep te overwegen. (zie verslag RvB 27 februari 2024) - De Raad van Bestuur van 27 februari 2024 stelt dat hij wenst in te gaan op de vraag van [verzoeker] om hem een toekomstperspectief te geven binnen de SGR Stroom. De verdere modaliteiten hiervoor zullen na advies van GO! centraal het voorwerp uitmaken van een afzonderlijke beslissing. (zie verslag RvB 27 februari 2024) - De Raad van Bestuur van 27 februari 2024 beslist om de procedure voor het aanstellen van een nieuwe Algemeen Directeur op te starten volgens de bepalingen van de regelgeving binnen het GO! (zie verslag RvB 27 februari 2024) - Op de Raad van Bestuur van 26 maart 2024 wordt het punt 3.4 geagendeerd met als titel ‘Traject uittredend AD’. Als voorbereiding bij dit punt wordt een voorbereidende nota op Smartschool gevoegd. Het betreft de tekst van een protocolovereenkomst tussen de Scholengroep en [verzoeker] die naar zijn zeggen is afgetoetst met GO! Centraal. (zie verslag RvB 27 februari 2024) - Op de Raad van Bestuur van 26 maart 2024 neemt de Raad kennis van het betreffende document. Een aantal passages die betrekking hebben op het rapporteren over de mogelijke taken die [verzoeker] zouden toebedeeld worden, worden geamendeerd en aangepast (zie verslag RvB 26 maart 2024) [Verzoeker] meldt dat de financiële impact kan opgevangen worden met de loonkost die werd betaald voor [X] die nu met pensioen is. - Een aantal Raadsleden vragen naar de manier van verloning van de nieuwe AD. Er wordt gesteld dat gezien de nieuwe AD effectief het mandaat zal uitoefenen hij of zij dan ook dient verloond te worden zoals [verzoeker] verloond werd, zijnde het loon van directie, aangevuld met een mandaat vergoeding en een toelage om het loon gelijk te stellen aan dat van master, indien betrokkene bachelor zou zijn. - De Raad van Bestuur van 26 maart 2024 beslist om het protocol betreffende het verder in dienst houden binnen de Scholengroep goed te keuren. - Op een extra Raad van Bestuur op 27 mei 2024 rondt de Raad de selectieprocedure voor het aanstellen van een nieuwe AD af en stelt [K.V.L.] aan. - Op de Raad van Bestuur van 18 juni 2024 bevestigt [verzoeker] in een afscheidsspeech dat hij zijn mandaat van AD neerlegt op 16 augustus
- - Op 28 juni 2024 organiseert [verzoeker] een afscheidsetentje met enkele genodigden uit de Scholengroep, GO! Centraal en enkele persoonlijke vrienden, waarbij hij nogmaals bevestigt dat hij zijn mandaat zal neerleggen. Hij heeft dit tevens bevestigd op de CORA (GO!Centraal), ook de Voorzitter van de Centrale Raad en de Afgevaardigd Bestuurder GO! zijn op de hoogte IX-10.597-7/20 - Hij bevestigt dit tevens op het College van Directeurs op 5 juli 2024 en op het Diensthoofdenoverleg van Scholengroep Stroom en via diverse mails vanuit zijn out off office melding. - Op 16 augustus meldt [verzoeker] zich ziek tot 31 oktober
- - [K.V.L.] neemt vanaf dan het mandaat van AD op. - Op de vergadering van de Raad van Bestuur van 20 augustus 2024, tijdens de behandeling van het punt 3.1 ‘Personeelsproblematieken’ wordt akte genomen van het ziekteverlof van [verzoeker] en wordt verwezen naar het protocol, maar de Raad wenst evenwel meer duidelijkheid over financiële kost en de taken en bevoegdheden van [verzoeker] wanneer hij terugkomt uit ziekteverlof. De Raad vraagt aan de huidige AD een taakomschrijving en aan het Diensthoofd Financiën een correcte berekening van de financiële impact bij uitvoering van het protocol. (zie verslag RvB 20 augustus 2024) Gelet: - De historiek zoals hierboven omschreven en verifieerbaar in de verslagen van de RvB en divers mailverkeer; De Raad van Bestuur van 24 september 2024 neemt op basis van de verschillende communicaties door [verzoeker] verspreid in de tijd en via verschillende kanalen nogmaals akte van het feit dat hij effectief zijn mandaat als AD heeft neergelegd. Gelet: - De kennisname door de Raad op de Raad van Bestuur van 24 september 2024 van de financiële toestand van de Scholengroep en meer bepaald het item over een mogelijke financiering van de uitvoering van het protocol; - Er de Raad van Bestuur immers werd voorgehouden dat de financiële impact van de uitvoering van het protocol beperkt zou zijn omwille van de verrekening met het uitgespaarde loon van [X], nu met pensioen, wat niet blijkt te kloppen, gezien een ander personeelslid reeds werd in dienst genomen die samen met [X] een inloopperiode heeft doorgemaakt; - De kennisname door de Raad van Bestuur van de mogelijkheden geboden door de regelgeving wat betreft detachering en de gevolgen daarvan voor de statutaire toestand van betrokken personeelsleden; - De vaststelling dat de beslissing van de Raad van Bestuur van 26 maart 2024 omtrent de uitstap via voornoemd protocol mogelijks genomen werd op basis van onjuiste en onvolledige informatie; - Het bovendien zou getuigen van een verkeerd financieel beleid mocht de beslissing onveranderd toch worden doorgevoerd, gezien de huidige financiële toestand van de scholengroep en de prognoses voor de volgende jaren dit niet echt toelaat; - De onduidelijkheid over de statutaire toestand van [verzoeker] wanneer hij terugkeert uit ziekteverlof, gezien hij herhaalde malen en via diverse kanalen heeft gemeld zijn mandaat neer te leggen; IX-10.597-8/20 - De Raad van Bestuur hierover bijkomend juridisch advies wenst in te winnen; - Het voornoemde protocol nog niet werd ondertekend en bijgevolg niet werd uitgevoerd; De Raad van Bestuur van 24 september 2024 beslist unaniem het voorliggende protocol niet verder te weerhouden als basis voor een uitstapregeling voor [verzoeker]. De Raad van Bestuur van 24 september 2024 wenst omtrent het huidig en of toekomstig statuut, de consequenties hiervan en een mogelijke andere uitstapregeling voor [verzoeker] juridisch advies in te winnen en geeft daartoe opdracht aan de huidige AD […]. Gelet evenwel de verdiensten van [verzoeker] in het verleden; Beslist de Raad van Bestuur van 24 september 2024 om te streven naar een voor beide partijen haalbaar en werkbaar uittredingstraject en wenst daarover in overleg te gaan met [verzoeker]. De Raad mandateert de Voorzitter en de Ondervoorzitter van de Raad om samen met de huidige AD daarvoor onverwijld de nodige stappen te zetten.” 3.
- In zijn vergadering van 10 oktober 2024 beslist de raad van bestuur onder meer dat verzoeker “nadat hij zelf vrijwillig zijn mandaat van AD heeft beëindigd, terug het ambt van benoeming, nl. directeur BaO te Koekelare, bij terugkeer dient op te nemen” en dat daarbij “geen bijkomende compensaties” worden voorzien. Met een brief van 16 oktober 2024 deelt algemeen directeur K.V.L. aan verzoeker mee wat volgt: “De beëindiging van uw mandaat als algemeen directeur is een feit, gezien uw eenzijdige en eenduidige wilsuiting daartoe. Daarvan is reeds eerder kennis genomen door de raad van bestuur. Dit tast het onderliggende ambt van directeur basisonderwijs niet aan, waarin u momenteel bent tewerkgesteld. De door u geschetste afwezigheid wegens ziekte is voor de raad van bestuur een feitelijke vaststelling. Een door een arts geattesteerde afwezigheid van een directeur basisonderwijs behoeft geen verder onderzoek en zal worden aanvaard. ‘Detachering’ is een verlofstelsel eigen aan de selectie- en bevorderingsambten. De raad zal een dergelijke verlofaanvraag als directeur basisonderwijs gunstig beoordelen. (Ter info: dit verlof wordt niet herhaald in de rechtspositieregeling van de mandaatfuncties zoals deze van algemeen directeur). Bij vrijwillig ontslag kan in onderling overleg een te presteren ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.767 IX-10.597-9/20 opzegtermijn worden bepaald die afwijkt van de vijftien kalenderdagen voorzien in het Decreet Rechtspositie. Ontslagen worden door de raad van bestuur als directeur is enkel mogelijk in toepassing van de bepalingen inzake evaluatie en tucht.” IX-10.597-10/20 3.
- Met een brief van 18 oktober 2024 richt verzoeker zich tot de leden van de raad van bestuur: “Via mijn weddefiche moet ik op 30 september ’24 vernemen dat mijn mandaat als Algemeen directeur van Scholengroep Stroom werd gestopt en ik vanaf 1 september ’24 aangesteld ben als Directeur BS De Lettertuin. Gezien ik in ziekte ben vanaf 16 augustus 2024 als Algemeen Directeur, had ik graag vernomen waarom ik zonder enige communicatie moet vernemen dat mijn mandaat werd gestopt.” 3.
- Op 25 oktober 2024 wordt aan verzoeker het formulier ‘C4’ – het werkloosheidsbewijs – bezorgd. Uit de aangifte blijkt dat op 31 augustus 2024 een einde is gesteld aan de tewerkstelling van verzoeker als algemeen directeur. 3.
- Op 4 november 2024 keert verzoeker terug uit ziekteverlof. Hij neemt alsdan zijn ambt van directeur van basisschool ‘De Lettertuin’ te Koekelare opnieuw op. 3.
- Op 19 november 2024 beslist de raad van bestuur om lastens verzoeker een tuchtonderzoek op te starten en hem met ingang van 20 november 2024 bij hoogdringendheid preventief te schorsen. In het verslag van de vergadering wordt onder meer overwogen wat volgt: “De raad van bestuur moet helaas vaststellen dat de beëindiging van het mandaat van [verzoeker] als algemeen directeur en zijn herintrede als directeur van GO! basisschool De Lettertuin tumultueus is verlopen. Blijkbaar verkondigt [verzoeker] luidop dat hij tot aan zijn pensioen ‘geen klop’ meer zal uitvoeren. Tegelijk vindt hij het blijkbaar nodig om de raad van bestuur in een slecht daglicht te stellen en stelt hij zelfs letterlijk dat hij niet meer loyaal wil zijn ten aanzien van de raad van bestuur. Daar komt nog eens bij dat er sinds het beëindigen van zijn mandaat verschillende personeelsleden van de scholengroep gemeld hebben dat [verzoeker] de financiële middelen van de scholengroep niet altijd op een correcte manier besteed heeft en dat hij zich geregeld bezondigde aan zogenaamd toxisch leiderschap. Het is de raad van bestuur op dit moment niet duidelijk hoe zwaar deze meldingen wegen. Wel is de raad ten zeerste gealarmeerd, zeg maar ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.767 IX-10.597-11/20 geshockeerd, over de e-mail die [verzoeker] op 18 november 2024 naar de algemeen directeur en de voorzitter van de raad van bestuur gestuurd heeft en die aan duidelijkheid niet te wensen overlaat. Hij stelt daarin letterlijk dat hij niet meer loyaal zal zijn aan de raad van bestuur. De raad van bestuur meent dat er op dit moment een aantal lichten op rood springen en er vragen rijzen over de houding van [verzoeker], niet alleen nu maar ook in het recente verleden. De raad meent dat hij dit ernstig moet nemen en wil dat de handelwijze van [verzoeker] onderzocht wordt. De raad vraagt dan ook aan de algemeen directeur om de onderzoekscel van het GO! met een onderzoeksopdracht in die zin te belasten. […] Aangezien [verzoeker] via zijn e-mail van 18 november 2024 al zijn vertrouwen en loyauteit ten aanzien van de raad van bestuur in vraag gesteld heeft, kan de raad van bestuur er niet vanuit gaan dat dit onderzoek kan gevoerd worden zonder ordeverstoring.” Op 10 december 2024 beslist de raad van bestuur, na verzoeker te hebben gehoord, de preventieve schorsing te “bekrachtigen en bevestigen”. Op 31 januari 2025 bevestigt de kamer van beroep voor het Gemeenschapsonderwijs deze beslissing. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel IX-10.597-12/20 wordt aangevoerd dat de nietigverklaring van de akte of het reglement prima facie kan verantwoorden. VI. Spoedeisendheid Uiteenzetting
- Ter adstructie van de spoedeisendheid van zijn vordering voert verzoeker in zijn verzoekschrift het volgende aan: “De verzoekende partij is sinds 9 januari 2017 aangewezen als algemeen directeur van de scholengroep. Dit betekent dat zij gedurende meer dan 7 jaren heeft deelgenomen aan de Algemene Vergadering van de Scholengroep, aan de Raad van Bestuur en het college van directeurs heeft voorgezeten. Zij heeft meer dan 7 jaren de algemene leiding gehad van de scholengroep. Zij heeft gedurende al die jaren de scholengroep of de scholen vertegenwoordigd in en buiten rechte. Het spreekt voor zich dat zij gedurende deze periode de belichaming was van beslissingen, ook van beslissingen die niet de hare waren maar deze louter uitvoerde, die niet eenieder die deel uitmaakt van de scholengroep steeds hebben welgevallen, ook niet bij haar collega-directeurs van de scholen. Door de bestreden beslissing wordt zij opnieuw teruggeplaatst als schooldirecteur bij haar collega’s. Dit leidt tot spanningen. Eenieder draagt de verzoekende partij geen warm hart toe en sommigen menen nog rekeningen te moeten vereffenen. Anderen profiteren van de situatie en starten een roddelcampagne op waarin wordt vooropgesteld dat de verzoekende partij ontslagen is wegens financiële malversaties en allerlei gesjoemel. De verzoekende partij heeft steeds gunstige evaluaties gekregen doorheen haar loopbaan, in [welke] hoedanigheid of voor welk ambt ook. Haar onterecht ontslag hakt er bij de verzoekende partij diep in. Zij had gedacht haar laatste jaren in het gemeenschapsonderwijs voor de scholengroep nog nuttig te kunnen invullen en dit op een respectvolle wijze, waarbij zij vanaf 1 januari 2025 vanuit het mandaat van algemeen directeur onder dezelfde verloning nog een specifieke beleidsfunctie zou kunnen uitoefenen. Zij zou belast worden met het onderzoek en de opvolging van de financiering en de begeleiding van de grote infrastructuurwerken. De wijze waarop zij nu wordt behandeld leidt tot een grote morele schade voor haarzelf en een ernstige aantasting van haar aanzien binnen de scholengroep, die onder haar benaarstiging en leiding gedurende al die jaren enorm is gegroeid en op financieel vlak (zeker wat de reserves betreft) tot één van de beste scholengroepen van het gemeenschapsonderwijs behoort. IX-10.597-13/20 De verzoekende partij dient nog tot 31 augustus 2027 te werken vooraleer op pensioen te kunnen gaan. Het onrecht dat haar thans wordt aangedaan, de morele schade die zij hier thans van ondervindt, zal wellicht niet meer kunnen worden rechtgezet tijdens haar actieve loopbaan, behoudens wanneer haar vordering tot schorsing wordt toegekend. De verzoekende partij is uiteraard bereid haar mandaat nog verder uit te oefenen tot haar pensioengerechtigde leeftijd. Het protocolakkoord was er overigens op gericht dat zij nog enige tijd had om een nieuwe algemene directeur te ondersteunen en een vlotte opvolging mogelijk te maken. Indien de verwerende partij dit nu anders ziet – en het protocolakkoord klaarblijkelijk niet meer wenst uit te voeren – zal de verzoekende partij haar ambt nauwgezet en zorgvuldig, zo lang als mogelijk verzekeren. Indien de verwerende partij een en ander ziet als gevolg van een tuchtprocedure, dient zij minstens de mogelijkheid te verlenen aan de verzoekende partij om haar hiertegen te verzetten. De wijze waarop de verwerende partij nu handelt is deze van voldongen feiten, waarbij elke vorm van respect voor de verzoekende partij en haar rechtspositie in het bijzonder achterwege wordt gelaten. Dat zij thans nog zou kunnen werken als schooldirecteur (hetgeen gelet op de preventieve schorsing ook niet het geval is) wijzigt niets aan het nadeel dat zij thans door de bestreden beslissing ondervindt. De taak van schooldirecteur en die van algemeen directeur is fundamenteel verschillend, terwijl de verzoekende partij nu opnieuw schooldirecteur is tussen haar collega’s, terwijl zij jaren hun hiërarchische overste was op tal van gebieden. Alleen de snelle bevestiging dat de verzoekende partij ten onrechte haar mandaat werd beëindigd of als zodanig wordt beschouwd, kan dit nadeel nog goedmaken voor het einde van haar loopbaan en zo verhinderen dat de blijvende smet op haar morele integriteit, die zeer zwaar weegt op haar gemoedstoestand, verder blijft duren. Hoe langer deze toestand aanhoudt, hoe groter de schade wordt, zodanig dat deze niet meer omkeerbaar zal zijn.” Beoordeling
- Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om in haar verzoekschrift op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone IX-10.597-14/20 doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is. In beginsel mag alleen rekening worden gehouden met hetgeen in het verzoekschrift tot schorsing of de daarbij gevoegde stukken wordt uiteengezet én gestaafd. Eventueel ter terechtzitting nieuw aangehaalde argumenten kunnen niet in aanmerking worden genomen, aangezien alleen de in het verzoekschrift aangebrachte gegevens de overige partijen toelaten zich daartegen op de geëigende wijze – in hun geschreven procedurestukken – te verweren en het voorwerp kunnen uitmaken van het onderzoek door het auditoraat.
- Om de spoedeisendheid aan te tonen, volstaat het niet te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. Het moeten afwachten van het normale procedureverloop in het kader van een beroep tot nietigverklaring maakt het onvermijdelijke lot uit van elke beroepindiener en het staat aan de verzoekende partij om aan te tonen dat zij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met ernstige schadelijke gevolgen. Overigens moet die verzoekende partij zich er rekenschap van geven dat een vordering tot schorsing luidens artikel 17, § 1, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, mag worden ingesteld “op elk moment”. IX-10.597-15/20
- Verzoeker wijst vooreerst erop dat hij door de bestreden beslissing “opnieuw [wordt] teruggeplaatst als schooldirecteur bij [zijn] collega’s”. Dat geeft volgens hem aanleiding tot “spanningen”. Verzoeker brengt geen enkel bewijs van dergelijke “spanningen” bij. Hij geeft alleen aan dat dit het geval zou zijn omdat hij als algemeen directeur “beslissingen die niet de [zijne] waren” heeft uitgevoerd die zijn collega-schooldirecteurs niet altijd zijn “welgevallen”. Daarom zouden sommigen menen “rekeningen te moeten vereffenen”. Deze niet nader gestaafde verklaring – wie zijn die “sommigen”?, hoe uiten die “spanningen” zich?, waarom rechtvaardigen die “spanningen” de toepassing van de schorsingsprocedure? – is des te minder geloofwaardig nu verzoeker in het verslag van de vergadering van de raad van bestuur van 18 juni 2024 laat optekenen te benadrukken dat hij “blij is een financieel gezonde Scholengroep achter te laten, goed werkende centrale diensten en een samenhangend College van Directeurs”. Hoe er einde juni 2024 nog sprake kan zijn van een “samenhangend” college van directeurs, terwijl er half december 2024 tussen diezelfde directeurs “rekeningen” zouden moeten worden vereffend, verduidelijkt verzoeker niet. Dit klemt des te meer nu verzoeker, gelet op zijn ziekteverlof en zijn terugkeer in het ambt van directeur, in ieder geval sinds 16 augustus 2024 geen “beslissingen die niet de [zijne] waren” meer heeft kunnen uitvoeren.
- Verzoeker beweert ook dat “anderen” een “roddelcampagne” hebben opgestart en dat door hen wordt beweerd dat hij wegens “financiële malversaties en allerlei gesjoemel” werd ontslagen. Daargelaten dat verzoeker ook hieromtrent nalaat te duiden wie die “anderen” zijn – in de stukken die verzoeker zelf bijbrengt, wordt alleen melding gemaakt van “de tegenpartij” in een procedure voor een “[h]of” – moet IX-10.597-16/20 erop worden gewezen dat acties van of de mogelijke perceptie door derden op zich niet aantonen dat verzoeker het resultaat van de annulatieprocedure niet kan afwachten. 11.
- Verzoeker voert ook aan dat zijn “onterecht ontslag […] er bij [hem] diep [inhakt]”, wat een “grote morele schade” voor hem inhoudt en een “ernstige aantasting van [zijn] aanzien binnen de scholengroep”. Hij heeft het nog over een “blijvende smet op [zijn] morele integriteit, die zeer zwaar weegt op [zijn] gemoedstoestand”. 11.
- Het mag vaste rechtspraak van de Raad van State heten dat van een verzoekende partij in beginsel het weerstandsvermogen mag worden verwacht om die gemoedstoestand te dragen voor de gewone duur van de vernietigingsprocedure – al is dat procedureverloop langer geworden omdat de Raad van State zich eerst over het gebrek aan spoedeisendheid heeft moeten uitspreken en voor het onderzoek ten gronde vervolgens moet wachten tot de voortzetting van de procedure wordt gevraagd. Aangenomen wordt immers dat een dergelijk moreel nadeel of imagoschade in de regel wordt goedgemaakt door een vernietigingsarrest en dus niet onherstelbaar is. Dit is uitzonderlijk anders, indien bijzondere redenen worden aangevoerd waaruit blijkt dat de omvang van de imagoschade op de situatie van de verzoekende partij een zodanige impact heeft dat zij deze niet kan lijden tot de uitspraak ten gronde. 11.
- Verzoeker stelt in dat verband, wat hemzelf betreft, dat hij “had gedacht [zijn] laatste jaren in het gemeenschapsonderwijs voor de scholengroep nog nuttig te kunnen invullen en dit op een respectvolle wijze”. Waarom een terugkeer naar het ambt van directeur niet als een “nuttige” en “respectvolle” invulling mag worden beschouwd, laat hij evenwel niet verstaan en is voor de Raad van State evenmin evident zichtbaar. Verzoeker IX-10.597-17/20 wijst wel erop dat de “taak van schooldirecteur en die van algemeen directeur […] fundamenteel verschillend [zijn]” en dat hij “nu opnieuw schooldirecteur is tussen [zijn] collega’s, terwijl [h]ij jaren hun hiërarchische overste was op tal van gebieden” – wat weliswaar bij te vallen feitelijke vaststellingen zijn – maar hij licht op geen enkele wijze toe hoe een en ander als een nadeel moet worden begrepen, laat staan een nadeel dat hij niet zou kunnen verdragen tot aan de uitkomst van de annulatieprocedure. 11.
- Wat de “ernstige aantasting van [zijn] aanzien binnen de scholengroep” betreft, verliest verzoeker uit het oog dat bij de beëindiging van het mandaat van algemeen directeur vóór een pensionering – op eigen initiatief, dan wel door het schoolbestuur – de betrokkene in beginsel terugvalt op het directieambt waarin hij of zij vast benoemd is. Het blijft, zonder nadere toelichting van bijzonderheden door verzoeker, een raadsel waarom die normale gang van zaken in zijn geval een “aantasting” van zijn “aanzien” binnen de scholengroep of een “smet op [zijn] morele integriteit” zou teweegbrengen. Verzoeker heeft zelf ervoor gekozen om aan de “neerlegging” van het mandaat van algemeen directeur ruime weerklank te geven – ook binnen de scholengroep – zonder daarbij melding te maken van de afspraken die hij meende daarover met de verwerende partij te hebben gemaakt. Voor de bestemmelingen van die boodschap ligt het bijgevolg in de rede dat verzoeker is teruggekeerd naar het directieambt waarin hij vast benoemd is. 11.
- Verzoeker toont bijgevolg niet aan dat er in zijn geval bijzondere redenen voorhanden zijn waarom hij de uitspraak ten gronde niet kan afwachten.
- Verzoekers vrees dat het “onrecht” waarvan hij beweert het slachtoffer te zijn, niet meer tijdens zijn actieve loopbaan kan worden rechtgezet, is evenmin gerechtvaardigd. IX-10.597-18/20 Immers, zoals verzoeker zelf aangeeft, bereikt hij op 1 september 2027 de pensioengerechtigde leeftijd. Gelet op de recente wijzigingen van de regelgeving op de Raad van State, vermag verzoeker tegen die tijd een arrest over de grond van de zaak te verwachten.
- De Raad van State wil verzoeker voorts best geloven dat hij bereid is, gelet op de gewijzigde houding van de raad van bestuur, om het mandaat van algemeen directeur voort te zetten. Alleen kan niet worden ingezien hoe die bereidheid de spoedeisendheid van de zaak kan aantonen.
- Ten overvloede bedenkt de Raad van State dat verzoeker intussen preventief is geschorst. Deze preventieve schorsing plaatst de door verzoeker aangehaalde nadelen in een ander daglicht. De “spanningen” waaraan verzoeker refereert, kunnen zich onmogelijk realiseren. Het maakt ook dat verzoeker vooralsnog niet kan terugkeren om de uitoefening van de functie van algemeen directeur voort te zetten.
- Uit wat voorafgaat volgt dat de spoedeisendheid niet genoegzaam is aangetoond. VII. Conclusie
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen.
- De Raad van State geeft de partijen ter overweging dat er, behalve het voeren van gerechtelijke procedures, nog andere mogelijkheden bestaan om te komen tot een oplossing van het conflict dat tussen hen bestaat. Zo IX-10.597-19/20 kan ook worden geopteerd voor een open dialoog, op grond waarvan de partijen kunnen komen tot duidelijke en werkbare afspraken. Indien partijen zelf niet tot een dergelijk gesprek kunnen komen, kan ook een beroep worden gedaan op de techniek van bemiddeling (zie de artikelen 1723/1 tot 1737 van het Gerechtelijk Wetboek), met de ondersteuning van een erkende bemiddelaar (zie https://search- fbcfm.just.fgov.be/cgi-bemed/liste-mediateur.pl?lg=nl). BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zevenentwintig maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jurgen Neuts IX-10.597-20/20 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.767 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.265.442 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div