← België

Arrest 262799 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 28/03/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.799 Rolnummer: A. 242779/X-18814 Zaak: Arrest 262799 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 28/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-03-31 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-17 01:39 Fiche Arrest nr 262.799 van 28 maart 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 262.799 van 28 maart 2025 in de zaak A. 242.779/X-18.814 In zake: A.K. woonplaats kiezend te 3090 Overijse Sparrenlaan 9 tegen: het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Arne Van Audenhove kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV DE WERKVENNOOTSCHAP bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ive Van Giel kantoor houdend te 2180 Antwerpen Bist 47 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 19 juli 2024, strekt tot de nietigverklaring van “[d]e beslissing van Urban Brussels. Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Stedenbouw en Erfgoed, d.d. 10 juni 2024, 02PFU1860322_PERMISPFDPFU2018_08_25470241, tot het verlenen [aan de nv D.W.], van een stedenbouwkundige vergunning met betrekking tot het uitvoeren van infrastructuurwerken, reliëfwijzigingen en ontbossing, aanleggen van parkeerplaatsen, alsook van een bushalte (aan weerszijden van de E 411)”. X-18.814-1/3 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De nv De Werkvennootschap heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoekster ter kennis werd gebracht op 2 december
  3. Op respectievelijk 24 februari 2025 en 19 februari 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster, de verwerende partij en de tussenkomende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Beoordeling
  5. Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoekster van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. X-18.814-2/3 Verzoekster heeft geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd binnen de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
  6. Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. BESLISSING
  7. De Raad van State verwerpt het beroep.
  8. Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achtentwintig maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.814-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.799 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.