← België

Arrest 262806 - Sluitingen van vestigingen - 28/03/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.806 Rolnummer: A. 243163/X-18866 Zaak: Arrest 262806 - Sluitingen van vestigingen - 28/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-04-01 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-17 01:42 Fiche Arrest nr 262.806 van 28 maart 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK DE VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 262.806 van 28 maart 2025 in de zaak A. 243.163/X-18.866 In zake :

  1. K.V.
  2. de BV D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tim De Ketelaere kantoor houdend te 3000 Leuven Bondgenotenlaan 155A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD AARSCHOT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Chris Van Olmen en Vincent Vuylsteke kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 221 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 28 november 2024, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de burgemeester van de stad Aarschot van 1 oktober 2024 waarbij elke vorm van uitbating of activiteit onmiddellijk moet worden stopgezet voor de panden gelegen aan de Tieltseweg, Molenstraat en Diestsesteenweg en deze panden gesloten worden tot een gunstig controleverslag van de Hulpverleningszone Oost-Vlaams Brabant wordt afgeleverd en tot – wat de panden Tieltseweg en Diestsesteenweg betreft – bewezen wordt dat er geen probleem van ongedierte meer aanwezig is. X-18.866-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  4. Bij arrest nr. 261.096 van 18 oktober 2024 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de bestreden beslissing ingewilligd. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft overeenkomstig artikel 11/5 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’ meegedeeld dat zij geen verslag over het beroep tot nietigverklaring zal neerleggen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 maart
  5. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Matthias Boydens, die loco advocaat Tim De Ketelaere verschijnt voor de verzoekende partijen en advocaat Uma Joris, die loco advocaten Chris Van Olmen en Vincent Vuylsteke verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Daniël Plas heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. X-18.866-2/4 III. Intrekking
  7. De bestreden beslissing werd ingetrokken bij besluit van de burgemeester van de stad Aarschot van 2 december
  8. Het voorliggende beroep heeft derhalve geen voorwerp meer.
  9. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen.
  10. In de gegeven omstandigheden is er reden om de kosten ten laste te leggen van de stad Aarschot, inbegrepen een rechtsplegingsvergoeding ten behoeve van de verzoekende partijen. In de door de verwerende partij bij brief van 17 januari 2025 ingeroepen omstandigheden dat het bestreden besluit “[a]mper twee werkdagen” na de indiening van het verzoekschrift tot nietigverklaring werd ingetrokken, en dat dit laatste verzoekschrift “nagenoeg identiek is” aan het verzoekschrift houdende de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, ziet de Raad van State geen overtuigende redenen om de aan de verzoekende partijen toekomende basisrechtsplegingsvergoeding te verminderen tot “hoogstens […] een minimumrechtsplegingsvergoeding van 154 EUR”. BESLISSING
  11. De schorsing bevolen bij arrest nr. 261.096 van 18 oktober 2024 wordt opgeheven.
  12. De Raad van State verwerpt het beroep. X-18.866-3/4
  13. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 1540 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achtentwintig maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Stephan De Taeye X-18.866-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.806 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.096 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.