id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 maart 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.826 Rolnummer: A. 243610/X-18934 Zaak: Arrest 262826 - Sluitingen van vestigingen - 31/03/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-04-09 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-16 05:29 Fiche Arrest nr 262.826 van 31 maart 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 262.826 van 31 maart 2025 in de zaak A. 243.610/X-18.934 In zake: R.L. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kris Masson kantoor houdend te 2000 Antwerpen Vlaamse Kaai 32/3 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 28 november 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de burgemeester van de stad Antwerpen van 21 november 2024 om de inrichting, gelegen aan de Bredabaan te Merksem, te sluiten vanaf 26 november 2024 tot 25 december
- II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 261.641 van 4 december 2024 zijn de vorderingen tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, tot het bevelen van voorlopige maatregelen en tot het opleggen van een dwangsom verworpen. X-18.934-1/3 Het genoemde arrest is op 9 december 2024 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 18 februari 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
- De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
- Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. X-18.934-2/3 BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenendertig maart tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.934-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.826 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.641 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div