← België

Arrest 262839 - Overheidsopdrachten - 01/04/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.839 Rolnummer: A. 242537/XIV-39611 Zaak: Arrest 262839 - Overheidsopdrachten - 01/04/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-04-03 Raadplegingen: 79 - laatst gezien 2026-06-13 05:43 Fiche Arrest nr 262.839 van 1 april 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Opheffing Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 262.839 van 1 april 2025 in de zaak A. 242.537/XIV-39.611 In zake: de BV V. D. W. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Ian Arnouts, Nathanaëlle Kiekens en Elise Myin kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het EIGEN VERMOGEN VAN HET INSTITUUT VOOR LANDBOUW- EN VISSERIJONDERZOEK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom De Sutter kantoor houdend te 9000 Gent Koning Albertlaan 128 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partijen : 1. de BV D.K. 2. de BV V. samen vormend een tijdelijke maatschap bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Alexander Verschave kantoor houdend te 2000 Antwerpen Italiëlei 171/4A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. De vordering, ingesteld op 22 juli 2024, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e gemotiveerde gunningsbeslissing van [het Eigen Vermogen van het Instituut voor XIV-39.611-1/4 Landbouw- en Visserijonderzoek] d.d. 5 juli 2024 […] inzake de overheidsopdracht voor aanneming van werken ‘Realisatie van een nieuwe pluimveestal: ruwbouw afwerking en algemene technieken’ (EV-lLVO/D92/Bouw nieuw Pluimveecomplex /OP/), (

  1. i)in zoverre hierin besloten wordt om voormelde opdracht te gunnen aan [de tussenkomende partijen], en (
  2. ii)aldus minstens impliciet tevens wordt besloten om de opdracht niet te gunnen aan [de verzoekende partij]”. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij arrest nr. 260.494 van 13 augustus 2024 (ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.494) is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging ingewilligd van de beslissing van het Eigen Vermogen van het Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek van 5 juli 2024 waarbij de overheidsopdracht voor werken ‘Realisatie van een nieuwe pluimveestal: ruwbouw afwerking en algemene technieken’ wordt gegund aan [de tussenkomende partijen] en de vordering voor het overige wordt verworpen. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer bij beschikking van 3 februari 2025 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 12 maart 2025. XIV-39.611-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Toepassing van (oud) artikel 17, § 4, derde lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 3. De verzoekende partij heeft na het indienen van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid geen verzoekschrift ingediend om de nietigverklaring van de bestreden beslissing te vorderen. De Raad van State is er in dat geval overeenkomstig artikel 17, § 4, derde lid, van zijn gecoördineerde wetten, in de versie zoals die van toepassing is op het voorliggende geschil, toe gehouden de uitgesproken schorsing op te heffen. BESLISSING 1. De Raad van State heft de bij arrest nr. 260.494 van 13 augustus 2024 bevolen schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid op. 2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van de tussenkomst begroot op 300 euro. XIV-39.611-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op een april tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.611-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.839 Gerelateerde publicatie(
  3. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.494 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.