id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 01 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.855 Rolnummer: A. 242973/VII-42644 Zaak: Arrest 262855 - Milieuheffingen - 01/04/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-04-02 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-06-16 05:29 Fiche Arrest nr 262.855 van 1 april 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuheffingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 262.855 van 1 april 2025 in de zaak A. 242.973/VII-42.644 In zake : de vennootschap naar Turks recht, TURISTIK HAVA TASIMACILIK A.S. H.O.D.N. CORENDON AIRLINES bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Philippe Malherbe kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 65, bus 11 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Benno Simon Friedberg kantoor houdend te 1181 NA Amstelveen De Schulp 9 tegen : het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten François Tulkens en Laure Proost kantoor houdend te 1000 Brussel Keizerslaan 3 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 16 september 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het Milieucollege van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 26 juli 2024 houdende uitspraak over het beroep tegen de alternatieve administratieve geldboete, opgelegd door Leefmilieu Brussel voor inbreuken op het besluit van 27 mei 1999 ‘betreffende de bestrijding van geluidshinder voortgebracht door luchtverkeer’ (inbreuken gepleegd tussen mei en augustus 2022). VII-42.644-1/9 II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. Auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement). De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 maart 2025 . Staatsraad Francis Van Nuffel heeft verslag uitgebracht. Advocaat Benno Simon Friedberg, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Laure Proost, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 24 juni 2022, 6 september 2022, 13 september 2022 en 11 oktober 2022 stellen ambtenaren van Leefmilieu Brussel proces-verbaal op ten VII-42.644-2/9 laste van de verzoekende partij, wegens schending van artikel 20, 4°, van de ordonnantie van 17 juli 1997 ‘betreffende de strijd tegen geluidshinder in een stedelijke omgeving’ en niet-naleving van de grenswaarden voor het geluid van vliegtuigen, vastgelegd bij artikel 2 van het besluit van 27 mei 1999 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering ‘betreffende de bestrijding van geluidshinder voortgebracht door het luchtverkeer’ (hierna: besluit van 27 mei 1999). Er worden 75 inbreuken op het besluit van 27 mei 1999 vastgesteld. De inbreuken worden omstandig omschreven in de meetverslagen die deel uitmaken van de processen-verbaal waarin de gegevens over de meetstations (meetmethode, meetvoorwaarden, kenmerken van meetapparaten) omstandig worden toegelicht. 3.
- De processen-verbaal worden door Leefmilieu Brussel bezorgd aan de verzoekende partij en aan de procureur des Konings met aan deze laatste het verzoek Leefmilieu Brussel te informeren over het gevolg dat aan het dossier zal worden gegeven. De procureur des Konings beslist, respectievelijk op 8 juli 2022, 16 september 2022, 27 september 2022 en 3 november 2022, de vastgestelde inbreuken niet strafrechtelijk te vervolgen en het dossier te bezorgen aan het bestuur dat bevoegd is voor het opleggen van een alternatieve administratieve geldboete. 3.
- Met een aangetekende brief van 21 juni 2023 informeert Leefmilieu Brussel de verzoekende partij over het feit dat de procureur des Konings beslist heeft geen strafvervolging in te stellen en over haar voornemen om een alternatieve administratieve geldboete op te leggen en nodigt zij de verzoekende partij uit om haar verweer schriftelijk of mondeling voor te leggen. VII-42.644-3/9 3.
- De verzoekende partij deelt met een aangetekende brief van 15 augustus 2023 onder andere mee dat haar verweer zich richt op “twee hoofdpunten”, meer bepaald dat de gebruikte geluidsmeetpunten niet voldoen aan de Europese normen, en dat zij in alle gevallen de opgedragen vliegroute en -instructies van Air Traffic Control gevolgd en correct uitgevoerd heeft. De verzoekende partij wordt op 12 september 2023 via videoconferentie gehoord door Leefmilieu Brussel. 3.
- Met een beslissing van 12 februari 2024 legt Leefmilieu Brussel een administratieve geldboete van 83.010 euro op aan de verzoekende partij. 3.
- Met een aangetekend schrijven van 26 april 2024 stelt de verzoekende partij bij het Milieucollege bestuurlijk beroep in tegen deze beslissing. Op 1 juli 2024 vindt een hoorzitting plaats. 3.
- Met een besluit van 26 juli 2024 bevestigt het Milieucollege de beslissing van Leefmilieu Brussel van 12 februari
- Dit is het bestreden besluit. IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partij voert de “schending [aan] van recht en/of verzuim van vormen, waarvan de niet-inachtneming nietigheid met zich meebrengt, omdat de meetpunten die worden gebruikt om het geluid van passerende vliegtuigen, waaronder de vliegtuigen van Corendon Airlines te meten, niet in overeenstemming zijn met de manier waarop geluid wordt gemeten”. VII-42.644-4/9 In de toelichting van het middel verwijst de verzoekende partij naar de door haar bijgevoegde milieueffectenstudie van studiebureau Envisa waaruit zij opmaakt dat het “[v]aststaat dat ten aanzien van de meting van overtreding van de geluidsnormen de daaruit voortvloeiende - en door het Milieucollege […] bevestigde boetes - niet gebaseerd zijn op internationaal overeengekomen geluidcertificering” en besluit zij dat de “meetpunten […] geen deugdelijke juridische basis [kunnen] vormen voor het opleggen van sancties aan Corendon Airlines als gevolg van het overtreden van de geluidsnormen”. Beoordeling
- Artikel 2, § 1, 3°, van algemeen procedurereglement vereist dat het verzoekschrift tot nietigverklaring “een uiteenzetting van de feiten en de middelen” bevat. Onder middel in de zin van voormelde bepaling wordt verstaan: een voldoende duidelijke omschrijving van de rechtsregel of het rechtsbeginsel waarvan de schending wordt ingeroepen, alsook van de wijze waarop die rechtsregel of dat rechtsbeginsel door de bestreden beslissing wordt geschonden. De uiteenzetting van een middel is een essentieel onderdeel van de inleidende akte omdat ze de verwerende partij moet toelaten zich te verdedigen tegen de grieven die ten aanzien van haar bestreden beslissing worden aangevoerd en ze tevens de Raad van State in staat moet stellen de gegrondheid van die grieven te beoordelen. Opdat een door haar aangevoerd middel ontvankelijk zou zijn, dient een verzoekende partij niet alleen duidelijk te maken welke rechtsregel of welk rechtsbeginsel zij geschonden acht, maar ook op welke wijze, naar haar oordeel, die rechtsregel of dat rechtsbeginsel door de bestreden beslissing wordt miskend. VII-42.644-5/9
- Een uiteenzetting die op basis van enkele verwijzingen naar een bijgebrachte milieueffectenstudie van studiebureau Envisa niet verder komt dan de algemene stelling dat de boetes van het Milieucollege op grond van de metingen van overtredingen van de geluidsnormen niet gebaseerd zijn op internationaal overeengekomen geluidcertificering en dat de meetpunten geen deugdelijke juridische basis kunnen vormen voor het opleggen van sancties aan de verzoekende partij als gevolg van het overtreden van de geluidsnormen, kan niet worden beschouwd als een middel in de zin van artikel 2, § 1, 3°, van het algemeen procedurereglement. De verzoekende partij komt in het middel niet tot het formuleren van een concrete schending van een rechtsregel of rechtsbeginsel die zij aan de bestreden beslissing moet toeschrijven.
- Het eerste middel is niet ontvankelijk. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partij voert de “[s]chending [aan] van recht en/of verzuim van vormen, waarvan de niet-inachtneming nietigheid met zich meebrengt, omdat Corendon Airlines niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor overschrijding van de geluidsnormen en de daarop gebaseerde boetes, temeer nu de aan Corendon Airlines opgelegde boetes in strijd zijn met de Europese Regelgeving”. Zij licht toe dat de Brusselse regelgeving indruist tegen “hogere normen” en strijdt “met de Europese Richtlijnen over luchtverkeer (onder meer Richtlijn 2002/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 maart 2002 betreffende de vaststelling van regels en procedures met betrekking tot de VII-42.644-6/9 invoering van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Gemeenschap en voor zover als nodig Verordening (EU) Nr. 598/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de vaststelling van regels en procedures voor de invoering van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Unie binnen het kader van een evenwichtige aanpak, en tot intrekking van Richtlijn 2002/30 EG) en met de Grondwet, daar het indruist op de federale en Vlaamse bevoegdheden”. De regelgeving druist eveneens in tegen de “algemene beginsels van het strafrecht zoals verwoord in de Grondwet onder meer artikel 14 en het EVRM-verdrag, onder meer artikel 7”. Zij stelt dat de vraag rijst “wat het karakter van de aan Corendon Airlines opgelegde boetes is” en steunt op de door haar aangehaalde milieueffectenstudie van studiebureau Envisa om te besluiten dat er “sprake [is] van een feitelijk lawaaigerelateerde operationele beperking, waarbij Corendon Airlines slechts de keuze heeft tussen het accepteren van boetes, omdat deze onmogelijk zijn te voorkomen, of haar dienstverlening vanaf de luchthaven Brussel staken. Een dergelijke beperking is strijdig met de Europese Regelgeving”. Zij ziet in hoofdstuk 2 van het Envisa-rapport de bevestiging van het standpunt dat zij steeds heeft ingenomen, te weten dat zij alle inspanningen ten spijt toch boetes wegens overschrijding van de geluidsnormen krijgt opgelegd, en begrijpt nu ook waarom: het ondoorzichtige, arbitraire, ongecoördineerde, versnipperde en partijdige karakter van de regelgeving. Zij steunt verder nog op deze studie om te besluiten dat “[d]e regelgeving [niet] kan en mag […] de juridische basis vormen om aan Corendon Airlines boetes op te leggen” en “dat het gehele boeteregime ten aanzien van de overtreding van de geluidsnormen geen sanctie behelzen, maar moeten worden gekwalificeerd als een feitelijk lawaaigerelateerde operationele beperking, waarmee de aan Corendon Airlines opgelegde boetes strijdig zijn met de Europese regelgeving”. Beoordeling
- Het tweede middel dat eveneens steunt op een studie van Envisa voor de stelling dat de aan de verzoekende partij door het Milieucollege opgelegde VII-42.644-7/9 administratieve geldboete “een feitelijk lawaaigerelateerde operationele beperking” is die strijdig is met Europese regelgeving, kan evenmin worden beschouwd als een middel in de zin van artikel 2, § 1, 3°, van het algemeen procedurereglement. In de mate dat verzoekende partij in haar uiteenzetting van het middel toelicht dat de Brusselse regelgeving strijdt met “onder meer Richtlijn 2002/30/EG” en “voor zover als nodig Verordening (EU) Nr. 598/2014”, duidt zij geen specifieke bepaling aan die zij door de bestreden beslissing geschonden acht. Hetzelfde geldt voor haar stelling dat de Brusselse regelgeving strijdt “met de Grondwet, daar het indruist op de federale en Vlaamse bevoegdheden”. Zij verduidelijkt evenmin op welke wijze de bevoegdheidsverdelende regelen volgens haar worden geschonden. Ook de aangevoerde schending van artikel 14 van de Grondwet en artikel 7 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, die beide het legaliteitsbeginsel in strafzaken waarborgen, wordt niet nader toegelicht. De vaststelling van de verzoekende partij dat zij in het Envisa-rapport de bevestiging ziet van het standpunt dat zij steeds heeft ingenomen, te weten dat zij alle inspanningen ten spijt toch boetes wegens overschrijding van de geluidsnormen krijgt opgelegd, en dat dit te wijten is aan het “ondoorzichtige, arbitraire, ongecoördineerde, versnipperde en partijdige karakter van de regelgeving” en dat die regelgeving “niet de juridische basis [kan en mag] vormen om aan Corendon Airlines boetes op te leggen”, voldoet daartoe niet. De verzoekende partij komt in het middel niet tot het formuleren van een concrete schending van een rechtsregel of rechtsbeginsel die zij aan de bestreden beslissing moet toeschrijven.
- Het tweede middel is niet ontvankelijk. VII-42.644-8/9 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op een april tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Francis Van Nuffel VII-42.644-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.855 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div