← België

Arrest 262883 - Natuurbehoud - Vergunningen - 03/04/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.883 Rolnummer: A. 240325/VII-42240 Zaak: Arrest 262883 - Natuurbehoud - Vergunningen - 03/04/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-04-04 Raadplegingen: 91 - laatst gezien 2026-06-16 05:21 Fiche Arrest nr 262.883 van 3 april 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Natuurbehoud - Vergunningen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.883 no lien 282668 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VIIe KAMER nr. 262.883 van 3 april 2025 in de zaak A. 240.325/VII-42.240 In zake : E.M. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jo Blockeel kantoor houdend te 9300 Aalst Leo de Béthunelaan 46 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Brusselmans kantoor houdend te 2000 Antwerpen Scheldestraat 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 22 oktober 2023, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 15 november 2022 “tot goedkeuring van het natuurbeheerplan type 4 en erkenning als natuurreservaat van ‘Rijvissche’ te Gent, met registratienummer NBP-OV-18-0009”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Benny De Sutter heeft op 20 juni 2024 een verslag opgesteld. VII-42.240-1/7 De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. Verzoeker heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 13 maart
  3. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thibo Houf, die loco advocaat Jo Blockeel verschijnt voor verzoeker en advocaat Wannes Op de Becq, die loco advocaat Stijn Brusselmans verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker is mede-eigenaar van een aantal percelen grond gelegen in de nabijheid van de Grotesteenweg-Noord te Zwijnaarde, waaronder de percelen kadastraal gekend Gent, afdeling 24, sectie A, nrs. 126B, 127B, 128D, 130B en 131A. 3.
  6. Op 11 januari 2021 dient een milieuvereniging een aanvraag in voor de erkenning van een gebied, waartoe de percelen van verzoeker behoren, als natuurreservaat “Rijvissche” en tot goedkeuring van het bijhorende natuurbeheerplan. VII-42.240-2/7 3.
  7. Het ontwerp-natuurbeheerplan wordt van 11 mei 2022 tot 9 juni 2022 onderworpen aan een consultatie- en adviesronde. Er worden geen opmerkingen geformuleerd. 3.
  8. Met het thans bestreden besluit van 15 november 2022 keurt de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme het natuurbeheerplan “Rijvissche” goed voor een oppervlakte van 22,25 ha, zoals aangeduid op de bijgevoegde kaart, en erkent zij het gebied als natuurreservaat. IV. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen
  9. Als eerste middel wordt in het verzoekschrift de schending aangevoerd van de artikelen 16bis, § 2, derde lid, en 16quater decies, § 1, 1°, van het decreet van 21 oktober 1997 ‘betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu’ (hierna: natuurbehouddecreet), van de materiëlemotiveringsplicht en van het zorgvuldigheidsbeginsel. Verzoeker vat het middel als volgt samen: “Overeenkomstig artikel 16, § 2, derde lid, Decreet Natuurbehoud kan een natuurbeheerplan opgemaakt worden ‘door de beheerder of een groep van beheerders, met de instemming van de eigenaars.’ […] Overeenkomstig artikel 16quater decies § 1, 1° Decreet Natuurbehoud heeft de procedure voor de erkenning van een natuurreservaat de volgende kenmerken: ‘1° een aanvraag voor de erkenning als natuurreservaat wordt ingediend door de beheerder van het terrein, met instemming van de eigenaar;’ […]. Artikel 2, § 3 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 betreffende de natuurbeheerplannen en de erkenning van natuurreservaten schrijft voor dat de aanvraag het ondertekend akkoord van de eigenaar, de mede-eigenaars of de houders van andere zakelijke rechten op het terrein dient te bevatten. Er ligt een schending voor van voormelde artikelen nu in de aanvraag, ingediend door […], geen ondertekend akkoord gevoegd werd van de mede-eigenaars, waaronder Verzoekende Partij. Noch Verzoekende Partij, noch zijn kinderen (waarvan één meerderjarig, en één minderjarig) werden gevraagd om de aanvraag mee te ondertekenen terwijl dit verplicht werd gesteld in artikel 2, § 3 van het Besluit van de VII-42.240-3/7 Vlaamse Regering van 14 juli 2017 betreffende de natuurbeheerplannen en de erkenning van natuurreservaten Verzoekende Partij werd niet in het minst geraadpleegd of op enige manier geïnformeerd, laat staan dat hij (en/of zijn kinderen) zouden hebben ingestemd met de aanvraag, terwijl dit verplicht is cfr. artikel 16, § 2, derde lid, Decreet Natuurbehoud en artikel 16quater decies § 1, 1° Decreet Natuurbehoud. Verwerende Partij heeft hierdoor tevens gehandeld in strijd met de verplichting tot zorgvuldige feitenvinding en de materiële motiveringsplicht. Een en ander geldt des te meer nu eenvoudigweg uit de stukken van het dossier bleek dat Verzoekende Partij mede-eigenaar was en niet had ingestemd, noch een akkoord had ondertekend, terwijl Verwerende Partij foutief toch tot goedkeuring van het natuurbeheerplan en de erkenning als natuurreservaat is overgegaan.”
  10. De verwerende partij antwoordt dat verzoeker zich op geen enkel moment heeft verzet tegen de opname van de betrokken percelen in het natuurreservaat. Meer bepaald merkt zij op dat tijdens de publieke consultatie geen opmerkingen werden geformuleerd op het ontwerp-natuurbeheerplan waarin de ter erkenning voorgedragen percelen - inbegrepen de percelen waarvan verzoeker (mede-)eigenaar is - waren opgenomen. Het feit dat de betrokken percelen werden opgenomen in het natuurreservaat is dus niet te wijten aan een gebrekkig of onzorgvuldig onderzoek, maar wel aan een gebrek aan waakzaamheid door verzoeker. Doordat er tijdens de erkenningsprocedure geen opmerkingen of bezwaren werden geformuleerd en verzoeker zich op geen enkel ogenblik heeft verzet, kon zij er redelijkerwijze van uitgaan dat verzoeker, als mede-eigenaar, instemde met het natuurbeheerplan en de opname van de betrokken percelen in het natuurreservaat.
  11. Verzoeker wederantwoordt dat artikel 2, § 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2017 ‘betreffende de natuurbeheerplannen en de erkenning van natuurreservaten’ (hierna: het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2017) duidelijk vereist dat de instemming expliciet, meer bepaald door middel van ondertekening, wordt gegeven. Aangezien hij niet op de hoogte was van de intentie om zijn percelen op te nemen in het natuurreservaat, kon hij zich hiertegen niet verzetten. Het is onder meer om dergelijke situaties te vermijden dat de regelgeving erin voorziet dat de (mede-)eigenaars moeten instemmen vooraleer de aanvraag wordt ingediend. De milieuvereniging in kwestie heeft dit trouwens ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.883 VII-42.240-4/7 ingezien en heeft bevestigd dat de betrokken percelen per vergissing in de aanvraag werden opgenomen. Beoordeling
  12. Artikel 16bis, § 2, derde lid, van het natuurbehouddecreet bepaalt dat een natuurbeheerplan kan worden opgemaakt door de beheerder of een groep van beheerders “met de instemming van de eigenaars”. In dezelfde zin bepaalt artikel 16quater decies, § 1, 1°, van het natuurbehouddecreet dat de aanvraag voor de erkenning als natuurreservaat wordt ingediend door de beheerder van het terrein “met instemming van de eigenaar”. Artikel 2, § 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juli 2017, dat genomen werd ter uitvoering van het natuurbehouddecreet, schrijft voor dat in de aanvraag tot goedkeuring van een natuurbeheerplan “het ondertekend akkoord van de eigenaar, de mede-eigenaars of de houders van andere zakelijke rechten op het terrein of de terreinen in kwestie vermeld” wordt.
  13. Uit voormelde bepalingen volgt dat mede-eigenaars uitdrukkelijk moeten instemmen met de opname van hun percelen in een erkend natuurreservaat en met de opmaak van een natuurbeheerplan. Het wordt niet betwist dat verzoeker mede-eigenaar is van de percelen, kadastraal gekend Gent, afdeling 24, sectie A, nrs. 126B, 127B, 128D, 130B en 131A, die onderdeel zijn van het met de bestreden beslissing goedgekeurde natuurbeheerplan en erkenning als natuurreservaat. Evenmin wordt betwist dat op het ogenblik dat die beslissing genomen werd geen uitdrukkelijke instemming van verzoeker voorlag. Uit de vaststelling dat verzoeker tijdens de consultatieronde geen opmerkingen heeft geformuleerd bij het ontwerp-natuurbeheerplan of er zich er niet tegen heeft verzet, kan geen (stilzwijgende) instemming worden afgeleid. De artikelen 16bis, § 2, derde lid, en 16quater decies, § 1, 1°, van het natuurbehouddecreet vereisen immers een eenzijdige wilsuiting van de betrokken (mede-)eigenaar die overeenkomstig artikel 2, § 3, van het besluit van de Vlaamse ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.883 VII-42.240-5/7 regering van 14 juli 2017 de vorm moet aannemen van een “ondertekend akkoord”.
  14. Het eerste middel is gegrond. V. Omvang van de vernietiging Standpunt van de partijen
  15. De verwerende partij meent dat verzoeker slechts belang heeft bij de vernietiging van de bestreden beslissing in zoverre deze betrekking heeft op de percelen waarvan hij mede-eigenaar is en die in het natuurreservaat opgenomen worden. De gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing zou dan ook beperkt moeten blijven tot die percelen.
  16. Verzoeker stelt zich op dit punt te gedragen naar de wijsheid van de Raad van State. Beoordeling
  17. Verzoeker steunt zijn belang op het feit dat hij mede-eigenaar is van de percelen kadastraal gekend Gent, afdeling 24, sectie A, nrs. 126B, 127B, 128D, 130B en 131A die onderdeel zijn van het erkende natuurreservaat en goedgekeurde natuurbeheerplan. Het blijkt niet dat deze percelen onmogelijk afgesplitst kunnen worden van de overige percelen van het erkende natuurreservaat en het bijhorende natuurbeheerplan en dat de verwerende partij zonder die percelen de bestreden beslissing niet zou hebben genomen.
  18. Uit het voorgaande volgt dat aan verzoeker volledige genoegdoening wordt gegeven door een vernietiging die beperkt is tot de percelen kadastraal gekend Gent, afdeling 24, sectie A, nrs. 126B, 127B, 128D, 130B en 131A. VII-42.240-6/7 BESLISSING
  19. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme van 15 november 2022 “tot goedkeuring van het natuurbeheerplan type 4 en erkenning als natuurreservaat van ‘Rijvissche’ te Gent, met registratienummer NBP-OV-18-0009” in de mate het betrekking heeft op de percelen kadastraal gekend Gent, afdeling 24, sectie A, nrs. 126B, 127B, 128D, 130B en 131A. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
  20. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
  21. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoeker. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drie april tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Carlo Adams, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Francis Van Nuffel, staatsraad, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Carlo Adams VII-42.240-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.883 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.