← België

Arrest 263067 - Sluitingen van vestigingen - 24/04/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.067 Rolnummer: A. 244659/X-19038 Zaak: Arrest 263067 - Sluitingen van vestigingen - 24/04/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-04-25 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-16 05:26 Fiche Arrest nr 263.067 van 24 april 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 263.067 van 24 april 2025 in de zaak A. 244.659/X-19.038 In zake: de BV R. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Henriksen en Stijn Brusselmans kantoor houdend te 2000 Antwerpen Scheldestraat 9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Beelen kantoor houdende te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 16 april 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Antwerpen d.d. 28 maart 2025 waarmee aan de verzoekende partij een gemeentelijk administratieve sanctie werd opgelegd, inhoudende de sluiting van de inrichting [R.], gelegen […] te 2000 Antwerpen voor een periode van vrijdag 25 april 2025 van 00.00 uur tot en met donderdag 8 mei 2025 tot 24.00 uur”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 17 april 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. X-19.038-1/16 De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 april 2025, om 16.00 uur. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wannes Op De Becq, die loco advocaten Peter Henriksen en Stijn Brusselmans verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Hans-Kristof Cârème, die loco advocaat Thomas Beelen verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De verzoekende partij baat een horecazaak uit te Antwerpen. Op 31 maart 2022 wordt aan de verzoekende partij, toen nog gekend onder een andere benaming, een terrastoelating uitgereikt voor haar horecazaak. Een toelating wordt verleend voor het plaatsen van een open eilandterras op het plein ter hoogte van haar horecazaak. X-19.038-2/16 Overeenkomstig artikel 5, § 1, van het ‘stedelijk politiereglement voor de ingebruikname van de openbare weg door middel van een horecaterras ten behoeve van een horecazaak’ (hierna: terrassenreglement) bepaalt de terrastoelating de omvang en de bijzondere voorwaarden voor de uitbating van het terras. Overeenkomstig artikel 5, § 3, van het terrassenreglement mag er niets geplaatst of opgesteld worden buiten de toegelaten terraszone. 3.
  5. Op 23 april 2024 stelt een gemeentelijk ambtenaar vast dat het terras van de betrokken horecazaak “zowel in de lengte als in de diepte circa het dubbel van wat toegelaten is” omvat. Op 3 mei 2024 wordt betreffende deze inbreuk aan de verzoekende partij een aangetekende waarschuwingsbrief verzonden waarbij haar een boetevoorstel van 400 euro wordt meegedeeld, alsook dat zij een schriftelijk verweer kan indienen of om een mondelinge verdediging van haar zaak kan verzoeken en waarbij zij wordt aangemaand zich in regel te stellen, met de waarschuwing dat het college bij een nieuwe vaststelling van een inbreuk de zaak tijdelijk of definitief kan sluiten en/of de toelating kan schorsen of intrekken. De sanctionerend ambtenaar beslist op 28 mei 2024 om haar voor deze inbreuk een administratieve geldboete van 400 euro op te leggen. 3.
  6. Op 11 september 2024 stelt een gemeentelijk ambtenaar opnieuw vast dat het terras van de horecazaak over een grotere oppervlakte is opgesteld dan toegelaten. Op 2 oktober 2024 wordt betreffende deze inbreuk aan de verzoekende partij een aangetekende waarschuwingsbrief verzonden waarbij haar een boetevoorstel van 500 euro wordt meegedeeld, alsook dat zij een schriftelijk X-19.038-3/16 verweer kan indienen of om een mondelinge verdediging van haar zaak kan verzoeken en waarbij zij wordt aangemaand zich in regel te stellen, met de waarschuwing dat het college bij een nieuwe vaststelling van een inbreuk de zaak tijdelijk of definitief kan sluiten en/of de toelating kan schorsen of intrekken. De sanctionerend ambtenaar beslist op 25 oktober 2024 om haar voor deze inbreuk een administratieve geldboete van 500 euro op te leggen. 3.
  7. Op 18 oktober 2024 stelt een gemeentelijk ambtenaar opnieuw vast dat het terras van de horecazaak over een grotere oppervlakte is opgesteld dan toegelaten. Met een brief ‘Uitnodiging schriftelijk verweer’ van 31 oktober 2024 wordt aan de verzoekende partij meegedeeld dat het college van burgemeester en schepenen de zaak tijdelijk of definitief kan sluiten en/of de toelating kan schorsen of intrekken, dat zij “hiervoor reeds gewaarschuwd [werd] en […] verzocht om [zich] in regel te stellen” en dat zij haar “schriftelijk verweer en alle bewijzen uiterlijk op 13 november 2024 [dient] over te maken”. Naar eigen zeggen “maakte [de verzoekende partij] geen schriftelijk verweer over nu zij het schrijven van 31 oktober 2024 nooit ontving”. Met een besluit van 22 november 2024 legt het college van burgemeester en schepenen aan de verzoekende partij, gelet op de herhaalde inbreuken, de gemeentelijke administratieve sanctie van een sluiting op, voor een periode van één week, lopende van maandag 16 december 2024 van 00.00 uur tot zondag 22 december 2024 tot 24.00 uur. De tegen dit besluit ingestelde vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen bij ’s Raads arrest nr. 261.856 van X-19.038-4/16 20 december 2024, om reden dat niet was voldaan aan de voorwaarde inzake de uiterst dringende noodzakelijkheid. 3.
  8. Op 7 december 2024 stelt een gemeentelijk ambtenaar vast dat het terras van de horeca-inrichting is omgevormd tot een ‘winterproof’ terras waarbij zijflappen werden bevestigd aan de parasols. Op 13 januari 2025 wordt betreffende deze inbreuk aan de verzoekende partij een aangetekende waarschuwingsbrief verzonden waarbij haar een boetevoorstel van 350 euro wordt meegedeeld, alsook dat zij een schriftelijk verweer kan indienen of om een mondelinge verdediging van haar zaak kan verzoeken binnen de 15 dagen na de kennisgeving van deze brief en waarbij zij wordt aangemaand zich in regel te stellen, met de waarschuwing dat het college bij een nieuwe vaststelling van een inbreuk de zaak tijdelijk of definitief kan sluiten en/of de toelating kan schorsen of intrekken. De sanctionerend ambtenaar beslist op 3 februari 2025 om haar voor deze inbreuk een administratieve geldboete van 350 euro op te leggen. 3.
  9. Op 7 februari 2025 stelt een gemeentelijk ambtenaar opnieuw vast dat het eilandterras van de horeca-inrichting een heel stuk voorbij de vergunde oppervlakte staat opgesteld en dat er zijflappen werden bevestigd aan de parasols van het eilandterras. Met een brief ‘Schriftelijk verweer’ van 11 februari 2025 wordt aan de verzoekende partij meegedeeld dat opnieuw “een inbreuk [werd] vast[gesteld] op de artikels 5 §1, §2, §3, §4 en 11 §1, §2 van het Algemeen reglement privatieve inname openbaar domein door middel van een horecaterras ten behoeve van een horecazaak (Terrassenreglement)”, dat zij “reeds een waarschuwing [kreeg] om [haar] terras in orde te brengen met het overtreden reglement”, dat “[h]et college van burgemeester en schepenen [haar] zaak tijdelijk X-19.038-5/16 of definitief [kan] sluiten en/of uw toelating schorsen of intrekken (artikel 45 van de GAS-wet van 24 juni 2013)” en dat zij “nog de mogelijkheid [heeft] om schriftelijk gehoord te worden [en dit] schriftelijk verweer in te dienen vóór 22/02/2025”. Dit schrijven bevat als bijlage het proces-verbaal van de vaststellingen van 7 februari
  10. De verzoekende partij dient geen verweer in. 3.
  11. Op 28 maart 2025 legt de verwerende partij aan de verzoekende partij een gemeentelijk administratieve sanctie op, inhoudende de sluiting van haar horeca-inrichting voor een periode van vrijdag 25 april 2025 van 00.00 uur tot en met donderdag 8 mei 2025 tot 24.00 uur. Dit is het thans bestreden besluit. De motivering luidt: “Aanleiding en context: […] Op verschillende momenten werden inbreuken vastgesteld op het Terrassenreglement en de voorwaarden opgenomen in de verstrekte toelatingen. De betrokkene stelt haar terras systematisch te ruim op, daarnaast vormt de betrokkene haar eilandterras om tot een winterproof terras in strijd met het Terrassenreglement. Overeenkomstig artikel 5 §1 van het Terrassenreglement bepaalt de terrastoelating de omvang en de bijzondere voorwaarden voor de uitbating van het terras. De voorwaarden uit de terrastoelating moeten worden nageleefd. Overeenkomstig artikel 5 §3 van het Terrassenreglement mag er niets geplaatst of opgesteld worden buiten de toegelaten terraszone. Overeenkomstig artikel 11, §1 van bet Terrassenreglement kunnen gevelterrassen die over een terrastoelating beschikken, in afwijking op de algemene regels van dit reglement, jaarlijks uitzonderlijk omgevormd worden tot winterproofterrassen. […] Voorgaanden […] Procedure X-19.038-6/16 In het kader van de beginselen van behoorlijk bestuur werd de betrokkene de gelegenheid gegeven om te reageren en voor haar belangen op te komen. De BV [R.] werd op 11 februari 2025 per aangetekende brief in kennis gesteld van de administratieve sanctieprocedure en er werd een kopie overgemaakt van het proces-verbaal 320742 van 7 februari 2025, samen met een uittreksel van de overtreden reglementering. In dit schrijven werd de betrokkene uitgenodigd om schriftelijk verweer in te dienen vóór 22 februari
  12. De betrokkene kon zich hiervoor laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman. Er werd geen schriftelijk verweer ingediend. Juridische grond […] Argumentatie Concrete gegevens van de overtredingen van het Terrassenreglement De BV [R.] beschikt over een terrastoelating voor het plaatsen van een eilandterras […] te 2000 Antwerpen:  Toelating […] van 31 maart 2022: open eilandterras op een plein ter hoogte van de horecazaak gelegen [te] Antwerpen: Dit terras heeft een lengte van 10,50 meter en een diepte van 9,15 meter (links) oplopend naar 9,25 meter (rechts). Wat betreft het te ruim opgestelde eilandterras werd reeds op 23 april 2024 door een gemeentelijk ambtenaar in het proces verbaal met nummer 243154 de volgende overtredingen vastgesteld:  Het eilandterras stond in de lengte geplaatst aan de ene kant tot een stuk voorbij de poort van de [naburige panden] 13-
  13. Aan de andere kant, richting […], liep het terras door tot voor de gevel van huisnummer
  14. Volgens de toelating mag enkel de zone voor het huisnummer [...] 17 worden ingenomen.  Het eilandterras stond opgesteld over de volledige diepte van het plein, terwijl de toelating enkel voorziet in een diepte tot aan het midden van het plein. Deze overtreding werden telkens opnieuw vastgesteld in de processen-verbaal van 16 september 2024 en 18 oktober
  15. Naar aanleiding van de vaststelling van 18 oktober 2024 (proces-verbaal 292499 van 18 oktober 2024) werd vervolgens een sluiting van de inrichting opgelegd van maandag 16 december 2024 van 00.00 uur tot en met zondag 22 december 2024 tot 24.00 uur. Zelfs na de opleg van de sluiting wordt vastgesteld dat de [voormelde] inbreuken nog steeds niet werden geregulariseerd: […] Volledigheidshalve wordt in deze context ook vermeld dat betrokkene op 21 januari 2025 een aanvraag indiende voor een ruimer eilandterras. De betrokkene verzoekt, met toestemming van de eigenaar van het naburige pand […], om een uitbreiding van zijn eilandterras. Het gedeelte van het plein vóór de gevel van [dit pand] zou dan worden toegevoegd aan de bestaande aan de betrokkene toegekende terrasoppervlakte. Deze aanvraag is nog in afwachting van een beslissing. X-19.038-7/16 In verband met deze aanvraag dient er vooreerst op gewezen te worden dat, zolang geen nieuwe toelating is uitgereikt, de actuele toelating met de daarin opgenomen bepalingen van kracht blijft en nageleefd moet worden. Daarnaast dient ook te worden vastgesteld dat de huidige inname sowieso de aangevraagde terrasoppervlakte overschrijdt. Zo stelt de betrokkene alleen al ter hoogte van haar eigen gevel een eilandterras op dat bijna een verdubbeling inhoudt van haar toegelaten zone. Naast de overschrijding van de toegekende terrasoppervlakte pleegde de betrokkene een bijkomende inbreuk op het Terrassenreglement. De betrokkene vormde zijn eilandterras om tot een winterproofterras en bevestigde hierbij zijflappen aan de parasols. Op 4 oktober 2024 werd hierover reeds een medewerker van de betrokkene gesensibiliseerd, zoals blijkt uit het proces-verbaal van 11 december 2024 met nummer
  16. Op 12 oktober 2024 en op 7 december 2024 (proces-verbaal 306913) werd vervolgens opnieuw diezelfde inbreuk vastgesteld. Op 3 februari 2025 kreeg de betrokkene via een aangetekend schrijven voor deze inbreuk een definitieve administratieve geldboete opgelegd. Desondanks werd op 7 februari (proces-verbaal met nummer 320742) opnieuw vastgesteld via camerabeelden dat zowel op zaterdag 1 februari 2025 als op zondag 2 februari 2025 het eilandterras van de betrokkene was omgevormd tot een winterproofterras waarbij zijflappen waren bevestigd aan de parasols van het eilandterras. Uit al het bovenstaande blijkt ontegensprekelijk dat de betrokkene de vigerende reglementering op voortdurende wijze schendt bij het uitbaten van haar horecazaak, gelegen […] te 2000 Antwerpen. De vaststellingen worden niet betwist; de betrokkene heeft net zomin als in de vorige sluitingsprocedure, verweer ingediend. De overtredingen op het Terrassenreglement zijn derhalve voldoende bewezen. Verantwoording van de opgelegde sanctie Het komt aan het college van burgemeester en schepen toe uit te maken welke sanctie het meest gepast is om de herhaalde inbreuken op het Terrassenreglement te sanctioneren en te voorkomen dat bepalingen opgenomen in het Terrassenreglement in de toekomst nog worden overtreden. Gelet op de herhaalde vaststellingen dat het Terrassenreglement niet wordt nageleefd, en een vorige sluiting van de inrichting gedurende één week geen gedragswijziging tot stand heeft kunnen brengen, is het gepast om de inrichting te sluiten gedurende een periode van twee weken. De tijdelijke sluiting betreft een sanctie voor de inbreuken die zijn vastgesteld op 7 februari
  17. Aan de betrokkene dient een duidelijk signaal te worden gegeven dat de voorwaarden opgenomen in het Terrassenreglement dienen nageleefd te worden, meer bepaald dat de voorwaarden en afmetingen opgenomen in de uitgereikte terrastoelating gerespecteerd moeten worden en dat eilandterrassen niet winterproof mogen worden gemaakt. Een tijdelijke X-19.038-8/16 sluiting van de inrichting van twee weken staat in verhouding tot de gestelde inbreuken, en wel om volgende redenen:  het is duidelijk dat de betrokkene zich niet schikt naar de betreffende voorschriften uit het Terrassenreglement en de aan haar uitgereikte terrastoelating, en zij dus steeds en consequent een veel te ruim terras opstelt. Daarnaast vormt de betrokkene haar eilandterras om naar een winterproofterras en bevestigt zij zijflappen aan de parasols;  de betrokkene werd meermaals gewaarschuwd, zowel via processen-verbaal als via formele waarschuwingen;  de administratieve geldboetes en de vorige opgelegde sluiting die aan de betrokkene werden opgelegd, hebben niet het gewenste resultaat teweeg gebracht aangezien zij niet hebben geleid tot een gedragsverandering;  de betrokkene heeft intussen reeds zeer veel tijd gehad om haar situatie te regulariseren en de inbreuken te herstellen. Omwille van een materiële vergissing bij de betekening van het besluit 2025 CBS 01737 (jaarnummer 161) is een rechtzetting vereist. Gelet op het voorgaande wordt de inrichting van de betrokkene […] gesloten van vrijdag 25 april 2025 om 00.00 uur tot en met donderdag 8 mei 2025 om 24.00 uur. De sluiting van de inrichting van de betrokkene impliceert een volledig uitbatingsverbod. Indien de politiediensten vaststellen dat de inrichting van de betrokkene in gebruik is tijdens de periode van sluiting, kan de politie overgaan tot onmiddellijke ontruiming en verzegeling van de inrichting.” IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  18. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. Overeenkomstig paragraaf 5 van datzelfde artikel wordt de zaak behandeld bij uiterst dringende noodzakelijkheid en derhalve binnen een termijn van vijftien dagen of minder, wanneer zulks in het opschrift wordt vermeld. X-19.038-9/16 V. Ernst van de middelen A. Eerste middel Samenvatting van het middel
  19. In een eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 45 van de wet van 24 juni 2013 ‘betreffende de gemeentelijke administratieve sancties’ (hierna: de wet van 24 juni 2013) en de hoorplicht. 6.
  20. In het eerste middelonderdeel houdt de verzoekende partij voor dat een tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van een inrichting door het college van burgemeester en schepenen slechts kan worden opgelegd nadat de overtreder een voorafgaande verwittiging heeft gekregen. Ten aanzien van de feiten die werden vastgesteld op 7 februari 2025 werd evenwel geen afzonderlijke verwittiging of waarschuwingsbrief verstuurd naar de verzoekende partij. 6.
  21. In het tweede middelonderdeel voert de verzoekende partij een schending van de hoorplicht aan. Uiteengezet wordt dat het schrijven van 11 februari 2025 weliswaar meedeelt dat het college van burgemeester en schepenen de zaak tijdelijk of definitief kan sluiten en/of de toelating kan schorsen of intrekken, maar dat daaruit niet kon worden afgeleid welke sanctie of maatregel de verwerende partij voornemens was om op te leggen en op grond van welke concrete motivering. X-19.038-10/16 Een correcte naleving van de hoorplicht impliceert volgens de verzoekende partij dat de betrokkene vooraf kan weten welke maatregel tegen hem wordt overwogen en welke feiten en grieven tegen hem worden ingebracht. Beoordeling
  22. Artikel 45 van de wet van 24 juni 2013 bepaalt dat onder meer de sanctie van de sluiting enkel kan worden opgelegd “nadat de overtreder een voorafgaande verwittiging heeft gekregen”. De verzoekende partij betwist niet dat zij in het verleden reeds meerdere sancties en waarschuwingen heeft ontvangen voor de overtredingen van het toepasselijke terrasreglement. Zij betwist evenmin dat haar op 11 februari 2025 werd meegedeeld dat opnieuw “een inbreuk [werd] vast[gesteld]” en dat het proces-verbaal van 7 februari 2025 met de vastgestelde inbreuken haar werd overgemaakt. Zij argumenteert evenwel dat, specifiek voor wat betreft de vaststellingen die bij proces-verbaal van 7 februari 2025 zijn verricht, er voorafgaandelijk aan het schrijven van 11 februari 2025 geen specifieke op dit proces-verbaal gesteunde waarschuwing werd verstuurd. Zij overtuigt er prima facie niet van dat, wanneer stelselmatig dezelfde inbreuken worden begaan, abstractie zou moeten worden gemaakt van de eerder reeds verstuurde waarschuwingen en opgelegde sancties en dat voor elke bijkomende vaststelling toch nog steeds een afzonderlijke verwittiging zou moeten worden verstuurd, vooraleer de sanctie van de sluiting mag worden toegepast. Het eerste middelonderdeel is dan ook niet ernstig. X-19.038-11/16
  23. Verzoekende partij betwist niet dat zij werd uitgenodigd om haar verweer over te maken. Evenmin betwist is dat de verzoekende partij geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om verweer te voeren. Voorts staat vast dat de verzoekende partij ervan werd verwittigd dat de sanctie betrekking kon hebben op een tijdelijke of een definitieve sluiting. In die omstandigheden lijkt niet te kunnen worden ingezien dat de verwerende partij de hoorplicht zou hebben miskend.
  24. Het tweede middelonderdeel is niet ernstig. B. Tweede middel Samenvatting van het middel
  25. In het tweede middel voert de verzoekende partij de schending aan van het zorgvuldigheids-, motiverings-, redelijkheids- en evenredigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 11.
  26. In het eerste middelonderdeel houdt de verzoekende partij voor dat de sanctie proportioneel dient te zijn in verhouding tot de ernst van de feiten die haar verantwoorden. In casu blijkt volgens de verzoekende partij niet waarom de schorsing van de terrastoelating of de gedeeltelijke sluiting van de horeca-inrichting niet kon volstaan. 11.
  27. In het tweede middelonderdeel argumenteert de verzoekende partij dat geen rekening werd gehouden met het gegeven dat eerder al terrasvergunningen werden verleend voor het niet vergunde terrasgedeelte, dat deze terrasinnames niet zorgen voor een merkelijke verstoring van het openbaar domein, en dat de verzoekende partij al schade heeft geleden ten gevolge van de renovatie van het Rubenshuis en nog zal lijden ten gevolge van in augustus 2025 X-19.038-12/16 geplande voorbereidende nutswerken en rioleringswerken en daarop volgende infrastructuurwerken in
  28. Beoordeling
  29. “Wie niet horen wil, moet voelen”. Dit spreekwoord lijkt de verwerende partij bij het nemen van de bestreden beslissing voor ogen te hebben gestaan.
  30. Een eerdere sluiting van één week, van 16 tot 22 december 2024, had tot doel “een duidelijk signaal te [geven] dat de voorwaarden opgenomen in het Terrassenreglement dienen nageleefd te worden”. Dit signaal was blijkbaar niet voldoende duidelijk, vermits nadien andermaal inbreuken op de terrastoelating werden vastgesteld.
  31. In die omstandigheden lijkt het niet onredelijk dat de verwerende partij tot het besluit is gekomen dat een zwaardere sanctie nodig was om de verzoekende partij te overtuigen om zich in regel te stellen. De verzoekende partij overtuigt er niet van dat, in die omstandigheden, een sluiting gedurende een periode van twee weken de grenzen van de redelijkheid te buiten gaat of anderszins onwettig zou zijn.
  32. De elementen die de verzoekende partij thans aanvoert om een mildere sanctie te bepleiten, had zij kunnen opwerpen in het kader van het verweer waartoe zij werd uitgenodigd, maar dat zij niet heeft gevoerd. Deze elementen lijken voorts niet van aard om afbreuk te doen aan het essentiële motief voor de bestreden beslissing, namelijk de hardnekkig X-19.038-13/16 volgehouden weigering van de verzoekende partij om haar situatie te regulariseren en de inbreuken te herstellen.
  33. Het tweede middel is niet ernstig. VI. Uiterst dringende noodzakelijkheid
  34. Artikel 17, § 5 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt: “Wanneer in het opschrift van de vordering vermeld is dat de zaak bij uiterst dringende noodzakelijkheid, en derhalve binnen een termijn van vijftien dagen of minder, behandeld dient te worden, stelt de voorzitter van de kamer waarbij de vordering aanhangig gemaakt is of de staatsraad die hij aanwijst, in overleg met de auditeur, op korte termijn de procedurekalender vast bij een beschikking waarin de dag wordt bepaald waarop het administratief dossier, de nota met opmerkingen en, in voorkomend geval, het verzoekschrift tot tussenkomst neergelegd worden, alsook de dag van de terechtzitting. […] Het arrest wordt uiterlijk binnen vijf werkdagen na de terechtzitting uitgesproken.”
  35. Te dezen staat vast dat de verzoekende partij sedert 1 april 2025 kennis heeft van de bestreden beslissing, waarin een sluiting wordt bevolen voor een periode die ingaat op 25 april
  36. Zij heeft niettemin pas op 16 april 2025 haar vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ingediend. Deze timing heeft tot gevolg dat, wil de Raad van State nog tot een uitspraak komen vooraleer de sluiting een aanvang neemt, zes werkdagen zijn overgebleven om aan de verwerende partij de kans te bieden om een nota en het administratief dossier in te dienen, aan de auditeur de nodige tijd te geven om het dossier te bestuderen en een advies voor te bereiden, de zaak op een terechtzitting te behandelen en een arrest uit te spreken. X-19.038-14/16
  37. Een dergelijke timing strookt niet met de diligentie die van de verzoekende partij mag worden verwacht. Noch de omstandigheid dat een deel van de betrokken periode in de paasvakantie valt, noch het gegeven dat de verzoekende partij het initiatief heeft genomen om aan een bedrijfsrevisor te vragen om de impact van de sluiting in kaart te brengen, verantwoorden te dezen de tijd die de verzoekende partij heeft genomen om huidig verzoekschrift in te dienen. Dit is des meer het geval, nu de problematiek aan de verzoekende partij reeds gekend was. Eerder heeft zij immers al – vruchteloos, wegens gebrek aan diligentie – een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ingediend tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 november 2024, waarbij een (eerste) sluiting voor een periode van één week werd opgelegd (zie arrest nr. 261.856 van 20 december 2024).
  38. Ook de voorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid is niet vervuld. VII. Besluit
  39. Er is niet voldaan aan de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. X-19.038-15/16 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vierentwintig april tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: David D’Hooghe, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut David D’Hooghe X-19.038-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.067 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.081 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.