← België

Arrest 263078 - Reglementen (economische zaken) - 25/04/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.078 Rolnummer: A. 243658/IX-10594 Zaak: Arrest 263078 - Reglementen (economische zaken) - 25/04/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-04-29 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-16 05:26 Fiche Arrest nr 263.078 van 25 april 2025 Economische zaken - Reglementen (economische zaken) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.078 no lien 282840 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 263.078 van 25 april 2025 in de zaak A. 243.658/IX-10.594 In zake : E.D. woonplaats kiezend te tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Mobiliteit bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Sam Vandoorne kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 20 november 2024, strekt tot de nietigverklaring van “het Koninklijk besluit betreffende de Code van de openbare weg van 3 juni 2024, gepubliceerd op vrijdag 20 september 2024 in het staatsblad”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Adjunct-auditeur Anke Meskens heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. IX-10.594-1/5 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 31 maart
  3. Staatsraad Jim Deridder heeft verslag uitgebracht. Advocaat Sam Vandoorne, die verschijnt voor de verwerende partij, is gehoord. Adjunct-auditeur Anke Meskens, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 28 februari 2024, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Ontvankelijkheid A. Uiteenzetting van de middelen
  5. Artikel 2, § 1, eerste lid, 3°, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (“algemeen procedurereglement”) schrijft voor dat het verzoekschrift een uiteenzetting van de middelen dient te bevatten. Onder middel moet worden verstaan: de omschrijving zowel van de rechtsregel of het rechtsbeginsel waarvan de schending wordt aangevoerd als van de wijze waarop die regel of dat beginsel concreet door de bestreden rechtshandeling wordt geschonden (zie artikel 2, § 1, tweede lid, algemeen procedurereglement). Die omschrijving moet voldoende duidelijk zijn, wat betekent dat het niet nodig is veronderstellingen over de juiste bedoelingen van de verzoekende partij te maken, waardoor in werkelijkheid de verwerende partij en de ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.078 IX-10.594-2/5 Raad van State ertoe gebracht worden het verzoekschrift op te stellen in de plaats van de verzoekende partij. Die uiteenzetting strekt ertoe het tegensprekelijke karakter van de schriftelijke procedure en de rechten van verdediging van de verwerende partij te waarborgen en is daarom een essentieel onderdeel van de inleidende akte. Het laat de andere partijen toe zich te verdedigen tegen de grieven die ten aanzien van de bestreden beslissing worden aangevoerd en stelt de Raad van State in staat de gegrondheid van die grieven te beoordelen. Elk verzuim op dit vlak is een vormgebrek dat na het verstrijken van de beroepstermijn niet meer kan worden goedgemaakt in latere memories.
  6. Te dezen moet worden vastgesteld dat verzoeker weliswaar in algemene zin een aantal rechtsregels ter sprake brengt – “de discriminerende houding […] van de wegbeheerder” en “[d]e aanpassing is dus niet proportioneel voor fietsers” – en onder de titel ‘Middelen’ verschillende bepalingen uit het bestreden besluit aanhaalt, maar dat verzoeker in zijn verzoekschrift niet duidelijk rechtsregel(s) en/of rechtsbeginsel(en) aanduidt die volgens hem door het bestreden besluit worden geschonden, minstens dat hij onvoldoende aanduidt op welke wijze rechtsregel(s) en/of rechtsbeginsel(en) door het bestreden besluit zouden zijn geschonden. Verzoeker laat gewis verstaan dat hij het met een aantal beleidsopties niet eens is, maar dergelijke feitelijke opmerkingen en opportuniteitskritiek vormen geen ‘middel’ in de zin van het algemeen procedurereglement. Het ontbreken van enig middel in het inleidend verzoekschrift heeft dan ook de onontvankelijkheid van het beroep tot gevolg. IX-10.594-3/5
  7. Het auditoraat heeft terecht geoordeeld dat het door verzoeker ingestelde beroep kan worden afgedaan met een kort debat in de zin van artikel 93, eerste lid, van het algemeen procedurereglement. B. Ratione temporis
  8. De ontvankelijkheid van het beroep ratione temporis vormt niet het voorwerp van de bespreking in het auditoraatsverslag op grond van artikel 93, eerste lid, van het algemeen procedurereglement. Het is derhalve louter ten titel van inlichting dat de Raad van State aanstipt wat volgt. Overeenkomstig artikel 4 van het algemeen procedurereglement verjaren de beroepen bedoeld in artikel 14, §§ 1 en 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt. Het bestreden besluit is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 20 september
  9. De voormelde beroepstermijn is derhalve aangevangen op 21 september 2024, om te verstrijken op (dinsdag) 19 november
  10. Verzoeker heeft zijn verzoekschrift ingediend op 20 november
  11. BESLISSING
  12. De Raad van State verwerpt het beroep.
  13. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van IX-10.594-4/5 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijfentwintig april tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jim Deridder, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jim Deridder IX-10.594-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.078 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.