id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.108 Rolnummer: A. 240672/X-18527 Zaak: Arrest 263108 - Tucht (openbaar ambt) - 25/04/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-05-05 Raadplegingen: 83 - laatst gezien 2026-06-16 05:28 Fiche Arrest nr 263.108 van 25 april 2025 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Verwerping Depersonalisatie Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.108 no lien 282870 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 263.108 van 25 april 2025 in de zaak A. 240.672/X-18.527 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Messiaen kantoor houdend te 9051 Gent Kortrijksesteenweg 1084/0401 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Sven Boullart kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 419 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 29 januari 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissingen van 28 november 2023 van de algemene vergadering van de XXXX tot schorsing van verzoeker als ontvanger-griffier met onmiddellijke ingang voor een periode van één maand, en om aan de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen de afzetting van verzoeker voor te stellen. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 258.217 van 13 december 2023 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de eerste bestreden beslissing verworpen. X-18.527-1/6 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 april
- Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Kurt Devos, die loco advocaat Tom Messiaen verschijnt voor verzoeker, en advocaat Ibe Delbeke, die loco advocaat Sven Boullart verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- Op 28 november 2023 beslist de algemene vergadering van de XXXX om verzoeker, ontvanger-griffier, in het kader van “een tuchtzaak” met onmiddellijke ingang de “sanctie” van de schorsing van één maand op te leggen, om reden van verschillende “feiten die ten laste worden gelegd”. Dit is de eerste bestreden beslissing. X-18.527-2/6 Tevens beslist de algemene vergadering om aan de deputatie van de provincieraad van de provincie Oost-Vlaanderen (hierna: de deputatie) een voorstel tot afzetting van verzoeker te doen. Dit is de tweede bestreden beslissing. 3.
- Op 21 december 2023 wordt verzoeker door de deputatie gehoord naar aanleiding van het voorstel tot afzetting. Diezelfde dag stelt de deputatie de gouverneur voor verzoeker preventief te schorsen als ordemaatregel in afwachting van het onderzoek van het voorstel tot afzetting. 3.
- Op 22 december 2023 beslist de gouverneur om verzoeker, in afwachting van een beslissing ten gronde, met onmiddellijke ingang preventief te schorsen als ontvanger-griffier met behoud van wedde voor een periode van maximaal zes maanden. Dit besluit wordt aangevochten in de zaak gekend onder nr. A. 241.301/X-18.
- 3.
- De deputatie adviseert op 25 april 2024 aan de gouverneur om op grond van dezelfde “ten laste gelegde feiten” tot de afzetting van verzoeker over te gaan. 3.
- Op 20 juni 2024 sluit de gouverneur zich aan bij het advies van de deputatie en beslist zij verzoeker af te zetten uit zijn functie als ontvanger-griffier, overwegende dat “de weerhouden tuchtfeiten, zowel gezamenlijk als elk afzonderlijk beschouwd, een ernstige tuchtsanctie verantwoorden”. X-18.527-3/6 Tegen dat besluit stelt verzoeker eerst een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging in. Die vordering wordt verworpen bij ’s Raads arrest nr. 260.430 van 12 juli
- Verzoeker stelt vervolgens tegen die beslissing een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing in (zaak A. 242.405/X-18.734). Bij ’s Raads arrest nr. 262.377 van 17 februari 2025 wordt dit besluit vernietigd. 3.
- Op 6 november 2024 beslist de algemene vergadering van de XXXX om de eerste bestreden beslissing in te trekken. IV. Toepassing kortedebattenprocedure - ontvankelijkheid A. Wat de eerste bestreden beslissing betreft
- De algemene vergadering van de XXXX heeft de eerste bestreden beslissing op 6 november 2024 ingetrokken. In zoverre heeft het beroep geen voorwerp meer. B. Wat de tweede bestreden beslissing betreft Standpunten van de partijen 5.
- De verwerende partij werpt in een exceptie op dat de tweede bestreden beslissing een voorbereidende handeling betreft die niet voor vernietiging vatbaar is. 5.
- In de memorie van wederantwoord repliceert verzoeker dat de tweede bestreden beslissing niet als een voorstel van tuchtstraf kan worden beschouwd. Het is de deputatie die een voorstel tot tuchtstraf ten aanzien van de ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.108 X-18.527-4/6 gouverneur heeft geformuleerd. En zelfs al zou de tweede bestreden beslissing als een voorstel van tuchtstraf moeten worden beschouwd, kan zij ontvankelijk in een beroep tot nietigverklaring worden betwist, “aangezien ze op zichzelf rechtsgevolgen teweegbrengt, met onmiddellijke uitwerking, die ongunstig zijn voor de verzoekende partij.” Beoordeling 6.
- Artikel 58 van de wet van 3 juni 1957 ‘betreffende de polders’ bepaalt: “Meent het bestuur dat een sanctie moet worden getroffen ten laste van de ontvanger-griffier, dan brengt het de zaak vóór de algemene vergadering. Deze hoort de belanghebbende. Zij kan hem voor één maand schorsen. Acht zij een strengere sanctie noodzakelijk, dan kan zij aan de bestendige deputatie de schorsing voor meer dan een maand of de afzetting voorstellen. De gouverneur doet uitspraak over het voorstel van de bestendige deputatie.” 6.
- De tweede bestreden beslissing betreft het voorstel van de verwerende partij aan de deputatie om verzoeker de tuchtstraf van de afzetting op te leggen. De beslissing is louter voorbereidend ten opzichte van de inmiddels vernietigde beslissing tot afzetting van verzoeker. Anders dan verzoeker dit ziet, brengt de tweede bestreden beslissing geen rechtsgevolgen met zich mee. Zij is dan ook geen voor de Raad van State aanvechtbare rechtshandeling. De exceptie is gegrond. VI. Kosten
- Het is door toedoen van de verwerende partij dat de zaak zonder voorwerp is geworden (zie randnummer 4). In die omstandigheden is er reden om de kosten, met inbegrip van een aan verzoeker verschuldigde rechtsplegings-vergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen. X-18.527-5/6 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan verzoeker.
- Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt noch de identiteit van verzoeker, noch die van de verwerende partij bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijfentwintig april tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Stephan De Taeye, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Stephan De Taeye X-18.527-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.108 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2023:ARR.258.217 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.