← België

Arrest 263123 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 28/04/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.123 Rolnummer: A. 244711/X-19043 Zaak: Arrest 263123 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 28/04/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-04-28 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-16 05:09 Fiche Arrest nr 263.123 van 28 april 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 263.123 van 28 april 2025 in de zaak A. 244.711/X-19.043 In zake: P.V. tegen: de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Beelen kantoor houdend te 3000 Leuven Justus Lipsiusstraat 24 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 23 april 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 22 april 2025 van de Stad Antwerpen en ontvangen door de verzoekende partij op dezelfde datum, waarbij de aanvraag voor een manifestatie op de Grote Markt niet wordt verleend en enkel wordt toegestaan op de Suikerrui”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 24 april 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. X-19043-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 april 2025, om 11.30 uur. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Verzoeker, en advocaat Thomas Beelen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Daniël Plas heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. Verzoeker dient op 19 maart 2025 een aanvraag in via het digitale evenementenloket van de stad Antwerpen met het oog op een staande manifestatie op de Grote Markt te Antwerpen, op 28 april van 18.30 uur tot 20.00 uur. 3.
  5. De verwerende partij bevestigt op dezelfde dag de goede ontvangst van de aanvraag en verzoekt “om de locatie te wijzigen van de Grote Markt naar de Suikerrui. Op de Grote Markt zelf worden er geen manifestaties toegelaten”. 3.
  6. Hierop antwoordt verzoeker op 20 maart 2025 per e-mail als volgt: “Wij willen toch graag betogen op de Grote Markt. Het doel van de betoging is om de arriverende gemeenteraadsleden, alsmede de journalisten en andere bezoekers van de gemeenteraad, te bereiken. De X-19043-2/7 betoging verplaatsen naar de Suikerrui zou hieraan afdoen. We hebben het recht om te betogen op een relevante plaats, tenzij er gegronde redenen zijn om dit te verbieden. We horen geen gegronde redenen waarom de manifestatie [niet] door kan gaan op de Grote Markt, en zien hier ook geen juridische grond voor.” 3.
  7. Op 10 april 2025 zendt verzoeker een volgende e-mail aan de verwerende partij: “Zou u mij kunnen zeggen wat de status is van de aanvraag van de manifestatie? Ik begreep dat ik normaal binnen drie weken uitsluitsel zou krijgen? Deze periode is namelijk verlopen, aangezien ik de eerste aanvraag deed op 19 maart. Het is voor ons belangrijk om hier zo spoedig mogelijk uitsluitsel over te hebben. In het digitale evenementenloket vind ik de aanvraag helaas niet terug.” 3.
  8. Diezelfde dag krijgt verzoeker het antwoord dat enkel het advies van de politie nog steeds ontbreekt. 3.
  9. Op 22 april 2025 verkrijgt verzoeker de toelating van de waarnemend burgemeester van de stad Antwerpen voor de betoging, maar echter niet op de aangevraagde locatie, doch wel op de Suikerrui: “De manifestatie kan niet plaatsvinden op de Grote Markt. Deze locatie is uitgesloten voor manifestaties omwille van:  Haar centrale functie als toeristische trekpleister en permanente publieke doorgangszone met vaak veel passanten, waardoor de openbare veiligheid in het gedrang zou kunnen komen.  De aanwezigheid van meerdere horecazaken met terrassen, winkelpubliek en stadsbezoekers, die door manifestaties in hun vrijheid van beweging worden belemmerd en een bijkomende risicofactor uitmaken inzake de openbare veiligheid en openbare rust.  De raadscommissies en gemeenteraad en werking van de diensten op het stadhuis dienen ten alle tijden gevrijwaard te kunnen blijven van verstoring van de openbare orde (geluidsoverlast, hinderen werking, geweld,) en dienen op een serene en ordentelijke wijze hun taken te kunnen uitoefenen zonder druk of dwang, onverminderd het recht op manifesteren. De manifestatie dient verplaatst te worden naar de Suikerrui ter hoogte van het standbeeld ‘Buildrager’, vlak aan de Grote Markt of naar een andere nieuw aan te vragen locatie. X-19043-3/7  Deze locatie is logistiek geschikt voor het veilig en ordentelijk ontvangen van manifestanten, zonder verstoring van de openbare orde, de toeristische of bestuurlijke activiteiten en garandeert het recht op manifesteren op een voldoende zichtbare wijze in de directe nabijheid van het stadhuis en de Grote Markt.” Dit is het bestreden besluit. IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  10. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. Overeenkomstig paragraaf 5 van datzelfde artikel wordt de zaak behandeld bij uiterst dringende noodzakelijkheid en derhalve binnen een termijn van vijftien dagen of minder, wanneer zulks in het opschrift wordt vermeld. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van verzoeker
  11. Verzoeker wijst er in de eerste plaats op dat, gezien de datum van de vooropgestelde manifestatie – 28 april 2025 – het indienen van een verzoekschrift bij uiterst dringende noodzakelijkheid het enige middel is om tijdig een uitspraak te kunnen verkrijgen.
  12. Het nadeel dat hij met de beoogde schorsing beoogt te vermijden, wordt vervolgens als volgt uiteengezet: X-19043-4/7 “Verzoeker heeft de aanvraag ingediend. Hij is zelf werknemer van LABO VZW. Zijn werk bestaat er in om het kritisch burgerschap mogelijk te maken. Het weigeren van de Grote Markt tast de doeltreffendheid en de boodschap van de manifestatie fundamenteel aan. De impact van de boodschap wordt drastisch verminderd doordat zij zich niet rechtstreeks kunnen richten tot de gemeenteraadsleden. De reputatie van verzoekende partijen en haar partners als serieuze gesprekspartner in het publieke debat wordt ondermijnd. Het publiek verwacht communicatie op een zichtbare en centrale locatie, zoals aangekondigd. De bestreden beslissing verhindert in wezen de manifestatie in haar bedoelde vorm, en dit zonder afdoende rechtvaardiging. Het is dan ook een schending van de fundamentele rechten van verzoeker. Dit is een moeilijk te herstellen nadeel.” Beoordeling
  13. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van het recht van verdediging van de verwerende partij. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven.
  14. Op de verzoekende partij die meent een beroep te kunnen doen op de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, rust te dezen een dubbele bewijslast. Zij moet niet alleen aantonen dat zij bij het instellen van de vordering met de vereiste spoed en diligentie is opgetreden, maar zij moet tevens de spoedeisendheid aannemelijk maken, gelet op de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van het bestreden besluit voor haar persoonlijk veroorzaken.
  15. De verantwoording van de uiterst dringende noodzakelijkheid mag zich niet beperken tot een theoretische uiteenzetting, doch vereist het aanreiken van concrete, specifiek op de verzoekende partij betrekking hebbende gegevens die het bestaan van de onmiddellijke nadelige gevolgen in haren hoofde aantonen. X-19043-5/7
  16. Hoewel de Raad van State te dezen geen reden ziet die ertoe noopt te besluiten dat verzoeker niet met gepaste spoed en diligentie zijn vordering heeft ingesteld eenmaal hij van de bestreden beslissing kennis kreeg, laat hij na om in concreto, aan de hand van concrete gegevens eigen aan de betrokken locatie en de beoogde manifestatie, het bestaan van de beweerde nadelige gevolgen aan te tonen. Zo gaat verzoeker niet in op de concrete beperkingen die hij ten gevolge van de verplaatsing van de manifestatie van de Grote Markt naar de Suikerrui meent te moeten ondergaan, onder meer wat het bereik ten aanzien van het publiek, de media en de betrokken gemeenteraadsleden zelf betreft. Daarbij komt dat de beweerde nadelige impact van de verplaatsing van de Grote Markt naar de Suikerrui op het eerste gezicht niet evident lijkt, vermits de Suikerrui paalt aan de Grote Markt en aan het stadhuis, zodat het ook een locatie lijkt te zijn van waaruit de beoogde aandacht kan worden getrokken. Dat de impact van de boodschap “drastisch [wordt] verminderd doordat [de manifestanten] zich niet rechtstreeks kunnen richten tot de gemeenteraadsleden” wordt niet concreet onderbouwd. De bewering dat de “reputatie van verzoekende partijen en haar partners als serieuze gesprekspartner in het publieke debat wordt ondermijnd” wordt als dusdanig geponeerd, zonder nadere verantwoording. Daarbij komt dat verzoeker niet aantoont dat hij gemachtigd is om op te treden voor andere personen of organisaties. In zoverre verzoeker aanvoert dat de bestreden beslissing onwettig is gaat hij eraan voorbij dat de grondvoorwaarde van de spoedeisendheid te onderscheiden is van deze van het voorhanden zijn van een ernstig middel. Aan de eerstgenoemde grondvoorwaarde moet afzonderlijk zijn voldaan. X-19043-6/7
  17. Uit wat voorafgaat volgt dat verzoeker de spoedeisendheid van zijn vordering niet aannemelijk maakt. VI. Besluit
  18. Verzoeker overtuigt er niet van dat de vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid moet worden toegewezen. BESLISSING
  19. De Raad van State verwerpt de vordering.
  20. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achtentwintig april tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: David D’Hooghe, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut David D’Hooghe X-19043-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.123 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.