id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.144 Rolnummer: A. 232948/XII-9638 Zaak: Arrest 263144 - Apothekers en apotheken - 29/04/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-05-13 Raadplegingen: 97 - laatst gezien 2026-06-13 05:48 Fiche Arrest nr 263.144 van 29 april 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Apothekers en apotheken Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 263.144 van 29 april 2025 in de zaak A. 232.948/XII-9638 In zake : de NV HOUMANFARMA bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Arnaut De Schreye kantoor houdend te 3061 Leefdaal Neerijsesteenweg 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jérôme Sohier en Manoël De Keukelaere kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 181/24 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV APOTEEK PLASKIE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Ann Dierickx kantoor houdend te 3000 Leuven Mechelsestraat 107-109 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld 16 februari 2021, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 10 december 2020 van de minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken waarin aan de nv Apotheek Plaskie een vergunning wordt verleend voor de overbrenging van een voor het publiek opengestelde apotheek, buiten de onmiddellijke nabijheid van Brusselsesteenweg 110 te 1860 Meise naar 1860 Meise, Nieuwelaan
- ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.263.144 XII-9638-1/10 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 255.005 van 10 november 2022 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partij heeft een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. De tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 april
- Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Johnny Sieng, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Manoël De Keukelaere, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.263.144 XII-9638-2/10 III. Feiten 3.
- Op 22 oktober 2018 dient de tussenkomende partij een aanvraag in tot overbrenging van haar apotheek binnen de onmiddellijke nabijheid. 3.
- Op 30 oktober 2018 stelt de verwerende partij vast dat de sub 3.1 vermelde aanvraag niet werd ingediend overeenkomstig de bepalingen van artikel 4, § 2ter, van het koninklijk besluit van 25 september 1974 ‘betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestelde apotheken’ (hierna: koninklijk besluit van 25 september 1974) en wordt de tussenkomende partij gevraagd om binnen de 30 dagen de aanvraag te vervolledigen met onder meer een bewijs van terbeschikkingstelling van het gebouw, een kopie van de vergunning en het registratieattest. Op 6 november 2018 maakt de tussenkomende partij een aantal bijkomende stukken over, waarna de verwerende partij op 22 november 2018 meedeelt dat de aanvraag ontvankelijk werd ingediend. 3.
- Op 11 december 2018 wordt de sub 3.1 vermelde aanvraag genotificeerd aan de farmaceutisch inspecteur, die op 18 december 2018 een negatief advies verleent over de kwalificatie als “overplaatsing in de onmiddellijke nabijheid” aangezien de afstand in werkelijkheid 339 meter bedraagt over de weg voor een voetganger en 803 meter voor een wagen. Daarnaast stelt de inspecteur vast dat de afstand tot de vier dichtstbij gelegen apotheken na de overbrenging vermindert. 3.
- Met een brief van 14 februari 2019 gaat de tussenkomende partij in tegen het advies van de inspecteur en bezorgt zij een aanvullend verslag van een landmeter. 3.
- Op 7 mei 2019 bezorgt de inspecteur haar opmerkingen op de brief van 14 februari 2019 en geeft zij te kennen dat zij geen reden ziet om haar ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.263.144 XII-9638-3/10 oorspronkelijk advies te wijzigen, waarna de tussenkomende partij op 14 mei 2019 aangeeft het niet eens te zijn met de zienswijze van de inspecteur. 3.
- Op 3 juni 2019 wordt de zaak opgeroepen voor de zitting van de Vestigingscommissie dewelke de zaak in beraad neemt. Op 29 juli 2019 brengt de Vestigingscommissie haar tussenadvies uit, waarin het volgende is geoordeeld: “De Commissie dient elke aanvraag afzonderlijk te beoordelen. De aanvaardbare afstand van een overbrenging in de onmiddellijke nabijheid varieert naargelang de concrete omstandigheden. Gelet op het advies van de inspecteur dd. 18 december 2018 waarin zij stelt dat de overplaatsing gebeurt over een afstand van 339 meter (te voet) of 803 meter (met wagen) en de apotheek de dichtstbijzijnde apotheken benadert. Redelijkerwijze is een overbrengingsafstand van 339 meter (te voet) of 803 meter (met wagen) niet noodzakelijk te beschouwen als een overbrenging in de onmiddellijke nabijheid. De interferentie die de overbrenging kan teweegbrengen en de spreiding der apotheken dient derhalve onderzocht te worden. De commissie is dan ook van oordeel dat toepassing dient gemaakt te worden van artikel 15, alinea 2 en 3 KB 1974 die luiden als volgt: ‘Indien de vestigingscommissie van mening is dat de aanvraag betrekking heeft op een overbrenging buiten de onmiddellijke nabijheid, brengt het secretariaat dit per aangetekend schrijven ter kennis aan de aanvrager. De aanvrager kan binnen dertig dagen na de kennisgeving hiervan, zijn aanvraag omzetten in een aanvraag tot overbrenging buiten de onmiddellijke nabijheid, waarbij hij het supplement dient te betalen dat het verschil bedraagt tussen de betaling voor de overbrenging in de onmiddellijke nabijheid en de betaling voor de overbrenging buiten de onmiddellijke nabijheid, overeenkomstig artikel 4, § 2 of § 2bis, naargelang het geval. Die aanvraag zal dan onderzocht worden overeenkomstig de andere bepalingen van dit besluit. Indien binnen een termijn van dertig dagen na deze notificatie hiervan de aanvrager nalaat zijn aanvraag tot overbrenging in de onmiddellijke nabijheid aldus om te zetten in een aanvraag tot overbrenging buiten de onmiddellijke nabijheid, wordt deze geacht uitdrukkelijk afstand te doen van zijn aanvraag.’ Adviseert dat aanvrager, zijn aanvraag (6048/JLO/18) moet omzetten in een aanvraag tot overbrenging buiten de onmiddellijke nabijheid mits eerbiediging van hierboven aangehaalde termijnen voorzien in art. 15 alinea 3 van het vermeld K.B.” Tegen dit advies en het begeleidend schrijven van 18 september 2019 erbij, stelt de tussenkomende partij een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad van State gekend onder A. 229.572/XII-
- ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.263.144 XII-9638-4/10 3.
- Op 17 oktober 2019 verzoekt de tussenkomende partij om de omzetting van de aanvraag naar de overbrenging buiten de onmiddellijke nabijheid. 3.
- Op 22 oktober 2019 stelt de verwerende partij vast dat de omgezette aanvraag is ingediend overeenkomstig de bepalingen van het artikel 4, § 2ter, van het koninklijk besluit van 25 september 1974 en derhalve ontvankelijk is. 3.
- Vervolgens wordt op 31 oktober 2019 de (omgezette) aanvraag genotificeerd aan de adviserende instanties en de omliggende apothekers. Op 16 december 2019 verleent de inspecteur een ongunstig advies verwijzend naar de afstand gemeten met een geopunt voor verplaatsingen met de wagen. De Algemene Pharmaceutische Bond adviseert op 17 december 2019 ongunstig omdat de geografische spreiding enkel zou verbeteren ten opzichte van apotheken in de directe omgeving en er geen sprake is van een verbetering van de demografische spreiding. De verzoekende partij en een andere apotheek dienen op 8 respectievelijk 9 december 2019 een bezwaarschrift in waarin zij zich verzetten tegen de gevraagde overplaatsing. 3.
- Vervolgens bezorgt de tussenkomende partij een bijkomend deskundig verslag van 31 juli 2020 en een gemotiveerd schrijven van haar raadslieden van 12 augustus
- 3.
- Op 3 september 2020 verleent de inspecteur een advies in die zin dat zij, na een aantal vaststellingen te hebben gedaan, “het aan de wijsheid van de Vestigingscommissie [laat] of aan de hand van deze nieuwe gegevens een verbeterde geografische spreiding aangetoond word[t] en of deze dus voldoet aan art. 1 van het [koninklijk besluit van 25 september 1974] op basis van verbeterde geografische spreiding”. ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.263.144 XII-9638-5/10 In zijn “Rapport en conclusies” van 28 mei 2020 adviseert de afgevaardigde van de administrateur-generaal van het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (hierna: FAGG) ongunstig “[g]ezien de overbrenging geen betere geografische spreiding noch betere demografische spreiding tot gevolg heeft in vergelijking met de toestand vóór de overbrenging” zodat niet is voldaan aan artikel 1, § 5bis, 3°, van het koninklijk besluit van 25 september 1974, waarna de tussenkomende partij op 7 september een brief bezorgt waarin zij kritiek uit op de meetwijze en de meetresultaten van de inspecteur. 3.
- Nadat de Vestigingscommissie de zaak in beraad nam, brengt zij op 19 oktober 2020 een gunstig advies uit dat, onder meer, overweegt wat volgt: “De Gouverneur, de PGC en OPHACO hebben niet geantwoord en hun advies wordt bijgevolg geacht gunstig te zijn overeenkomstig artikel 7 in fine van het bovenvernoemd besluit. Alle uitgebrachte adviezen zijn ongunstig, er is ook een bezwaarschrift van advocatenkantoor De Schreye en Sommerijns namens vergunninghouder van de dichtstbijzijnde apotheek. Het rapport en conclusies van 28 mei 2020 van de afgevaardigde van de administrateur-generaal van het FAGG is ongunstig. Het aantal inwoners binnen de invloedssfeer bedraagt 2724 volgens de aanvrager. Voor de nieuwe vestigingsplaats worden er 2216 inwoners opgegeven. Er kan dus geen betere demografische spreiding aangetoond worden. Aanvrager haalt aan dat ‘de gemeente Meise het volledig afsluiten van de doorgang op het “gemeenteplein” plant, waardoor er een knip komt in de Brusselsesteenweg, en doorgaand verkeer omzeggens onmogelijk wordt. Dit is opgenomen in het “circulatieplan” dat in september voorgesteld wordt. Ze hebben dit nu al “tijdelijk” ingevoerd.’ Volgens dit circulatieplan moet de verkeersdrukte aangepakt worden en dient hiervoor het centrumplein autovrij te zijn en de Brusselsesteenweg een enkelrichting van Boechtstraat naar Baptist de Donderstraat. De Beaufortstraat zal geknipt worden. Er zouden evenwel fietsstroken in beide richtingen worden aangelegd. Bij de beoordeling dient de Commissie rekening te houden met deze gewijzigde constellatie, het autoluw maken van het centrum van de gemeente Meise en het eenrichtingsverkeer in het gebied waar de huidige apotheek is gelegen. In vergelijking tot de huidige vestigingsplaats verkleint de afstand tot de apotheek Florentz van 1156 meter tot 908 meter (afstanden gemeten met Geopunt), evenals de afstand tot de andere omliggende apotheken. Alle andere apotheken liggen evenwel minstens op méér dan 1900 meter van zowel de huidige als de nieuwe vestigingsplaats. Er kan gesteld worden dat er geen merkbare invloed zal zijn op de verder gelegen apotheken, onder meer door de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.263.144 XII-9638-6/10 ligging van de A
- Ook Apotheek Florentz ligt aan de andere kant van de A12 (Kapittellaan) en behelst hierdoor een ander gebied. Gemeten over de weg verwijdert aanvrager zich van de dichtsbijgelegen apotheek. De afstand van de nieuwe vestigingsplaats tot de dichtsbijgelegen apotheek Hou[man]farma neemt toe. Er is een betere geografische spreiding ten opzichte van deze apotheek.” 3.
- Op 10 december 2020 beslist de verwerende partij om zich aan te sluiten bij het advies van de Vestigingscommissie van 19 oktober 2020 en om de vergunning tot overbrenging te verlenen. Dit is de bestreden beslissing. 3.
- De tussenkomende partij geeft in haar memorie aan dat zij de bestreden overbrengingsvergunning niet heeft gebruikt binnen de twee jaar na notificatie waardoor deze overbrengingsvergunning is vervallen op grond van artikel 14, § 1, van het koninklijk besluit van 25 september 1974, dat bepaalt “dat wie binnen de 2 jaren na de notificatie van de vergunning geen gebruik heeft gemaakt van deze vergunning, daarvan vervallen is.”. 3.
- Op 28 april 2022 dient de tussenkomende partij een nieuwe aanvraag in voor de overbrenging van haar vestiging in de onmiddellijke nabijheid, zijnde opnieuw van de Brusselsesteenweg 110 te 1860 Meise naar de Nieuwelaan 29 te 1860 Meise. Deze aanvraag is gesteund op het koninklijk besluit van 16 januari 2022 ‘betreffende de registratie en spreiding van voor het publiek opengestelde apotheken en tot opheffing van de koninklijk besluiten van 25 september 1974 betreffende de opening, de overbrenging en de fusie van voor het publiek opengestelde apotheken en van 21 september 2004 betreffende de overbrenging van een voor het publiek opengestelde apotheek naar een gebouw van een luchthaven’. 3.
- Bij besluit van 8 december 2022 van de directeur-generaal van het FAGG, optredend als afgevaardigde van de minister, wordt de aanvraag van de tussenkomende partij tot overbrenging in de onmiddellijke nabijheid van de ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.263.144 XII-9638-7/10 apotheek te Brusselsesteenweg 110, 1860 Meise naar de Nieuwelaan 29, 1860 Meise goedgekeurd. Tegen dit besluit stelt de verzoekende partij een beroep tot nietigverklaring in bij de Raad van State, gekend onder het nummer A. 238.341/XII-
- IV. Toepassing korte debattenprocedure Teloorgaan van het voorwerp van het beroep
- In het auditoraatsverslag wordt erop gewezen, zoals onder het feitelijk kader is uiteengezet, dat het bestreden besluit tot overbrenging is vervallen, waardoor het beroep zonder voorwerp is geworden, zoals ook door de verzoekende partij en de tussenkomende partij wordt beaamd. Beoordeling
- Wanneer de ontvankelijkheid van het beroep in vraag wordt gesteld – en zulks des te meer wanneer dit zoals te dezen gebeurt in het beredeneerd verslag dat over de zaak is opgesteld door het daartoe aangestelde lid van het auditoraat – dan moet die partij daarover een standpunt innemen en de nodige verduidelijkingen bijbrengen. Ter terechtzitting, dit is bij de eerste procedurele gelegenheid die zich voor de verzoekende partij in het kader van de toegepaste procedure van artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ daarvoor aanbood, heeft zij niets daartegen ingebracht. In die omstandigheden en na een eigen onderzoek, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en bevindt aldus, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, dat het voorliggende beroep tot nietigverklaring doelloos is geworden wegens het teloorgaan van het voorwerp ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.263.144 XII-9638-8/10 van het beroep. Het auditoraat heeft terecht gemeend dat de zaak met korte debatten een oplossing kan krijgen. V. Kosten en rechtsplegingsvergoeding Een rechtsplegingsvergoeding is, gelet op artikel 30/1, § 1, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, een tegemoetkoming in de kosten van de advocaat van de “in het gelijk gestelde partij”. De verzoekende partij, noch de verwerende partij is als een dergelijke “in het gelijk gestelde partij” te beschouwen. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, en een bijdrage van 40 euro.
- De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negenentwintig april tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.263.144 XII-9638-9/10 Greta Scheveneels Chantal Bamps ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.263.144 XII-9638-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.144 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div