id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.156 Rolnummer: A. 242990/XII-9766 Zaak: Arrest 263156 - Reglementen (sociale zaken en volksgezondheid) - 29/04/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-05-08 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-06-16 05:10 Fiche Arrest nr 263.156 van 29 april 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Reglementen (sociale zaken en volksgezondheid) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 263.156 van 29 april 2025 in de zaak A. 242.990/XII-9766 In zake: E.D. tegen: het RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Olivier De Pauw kantoor houdend te 9041 Oostakker Orchideestraat 61A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 2 september 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 4 juli 2024 waarbij aan verzoeker de conventiepremie voor het jaar 2023 werd geweigerd. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 5 december
- Op 13 februari 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. XII-9766-1/3 Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoeker heeft een memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd buiten de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. XII-9766-2/3 BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro, en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negenentwintig april tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9766-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.156 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.