← België

Arrest 263158 - Dierenwelzijn - 29/04/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.158 Rolnummer: A. 242746/XII-9743 Zaak: Arrest 263158 - Dierenwelzijn - 29/04/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-05-08 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-16 05:11 Fiche Arrest nr 263.158 van 29 april 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 263.158 van 29 april 2025 in de zaak A. 242.746/XII-9743 In zake: U.T. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tristan Carolus kantoor houdend te 1090 Brussel Odon Warlandstraat 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Keizer Karellaan 586, bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 17 augustus 2024, strekt tot de nietigverklaring van “de door [L.N.], […] afdelingshoofd van het departement Omgeving, namens het Departement Omgeving, afdeling Dierenwelzijn, genomen beslissing dd. 9 augustus 2024 tot ‘Bestemming’ van 20 katten in middels beslissing met dossiernr. G-24-1370”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 260.521 van 22 augustus 2024 is de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. XII-9743-1/4 Het genoemde arrest is op 6 september 2024 aan verzoeker ter kennis gebracht. Op 10 februari 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement). Verzoeker heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
  5. Verzoeker heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. XII-9743-2/4 IV. Kosten en rechtsplegingsvergoeding
  7. De kosten, zijnde het rolrecht, de bijdrage en een rechtsplegingsvergoeding, komen ten laste van verzoeker.
  8. De verwerende partij bezorgt de Raad van State op 3 februari 2025 een vereffeningsnota, waarin zij een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro vraagt, steunende op artikel 67, § 2, van het algemeen procedurereglement omdat “het minimumbedrag verhoogd wordt met 20% indien het beroep gepaard ging met een UDN-vordering”. De verwerende partij verliest daarbij uit het oog dat de laatste alinea van het voornoemde artikel 67, § 2, bepaalt dat er “geen verhoging verschuldigd [is], […] als de artikelen 11/2 tot 11/4 van dit besluit van toepassing zijn”. Bijgevolg wordt de rechtsplegingsvergoeding beperkt tot het basisbedrag. BESLISSING
  9. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  10. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XII-9743-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negenentwintig april tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9743-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.158 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.521 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.