← België

Arrest 263161 - Wapens – exportvergunningen - 29/04/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.161 Rolnummer: A. 244522/IX-10644 Zaak: Arrest 263161 - Wapens – exportvergunningen - 29/04/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-05-13 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-16 05:11 Fiche Arrest nr 263.161 van 29 april 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens – exportvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 263.161 van 29 april 2025 in de zaak A. 244.522/IX-10.644 In zake: P.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Natascha Bielen kantoor houdend te 3500 Hasselt Plantenstraat 50 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 1000 Brussel Wolstraat 56 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 28 maart 2025, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de minister van Justitie van 6 februari 2025, waarbij verzoekers recht tot het voorhanden hebben van vuurwapens wordt ingetrokken. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 2 april 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. IX-10.644-1/6 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 28 april
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitgebracht. Advocaat Laura Janssen, die loco advocaat Natascha Bielen verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Michel van Dievoet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten
  5. Gelet op de ongunstige adviezen van de procureur des Konings van Limburg en van de korpschef van de politiezone Beringen-Ham-Tessenderlo, beslist de gouverneur van de provincie Limburg op 11 januari 2024 om verzoekers recht om vuurwapens voorhanden te hebben in te trekken. Op beroep van verzoeker beslist vervolgens ook de minister van Justitie met de thans bestreden beslissing op 6 februari 2025 het recht van verzoeker om vuurwapens voorhanden te houden in te trekken en wordt aldus het beroep tegen de beslissing van de provinciegouverneur van 11 januari 2024 verworpen. IX-10.644-2/6 IV. Schorsingsvoorwaarden
  6. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. V. Spoedeisendheid Uiteenzetting in het inleidend verzoekschrift
  7. Naar eis van artikel 17, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet het verzoekschrift tot schorsing “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van deze vordering wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 4, § 1, eerste lid, 5°, van het procedurereglement kort geding van 19 november
  8. Een uiteenzetting van de feiten die de spoedeisendheid kunnen rechtvaardigen is strikt genomen in het verzoekschrift niet opgenomen. Aangenomen mag worden, dat verzoeker die uiteenzetting beoogt te geven met hetgeen hij schrijft onder de hoofding ‘aangaande de gegrondheid’ van de rubriek ‘de vordering tot schorsing’: “Krachtens artikel 17, § 2 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging van een administratieve beslissing worden bevolen als ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement kunnen verantwoorden en op voorwaarde dat die tenuitvoerlegging een ernstig nadeel kan berokkenen aan verzoeker. In casu is voldaan aan deze voorwaarden, zoals blijkt uit hetgeen volgt. Het beroep tot nietigverklaring van de bestreden beslissing voor uw Raad IX-10.644-3/6 heeft geen schorsende werking. Bijgevolg blijft verzoeker vooralsnog zonder wapenvergunning, zonder wapenvergunning wordt hij ernstig gehinderd in het geven van opleidingen. Verzoeker gaf demo’s met een tool – sensor – op zijn wapens om trekker- en richtfouten bij schutters (agenten die met hun eigen wapen oefenen) te detecteren en hen te helpen hun schotprecisie te verbeteren. Deze opleidingen werden bij de federale politie erkend. Door de intrekking van de wapenvergunning kan verzoeker thans deze demo’s met eigen wapens niet meer geven. Indien de beslissing niet wordt geschorst zal er nog geruime tijd verstrijken voor uw Raad zich zal hebben kunnen uitspreken over de ingestelde annulatievordering, hierdoor zal verzoeker erg worden benadeeld. De aangevoerde middelen zijn ernstig aangezien zij de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden zoals mag blijken uit de uiteenzetting die volgt onder II.2.” Beoordeling
  9. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om in haar verzoekschrift op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet gedragen kunnen worden gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de rechter toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
  10. Dat een beroep tot nietigverklaring geen schorsende werking heeft, is een loutere vaststelling. Het moeten afwachten van het normale procedureverloop in het kader van een beroep tot nietigverklaring maakt het IX-10.644-4/6 onvermijdelijke lot uit van elke beroepindiener en het staat aan de verzoekende partij om aan te tonen dat zij het resultaat van de procedure tot nietigverklaring niet kan afwachten op straffe van zich in een toestand te bevinden met ernstige schadelijke gevolgen. Het enkele gegeven dat verzoeker voorlopig geen opleidingen met zijn eigen wapens kan geven, is dan ook niet meer dan het griefhoudende gevolg van de bestreden beslissing maar geen bewijs van de spoedeisendheid.
  11. Op welke wijze verzoeker “erg” wordt benadeeld indien de bestreden beslissing niet wordt geschorst en hij dus geen opleidingen kan geven, verzuimt verzoeker te concretiseren.
  12. Voor zover verzoeker vreest dat hij een niet nader gepreciseerde “geruime tijd” zal moeten wachten op een arrest ten gronde en voor zover latere schade gevreesd wordt ingevolge dat tijdsverloop, mag in de eerste plaats worden verwezen naar hetgeen zo-even sub 7 is opgemerkt. Daarenboven moet verzoeker zich er rekenschap van geven dat een vordering tot schorsing luidens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, mag worden ingesteld “op elk moment”.
  13. In zoverre verzoeker ter adstructie van het spoedeisend karakter van de vordering refereert aan de uiteenzetting “onder II.2” over de onwettigheid van de bestreden beslissing, wijst de Raad van State erop dat de ernst van een middel op zich de spoedeisendheid van de vordering niet aantoont. De gegrondheid – minstens de ernst – van de middelen en de spoedeisendheid zijn afzonderlijke voorwaarden.
  14. Verzoekers uiteenzetting toont niet aan dat van hem niet redelijkerwijze verwacht kan worden dat hij het resultaat van zijn annulatieberoep afwacht zonder dat de bestreden beslissing ondertussen in haar tenuitvoerlegging geschorst is. IX-10.644-5/6 Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op negenentwintig april tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.644-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.161 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.