← België

Arrest 263183 - Varia (justitie) - 30/04/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 april 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.183 Rolnummer: A. 244666/IX-10653 Zaak: Arrest 263183 - Varia (justitie) - 30/04/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-05-06 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-16 05:04 Fiche Arrest nr 263.183 van 30 april 2025 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.183 no lien 283057 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 263.183 van 30 april 2025 in de zaak A. 244.666/IX-10.653 In zake:

  1. A.H.
  2. A.H. woonplaats kiezend te tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door:
  3. de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stefaan Verbouwe kantoor houdend te 1150 Brussel Tervurenlaan 270
  4. de minister van Financiën die woonplaats kiest bij de Centrale Rechtskundige Dienst van de FOD Financiën gevestigd te 1030 Brussel North Galaxy - Toren B Koning Albert II-laan 33 bus 15 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
  5. De vordering, ingesteld op 16 april 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de administratieve beslissing van de FOD Financiën / COIV, meegedeeld per e-mail op 21 mei 2024 door [K.V.], waarbij de Belgische Staat zich niet verzet tegen de openbare verkoop van de panden te Oud-Turnhout op basis van uitvoerend beslag door ING België”. IX-10.653-1/7 II. Verloop van de rechtspleging
  6. Bij beschikking van 18 april 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. De beide vertegenwoordigers van de verwerende partij hebben een nota ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 29 april 2025, om 10.00 uur. Staatsraad Jim Deridder heeft verslag uitgebracht. De verzoekende partijen, advocaat Stefaan Verbouwe, die verschijnt voor de eerste vertegenwoordiger van de verwerende partij en adviseur Selim Dedeli, die verschijnt voor de tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten
  8. In een arrest van 8 januari 2020 spreekt het hof van beroep te Antwerpen ten aanzien van de verzoekende partijen, ten belope van bepaalde sommen, de verbeurdverklaring uit van twee woningen te Oud-Turnhout. Met een brief van 15 juli 2020 deelt het parket-generaal te Antwerpen dit arrest mee aan de dienst Findomimmo van de algemene ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.183 IX-10.653-2/7 administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de FOD Financiën (Findomimmo), met het verzoek om de verbeurdverklaring te doen uitvoeren conform de bepalingen van het arrest. Uit de gevraagde hypothecaire inlichtingen blijkt dat beide woningen reeds zijn bezwaard met een hypothecaire inschrijving ten voordele van ING België. Bij beschikking van de beslagrechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 18 april 2024 wordt een notaris aangesteld met als opdracht over te gaan tot de veiling van de woningen en tot de verrichting van de rangregeling. Met een e-mail van 16 mei 2024 vraagt de notaris aan de dienst Findomimmo om informatie met betrekking tot de voormelde panden. De dienst Findomimmo antwoordt hierop in een e-mail van 21 mei 2024 als volgt: “Geachte, Ingevolge ons telefonisch gesprek van afgelopen vrijdag 17 mei maak ik u in bijlage 2 het arrest over van 08/01/2020 waarbij de verbeurdverklaring werd uitgesproken van de 2 woningen: - Woning te Oud-Turnhout, […] werd verbeurd verklaard in hoofde van [de verzoekende partijen], ten belope van 97.439,52€ elk. - Woning te Oud-Turnhout, […] werd verbeurd verklaard in hoofde van [de eerste verzoekende partij] ten belope van 809.973,91€. Op 06/01/2021 werd er verzet aangetekend door een derde (bijlage 3) dat bij arrest van 02/02/2022 (bijlage 4) ongegrond werd verklaard. De verzetsprocedure en verbeurdverklaring zijn definitief. Bijlagen 6 en 7 betreffen een uittreksel waarop te zien is dat de eigendomsoverdracht ingevolge verbeurdverklaring werd doorgevoerd op naam van de Belgische Staat met beherende dienst Findomimmo. De hypothecaire inlichtingen in ons bezit dateren reeds van 26/04/2022 (bijlage 8) maar dit geeft jullie al een beeld van de hypothecaire staat. Daaruit blijkt eveneens dat de verbeurdverklaring werd overgeschreven. Zoals telefonisch meegedeeld zal de Belgische Staat zich niet verzetten tegen de verkoop (per opbod) van de panden ingevolge uitvoerend beslag door ING België. IX-10.653-3/7 Er dient echter wel rekening gehouden te worden met de rechten van de Belgische Staat. Wij wensen eveneens op de hoogte te worden gehouden van het verdere verloop in deze verkoopprocedure. Uiteraard ben ik beschikbaar voor verdere vragen omtrent dit dossier.” Dat is de bestreden beslissing. Op 11 juni 2024 deelt het parket-generaal te Antwerpen aan de dienst Findomimmo en aan de notaris mee dat het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 8 januari 2020 in kracht van gewijsde is getreden op 24 januari
  9. IV. Regelmatigheid van de rechtspleging
  10. De verzoekende partijen hebben op 24 april 2025 ‘conclusies’ en bijkomende stukken neergelegd. Het koninklijk besluit van 19 november 2024 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding en tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (procedurereglement kort geding) voorziet niet in de mogelijkheid om een ‘conclusie’ of nieuwe stukken neer te leggen. Ter terechtzitting blijkt bovendien dat de verzoekende partijen hebben nagelaten om de vertegenwoordigers van de verwerende partij van die conclusie en stukken in kennis te stellen. Zowel de conclusie als de daarbij gevoegde stukken dienen derhalve uit het debat te worden geweerd. In de mate dat de conclusie de weergave vormt van de uiteenzetting van de verzoekende partijen ter terechtzitting, wordt zij als loutere inlichting in aanmerking genomen. IX-10.653-4/7 V. Ontvankelijkheid van de vordering
  11. De beide vertegenwoordigers van de verwerende partij betwisten de ontvankelijkheid van de vordering. Er bestaat vooralsnog geen noodzaak om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over deze excepties dringen zich immers slechts op indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn, hetgeen te dezen, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. VI. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  12. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. Overeenkomstig paragraaf 5 van datzelfde artikel wordt de zaak behandeld bij uiterst dringende noodzakelijkheid en derhalve binnen een termijn van vijftien dagen of minder, wanneer zulks in het opschrift wordt vermeld. VII. Uiterst dringende noodzakelijkheid
  13. De Raad van State heeft in zijn rechtspraak met betrekking tot het vereiste van de uiterst dringende noodzakelijkheid al vaak eraan herinnerd dat de toepassing van de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid een ernstige verstoring teweegbrengt in het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, dat ze de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum beperkt en de uitoefening van de rechten van verdediging van de verwerende partij aanzienlijk in het gedrang brengt. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven. Ze mag slechts worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.183 IX-10.653-5/7 door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. De feiten die de uiterst dringende noodzakelijkheid rechtvaardigen, dienen overeenkomstig artikel 8, § 1, tweede lid, 2°, van het procedurereglement kort geding in het verzoekschrift te worden aangevoerd.
  14. In het verzoekschrift wijden de verzoekende partijen geen enkele bespreking aan de uiterst dringende noodzakelijkheid. De enige overweging die – in een zéér welwillende lezing – met de urgentie in verband zou kunnen worden gebracht is dat zij “met aandrang” verzoeken “deze administratieve beslissing te schorsen en uiteindelijk te vernietigen wegens strijdigheid met fundamentele beginselen van het bestuursrecht en het EVRM”. Of de bestreden beslissing inderdaad ten onrechte instemming betuigt met de verkoop van de twee verbeurdverklaarde onroerende goederen, betreft de voorwaarde van een ernstig middel. De voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid, namelijk de voorwaarde dat de onwettige beslissing de verzoekende partijen gebeurlijk in een zodanig urgente toestand doet belanden dat zelfs een schorsing volgens de gewone schorsingsprocedure nog te laat dreigt te komen, is van de eerste voorwaarde te onderscheiden en laat zich er niet zonder meer toe herleiden. Het staat niet aan de Raad van State om de rechtens vereiste uiterst dringende noodzakelijkheid in de plaats van de verzoekende partijen te formuleren en het dringend karakter van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
  15. De schorsingsvoorwaarde van de uiterst dringende noodzakelijkheid is niet vervuld. IX-10.653-6/7 BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op dertig april tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jim Deridder, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jim Deridder IX-10.653-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.183 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.431 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.