id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.203 Rolnummer: A. 236735/XII-9767 Zaak: Arrest 263203 - Dierenwelzijn - 05/05/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-05-08 Raadplegingen: 177 - laatst gezien 2026-06-19 02:29 Fiche Arrest nr 263.203 van 5 mei 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 263.203 van 5 mei 2025 in de zaak A. 236.735/XII-9767 In zake: W.K. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Coemans kantoor houdend te 3700 Tongeren Sint-Truidersteenweg 240 tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Kristien Vanderheiden kantoor houdend te 3000 Leuven Diestsevest 47 bus 001 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 1 juli 2022, strekt tot de nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing van de afdeling Dierenwelzijn van het Vlaamse Gewest, departement Omgeving, van 2 mei 2022 waarin in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ vijf honden definitief in volle eigendom worden gegeven aan het erkende dierenasiel, dat hiermee instemt. XII-9767-1/5 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 261.611 van 2 december 2024 werd het debat heropend en werd het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat gelast met het verder onderzoek van de zaak. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een aanvullend verslag opgesteld. Dat verslag werd aan verzoekster ter kennis gebracht op 13 december
- Op 12 februari 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoekster de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoekster heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 april
- Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Johnny Sieng, die verschijnt voor verzoekster, en advocaat Jutte Nijs, die loco advocaat Kristien Vanderheiden verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. XII-9767-2/5 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep voorgesteld. Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. Verzoekster heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
- In het verzoek om te worden gehoord zet de raadsman van verzoekster inzonderheid uiteen “dat de afwezigheid van een eerder formeel verzoek tot voortzetting van de procedure te wijten is aan het feit dat [het] dossier, dat omtrent [de] inhoud zowel een strafrechtelijk luik kent als het luik voor uw Raad van State, in zijn totaliteit werd overgedragen aan Mr. Vermassen, dewelke dan vervolgens liet weten enkel het strafrechtelijke luik te zullen behartigen” en dat het “in het kader van de opvolging van de dossiers [is] dat aanvankelijk niet nogmaals formeel werd meegedeeld dat cliënte een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging wenste”.
- Het vermoeden van afstand van geding, dat de wet verbindt aan een niet tijdig verzoek tot voortzetting van de rechtspleging, is een onweerlegbaar XII-9767-3/5 vermoeden dat enkel door het bewijs van overmacht of onoverkomelijke dwaling terzijde geschoven kan worden.
- De vrije keuze om in rechte vertegenwoordigd te worden door een advocaat brengt mee dat verzoekster in beginsel de gevolgen draagt van de fouten of nalatigheden die gebeuren in de uitoefening van het gegeven mandaat. In dit geval brengt verzoekster geen omstandigheden bij die door overmacht of onoverkomelijke dwaling hebben verhinderd dat de betrokken procedurehandeling tijdig zou zijn verricht. De rechtstreekse oorzaak van het niet tijdig indienen van de laatste memorie met verzoek tot voortzetting lijkt volgens verzoekster te liggen in de opvolging van haar dossier, waarbij het strafrechtelijk luik en het luik voor de Raad van State, blijkens haar betoog, door verschillende advocaten wordt behartigd. Te dezen blijkt, nog volgens verzoekster, iets praktisch fout te zijn gelopen bij de opvolging van haar dossier voor de Raad van State.
- Dit probleem van opvolging cq interne organisatie verantwoordt geen overmacht. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 22 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XII-9767-4/5 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vijf mei tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9767-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.203 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.611 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.