← België

Arrest 263222 - Overheidsopdrachten - 07/05/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 07 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.222 Rolnummer: A. 244445/XIV-39767 Zaak: Arrest 263222 - Overheidsopdrachten - 07/05/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-05-08 Raadplegingen: 92 - laatst gezien 2026-06-16 05:04 Fiche Arrest nr 263.222 van 7 mei 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.222 no lien 283083 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 263.222 van 7 mei 2025 in de zaak A. 244.445/XIV-39.767 In zake: de NV T. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rika Heijse kantoor houdend te 9052 Gent Dorpsstraat 1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Dewaele kantoor houdend te 8500 Kortrijk Groeningestraat 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 19 maart 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van -de beslissing van 26 februari 2025 van de Vlaamse Landmaatschappij, waarbij de “Raamovereenkomst Archeologie 2025-2028 (bestek nr. ALG/2024/1) voor perceel 1 “Regio West” aan [een derde] wordt gegund; -de beslissing van 26 februari 2025 van de Vlaamse Landmaatschappij, waarbij de “Raamovereenkomst Archeologie 2025-2028 (bestek nr. ALG/2024/1) voor perceel 2 “Regio Oost” aan [diezelfde derde] wordt gegund.” II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend. XIV-39.767-1/4 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 april 2025 om 14u
  3. Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Advocaat Théa Ergen, die loco advocaat Rika Heijse verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Elloitt Missault, die loco advocaat Pieter Dewaele verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Intrekking van de bestreden beslissingen
  5. Nadat bij beschikking van 21 maart 2025 de terechtzitting over de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid een eerste maal werd vastgesteld op 9 april 2025, werden de bestreden beslissingen ingetrokken door de verwerende partij. De voorliggende vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid ervan, is zonder voorwerp en dienvolgens niet-ontvankelijk IV. Betreffende de rechtsplegingsvergoeding
  6. Er is te dezen grond om overeenkomstig artikel 30/1, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, de verzoekende partij een rechtsplegingsvergoeding toe te kennen nu deze als de in het gelijk gestelde partij dient te worden beschouwd.
  7. Wat de begroting van de omvang van de rechtsplegings-vergoeding betreft, verzoekt de verwerende partij ter terechtzitting ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.222 XIV-39.767-2/4 de rechtsplegingsvergoeding tot het wettelijk minimum te beperken omwille van de verkorte afhandeling van de zaak door de intrekking van de bestreden beslissing. Dit verzoek wordt niet ingewilligd, om de navolgende redenen. Luidens artikel 30/1 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de afdeling Bestuursrechtspraak een rechtsplegingsvergoeding toekennen, die een forfaitaire tegemoetkoming is in de kosten en honoraria van de advocaat van de in het gelijk gestelde partij. Bij een met bijzondere redenen omklede beslissing kan de afdeling Bestuursrechtspraak de vergoeding desgevallend verlagen, zonder daarbij het door de Koning bepaalde minimum-bedrag te overschrijden. In haar beoordeling houdt zij rekening met: 1° de financiële draagkracht van de in het ongelijk gestelde partij, 2° de complexiteit van de zaak, 3° de kennelijk onredelijke aard van de situatie. Deze bepaling somt de criteria op waarmee de Raad van State rekening houdt om al dan niet af te wijken van het toe te kennen basisbedrag. Deze opsomming is limitatief zodat de Raad van State niet op andere gronden mag afwijken van het basisbedrag. Anders dan hoe de verwerende partij het ziet, heeft de procesvoering in hoofde van de raadsman van de verzoekende partij met het indienen van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid en een vertegenwoordiging van de verzoekende partij op de terechtzitting, het normaal verloop van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid gekend. Het aangevoerde argument, voor zover het ter zake zou zijn, verantwoordt bijgevolg geen vermindering van het gevorderde forfaitair bedrag op grond van een van de voormelde wettelijke criteria.
  8. Aan de verzoekende partij wordt het basisbedrag van 770 euro toegekend. BESLISSING
  9. De Raad van State verwerpt de vordering. XIV-39.767-3/4
  10. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zeven mei tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.767-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.222 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.