← België

Arrest 263236 - Varia (economische zaken) - 08/05/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.236 Rolnummer: A. 244281/XIV-39755 Zaak: Arrest 263236 - Varia (economische zaken) - 08/05/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-05-08 Raadplegingen: 89 - laatst gezien 2026-06-16 05:04 Fiche Arrest nr 263.236 van 8 mei 2025 Economische zaken - Varia (economische zaken) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIVe KAMER nr. 263.236 van 8 mei 2025 in de zaak A. 244.281/XIV-39.755 In zake: de WELZIJNSVERENIGING (WV) ZORGPUNT WAASLAND bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stéphanie Taelemans kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Rik Devloo kantoor houdend te 8500 Kortrijk Koning Albertstraat 24/1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 27 februari 2025, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van het besluit van de Vlaamse regering van 20 december 2024 ‘tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, wat betreft de verhoging en indexering van de aanschafprijs.’ II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 28 februari 2025 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 april
  3. XIV-39.755-1/8 De nota met opmerkingen en het administratief dossier werden ingediend overeenkomstig de procedurekalender. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. Kamervoorzitter Geert Debersaques heeft verslag uitgebracht. Advocaten Stéphanie Taelemans en Gaston Van Tichelt, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaat Karien Loontjens, die loco advocaat Rik Devloo verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Op 20 december 2024 wordt het besluit van de Vlaamse regering ‘tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, wat betreft de verhoging en indexering van de aanschafprijs’, genomen. Dit is het bestreden besluit. De afdeling Wetgeving van de Raad van State omschrijft in zijn advies nr. 77.283/1 van 13 december 2024 over het ontwerp, de strekking en rechtsgrond als volgt: “STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP XIV-39.755-2/8
  6. Het om advies voorgelegde ontwerp van besluit brengt wijzigingen aan in het koninklijk besluit van 12 december 2001 ‘betreffende de dienstencheques’, met als doel de aanschafprijs van dienstencheques te verhogen met 1 euro. Bijgevolg zal die 10 euro per dienstencheque bedragen voor de eerste 400 dienstencheques per kalenderjaar en 11 euro voor elke dienstencheque die het aantal van 400 per kalenderjaar overschrijdt. Daarnaast wordt de aanschafprijs gekoppeld aan de inflatie, waardoor de prijs verhoogt met 1 euro telkens de spilindex vijf maal is overschreden. Ook in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 ‘tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende dienstencheques, wat betreft de digitalisering’, worden wijzigingen aangebracht. Die hebben als gevolg dat ongebruikte, nog geldige dienstencheques die voor 1 januari 2025 werden aangekocht, vanaf de inwerkingtreding van de voorliggende regeling niet kunnen omgeruild worden voor dienstencheques met een hogere aanschafwaarde.
  7. De ontworpen regeling vindt rechtsgrond in artikel 4, eerste lid, van de wet van 20 juli 2001 ‘tot bevordering van buurtdiensten en -banen’ waarnaar wordt verwezen in de rubriek ‘Rechtsgrond’ van de aanhef.” 3.
  8. Op 30 december 2024 wordt het bestreden besluit bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Het treedt in werking op 1 januari
  9. IV. Ontvankelijkheid van de vordering
  10. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. V. Schorsingsvoorwaarden
  11. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van deze beslissing prima facie kan worden verantwoord. XIV-39.755-3/8 VI. Spoedeisendheid Uiteenzetting in het verzoekschrift
  12. De verzoekende partij zet in het enig verzoekschrift onder het kopje ‘III. Feiten die het bevelen van de schorsing verantwoorden’ het volgende uiteen: “
  13. Een beslissing over de wettelijkheid van het bestreden besluit is spoedeisend.
  14. Naar aanleiding van het bestreden besluit worden in de verschillende paritaire comités alsook in Comité C1 besprekingen gevoerd over de implementatie ervan. Daar waar de werknemersvertegenwoordiging zich aansluit bij het bestreden besluit dat de één euro kostprijsverhoging van de dienstencheques integraal moet toekomen aan de verbetering van de loon- en arbeidsvoorwaarden van alle dienstenchequemedewerkers, staan de werkgevers om bovenvermelde redenen uiteraard op de rem. Het een en ander kan geïllustreerd worden door de opmaak door het gemeenschappelijk vakbondsfront van ACV, ABVV en ACLVB van de webpagina www.eeneuroiseeneuro.be.
  15. Binnen de organisatie van indiener van onderhavig verzoekschrift leidt het een en ander uiteraard tot ongerustheid en vertwijfeling over het afgesproken ‘loonhuis’ voor de heel organisatie. De onderlinge relaties staan dan ook onder druk.
  16. Een uitspraak is spoedeisend omdat het syndicaal overleg momenteel plaats vindt, en geleid wordt door de bestreden beslissing waarin de 1 euro moet doorvloeien naar de poetsmedewerkers. Een uitspraak over de nietigverklaring zal te laat komen omdat het syndicaal overleg dan al zal doorlopen zijn, met het gevolg dat verzoekende partij die 1 euro zal moeten toekennen aan haar poetspersoneel dat werkt onder het dienstenchequestelsel, hetgeen een ongelijkheid creëert met de andere poets- en vergelijkbare medewerkers in dienst van verzoekende partij.” Beoordeling
  17. Zoals sub 5 in herinnering is gebracht, kan krachtens artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden bevolen indien, onder meer, “de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring”. Het komt er voor een verzoekende partij die beweert dat de zaak te spoedeisend is om de uitkomst van het annulatieberoep te kunnen afwachten, op aan om van die urgentie te overtuigen aan de hand van de concrete feiten die zij in XIV-39.755-4/8 haar vordering aanvoert. Dit houdt in dat het aan deze partij toevalt om op de omstandigheden van haar zaak betrokken, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen waarom de nadelige gevolgen die een tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing voor haar persoonlijk veroorzaakt, niet kunnen worden gedragen gedurende de gewone doorlooptijd van de annulatieprocedure en waarom de afloop van deze procedure bijgevolg niet afgewacht kan worden. Die gegevens moeten door de verzoekende partij worden onderbouwd op een wijze die de Raad van State toelaat om ze te verifiëren, zodat hij kan aftoetsen of ze de beweerde spoedeisendheid inderdaad verantwoorden. De spoedeisendheid van de zaak wordt niet vermoed, welke ook de aard van de bestreden beslissing is.
  18. In essentie voert de verzoekende partij aan dat, gelet op het lopende syndicale overleg – waaronder in het Comité C1 waaronder zijzelf ressorteert – over het toewijzen van de één euro aan de poetshulpen, de uitspraak spoedeisend is omdat een uitspraak over de nietigverklaring pas zal tussenkomen als het syndicaal overleg al is doorlopen. Dat heeft volgens de verzoekende partij tot gevolg dat zij die één euro zal moeten toekennen aan haar poetspersoneel dat werkt onder het dienstenchequestelsel, hetgeen een ongelijkheid creëert met andere poets- en vergelijkbare medewerkers in haar dienst. Het nadeel waarop de verzoekende partij zich beroept heeft dus in essentie betrekking op haar financiën, c.q. financiële middelen of vermogen en de impact op haar interne werking. De verzoekende partij beroept zich derhalve in wezen op een financieel-economisch nadeel. Een dergelijk nadeel verantwoordt evenwel in de regel de spoedeisendheid niet. Het voorgaande neemt niet weg dat op grond van bijzondere redenen er toch van spoedeisendheid sprake is wanneer blijkt dat de verzoekende partij niet kan wachten op een uitspraak ten gronde. Zo is er sprake van een financiële bijzondere omstandigheid als de activiteiten, concurrentiepositie en zelfs het voortbestaan van de verzoekende partij op die manier op een ernstige wijze in gevaar worden gebracht. Het komt dan de verzoekende partij toe om concrete, op haar situatie betrokken gegevens aan te brengen om de spoedeisendheid aan te tonen. XIV-39.755-5/8 Op dat punt komt de verzoekende partij tekort aan haar bewijsplicht zoals hierna zal blijken. Zij verzuimt ter zake enig bewijskrachtig stuk over te leggen omtrent haar huidige financiële situatie – hoewel zij op grond van inzonderheid artikel 490 van het decreet van 22 december 2017 ‘over het lokaal bestuur’ gehouden is tot de opmaak van een meerjarenplan en een jaarrekening – en de weerslag van de bestreden beslissing hierop. Evenmin betrekt zij bij haar betoog het gegeven dat, overeenkomstig artikel 477, 11° van datzelfde decreet, de overgelegde statuten vermelden dat het eventueel tekort van de verzoekende partij wordt gedragen door de deelgenoten overeenkomstig de verdeelsleutel opgenomen in het meerjarenplan, noch zet zij op enige wijze uiteen, of maakt zij enigszins inzichtelijk waarom de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit haar concrete bedrijfsvoering op een ernstige wijze in gevaar brengt. Zij laat aldus na om enig concreet, precies en verifieerbaar gegeven of stukken bij te brengen waaruit zou kunnen blijken dat haar werking, financieel evenwicht of bedrijfsvoering op onherstelbare wijze in het gedrang komt zodat van haar niet kan worden verwacht dat zij dit nadeel lijdt in afwachting van een vernietigingsprocedure. Los van de vraag of er een causaal verband bestaat tussen de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit en het vermogen en/of de bedrijfsvoering van de verzoekende partij, kan de Raad van State aldus dit argument niet op zijn merites onderzoeken, inzonderheid wat de omvang ervan betreft en de weerslag ervan op het financiële evenwicht en de bedrijfsvoering.
  19. Het standpunt van de verzoekende partij dat een beslissing over de wettelijkheid van het bestreden besluit spoedeisend is, vindt geen steun in artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dat de grondvoorwaarden bevat voor het bevelen van de schorsing van de tenuitvoerlegging van een akte of een reglement, ongeacht de aard ervan. In ieder geval wordt opgemerkt dat het louter uitvoerbaar karakter van een bestreden beslissing en de daaruit voortvloeiende gevolgen, op zich niet voldoende zijn om de spoedeisendheid te staven. XIV-39.755-6/8 Voorts volstaat de, volgens de verzoekende partij bestaande, mogelijkheid dat de doorlooptijd tot gevolg zal hebben dat het syndicaal overleg volgend op het bestreden besluit haar volledige uitwerking zal hebben gekend op het ogenblik van een eventuele uitspraak over het beroep ten gronde, op zich niet om de spoedeisendheid ipso facto aan te tonen. Overigens moet de verzoekende partij zich er rekenschap van geven dat een vordering tot schorsing luidens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, mag worden ingesteld “op elk moment” en dus niet noodzakelijk meer, zoals de verzoekende partij deed, in een “enig verzoekschrift” samen met het beroep tot nietigverklaring. Tot slot raakt het argument dat de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een ongelijkheid zal creëren onder haar personeelsleden, de ernst van de wettigheidskritiek. De voorwaarde van de spoedeisendheid is van die voorwaarde te onderscheiden en laat zich er niet zonder meer toe herleiden.
  20. Uit wat voorafgaat, volgt dat de verzoekende partij geen overtuigende en gestaafde redenen aanvoert waarom zij het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten. VII. Conclusie
  21. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. XIV-39.755-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op acht mei tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, Patricia De Somere, staatsraad, Inge Vos, staatsraad, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Geert Debersaques XIV-39.755-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.236 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.