id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.297 Rolnummer: A. 243380/IX-10575 Zaak: Arrest 263297 - Examens (onderwijs) - 14/05/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-05-22 Raadplegingen: 85 - laatst gezien 2026-06-16 05:06 Fiche Arrest nr 263.297 van 14 mei 2025 Onderwijs en cultuur - Examens (onderwijs) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.297 no lien 283151 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 263.297 van 14 mei 2025 in de zaak A. 243.380/IX-10.575 In zake : M.H. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Mina Boel kantoor houdend te 2890 Puurs-Sint-Amands Lippelodorp 19 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door scholengroep Scoop bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Marc Stommels en Jan Fransen kantoor houdend te 2630 Aartselaar Groenenhoek 61 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 1 november 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de beroepscommissie van scholengroep Scoop van het Gemeenschapsonderwijs van 4 september 2024, waarbij aan verzoeker een oriënteringsattest C wordt toegekend. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. Adjunct-auditeur Nino Vermeire heeft overeenkomstig artikel 11/5 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.297 IX-10.575-1/4 de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’ meegedeeld dat hij geen verslag over het beroep tot nietigverklaring zal neerleggen. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de waarnemend voorzitter van de IXe kamer bij beschikking van 11 februari 2025 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 31 maart
- Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Afstand
- Met een brief van 15 januari 2025 verklaart verzoeker dat hij “afstand doet van het geding”. IV. Kosten
- In datzelfde schrijven vraagt verzoeker “de rechtsplegings-vergoeding volledig kwijt te schelden op basis van artikel 30/1, § 2 tweede lid van de Gecoördineerde Wetten op de Raad van State, nu er nog geen procedurestukken zijn uitgewisseld en verwerende partij door uw Raad nog niet in kennis werd gesteld van het ingediende verzoekschrift”. In “ondergeschikte orde” IX-10.575-2/4 vraagt hij “de rechtsplegingsvergoeding te reduceren tot het absolute minimum nu [hij] geniet van juridische tweedelijnsbijstand”. 5.
- Verzoeker ziet het juist dat de gedingkosten te zijnen laste moeten worden gelegd. 5.
- In zijn argumentatie om de rechtsplegingsvergoeding te doen kwijtschelden, vergist verzoeker zich tweemaal. Een eerste keer omdat het inleidend verzoekschrift op 26 november 2024 aan de verwerende partij ter kennis werd gebracht. Een tweede keer omdat, vooraleer de brief van verzoeker over de afstand van het geding door de diensten van de griffie van de Raad van State aan de verwerende partij kon worden overgemaakt, de laatstgenoemde op 21 januari 2025 een memorie van antwoord heeft ingediend. Er bestaat bijgevolg geen reden om op de vraag tot kwijtschelding in te gaan. 5.
- Wel is aan verzoeker het voordeel van de kosteloze rechtspleging verleend, zodat de rechtsplegingsvergoeding overeenkomstig artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State op het door de Koning bepaalde minimale bedrag wordt vastgelegd. BESLISSING
- De Raad van State verleent akte van de afstand.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegings- van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. IX-10.575-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op veertien mei tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jurgen Neuts, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jurgen Neuts IX-10.575-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.297 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div