id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.298 Rolnummer: A. 241879/IX-10468 Zaak: Arrest 263298 - Varia (justitie) - 14/05/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-02 Raadplegingen: 112 - laatst gezien 2026-06-16 05:06 Fiche Arrest nr 263.298 van 14 mei 2025 Justitie - Varia (justitie) Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 263.298 van 14 mei 2025 in de zaak A. 241.879/IX-10.468 In zake : K.B. woonplaats kiezend te tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 22 april 2024, strekt tot de nietigverklaring van “de beschikking van de Beslagrechter in de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 23 februari 2024 om over te gaan tot de openbare verkoop bij uitvoerend beslag van [onder meer verzoeksters] eigendom gelegen te […]”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 261.682 van 9 december 2024 wordt de door de huidige verzoekende partij ingestelde vordering tot schorsing als niet verricht beschouwd. Bij hetzelfde arrest worden het beroep tot nietigverklaring en de vordering tot schorsing, ingesteld door de oorspronkelijke eerste verzoekende partij, verworpen. IX-10.468-1/5 Adjunct-auditeur Christiaan Lesaffer heeft een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 31 maart
- Staatsraad Jim Deridder heeft verslag uitgebracht. Adjunct-auditeur Christiaan Lesaffer, gemachtigd om ter terechtzitting advies te verlenen, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Rechtsmacht van de Raad van State
- Uit het verzoekschrift en de daarbij gevoegde stukken blijkt dat verzoekster met huidig beroep de nietigverklaring vordert van de beschikking van kamer Abe2 (beslagrechter) van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, van 23 februari 2024 in de zaak met rolnummer 24/536/B. In die beschikking wordt een notaris aangesteld in het kader van een uitvoerend beslag op een onroerend goed dat eigendom is van onder meer verzoekster en dit naar aanleiding van een fiscaal geschil tussen onder meer verzoekster en de federale overheidsdienst Financiën.
- Artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State luidt: IX-10.468-2/5 “Indien het geschil niet door de wet aan een ander rechtscollege wordt toegekend, doet de afdeling uitspraak, bij wijze van arresten, over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen: 1° van de onderscheiden administratieve overheden; 2° van de wetgevende vergaderingen of van hun organen, daarbij inbegrepen de ombudsmannen ingesteld bij deze assemblees, van het Rekenhof en van het Grondwettelijk Hof, van de Raad van State en de administratieve rechtscolleges evenals van organen van de rechterlijke macht en van de Hoge Raad voor de Justitie, met betrekking tot overheidsopdrachten en leden van hun personeel, evenals de aanwerving, de aanwijzing, de benoeming in een openbaar ambt of de maatregelen die een tuchtkarakter vertonen. De in het eerste lid bedoelde onregelmatigheden geven slechts aanleiding tot een nietigverklaring als ze, in dit geval, een invloed konden uitoefenen op de draagwijdte van de genomen beslissing, de betrokkenen een waarborg hebben ontnomen of als gevolg hebben de bevoegdheid van de steller van de handeling te beïnvloeden. Artikel 159 van de Grondwet is eveneens van toepassing op de in het eerste lid, 2°, bedoelde akten en reglementen.” Overeenkomstig deze bepaling is de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State slechts bevoegd om kennis te nemen van een beroep tot nietigverklaring, indien de bestreden beslissing kan worden beschouwd, hetzij als een handeling van een administratieve overheid, in de zin van voormeld artikel 14, § 1, eerste lid, 1°, hetzij als een handeling van één van de overheden opgesomd in voormeld artikel 14, § 1, eerste lid, 2°, voor zover het in het laatste geval gaat om een handeling met betrekking tot een overheidsopdracht of met betrekking tot een lid van het personeel van de betrokken overheid, evenals de aanwerving, de aanwijzing of de benoeming in een openbaar ambt of maatregelen die een tuchtkarakter vertonen. Noch voornoemd artikel 14, noch enige andere grondwets- of wetsbepaling verleent de Raad van State de bevoegdheid om uitspraak te doen over een beroep tot nietigverklaring gericht tegen een beschikking van een rechtscollege dat behoort tot de rechterlijke macht, zoals te dezen een beschikking van de beslagrechter in de rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen. IX-10.468-3/5 De Raad van State is ook niet bevoegd om, in de plaats van de hoven en rechtbanken van de rechterlijke macht, kennis te nemen van geschillen over burgerlijke rechten. De betwistingen inzake de toepassing van een belastingwet behoren, overeenkomstig artikel 569, eerste lid, 32°, van het Gerechtelijk Wetboek, zoals aangevuld bij artikel 4 van de wet van 23 maart 1999 ‘betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken’, tot de uitsluitende bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg. Uit het in samenhang lezen van artikel 569, eerste lid, 32°, en artikel 632 van het Gerechtelijk Wetboek blijkt dat een geschil dat betrekking heeft op de toepassing van een belastingwet in de meest ruime zin moet worden opgevat. Blijkens de parlementaire voorbereiding van de voormelde wet van 23 maart 1999, is het de bedoeling van de wetgever geweest om het fiscaal contentieux, met uitzondering van de betwisting van normatieve fiscale bepalingen, volledig te integreren in de rechterlijke macht. De Raad van State is alleen nog maar bevoegd voor “normatieve fiscale rechtshandelingen”. Alle andere fiscale geschillen behoren tot de exclusieve bevoegdheid van de rechterlijke macht. Die exclusieve bevoegdheid van de rechtbank van eerste aanleg voor geschillen over individuele fiscale rechtshandelingen sluit de algemene residuaire bevoegdheid van de Raad van State uit.
- Uit wat voorafgaat blijkt dat de Raad van State niet bevoegd is om van het door verzoekster ingestelde beroep tot nietigverklaring kennis te nemen.
- Het auditoraat heeft terecht geoordeeld dat het door verzoekster ingestelde beroep kan worden afgedaan met een kort debat in de zin van artikel 93, eerste lid, van het voornoemde besluit van de Regent van 23 augustus
- BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. IX-10.468-4/5
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op veertien mei tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Jim Deridder, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Jim Deridder IX-10.468-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.298 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.261.682 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div