← België

Arrest 263333 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 16/05/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.333 Rolnummer: A. 242951/VII-42642 Zaak: Arrest 263333 - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen - 16/05/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-02 Raadplegingen: 105 - laatst gezien 2026-06-16 05:08 Fiche Arrest nr 263.333 van 16 mei 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Bouwvergunningen en gemengde vergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 263.333 van 16 mei 2025 in de zaak A. 242.951/VII-42.642 In zake : M.P. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Eddy Vanden Heuvel kantoor houdend te 1800 Vilvoorde Grote Markt 14 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de PROVINCIE VLAAMS-BRABANT -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het cassatieberoep

  1. Het cassatieberoep, ingesteld op 12 september 2024, strekt tot de cassatie van het arrest nr. RvVb-A-2324-0973 van 8 augustus 2024 van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking nr. 16.067 van 22 oktober 2024 wordt het cassatieberoep toelaatbaar verklaard. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. De memorie van antwoord werd op 31 december 2024 aan verzoeker ter kennis gebracht. De hoofdgriffier heeft daarbij melding gemaakt van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en van artikel 15, § 1 van het koninklijk besluit van 30 november VII-42.642-1/3 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Verzoeker heeft binnen de termijn van dertig dagen, gesteld in artikel 14 van voornoemd koninklijk besluit, geen memorie van wederantwoord aan de griffie toegezonden. De hoofdgriffier heeft verzoeker en de verwerende partij op respectievelijk 6 maart 2025 en 10 maart 2025 ter kennis gebracht dat de ontstentenis van het vereiste belang zal worden vastgesteld tenzij een partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord. Geen partij heeft binnen deze termijn gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Ontstentenis van belang Verzoeker getuigt niet van het vereiste belang bij het cassatieberoep. BESLISSING
  4. De Raad van State verwerpt het beroep.
  5. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro. VII-42.642-2/3 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zestien mei tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Francis Van Nuffel, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Bart Tettelin, griffier. De griffier De voorzitter Bart Tettelin Francis Van Nuffel VII-42.642-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.333 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.