← België

Arrest 263339 - Sluitingen van vestigingen - 16/05/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.339 Rolnummer: A. 241577/X-18634 Zaak: Arrest 263339 - Sluitingen van vestigingen - 16/05/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-05-26 Raadplegingen: 108 - laatst gezien 2026-06-16 05:08 Fiche Arrest nr 263.339 van 16 mei 2025 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 263.339 van 16 mei 2025 in de zaak A. 241.577/X-18.634 In zake : de VOF R. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Maxim Mittenaere kantoor houdend te 8500 Kortrijk Peter Benoitstraat 7/8 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD KORTRIJK bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dirk Van Heuven kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 29 maart 2024, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Kortrijk van 22 januari 2024 waarbij de hernieuwing van de uitbatingsvergunning voor een nachtwinkel uitgebaat door de verzoekende partij geweigerd wordt. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een verslag opgesteld. X-18.634-1/11 De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 maart 2025. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Roland Mittenaere, die loco advocaat Maxim Mittenaere verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Dirk Van Heuven, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verzoekende partij baat een nachtwinkel uit, gelegen te Marke. 3.2. Op 9 december 2019 wordt haar, overeenkomstig artikel 357 van de van toepassing zijnde politieverordening, een uitbatingsvergunning verleend met een geldigheidsduur van vier jaar. 3.3. Op 10 november 2023 vraagt de verzoekende partij een hernieuwing van de uitbatingsvergunning aan. 3.4. Op 27 december 2023 verleent de Politiezone Vlas een negatief advies “inzake de aanvraag uitbatingsvergunning, dit op basis van Artikel 357, §3, 4°

  1. b)en c)”. Dit advies steunt op de volgende vaststellingen: X-18.634-2/11 “Politionele databanken In onze algemene nationale politionele databanken zien wij dat [K.M.] in 2019 gekend is voor witwassen / criminele organisatie / andere inbreuken. in 2020 gekend is voor andere inbreuken / drugs verkopen / wapens en munitie / bijzondere wet inzake arbeid /inbreuken inzake sluikwerk/zwartwerk. De genoemde gerechtelijke feiten zijn al dan niet getoetst aan gerechtelijk vervolg. De inhoud van de ‘andere inbreuken’ betreffen: het niet-naleven van de wet op de openingsuren in huidige nachtwinkel. (PV: KO.61.L1.017924/2019 dd 06/09/2019 en KO.61.L1.021984/2019 dd 28/10/2019. Inzake wapens en munitie zijn de feiten gekend onder PV nummer KO.36.L1.021895/2019 dd 28/10/2019. Dit dossier werd geklasseerd door onvoldoende bewijs. Strafregister Op betrokkene zijn strafregister zien we een eerste veroordeling: Wij nemen contact op met het Arbeidsauditoraat te Antwerpen en verkrijgen de twee vonnissen inzake de bijzondere wet inzake arbeid en het sluikwerk/zwartwerk waarvoor betrokkene in onze politionele databank gekend is. Wij verkrijgen daarbij twee vonnissen van de veroordeling die betrokkene opliep inzake sociale fraude. Het volledige uittreksel van het strafregister van [K.M.] is gevoegd als bijlage 2. Beide vonnissen zijn gevoegd als bijlage 3 en 4. Op het strafregister staat tevens een tweede veroordeling inzake criminele organisatie: X-18.634-3/11 Deze veroordeling vermeld op het strafregister heeft betrekking tot de feiten gekend in onze politionele databanken witwassen / criminele organisatie / drugs verkopen. [K.M.] werd niet afzonderlijk veroordeeld wegens inbreuken op de drugwetgeving, maar de criminele organisatie is welomschreven als een organisatie die zich inhoud[t] met drugdelicten en witwasdelicten (cash travelling en ondergronds bankieren). Een afschrift van het vonnis is gevoegd als bijlage 5.” 3.5. Bij besluit van 22 januari 2024 weigert het college van burgemeester en schepenen de uitbatingsvergunning te verlengen. Dit is het bestreden besluit, dat als volgt wordt gemotiveerd: “Argumentatie De volgende onderzoeken werden gevoerd: 1. ruimtelijke ligging De nachtwinkel is niet gelegen binnen een straal van 400 meter van een andere vergunde nachtwinkel. 2. brandveiligheidsonderzoek De brandweer meldt op 23 december 2023 dat het brandveiligheidsonderzoek niet kon plaatsvinden. Een collega van de brandweer belde de betrokkene verschillende malen op, zonder reactie. De brandweer ging ook ter plaatse aanbellen ook zonder reactie. De brandweer heeft het dossier verder geklasseerd en heeft een brief verstuurd met verdere instructies naar het kabinet. Er is dus geen brandveiligheidsonderzoek gebeurd. 3. financieel onderzoek Er werd advies gevraagd aan de dienst financiën. De dienst financiën meldde op 16 januari 2024 dat er geen openstaande facturen of gemeentebelastingen zijn […]. 4. stedenbouwkundig onderzoek Er werd advies gevraagd aan Team BMW met betrekking tot het stedenbouwkundig onderzoek. Team BMW meldde op 29 november 2023 het volgende: Het betreft een pand gekend als handel + woning. Nachtwinkels vallen eveneens onder de functie handel, er is dus geen sprake van een functiewijziging. Er is vanuit stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaar tegen het vestigen van een nachtwinkel op deze plaats. Er is geen stedenbouwkundige vergunning nodig tenzij vergunningsplichtige/constructieve werken uitgevoerd zouden worden aan het betreffende pand. Op 3/1/2022 werd een weigering uitgesproken m.b.t. het plaatsen van publiciteit […] X-18.634-4/11 5. moraliteitsonderzoek Er werd advies gevraagd aan PZ Vlas met betrekking tot het moraliteitsonderzoek. PZ Vlas meldde op 21 december 2023 dat de verantwoordelijke uitbater aan de hand van de criteria zoals bepaald in APV Art. 357 §3, 4°
  2. b)en c van de Algemene Politieverordening van de stad Kortrijk - moraliteitsonderzoek geen uitbatingsvergunning kan krijgen voor de uítbating van een nachtwinkel. 6. onderzoek naar de vestigingsformaliteiten o [De verzoekende partij] beschikt over een ondernemingsnummer […] en een vestigingsnummer […] voor deze locatie. […] Besluit Punt 1. In overeenstemming met de bepalingen van de Algemene Politieverordening van de Stad Kortrijk (artikel 357) geen verlenging te verlenen voor de uitbatingsvergunning van de nachtwinkel aan [de verzoekende partij]. […] Bijlagen 1 advies Brandweer - nachtwinkel [R.].pdf 2. advies politie - nachtwinkel [R.].pdf” 3.6. Bij aangetekende brief verzonden op 1 februari 2024 wordt de verzoekende partij van deze beslissing op de hoogte gebracht. De bijlagen met het advies van de brandweer en het advies van de politie maken geen deel uit van die kennisgeving. IV. Onderzoek van de middelen Standpunt van de partijen 4. De verzoekende partij voert drie middelen aan, die hierna gezamenlijk worden toegelicht. 5.1. In een eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van de materiëlemotiveringsplicht, om reden dat de bestreden beslissing steunt op twee bijlagen die weliswaar worden vermeld, maar die aan de verzoekende partij niet werden overgemaakt, zodat de erin vervatte motieven haar niet zijn gekend. X-18.634-5/11 Specifiek wat het moraliteitsonderzoek betreft, vermoedt de verzoekende partij dat dit te maken heeft met het uittreksel uit het strafregister dat door haar gevoegd werd bij de uitbatingsaanvraag, en waarop twee veroordelingen staan vermeld. De eerste veroordeling dateert van 2018 en was door de verwerende partij reeds gekend bij de toekenning van de vergunning in 2019. De andere veroordeling dateert van 2020 en heeft betrekking op feiten die dateren van vóór het toekennen van de vergunning in 2019. In haar memorie van wederantwoord beklemtoont zij dat de veroordeling van 2020 betrekking heeft op feiten die hoofdzakelijk en exclusief gesitueerd zijn in de periode van vóór de toekenning van de vorige vergunning. 5.2. In een tweede middel voert de verzoekende partij de schending aan van het zorgvuldigheidsbeginsel. In het verzoekschrift beperkt de verzoekende partij zich tot het formuleren van een voorbehoud, omdat bij gebreke aan kennis aangaande de bijlagen nog niet kan worden nagegaan in welke mate het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden. Na kennisname van de bijlage met het advies van de brandweer voert de verzoekende partij in de memorie van wederantwoord aan dat haar bestuurder inderdaad afwezig is geweest, maar dat na telefonisch contact met de brandweer bleek dat “de bal in het kamp ligt van verwerende partij”. Enkel de stad Kortrijk kan een brandweeronderzoek bevelen, en de verzoekende partij kan dit niet aanvragen. De verzoekende partij stelt dat zij er in die omstandigheden van mocht uitgaan dat de verwerende partij een nieuw brandonderzoek zou bevelen. De verwerende partij handelde dan ook onzorgvuldig door geen nieuwe aanvraag bij de brandweer in te dienen. 5.3. In een derde middel voert de verzoekende partij de schending aan van het evenredigheidsbeginsel. Uiteengezet wordt dat de bestreden beslissing een permanente sluiting van de nachtwinkel tot gevolg heeft, wat onevenredig is in X-18.634-6/11 het licht van de eventuele voordelen voor de maatschappelijke belangen op het vlak van openbare orde en veiligheid. 6.1. In haar memorie van antwoord betoogt de verwerende partij dat de verzoekende partij geen belang heeft bij het eerste middel. Zij richt haar kritiek immers enkel tegen het politieadvies, terwijl het motief van het ontbrekende brandveiligheidsonderzoek evenzeer dragend is. Bovendien maakt de loutere omstandigheid dat de motieven slechts terug te vinden zijn in het administratief dossier en niet voldoende transparant worden gesteld in de bestreden beslissing zelf of in de met de bestreden beslissing meegezonden documenten, geen schending uit van de materiëlemotiveringsplicht. Voorts merkt de verwerende partij op dat het brandweeradvies niets meer zegt dan de uiteenzetting in de bestreden beslissing zelf, terwijl de verzoekende partij wel degelijk blijkt te weten waarom het politieadvies negatief is. Ten slotte betoogt zij dat de verzoekende partij niet kan betwisten dat de veroordelingen van 11 juni 2018 en 8 oktober 2020 reëel zijn. De tweede veroordeling kwam er bovendien pas nadat de eerste uitbatingsvergunning werd verleend en betreft feiten die betrekking hebben op de periode tot 31 december 2019. 6.2. Betreffende het tweede middel werpt de verwerende partij op dat de verzoekende partij bij dit middel geen belang heeft, omdat het negatief advies van de brandweer in de bestreden beslissing werd samengevat. Ook ten gronde betwist de verwerende partij dat enige onzorgvuldigheid werd begaan. 6.3. Ten aanzien van het derde middel roept de verwerende partij in dat de verzoekende partij evenmin belang heeft bij dit middel, omdat de kritiek enkel is gericht tegen het onderdeel dat betrekking heeft op het politieadvies. X-18.634-7/11 Sowieso is het volgens de verwerende partij niet in strijd met het evenredigheidbeginsel om een uitbatingsvergunning te weigeren bij afwezigheid van een brandveiligheidsonderzoek en/of wegens een recente strafrechtelijke veroordeling. Beoordeling 7. De bestreden beslissing maakt melding van twee motieven die de gevraagde verlenging van de uitbatingsvergunning in de weg staan: het negatief advies van de politiezone VLAS en de vaststelling dat geen brandweeronderzoek is gebeurd. 8. Te dezen kan hieruit niet zonder meer worden afgeleid dat de vaststelling dat geen brandveiligheidsonderzoek is gebeurd, op zich als “dragend” motief moet worden beschouwd. 9. De Raad van State kan zich in casu beperken tot het onderzoek van de deugdelijkheid van het dragende motief inzake het moraliteitsonderzoek. 10. Artikel 357 van de algemene politieverordening bepaalt dat de uitbatingsvergunning enkel kan worden verleend na een administratief onderzoek dat onder meer een moraliteitsonderzoek omvat. Het moraliteitsonderzoek bestaat luidens artikel 357, § 3, 4°, van de algemene politieverordening uit: “
  3. a)een onderzoek naar ernstige aanwijzingen, vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, voor inbreuken op de zedelijkheid voor het exploiteren van een drankgelegenheid zoals bepaald in de WETSBEPALINGEN van 3 april 1953 inzake de slijterijen van gegiste dranken, samengeordend op 3 april 1953, en het Koninklijk Besluit van 4 april 1953 tot regeling van de uitvoering van de wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken, samengeordend op 3 april 1953;
  4. b)een onderzoek naar recente ernstige aanwijzingen, vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, voor inbreuken op de wet op het X-18.634-8/11 racisme en of de xenofobie en of tegen de drugswetgeving en of een veroordeling opgelopen wegens daden van weerspannigheid ten overstaan van de politie of andere overheidsdiensten;
  5. c)onderzoek of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude;
  6. d)een onderzoek of er ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van giftstoffen slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt; Het moraliteitsonderzoek wordt, al naargelang het geval, uitgevoerd op de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, op de uitbater, op de organen en/of vertegenwoordigers van de exploitant en op de natuurlijke personen die in feite belast zijn met de exploitatie. Deze personen dienen meerderjarig te zijn en een uittreksel uit het strafregister voor te leggen, een uittreksel uit het strafregister van het land van de woonplaats of een hieraan gelijkwaardig document desgevallend behoorlijk beëdigd vertaald. Voor andere personen die in welke hoedanigheid ook deelnemen of zullen deelnemen aan de uitbating van de instelling, dient de uitbater aan te tonen dat niemand van hen valt onder de weigeringsgronden verwoord onder
  7. a)t.e.m. d).” 11. De bestreden beslissing beperkt zich tot de verwijzing naar het negatief advies van de Politiezone Vlas van 27 december 2023, dat op zijn beurt verwijst naar feiten uit 2019 en 2020, een vonnis van de correctionele rechtbank, afdeling Antwerpen, van 11 juni 2018 – gewezen op verzet tegen een vonnis van 12 oktober 2010 voor feiten in 2008 – en een vonnis van de correctionele rechtbank, afdeling Antwerpen, van 8 oktober 2020. 12. Een veroordeling die geen bezwaar bleek om de initiële uitbatingsvergunning van 9 december 2019 te verlenen, kan vier jaar later bezwaarlijk de weigering van de verlenging van die uitbatingsvergunning verantwoorden. 13. Voorts volstaat een loutere verwijzing naar een negatief advies van de politie niet om tot het besluit te komen “dat de verantwoordelijke uitbater aan de hand van de criteria zoals bepaald in APV Art. 357 §3, 4°
  8. b)en c van de X-18.634-9/11 Algemene Politieverordening […] geen uitbatingsvergunning kan krijgen voor de uítbating van een nachtwinkel”. Daartoe is vereist dat de bevoegde overheid niet alleen kennis neemt van de resultaten van het onderzoek en van het advies, maar ook komt tot een eigen onderbouwde beoordeling en beslissing. Dit dringt zich des te meer op nu de feiten waarnaar het advies van de politie verwijst, dateren van meerdere jaren geleden. 14. De middelen zijn in de aangeven mate gegrond. BESLISSING 1. De Raad van State vernietigt het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de stad Kortrijk van 22 januari 2024 waarbij de uitbatingsvergunning voor een nachtwinkel gelegen te 8510 Marke, geweigerd wordt. 2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. X-18.634-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zestien mei tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.634-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.339 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.