id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.399 Rolnummer: A. 242623/XII-9734 Zaak: Arrest 263399 - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen en paramedische beroepen - 23/05/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-05-26 Raadplegingen: 94 - laatst gezien 2026-06-16 04:48 Fiche Arrest nr 263.399 van 23 mei 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Artsen, geneesheren-specialisten en dierenartsen en paramedische beroepen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 263.399 van 23 mei 2025 in de zaak A. 242.623/XII-9734 In zake: N.N. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marthe Vandewalle kantoor houdend te 9000 Gent Koopvaardijlaan 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Franky De Mil kantoor houdend te 9000 Gent Voskenslaan 34 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 12 juli 2024, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing weigering toelating uitoefening van een gezondheidszorgberoep in toepassing van artikel 145 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidzorgberoepen dd. 15 mei 2024 en ter kennis gegeven via e-mail op 24 mei 2024”. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend die aan verzoeker ter kennis werd gebracht op 24 december
- XII-9734-1/4 De verzoekende partij heeft op 6 maart 2025 een memorie van wederantwoord ingediend. Op 6 maart 2025 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan verzoeker en de verwerende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14bis, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Verzoeker heeft gevraagd om te worden gehoord. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 mei
- Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Marthe Vandewalle, die verschijnt voor verzoeker en advocaat Karo De Paepe, die loco advocaat Franky De Mil verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Naar luid van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, stelt de Raad van State het ontbreken XII-9734-2/4 van het vereiste belang vast als de verzoekende partij de termijn voor het toesturen van de memorie van wederantwoord niet eerbiedigt. Bij het versturen aan verzoeker van een kopie van de memorie van antwoord heeft de hoofdgriffier melding gemaakt van het genoemde artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State en van artikel 14bis, § 1, van voormeld besluit van de Regent. Verzoeker heeft een memorie van wederantwoord aan de griffie toegestuurd buiten de termijn van zestig dagen gesteld in artikel 7 van voormeld besluit van de Regent.
- Ter terechtzitting heeft verzoeker niets daartegen ingebracht.
- Er dient te worden vastgesteld dat het vereiste belang om de gevorderde vernietiging te verkrijgen, ontbreekt. IV. Rechtsplegingsvergoeding
- De verwerende partij vraagt een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro. Gelet op het bepaalde in artikel 30/1, § 2, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, is er aanleiding om de rechtsplegingsvergoeding te beperken tot het minimumbedrag van 154 euro. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 154 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XII-9734-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op drieëntwintig mei tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Silja Doms, griffier. De griffier De voorzitter Silja Doms Chantal Bamps XII-9734-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.399 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div