id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.428 Rolnummer: A. 244482/XII-9857 Zaak: Arrest 263428 - Dierenwelzijn - 26/05/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-03 Raadplegingen: 93 - laatst gezien 2026-06-16 04:56 Fiche Arrest nr 263.428 van 26 mei 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 263.428 van 26 mei 2025 in de zaak A. 244.482/XII-9857 In zake:
- de VZW PAARDENAMBULANCE
- A.D. bijgestaanen vertegenwoordigd door advocaat Dirk Rochtus kantoor houdend te 2288 Bouwel Echelpoel 6A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 25 maart 2025, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de bestemmingsbeslissing dd. 13.01.2025 met dossiernr.: G-24-6840 gewezen door Vlaams Departement Omgeving, Dierenwelzijn Vlaanderen, inspectie Dierenwelzijn […], waarbij twee paarden Clogheen Feather […] en Flower […] in volle eigendom gegeven worden aan het erkend asiel waar ze in bewaring werden gegeven, zijnde aan het Vogel- en Zoogdierenopvangcentrum Heusden-Zolder VZW”. XII-9857-1/9 II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 27 maart 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 mei 2025, om 10.30 uur. Staatsraad Frédéric Vanneste heeft verslag uitgebracht. De tweede verzoekende partij, die in persoon verschijnt, en advocaat Niels Lemeire, die loco advocaat Deborah Smets verschijnt voor de verwerende partij zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De eerste verzoekende partij is een dierenasiel voor paarden, dat wordt uitgebaat door de tweede verzoekende partij. XII-9857-2/9 3.
- Op 20 mei 2017 wordt afstand gedaan van een drachtig paard (Clogheen Feather) “aan Paardenambulance FV, vertegenwoordigd door [tweede verzoekende partij]”. Het paard wordt doorgeplaatst door de eerste verzoekende partij, vertegenwoordigd door de tweede verzoekende partij, met een bruikleenovereenkomst aan de bestemmeling van de bestreden beslissing. Deze wordt geregistreerd als houder in de databank van BCP (thans Horseid). Begin juni wordt het veulen, Flower, geboren. 3.
- Op 4 december 2024 wordt een proces-verbaal opgesteld naar aanleiding van een controle door de lokale politie. Hierbij wordt vastgesteld dat de twee paarden in kwestie in slechte omstandigheden gehouden worden (onder meer een drassige wei, onvoldoende mogelijkheden om te schuilen, onvoldoende verzorgde paarden). De bestemmeling van de bestreden beslissing heeft een verbod om grote weidedieren te houden. 3.
- Op 10 december 2024 wordt besloten om de paarden in beslag te nemen. 3.
- Op 17 december 2024 stuurt de tweede verzoekende partij een e-mail naar dierenarts-inspecteur R.P., met de mededeling dat zij haar paarden terug wil. 3.
- Nadat de politiediensten op 23 december 2024 contact opnemen met de tweede verzoekende partij weigert zij om een verklaring te komen afleggen. Op 25 december 2024 maakt zij per e-mail informatie over. 3.
- Bij beslissing van 13 januari 2025 van het afdelingshoofd Dierenwelzijn wordt in toepassing van artikel 72, § 3, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn het eigendomsrecht van de paarden gegeven aan het erkend asiel te Heusden-Zolder. Dit is de bestreden beslissing. XII-9857-3/9 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Excepties van de verwerende partij
- De verwerende partij stelt dat het belang van de verzoekende partijen volledig geënt is op het eigendomsstatuut dat zij zouden hebben over de dieren. Volgens de verwerende partij is de tweede verzoekende partij geen eigenaar van de paarden. Uit de aangebrachte stukken blijkt volgens de verwerende partij dat de eerste verzoekende partij bepaalde rechten zou kunnen doen gelden, maar niet de tweede verzoekende partij. Op grond waarvan de tweede verzoekende partij een belang en hoedanigheid zou hebben bij voorliggend verzoekschrift is voor de verwerende partij een raadsel. Wat de eerste verzoekende partij betreft, merkt de verwerende partij op dat er twee fundamentele stukken ontbreken, namelijk de beslissing om in rechte op te treden en de statuten van de vzw. Beoordeling
- Ter terechtzitting worden de statuten van de eerste verzoekende partij neergelegd.
- Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zouden alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn. Dat is, zoals hierna zal blijken, niet het geval. XII-9857-4/9 V. Schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. VI. Spoedeisendheid Standpunt van de verzoekende partijen
- De verzoekende partijen zetten uiteen dat de bestemmingsbeslissing in strijd is met de Europese regelgeving inzake eigendom. Vervolgens wordt opgemerkt dat vertrouwelijk e-mailverkeer van de tweede verzoekende partij vermeld wordt in de bestreden beslissing die niet eens aan haar gericht is. De verzoekende partijen stellen dat in de bestemmingsbeslissing meermaals foutief verweren wordt naar het begrip “eigenaar”, terwijl een houderschap/sanitair verantwoordelijke in de databank bedoeld wordt. De verzoekende partijen lichten ook de contacten met de politie toe, waarin de tweede verzoekende partij gewezen heeft op het recht op verhoor in de eigen politiezone. Verder worden de feiten uiteengezet omtrent het bruikleencontract met de bestemmeling van de bestreden beslissing en verklaren de verzoekende partijen dat de paarden goed doorvoed zijn en dat zij niet op de hoogte waren van het verbod op het houden van grootvee van
- Tot slot zetten de verzoekende partijen uiteen dat ze bezorgd zijn over de huidige leefomstandigheden van de paarden aangezien het betrokken dierenasiel momenteel onderworpen wordt aan een onderzoek met betrekking tot klachten omtrent dierenwelzijn. Er zou een bloedbad aangericht zijn onder varkens, paarden zouden worden mishandeld met XII-9857-5/9 ontwormingsmiddelen, gezonde paarden zouden geëuthanaseerd worden en paarden zouden verdwijnen. Beoordeling
- Naar eis van artikel 17, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet de vordering tot schorsing “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van deze vordering wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 4, § 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 19 november 2024 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding en tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een – voortdurende – tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Voorts kan luidens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing op elk moment worden bevolen indien de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden akte of het bestreden reglement prima facie kan worden verantwoord. Met deze wijzigingen aan artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State beoogt de wetgever de schorsingsprocedure te optimaliseren en maatwerk mogelijk te maken op basis van de spoedeisendheid die in de vordering tot schorsing wordt aangevoerd. (Wetsontwerp tot wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, KAMER, 2022-2023, 14 maart 2023, nr. 55-3220/1, 9). Het is evenwel niet de bedoeling met deze hervorming de strekking te wijzigen van het begrip spoedeisendheid zoals dat thans gedefinieerd is door de rechtspraak van de Raad van State. (Wetsontwerp tot wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd XII-9857-6/9 op 12 januari 1973, KAMER, 2022-2023, 14 maart 2023, nr. 55-3220/1, 11). Bijgevolg zal de spoedeisendheid worden vastgesteld wanneer de verzoekende partij het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen. Wanneer de afdeling bestuursrechtspraak een vordering tot schorsing verwerpt wegens het gebrek aan spoedeisendheid, kan een nieuwe vordering slechts worden ingediend indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen. De afdeling bestuursrechtspraak kan bovendien een termijn bepalen waarin geen enkele nieuwe vordering tot schorsing of tot het bevelen van voorlopige maatregelen kan worden ingediend indien het enig nieuw ingeroepen element bestaat uit het verloop van de tijd (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht.
- De opmerkingen van de verzoekende partijen met betrekking tot artikel 1 van het eerste aanvullende protocol bij het EVRM, het recht op verhoor in de eigen politiezone en de vaststellingen waarop de bestreden beslissing is gebaseerd, betreffen de grond van de zaak en kunnen de spoedeisendheid niet verantwoorden. De ernst van de middelen is een voorwaarde die apart van de spoedeisendheid wordt beoordeeld. De eventuele ernst van de middelen toont de spoedeisendheid niet aan.
- In zoverre de verzoekende partijen een moreel nadeel in de vorm van reputatieschade lijken aan te voeren omdat er vertrouwelijk mailverkeer wordt vermeld in de bestreden beslissing, toont dit evenmin aan dat er sprake is van spoedeisendheid. De genoegdoening van een annulatiearrest wordt in beginsel ook geacht het moreel nadeel te herstellen, behoudens wanneer er bijzondere omstandigheden worden aangetoond die ervan kunnen overtuigen dat XII-9857-7/9 de aangevoerde morele schade van die aard is dat een later tussen te komen vernietigingsarrest niet voldoende genoegdoening zal kunnen verschaffen zodat het resultaat ten gronde niet kan worden afgewacht. De verzoekende partijen tonen geen bijzondere omstandigheden aan.
- Met betrekking tot de diverse aantijgingen aan het adres van het dierenasiel te Heusden-Zolder lijkt het tot op heden alsnog te gaan om een nadeel dat eerder hypothetisch, voorwaardelijk of als een niet bewezen inschatting is geformuleerd. Uit de stukken die de verzoekende partijen zelf hebben aangebracht blijkt dat Dierenwelzijn in het najaar van 2024 naar aanleiding van een aantal klachten een onderzoek ter plaatse bij het dierenasiel te Heusden-Zolder heeft uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek zijn geen noemenswaardige problemen inzake dierenwelzijn vastgesteld. Dat er daarnaast nog een onderzoek lopende is na een klacht met burgerlijke partijstelling bewijst enkel dat de aantijgingen verder onderzocht worden. Deze beweringen tonen evenmin de spoedeisendheid aan.
- De verzoekende partijen tonen de vereiste spoedeisendheid niet aan. VII. Conclusie
- Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. XII-9857-8/9 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zesentwintig mei tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Frédéric Vanneste, waarnemend kamervoorzitter, staatsraad bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Frédéric Vanneste XII-9857-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.428 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.