← België

Arrest 263458 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 27/05/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 mei 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.458 Rolnummer: A. 240645/X-18525 Zaak: Arrest 263458 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 27/05/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-05 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-16 04:53 Fiche Arrest nr 263.458 van 27 mei 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 263.458 van 27 mei 2025 in de zaak A. 240.645/X-18.525 In zake :

  1. P.V.
  2. K.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Robin Slabbinck en Judith De Wit kantoor houdend te 9000 Gent Kasteellaan 141 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de STAD GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Thomas Eyskens en Maartje Jongbloet kantoor houdend te 1000 Brussel Bischoffsheimlaan 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  3. Het beroep, ingesteld op 1 december 2023, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de burgemeester van de stad Gent van 5 oktober 2023 houdende een “bevel tot uitvoering van werken op een perceel gelegen te 9051 Sint-Denijs-Westrem, Gentiaanlaan ter hoogte van Meiklokjeslaan 2”. II. Verloop van de rechtspleging
  4. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. X-18.525-1/18 Eerste auditeur Tom De Waele heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 mei
  5. Staatsraad Stephan De Taeye heeft verslag uitgebracht. Advocaat Robin Slabbinck, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Maartje Jongbloet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Tom De Waele heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  6. III. Feiten 3.
  7. De verzoekende partijen zijn eigenaar van twee kadastrale percelen (hierna oranjegeel omrand) van een terrein, gelegen ten oosten van de kern van Sint-Denijs-Westrem. De andere percelen van dit terrein zijn eigendom van de nv VI. (blauwe omranding) en de nv VA. (groen omrand): X-18.525-2/18 3.
  8. Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 14 september 1977 vastgestelde gewestplan Gentse en Kanaalzone is het terrein gelegen in woongebied. Het bij ministerieel besluit van 11 februari 1994 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg nr. SDW-6 ‘Sint-Denijs-Westrem Dorp’ van de stad Gent maakt voor het terrein een onderscheid in zones voor open en gekoppelde bebouwing, en voor halfopen en gesloten bebouwing. Met het besluit van de Vlaamse regering van 16 december 2005 tot definitieve vaststelling van het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ‘Afbakening grootstedelijk gebied Gent’ (hierna: het gewestelijk afbakenings-RUP) wordt het terrein grotendeels herbestemd tot ‘recreatief bosgebied’. X-18.525-3/18 3.
  9. Een beroep tot nietigverklaring van het gewestelijk afbakenings-RUP, vanwege onder anderen de eerste verzoekende partij, wordt met ’s Raads arrest nr. 202.010 van 17 maart 2010 verworpen. Op vordering van de eigenaars van het terrein beslist de rechtbank van eerste aanleg te Brussel met een tussenvonnis van 31 maart 2017 “dat het bewijs is geleverd dat het Vlaams Gewest een fout heeft begaan in de zin van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek, bestaande uit het doorvoeren van een bestemmingswijziging die de eigenaars heeft opgezadeld met een terrein met een negatieve waarde en waarvoor geen kandidaat-koper kan worden gevonden” (hierna: het vonnis van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg van 31 maart 2017). De rechtbank oordeelt “dat de eisers aanspraak kunnen maken op een schadevergoeding die gelijk is aan de gehele waardevermindering van hun gronden”, en stelt een gerechtsdeskundige aan met als opdracht de waarde van de betreffende percelen te ramen. 3.
  10. Sedert februari 2021 zijn er meldingen met betrekking tot de gezondheid en de staat van het op het terrein aanwezige groen. Meer bepaald zouden bij zware wind en stormweer soms boomtakken afwaaien die terechtkomen op de Sint-Rochusstraat, die aan de zuidzijde van het terrein grenst. 3.
  11. Op 28 juli 2023 organiseert de stad Gent een plaatsbezoek. Op 7 augustus 2023 wordt hierover een verslag opgesteld (hierna: het verslag van 7 augustus 2023), waarin het volgende wordt gesteld: “- Het ‘bos’ bestaat hoofdzakelijk uit hoogstammige populieren (type ratelpopulier) welke de kaprijpe leeftijd reeds geruime tijd bereikt hebben. Oordelend op de stamomtrek, de schors en kruin schatten we de leeftijd van deze bomen op +/- 50 à 60 jaar. De kaprijpe leeftijd voor dergelijke bomen ligt rond de 30 jaar. Dit wordt dan ook vaak aanzien als de leeftijd waarop dergelijke bomen – zeker wanneer ze een gevaar kunnen vormen voor de openbare veiligheid – heel vaak worden gekapt teneinde takbreuk, inscheuring of ontworteling te voorkomen. -Meerdere van de hoogstammige bomen aanwezig in dit bos vertonen reeds aftakelingsverschijnselen: taksterfte (dode takken), takbreuk, of volledig omgewaaide en ontwortelde bomen zijn waarneembaar. - Sommige bomen welke waarvan takken zijn gebroken of welke zijn omgewaaid, rusten tegen andere bomen aan waardoor er een extra belasting ontstaat op de nog gewortelde bomen. X-18.525-4/18 - Deze hoogstammige bomen zijn in het verleden niet gecontroleerd of gemanipuleerd tijdens hun groeifa[s]e: zo werden deze bv nooit geknot of werden bepaalde takken verwijderd teneinde bepaalde bomen toe te laten evenwichtig uit te groeien. - Meerdere bomen hebben een kruinhoogte van meer dan 15 meter. Wanneer dergelijke bomen omwaaien is de kans zeer reëel dat deze terecht zullen komen op de openbare weg of in de tuinen van de aanpalenden met mogelijke kans op schade aan gebouwen, infrastructuur (kabelnetwerk, wegeninfrastructuur,...) maar ook met een mogelijkheid dat passanten kunnen worden verwond. - meerdere van de bomen bevinden zich heel dicht bij de openbare weg, waardoor de kans op bodemverdichting zeer reëel [is, wat] nefast is voor het wortelgestel van dergelijke bomen. Dit zal bijkomend deze bomen verzwakken. - takken en kruinen van bomen steken uit over de openbare weg en de rijbaan. [...].” Aan de eigenaars van het terrein wordt in het verslag van 7 augustus 2023 het volgende advies geformuleerd: “Er is geen zeer acuut gevaar voor de openbare veiligheid vastgesteld, maar wel degelijk een ernstig gevaar. Wij adviseren daarom volgende maatregel op te leggen aan de eigenaren van de in dit rapport gesommeerde percelen: Voorleggen van een positief keuringsrapport opgemaakt door een gecertificeerd boomexpert welke aangeeft de bomen aanwezig op de percelen onderworpen te hebben aan een controle/taxatie en welke waar nodig aan[geeft] dat de noodzakelijke boomverzorgingswerken werden uitgevoerd (snoeien, verzorgen, vellen, beschermen van de bomen).” 3.
  12. Met een aangetekend schrijven van 10 augustus 2023 bezorgt de stad Gent het verslag van 7 augustus 2023 aan de eigenaars van het terrein, waaronder de verzoekende partijen, met de mededeling dat de burgemeester het voornemen heeft om aan de eigenaars van het terrein bepaalde maatregelen te bevelen, te weten het nazicht van de bomen door een gecertificeerd boomexpert en vervolgens de uitvoering van de noodzakelijke boomverzorgingswerken, alsook het voorleggen van een positief keuringsrapport door de gecertificeerd boomexpert. 3.
  13. Op 18 augustus 2023 deelt de eerste verzoekende partij aan de stad Gent het volgende mee: X-18.525-5/18 “Om niet-limitatieve redenen zijn we het niet eens met de inhoud ervan en zeker niet met uw vraag om een boomexpert aan te stellen om ons perceeltje bos aan een onderzoek te onderwerpen. De bewering dat ons perceeltje bosgebied gevaren oplevert voor de openbare veiligheid wordt formeel betwist. Particuliere verzuchtingen behoren evenmin tot de openbare veiligheid. Prima facie stel ik vast dat u terzake de bewijslast omkeert daar wij zouden moeten bewijzen met een rapport van en boomexpert dat de openbare veiligheid niet in het gedrang is. Quid ? Onzes inziens heeft de Stad geen enkele bevoegdheid m.b.t. het bos dat privaat terrein is en kan de Stad ook niet de verplichting opleggen om een boomexpert aan te stellen m.b.t. het beheer van het bos. Het gebied valt onder de bevoegdheid van het Vlaams Gewest die het op 16 december 2005 in het GRUP ‘afbakening grootstedelijk gebied Gent’ als ‘recreatief bosgebied’ heeft ingekleurd. Voorheen was het gebied bouwgrond en heeft het zich als struweel na de bestemmingswijziging op een natuurlijke wijze ontwikkeld tot bos. Uiteraard zijn er risico’s verbonden aan een bos. Het kan inderdaad niet uitgesloten worden dat er eens een tak afwaait of een boom door een bliksem wordt getroffen. Dit is eigen aan ieder bos zoals er duizenden zijn in Vlaanderen. Maar deze risico’s zijn het gevolg van de keuze om dit gebied als bos in te kleuren. Als alle risico’s moeten uitgesloten dan moet het bos gerooid worden. Maar een bos zonder bomen kan niet de bedoeling zijn. Overigens is het devies bij bosbeheer dat de voorkeur moet gegeven worden aan het behoud van bomen met een grote diameter, dat dode bomen best blijven staan, dat de bomen niet gekapt worden en afgevallen takken best blijven liggen voor de biodiversiteit. Terloops. Ik had indertijd gesprekken met schepen [T.] om het recreatief bosgebied aan te kopen of te onteigenen en om het in te richten als recreatieve site voor de omgeving zoals [het] de bedoeling is van het Gewest maar de Stad wou er niets mee te maken hebben gezien de lopende procedure wegens planschade en het feit dat de Stad liever het statuut van bouwgrond voor deze site had willen behouden.” 3.
  14. Ingevolge dit schrijven organiseert de stad Gent op 19 september 2023 een nieuw plaatsbezoek. 3.9.
  15. Op 20 september 2023 wordt van het plaatsbezoek van 19 september 2023 een verslag opgemaakt (hierna: het verslag van 20 september 2023). Daarin wordt de boom aangeduid die volgens de diensten van de stad een veiligheidsgevaar oplevert – de kwestieuze boom is hierna rood omrand: X-18.525-6/18 3.9.
  16. Voorts wordt in het verslag van 20 september 2023 het volgende met betrekking tot de kwestieuze boom 7 gesteld: “Dit betreft meerdere wilgen langsheen de Gentiaanlaan. Meerdere overhangende takken en vaststelbare schorsschade op meerdere plaatsen aan de stam. Deze takken zullen wanneer deze niet worden gesnoeid, uitbreken en terecht komen op de openbare weg. We adviseren deze wilgen te korten tot net boven [het] maaiveld. Deze wilgensoort herstelt zich natuurlijk waarbij vervolgens een periodieke snoei van +/- 7 jaar aangewezen is. X-18.525-7/18 Uitvoeringstermijn: 8 weken ” 3.
  17. Het verslag van 20 september 2023 wordt met een op 27 september 2023 ter post aangetekend schrijven van 26 september 2023 aan de verzoekende partijen – evenals aan de eigenaars van de andere percelen binnen het terrein – overgemaakt. Daarbij wordt het volgende gesteld: “In navolging van ons voorgaand schrijven en een e-mail van 18 augustus jl. dat werd ontvangen in het kader van het hoorrecht, werd op 19 september jl. een nieuw plaatsbezoek gebracht aan het desbetreffende perceel. De externe dienstverlener en [M.C.], controleur bij de Dienst Toezicht Wonen, Bouwen en Milieu, hebben aan uw eigendom gelegen in X-18.525-8/18 de Sint-Rochusstraat (zonder nummer), te 9051 Gent de volgende gebreken vastgesteld die een gevaar vormen voor de openbare veiligheid: - BOOM 7 (foto zie interventieverslag) Dit betreft meerdere wilgen langsheen de Gentiaanlaan. Meerdere overhangende takken en vaststelbare schorsschade op meerdere plaatsen aan de stam. Deze takken zullen wanneer deze niet worden gesnoeid, uitbreken en terecht komen op de openbare weg. Er werd bijgevolg een ernstig en daadwerkelijk dreigend gevaar weerhouden voor de openbare veiligheid. Als bijlage stuur ik u het interventieverslag naar aanleiding van het plaatsbezoek d.d. 20 september 2023 met vermelding van de gebreken. Om aan deze gevaarsituatie een einde te maken is de burgemeester voornemens u te bevelen, binnen een termijn van 8 weken na besluit, de hiernavolgende werken uit te voeren: - BOOM 7 De wilgen dienen te worden gekort tot net boven [het] maaiveld. (Ter info : Dit type herstelt zich natuurlijk waarbij een periodieke snoei van +/- 7 jaar aangewezen is.) Indien er voor de uitvoering van deze werken een inname van de openbare weg noodzakelijk is (plaatsen stelling, container, materiaal, veiligheidsperimeter, enz…) dan dient innames@stad.gent vóór de aanvang van de werken hiervan op de hoogte gebracht te worden en dient door hen de precieze locatie van de inname aangeduid te worden. Afwijkingen hierop zijn niet toegestaan. In het onderwerp dient steeds vermeld te staan dat het gaat om werken in het kader van de openbare veiligheid en/of gezondheid – burgemeestersbevel. U heeft het recht om ons uw intenties en/of argumenten schriftelijk te bezorgen binnen de 5 kalenderdagen die volgen op de datum van verzending van deze brief (p.a. Stadhuis, Botermarkt 1 te 9000 Gent of via e-mail toezicht@stad.gent ).” De verzoekende partij reageert niet op dit aangetekend schrijven. 3.11.
  18. Met het bestreden besluit van 5 oktober 2023 geeft de burgemeester van de stad Gent aan de verzoekende partij het bevel om binnen de 8 weken met betrekking tot boom 7 de volgende veiligheidswerken uit te voeren: “De wilgen dienen te worden gekort tot net boven [het] maaiveld. (ter info: dit type herstelt zich natuurlijk waarbij een periodieke snoei van +/- 7 jaar aangewezen is).” 3.11.
  19. Het bestreden besluit is als volgt gemotiveerd: X-18.525-9/18 “Gelet op het interventieverslag d.d. 20 september 2023 van [T.D.S.], architect bij [L.], waarvan kopie als bijlage; Overwegende dat aan uw eigendom gelegen Gentiaanlaan t.h.v. de Meiklokjeslaan 2 te 9051 Sint-Denijs-Westrem, dusdanige gebreken werden vastgesteld die een gevaar vormen voor de openbare veiligheid, met name: Boom 7 (foto zie interventieverslag) • Dit betreft meerdere wilgen langsheen de Gentiaanlaan; meerdere overhangende takken en vaststelbare schorsschade op meerdere plaatsen aan de stam; deze takken zullen wanneer deze niet worden gesnoeid, uitbreken en terecht komen op de openbare weg. • Er is gevaar voor vallende takken. ” IV. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 4.
  20. De verzoekende partijen voeren in een eerste middel de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’, en van het zorgvuldigheids-, redelijkheids- en rechtszekerheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Zij bekritiseren dat met het bestreden besluit geen nazicht van de wilgen door een gecertificeerd boomexpert meer wordt geadviseerd, maar dat hen meteen wordt bevolen om de wilgen tot net boven het maaiveld in te korten. De verzoekende partijen vragen zich af welke gewijzigde omstandigheden daartoe plots zouden nopen. Voorts betogen de verzoekende partij dat er zonder nader onderzoek wordt vanuit gegaan dat de kwestieuze boom zich op privaat domein zou bevinden, wat volgens hen geenszins vaststaat. Ter plaatse bestaat immers geen duidelijke grens tussen openbaar en privaat domein. Het normale gebruik van het voetpad kan niet worden gehinderd omdat er ter plaatse geen voetpad ligt. Nog wordt in het bestreden bevel abstractie gemaakt van de “pijpenkoppen” die ter plaatse door de stad werden aangelegd, en werd er geen rekening gehouden met het gegeven dat de Merelbeekse Goedkope Woningen eigenaar is van een deel van het X-18.525-10/18 bos dat één geheel uitmaakt met de andere percelen. De verzoekende partijen noemen de omstandigheid dat zij kosten moeten maken onredelijk in het licht van de foutieve bestemming van hun percelen als recreatief bosgebied, zoals dit werd bevestigd in het vonnis van de Brusselse rechtbank van eerste aanleg van 31 maart
  21. Ten slotte stellen de verzoekende partijen volledig afhankelijk te zijn van een toestemming van het agentschap voor Natuur en Bos van de Vlaamse overheid om het bestreden bevel te kunnen uitvoeren. De beweerde openbare veiligheid kan niet als drogreden worden gebruikt om bomen te kappen in een bos. 4.
  22. In hun memorie van wederantwoord stellen de verzoekende partijen dat zij de noodzakelijkheid van de genomen maatregel betwisten. De verwerende partij wil kennelijk de bewijslast omkeren, ofschoon het niet aan de verzoekende partijen staat om aan te tonen dat er geen veiligheidsgevaar bestaat. De vaststellingen van het plaatsbezoek zijn gedaan door personen die geen expertise hebben op het vlak van onderhoud van bomen. Voorts wordt geen bijkomende motivering verstrekt waarom er nu meteen moet worden gekapt en waarom het consulteren van een gecertificeerd boomexpert niet meer nuttig of nodig wordt geacht. Het stilzitten van de verwerende partij spreekt het bestaan van een ernstig gevaar voor de openbare veiligheid eveneens tegen. De verzoekende partijen betogen dat er ter hoogte van het Primulapad geen geasfalteerde weg of goot aanwezig zijn. Het openbaar domein en de openbare weg zijn twee verschillende zaken. De strook waar de wilgen staan, behoort tot het openbaar domein, dat de stad Gent nalaat te onderhouden. Het eenzijdig aanduiden van de wilgen middels “enkele punten op een zelfgemaakt plan” is niet bewijskrachtig. De onduidelijkheid over de exacte locatie van de wilgen verhindert in ieder geval dat het kwestieuze bevel wordt gegeven. De verzoekende partijen wijzen in dit verband ook op de door de rechterlijke macht vastgestelde fout bij het herbestemmen van het terrein. De verwerende partij hanteert het voorwendsel van de openbare veiligheid om een bestuursmaatregel te nemen. In wezen is een burgerlijke aangelegenheid aan de orde, waarvoor de burgerlijke rechtbanken en hoven bevoegd zijn, en waarvoor het nieuw burgerlijk wetboek zelfs uitdrukkelijk in de mogelijkheid voorziet om overhangende takken te verwijderen. X-18.525-11/18 4.
  23. De verzoekende partijen doen in hun laatste memorie nog gelden dat het plaatsbezoek van 19 september 2023 niet georganiseerd werd omdat er melding werd gemaakt van een gewijzigde toestand op het terrein. In het verslag van 20 september 2023 wordt nergens aangegeven dat de staat van de geviseerde wilgen zou verschillen van de staat van die wilgen volgens het verslag van 7 augustus
  24. Het blijkt niet dat de wilgen plotseling een “daadwerkelijk dreigend gevaar” vormen voor de openbare veiligheid. Ook blijkt niet waarom het nazicht door een boomexpert niet langer kon volstaan. De verzoekende partijen betogen voorts dat de aanwezigheid van de pijpenkoppen evident van belang is voor de afbakening van de grens tussen het privaat en het openbaar domein, aangezien de pijpenkoppen tot het openbaar domein behoren. Tevens is het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 17 maart 2017 uitermate relevant. De verzoekende partijen zouden met de uitvoering van het bestreden besluit “immers worden gedwongen om nog bijkomende kosten te maken voor een terrein dat de stad Gent – en bij uitbreiding de overheid – niet wil verwe[r]ven om de recreatieve bosfunctie ter plaatse te realiseren waardoor [de] verzoekende partij op vandaag reeds wordt opgezadeld met een disproportionele last”. Beoordeling 5.
  25. Uit de gegevens van het dossier blijkt dat er zich al enige tijd problemen in verband met de staat van het groen op het kwestieuze terrein voordoen. De stad Gent organiseert daarom op 28 juli 2023 een plaatsbezoek op het terrein, waarover het verslag van 7 augustus 2023 wordt opgesteld. Daarin worden de verzoekende partijen geadviseerd om het aanwezige groen te laten controleren door een gecertificeerd boomexpert en aan de hand van diens bevindingen vervolgens de nodige verzorgings- en onderhoudswerken uit te voeren, dewelke een positief keuringsrapport van die expert moeten krijgen. Het verslag werd overgemaakt aan de verzoekende partijen en aan de andere eigenaars, met de mededeling dat de burgemeester het voornemen heeft om in lijn X-18.525-12/18 met het voormelde advies een bevel uit te vaardigen. Nadat de eerste verzoekende partij op 18 augustus 2023 heeft meegedeeld het niet eens te zijn met de bevindingen van de verwerende partij – die volgens haar een loutere “bewering” zouden betreffen – gaat de verwerende partij op 19 september 2023 opnieuw ter plaatse. Het over dit plaatsbezoek opgemaakte verslag van 20 september 2023 vermeldt dat boom 7 (de kwestieuze wilgen) op het terrein van de verzoekende partijen een veiligheidsgevaar inhouden. Nadat ook dit verslag aan de verzoekende partijen met een op 27 september 2023 ter post aangetekend schrijven werd overgemaakt, volgt vanwege de verzoekende partijen geen enkele reactie meer. Bij gebrek aan enige reactie op het aan de verzoekende partijen betekende verslag van 20 september 2023, wordt op 5 oktober 2023 het bestreden bevel uitgevaardigd, en wordt aan de verzoekende partijen opgedragen om de kwestieuze wilgen binnen een termijn van acht weken tot net boven het maaiveld te korten (zie randnummer 3.11.1). 5.
  26. Anders dan de verzoekende partijen het zien, is het voormelde optreden van de verwerende partij, mede gelet op wat volgt, niet onzorgvuldig, onredelijk, of heeft het geen “rechtsonzekerheid” tot gevolg. 5.
  27. De bewering van de verzoekende partijen dat zij het met een aangetekende brief verzonden verslag van 20 september 2023 niet zouden hebben ontvangen, overtuigt niet. Het dossier bevat een bewijs van aangetekende zending. Het verslag van 20 september 2023 werd ten andere niet enkel aan de verzoekende partijen betekend, maar ook aan de eigenaars van de overige percelen van het terrein – de nv VI. en de nv VA. (tot tweemaal toe) – met aangetekende zendingen toegestuurd. Niet alleen hebben de verzoekende partijen het verslag van 20 september 2023 aangetekend toegestuurd gekregen, de eerste verzoekende partij heeft ook een nauwe band met de nv VI. en de nv VA., waarvan zij bestuurder is. Het komt de Raad van State hoogst onwaarschijnlijk voor dat de verzoekende partijen in die omstandigheden geen kennis van het verslag van 20 september 2023 zouden hebben gehad. X-18.525-13/18 5.
  28. Dat de bestreden beslissing geen nazicht van de kwestieuze wilgen door een gecertificeerd boomexpert meer adviseert, maar meteen beveelt deze tot net boven het maaiveld te korten, is te verklaren door de bevindingen van het tweede plaatsbezoek op 19 september
  29. Na een afwijzing door de verzoekende partijen van de bevindingen in het verslag van 7 augustus 2023, hebben de diensten van de stad Gent ter plaatse nader onderzocht waar op het terrein er precies sprake is van bomen die een probleem voor de openbare veiligheid inhouden. Anders dan de verzoekende partijen menen, zijn de vaststellingen die naar aanleiding van de onderscheiden plaatsbezoeken zijn gedaan, niet identiek. Zo wordt er in het verslag van 20 september 2023 specifiek met betrekking tot de kwestieuze wilgen voor het eerst melding gemaakt van overhangende takken en vaststelbare schorsschade op meerdere plaatsen van de stam. Op basis van de bijkomende vaststellingen in het verslag van 20 september 2023, en bij afwezigheid van enige reactie van de verzoekende partijen daarop, heeft de verwerende partij op goede gronden kunnen oordelen dat een bevel tot onmiddellijk ingrijpen zich opdrong, teneinde de openbare veiligheid te waarborgen. Het betoog van de verzoekende partijen dat niet blijkt waarom het nazicht van een boomexpert niet langer zou volstaan, is niet ernstig, nu de eerste verzoekende partij na kennisname van het verslag van 7 augustus 2023 aan de stad Gent heeft laten weten het “zeker niet” eens te zijn met de vraag van de stad om een boomexpert aan te stellen. 5.
  30. De kritiek van de verzoekende partijen dat “er zonder nader onderzoek [wordt] vanuit gegaan dat de bomen in kwestie zich op privaat domein zouden bevinden”, wat volgens hen geenszins vaststaat, kan geen bijval vinden, temeer nu de eerste verzoekende partij in haar reactie op de vaststellingen van het eerste plaatsbezoek heeft bevestigd dat “het bos […] privaat terrein is”, en de verzoekende partijen op het verslag van 20 september 2023, waarin boom 7 op het perceel van de verzoekende partijen wordt aangeduid, niet meer heeft gereageerd. 5.
  31. De verzoekende partijen hebben in hun verzoekschrift nog over zogenaamde “pijpenkoppen” die ter plaatse door de stad zouden zijn aangelegd en over het gegeven dat de Merelbeekse Goedkope Woningen eigenaar zou zijn “van X-18.525-14/18 een deel van het bos dat één geheel uitmaakt met de andere percelen”, maar tonen niet aan dat deze elementen van aard zouden zijn om het bestreden besluit te vitiëren. 5.
  32. Het standpunt van de verzoekende partijen dat de bestreden beslissing onredelijk is in het licht van het foutieve karakter van de bestemming van hun eigendom als recreatief bosgebied, wordt evenmin bijgevallen. De verzoekende partijen mogen dan mistevreden zijn over de recreatieve bosfunctie die het Vlaamse Gewest middels het gewestelijk afbakenings-RUP aan hun percelen heeft gegeven, het kan de burgemeester van de stad Gent niet beletten om op grond van artikel 133 en 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet op te treden in geval de openbare veiligheid wordt bedreigd. 5.
  33. Verzoeksters’ betoog dat de uitvoering van de met het oog op de openbare veiligheid genomen bestreden maatregelen “volledig afhankelijk” is van een toestemming of machtiging van het agentschap voor Natuur en Bos van de Vlaamse overheid, wordt door de verwerende partij op goede gronden tegengesproken. Het betoog is niet van aard om tot de onwettigheid van de bestreden beslissing te doen besluiten. 5.
  34. In hun memorie van wederantwoord halen de verzoekende partijen nog een aantal argumenten aan die zij in hun verzoekschrift hadden kunnen aanvoeren. Het middel is in zoverre laattijdig en derhalve onontvankelijk. Dit is het geval voor hun betoog dat de vaststellingen tijdens het plaatsbezoek zouden zijn gebeurd door personen die “geen […] expertise hebben op het vlak van onderhoud van bomen”, dat “het stilzitten van verwerende partij” het bestaan van enig ernstig gevaar voor de openbare veiligheid zou tegenspreken, en dat het eenzijdig aanduiden van de boom op een zelfgemaakt plan niet bewijskrachtig is. 5.
  35. Waar de verzoekende partijen nog voorhouden dat in wezen “een burgerlijke aangelegenheid” aan de orde is, waarvoor de burgerlijke rechtbanken en hoven bevoegd zijn en waarvoor “het nieuw burgerlijk wetboek zelfs uitdrukkelijk in de mogelijkheid [voorziet] om overhangende takken te X-18.525-15/18 verwijderen”, weze opgemerkt dat een en ander geen afbreuk doet aan de bevoegdheid van de burgemeester om op grond van de artikelen 133 en 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet op te treden wanneer de openbare veiligheid wordt bedreigd. 5.
  36. Het middel wordt verworpen B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel 6.
  37. De verzoekende partijen voeren in een tweede middel de schending aan van de hoorplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De verzoekende partijen zetten uiteen dat zij, volgend op de mededeling van het verslag van 7 augustus 2023, schriftelijk op de bevindingen van het eerste plaatsbezoek hebben gereageerd. Zij bekritiseren dat de verwerende partij op geen enkele manier rekening heeft gehouden met deze schriftelijke reactie. De verzoekende partijen zijn van oordeel dat zij hadden moeten uitgenodigd worden voor de plaatsbezoeken. Het verslag van 20 september 2023 hebben zij pas samen met het bestreden bevel ontvangen. 6.
  38. In hun memorie van wederantwoord stellen de verzoekende partijen dat niet op een ernstige en zorgvuldige wijze met hun opmerkingen rekening is gehouden. Voorts houdt hun afwezigheid bij de plaatsbezoeken wel degelijk een schending in van de hoorplicht en van de verplichting om beslissingen zorgvuldig voor te bereiden. 6.
  39. De verzoekende partijen doen in hun laatste memorie nog gelden dat een zorgvuldig handelende overheid de eerste verzoekende partij had uitgenodigd voor het plaatsbezoek, zodat haar opmerkingen in het verslag konden worden verwerkt. Het is niet mogelijk om hun opmerkingen binnen vijf dagen na X-18.525-16/18 verzending van de brief schriftelijk over te maken. Deze termijn is niet redelijk, temeer nu de verwerende partij anderhalf jaar later nog niet heeft ingegrepen. De verzoekende partijen volharden dat zij de aangetekende brief met het verslag van 20 september 2023 niet hebben ontvangen. Zij stellen dat het ontvangstbewijs ontbreekt, en dat op grond van het in het administratief dossier opgenomen verzendingsbewijs (stuk 10) niet kan worden nagegaan op welke brief dit verzendbewijs betrekking heeft, en of zij de aangetekende brief daadwerkelijk hebben ontvangen. Beoordeling 7.
  40. Het hoorrecht houdt in beginsel niet in dat de verzoekende partijen mondeling moeten worden gehoord. Het volstaat dat zij in de gelegenheid worden gesteld om hun standpunt kenbaar te maken ten overstaan van de overheid die de beslissingsbevoegdheid heeft. 7.
  41. Gezien het gestelde onder randnummer 5.3 dient aangenomen te worden dat de verzoekende partijen hebben nagelaten om op de bevindingen van het verslag van 20 september 2023 te reageren. Zij kunnen zich in die omstandigheden niet op een schending van het hoorrecht beroepen. 7.
  42. De ingeroepen rechtsbeginselen verplichtten de verwerende partij er niet toe om de verzoekende partijen op de plaatsbezoeken van 28 juli 2023 en 19 september 2023 uit te nodigen. Het volstaat dat zij in de gelegenheid werden gesteld om daarover hun bevindingen kenbaar te maken. 7.
  43. De kritiek in de laatste memorie van de verzoekende partijen met betrekking tot de onredelijkheid van de antwoordtermijn van vijf dagen kon reeds in het verzoekschrift worden aangevoerd. In zoverre is het middel laattijdig en daarom onontvankelijk. Verzoeksters’ kritiek kan bovendien evenmin ten gronde overtuigen. X-18.525-17/18 7.
  44. Gelet op wat voorafgaat, tonen de verzoekende partijen geen schending van de aangevoerde rechtsregels aan. 7.
  45. Het middel wordt verworpen. BESLISSING
  46. De Raad van State verwerpt het beroep.
  47. De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zevenentwintig mei tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.525-18/18 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.458 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.