id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.487 Rolnummer: A. 244807/XIV-39800 Zaak: Arrest 263487 - Overheidsopdrachten - 02/06/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-03 Raadplegingen: 99 - laatst gezien 2026-06-16 04:48 Fiche Arrest nr 263.487 van 2 juni 2025 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 263.487 van 2 juni 2025 in de zaak A. 244.807/XIV-39.800 In zake: de bv B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Geoffrey Ninane en Manoël De Keukelaere, kantoorhoudend te 1170 Brussel, Terhulpse steenweg 181/24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Matthias Kirsch, kantoorhoudend te 1040 Brussel Sint-Michielslaan 55/10 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering
- De vordering, ingesteld op 7 mei 2025, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “[d]e Gemotiveerde gunningsbeslissing en het gunningsverslag van de Vlaamse Milieumaatschappij dd. 18 april 2025 […]”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij beschikking van 9 mei 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. XIV-39.800-1/17 De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 21 mei 2025, om 11 uur. Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Zaakvoerder Bernard Pirenne en advocaat Manoël De Keukelaere, die verschijnen voor de verzoekende partij, en advocaat Matthias Kirsch, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor leveringen uit met als voorwerp ‘ Leveren en installeren van fijnstofmonitoren voor het luchtkwaliteitsmeetnet’. Er wordt gekozen voor de openbare procedure. De opdracht wordt nationaal en Europees bekendgemaakt. 3.
- In het bestek met referentie ‘VMM/LUC/2024/stofmonitoren’ wordt de opdracht nader omschreven als volgt: XIV-39.800-2/17 “- het leveren van 33 automatische monitoren voor de bepaling van de massaconcentratie van zwevende stofdeeltjes in de omgevingslucht. 4 monitoren zijn bedoeld als reserve. De monitor dient gelijktijdig zowel PM10 als PM2,5 te kunnen meten. - het volledig bedrijfsklaar installeren van deze monitoren op het telemetrisch meetnet lucht van de VMM. - het laten ontwikkelen van het benodigde protocol voor de communicatie met het datasysteem van de VMM. - het organiseren van een informatievergadering betreffende de werking, de bediening, het uitvoeren van de kalibraties, het preventief onderhoud en de foutenanalyse van de monitor. - het uitvoeren van kalibraties, preventief en correctief onderhoud gedurende de waarborgperiode van 2 jaar. - het organiseren van een technische opleiding voor het uitvoeren van kalibraties, preventief en correctief onderhoud.” In punt 2.4 ‘Gunningscriteria’ zijn de volgende bepalingen in deze zaak relevant: “2.4.1 Algemeen De aanbestedende overheid zal de economisch meest voordelige offerte vaststellen rekening houdende met de beste prijs-kwaliteitsverhouding, zoals vermeld in punt 2.4.
- Onderdeel van de beoordeling is een veldtest (zie 2.4.2). De veldtest wordt enerzijds mede gebruikt om te verifiëren of aangeboden monitoren voldoen aan de minimumvereisten van het bestek. Anderzijds wordt de veldtest gebruikt om de prestaties van de monitoren te beoordelen. VMM stelt een beoordelingsteam samen die de inschrijvingen zullen beoordelen. Het beoordelingsteam beoordeelt de mate waarin de inschrijver voldoet aan de gunningscriteria en geeft daarvoor een score. De invulling hiervan wordt beoordeeld op basis van de prestatiekenmerken tijdens de veldtest, hetgeen is beschreven door de inschrijver in de inschrijving en/of de ervaringen die tijdens de veldtest worden opgedaan. 2.4.2 Veldtest De tijd tussen de opening van de offertes en de aanvang van de veldtest zal gebruikt worden om de inschrijvingen voorlopig te controleren met betrekking tot uitsluitingsgronden, selectiecriteria en regelmatigheid. […] 2.4.3 Gunningscriteria De gunningscriteria zijn, samen met het hen toegekende gewicht: A) Technische waarde (51 punten) A.1) Prestatiekenmerken obv veldtest (33 punten) […] A.2) Kalibratiemogelijkheden en -benodigdheden (6 punten) Voor de beoordeling baseert VMM zich op de informatie in STUK 7 ‘Kalibratie, preventief en correctief onderhoud’, op de handleiding en op de ervaringen tijdens de veldtest. De kalibratie van het meetsysteem voor de massa en van het debiet van de monitor (5 punten) dient zo eenvoudig mogelijk uitgevoerd te kunnen worden: -Bij voorkeur volledig geautomatiseerd op de meetplaats (5 punten); XIV-39.800-3/17 -Indien handmatige handelingen noodzakelijk zijn bij voorkeur op de meetplaats zonder dat uitwisseling van apparatuur noodzakelijk is (tussen 4 en 2 punten); -Indien handmatige handelingen noodzakelijk zijn en dit kan niet op de meetplaats, dat de handelingen bij voorkeur zo beperkt, gemakkelijk en snel mogelijk zijn (1 of 0 punten). De kalibratie van de meteosensoren (1 punt) dient eveneens zo eenvoudig mogelijk uitgevoerd te kunnen worden. A.3) Gebruiks- en onderhoudsvriendelijkheid (5 punten) […] A.4) Tijdsresolutie en tijdsbedekking (5 punten) Hier wordt beoordeeld : -Hoe frequent de monitor binnen een uur een nieuwe meetwaarde ter beschikking stelt (2,5 punten) De punten worden als volgt berekend: Punten_tijdsresolutie = (aantal metingen per uur/60)*2,5 Het maximum aantal punten bedraagt 2,
- -Deel van de tijd waarbij de monitor effectief een bepaalde fractie fijn stof meet (2,5 punten) Punten_tijdsbedekking = [(deel van tijd waarbij monitor effectief een bepaalde fractie fijn stof meet (%)/100)− 0,5]*5 A.5) Diagnosefaciliteiten (2 punten) […] B) De prijs (40 punten) […] C) De milieusparende maatregelen (5 punten) […] D) Het preventief en correctief onderhoud (4 punten) […]” Voorts zijn de volgende bepalingen uit punt 3 ‘Technische voorschriften’ van het bestek te dezen relevant: “3.
- Monitor 3.2.
- Algemeen […] Enkel toestellen waarvoor door een onafhankelijke instantie conformiteit werd aangetoond met de ‘Guide to the demonstration of equivalence of ambient air monitoring methods
(2010)- Report by an EC working group on guidance for the demonstration of equivalence’ of met de EN16450:2017 zullen worden geselecteerd en toegelaten tot de veldtest beschreven onder 2.4.
- De inschrijver voegt aan de offerte het certificaat en de resultaten van het onderzoek van de typegoedkeuring toe (STUK 10 Typegoedkeuring). […] 3.2.3 Kalibratie, preventief en correctief onderhoud Het uitvoeren van kalibraties, preventief en correctief onderhoud gedurende de waarborgperiode van 2 jaar maakt deel uit van de opdracht. Na de waarborgperiode is het de bedoeling dat het onderhoud zal worden uitgevoerd door een derde onderhoudsfirma aangeduid door VMM. Vereist is dat VMM alle kalibratiewerkzaamheden zelf, in eigen beheer of door dit uit te besteden aan een onderhoudsfirma kan uitvoeren, met uitzondering van XIV-39.800-4/17 uitzonderlijke, niet-geplande kalibraties die noodzakelijk zijn in het kader van correctief onderhoud. De kalibratie van de monitor kan niet bestaan uit een vergelijking met de referentiemethode zoals beschreven in EN16450:
- Per monitor wordt voldoende verbruiksmateriaal voor kalibratie en preventief onderhoud en onderdelen voor het preventief onderhoud bijgeleverd om gedurende twee jaar kalibraties en preventief onderhoud te kunnen uitvoeren. Van specifiek gereedschap of apparatuur nodig voor kalibratie en preventief onderhoud op de meetplaats worden minstens 6 exemplaren bijgeleverd. De kostprijs hiervan wordt mee opgenomen in post 2 van STUK 2 Inventaris. […] Als kalibratie nodig is buiten de meetplaats en hiervoor extra apparatuur benodigd is, dient alle benodigde extra apparatuur van het vereiste kalibratiesysteem onderdeel uit te maken van de inschrijving zodat VMM over alle middelen beschikt waarmee de monitoren door VMM kunnen worden gekalibreerd of vergeleken met een referentie onder laboratoriumomstandigheden. De noodzakelijke controle/kalibratie en het onderhoud van deze extra apparatuur dient vermeld te worden in STUK 7 Kalibratie, preventief en correctief onderhoud. Indien kalibratie onder laboratoriumomstandigheden nodig is, dienen 5 extra monitoren geleverd te worden zodat een uitwisselingssysteem kan opgezet worden met de monitoren op de meetplaatsen. De kostprijs van deze extra apparatuur nodig voor de kalibratie en van de 5 extra monitoren voor het uitwisselingssysteem wordt mee opgenomen in post 2 van STUK 2 Inventaris. In STUK 7 Kalibratie, preventief en correctief onderhoud geeft de inschrijver de detail van de samenstelling van post 2 van STUK 2 Inventaris. […] In STUK 7 Kalibratie, preventief en correctief onderhoud geeft de inschrijver de detail van de samenstelling van de posten 7 en 9 van de inventaris. De inschrijver geeft in STUK 7 Kalibratie, preventief en correctief onderhoud een gedetailleerde lijst van het uit te voeren onderhoud gedurende de levensduur van de monitor. In STUK 7 Kalibratie, preventief en correctief onderhoud wordt eveneens een overzicht opgenomen van alle verbruiksgoederen en onderdelen met hun prijs.” 3.
- Vier ondernemingen dienen een offerte in, waaronder de nv E., zijnde de uiteindelijke gekozen inschrijver, en de verzoekende partij. 3.
- Op 14 april 2025 wordt een gunningsverslag opgesteld. De vier inschrijvers worden geselecteerd. De offerte van één inschrijver wordt onregelmatig bevonden wegens het niet voldoen aan een essentiële technische eis. Onder punt B.
- ‘Prijsonderzoek’ wordt in het gunningsverslag gesteld: XIV-39.800-5/17 “[…] Het niet opnemen van de 5 extra monitoren voor het uitwisselingssysteem wordt door [de verzoekende partij] als volgt beargumenteerd: ‘Deze extra apparaten zijn niet nodig omdat de stofmonitoren niet naar Duitsland hoeven terug te keren wanneer de kalibratie wordt uitgevoerd’. Dit is evenwel een interpretatiefout. VMM wil wanneer kalibratie van de monitor in het laboratorium nodig is, de monitor onmiddellijk kunnen uitwisselen. Dit is ook zo opgenomen in het bestek onder 3.7.3 Als de kalibratie/controle van de monitor niet in het meetstation gebeurt, dient de te kalibreren/controleren monitor onmiddellijk uitgewisseld te worden met een andere monitor. Het bedrag (excl BTW) voor post 2 in STUK 2 Inventaris voor [de verzoekende partij] wordt aangepast van 45.150 euro naar 166.325 euro. […].” De evaluatie van de offertes aan de hand van de twee in het geding zijnde subgunningscriteria luidt als volgt: “A.2: Kalibratiemogelijkheden en -benodigdheden (6 punten) Kalibratie van het meetsysteem voor de massa en het debiet (5 punten) […] Geen enkele inschrijver biedt in zijn offerte een monitor aan waarbij de kalibratie volledig geautomatiseerd kan verlopen op de meetplaats. Bij de monitoren van de firma [A.] en [E.] kan de kalibratie op de meetplaats gebeuren. Bij de monitor […] van de inschrijver [A.] dienen er wel 3 verschillende debieten gecontroleerd/gekalibreerd te worden. Dit is arbeidsintensief, deze inschrijver krijgt daarom een half punt minder, wat neerkomt op 3, 5 punten. De firma [E.] krijgt 4 punten. Bij de monitor […] van [de verzoekende partij] dient de kalibratie van de massa in het laboratorium te gebeuren. Voor de controle van de monitor kan er wel gebruik worden gemaakt van een field test kit, maar de kalibratie dient in het laboratorium te gebeuren. De kalibratie in het laboratorium zou slechts 15 minuten in beslag nemen. Deze inschrijver krijgt 1 punt. […] A.4: Tijdsresolutie en tijdsbedekking (5 punten) Hoe frequent de monitor binnen een uur een nieuwe meetwaarde ter beschikking stelt (2,5 punten) De [monitor van A.] geeft elke 6 minuten een nieuwe meetwaarde (glijdend uurgemiddelde); dit is bijgevolg 10 keer per uur. De tijdsresolutie van de [monitor van de verzoekende partij] is instelbaar, voor de typegoedkeuring werd 1 minuut gehanteerd; VMM gaat bijgevolg uit van 60 nieuwe meetwaarden per uur. De monitor [van E.] kan ook elke minuut een nieuwe meetwaarde geven; we gaat hier eveneens uit van 60 nieuwe meetwaarden per uur. Toepassing van de formule vermeld onder C.1 voor dit gunningscriterium geeft de volgende punten voor de verschillende inschrijvers. [A.] [de verzoekende partij] [E.] Punten 0,42 2,50 2,50 Deel van de tijd waarbij de monitor effectief een bepaalde fractie fijn stof meet (2,5 punten) XIV-39.800-6/17 De [monitor van A.] meet afwisselend gedurende 6 minuten de ‘base’ concentratie en de ‘reference’ concentratie. Deze monitor meet bijgevolg gedurende de helft van de tijd effectief een bepaalde fractie fijn stof. De monitor [van de verzoekende partij] meet continu; dit is 100 % van de tijd. De monitor [van E.] meet effectief 59 minuten per uur; 1 minuut wordt gespendeerd aan een automatische offset test. Toepassing van de formule vermeld onder C.1 voor dit gunningscriterium geeft de volgende punten voor de verschillende inschrijvers. [A.] [de verzoekende partij] [E.] Punten 0 2,50 2,42 Het totaal aantal punten voor het criterium A.4 Tijdsresolutie en tijdsbedekking is opgenomen in onderstaande tabel. [A.] [de verzoekende partij] [E.] Punten 0,42 5,00 4,92 ” In het gunningsverslag wordt besloten dat de nv E. het meeste aantal punten heeft behaald, waarna bijgevolg wordt voorgesteld om de opdracht aan die onderneming te gunnen. 3.
- Op 18 april 2025 beslist de verwerende partij, “[o]verwegende dat uit het bovenvermelde gunningsverslag d.d. 14/04/2025 dat geheel wordt onderschreven, blijkt dat voordeligste regelmatige offerte werd ingediend door de firma [E.]”, om de opdracht te gunnen aan de nv E. Dit is de bestreden beslissing. IV. Verzoek tot vertrouwelijke behandeling van bepaalde stukken
- De verzoekende partij en de verwerende partij vragen om de vertrouwelijke behandeling van bepaalde door hen neergelegde stukken die zij in de inventaris als vertrouwelijk aanduiden en waarbij zij de redenen opgeven waarom zij om die vertrouwelijke behandeling vragen. XIV-39.800-7/17 Er zijn geen gronden aangevoerd door de partijen om het aangevoerde vertrouwelijk karakter ervan, althans in deze fase van het geding, te lichten. De Raad van State mag overigens deze stukken in zijn beoordeling betrekken. V. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
- Krachtens artikel 17, §§ 1, 5 en 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: de wet van 17 juni 2013), moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. VI. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partij voert de schending aan van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, de artikelen 4, 5, en 81 van de wet van 17 juni 2016 ‘betreffende de overheidsopdrachten’ (hierna: de wet van 17 juni 2016), artikel 87 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘betreffende de plaatsing van overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: het koninklijk besluit van 18 april 2017, “de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie en in het bijzonder het beginsel van gelijkheid tussen inschrijvers, bevoegdheidsoverschrijding en kennelijke beoordelingsfout”, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de formele motivering van XIV-39.800-8/17 administratieve handelingen’ (hierna: de wet van 29 juli 1991), de artikelen 4 en 5 van de wet van 17 juni 2013 en “de beginselen van interne en formele motivering van administratieve handelingen”. De verzoekende partij licht toe dat, wat het subgunningscriterium A.4) ‘Tijdsresolutie en tijdsbedekking’ betreft, in het gunningsverslag aan de gekozen inschrijver ten onrechte een score van 4,92 op 5 punten werd gegeven. De bevinding dat de monitor van de gekozen inschrijver “elke minuut een nieuwe meetwaarde” kan geven, gaat in tegen de stukken inzake de certificatie van het typetoestel waarop de aanbestedende overheid acht moet slaan. In werkelijkheid doet de betrokken monitor een meting van het glijdende gemiddelde om de 900 seconden (of 15 minuten), en gaat het met andere woorden niet om 59 metingen per uur maar amper 4 metingen per uur. Bij het toestel van de verzoekende partij gaat het om metingen “om de 6 seconden waarbij de meetwaarden worden weergegeven als niet-bewegende gemiddelde waarden over het instelbare meetinterval en met een meetwaarde ingesteld op een meetinterval van 1 minuut”. Dit blijkt uit het certificaat en de resultaten van het onderzoek van de typegoedkeuring, die de inschrijver als stuk 10 bij zijn offerte diende te voegen. De verwerende partij hanteerde volgens de verzoekende partij bijgevolg een onjuiste feitelijke motivering bij het geven van de voornoemde score aan de gekozen inschrijver, waardoor ook het gelijkheidsbeginsel is geschonden, namelijk “[o]fwel diende men de metingen om de 900 seconden bij de [monitor van de gekozen inschrijver] te vergelijken met de metingen om de minuut bij [de monitor van de verzoekende partij] (hetgeen een correcte interpretatie van de normen was geweest), [o]fwel diende men minstens de onderliggende metingen om de minuut bij de [monitor van de gekozen inschrijver] te vergelijken met de onderliggende metingen om 6 seconden bij [de monitor van de verzoekende partij]”. Deze beoordeling maakt ook een schending uit van de formele en materiële motiveringsplicht evenals van het zorgvuldigheidsbeginsel. XIV-39.800-9/17 Beoordeling
- Voor het subgunningscriterium A.4) ‘Tijdsresolutie en tijdsbedekking’ (op 5 punten) wordt in het gunningsverslag aan de offerte van de gekozen inschrijver 4,92 punten toegekend en aan die van de verzoekende partij 5 punten. Wat het eerste sub-subgunningscriterium ‘Hoe frequent de monitor binnen een uur een nieuwe meetwaarde ter beschikking stelt’ betreft, wordt aan de beide offertes de maximale score van 2,5 punten gegeven. Wat het tweede sub-subgunningscriterium ‘Deel van de tijd waarbij de monitor effectief een bepaalde fractie fijn stof meet’ betreft, wordt aan de offerte van de verzoekende partij 2,5 punten en aan die van de gekozen inschrijver 2,42 punten toegekend, omdat deze laatste “effectief 59 minuten per uur” meet, en “1 minuut wordt gespendeerd aan een automatisch offset test”. De verwerende partij maakt in de nota op het eerste gezicht aannemelijk dat de verzoekende partij met haar kritiek de periode waarover het glijdend gemiddelde (moving 15-minute average) wordt berekend, ten onrechte gelijkstelt met het aantal nieuwe meetresultaten per tijdseenheid of de temporele resolutie (temporal resolution). De verwerende partij verwijst hiervoor naar het testverslag van de monitor van de gekozen inschrijver (opgesteld door een erkende instelling en gevoegd als stuk 10 bij de offerte), waaruit blijkt dat die monitor (zelfs) elke seconde (updated every second) een nieuwe meting kan doen, doch deze monitor voor de testen voor de typegoedkeuring, net zoals deze van de verzoekende partij, werd ingesteld – en dus erkend – op een temporele resolutie van 1 meetwaarde per minuut. Op het vlak van de temporele resolutie of het aantal meetwaarden per tijdseenheid, het enige wat wordt beoordeeld in het betrokken sub-subgunningscriterium A.4), lijken de monitoren van de beide inschrijvers XIV-39.800-10/17 bijgevolg op het eerste gezicht evenwaardig. Dit lijkt, op het eerste gezicht, te worden bevestigd door de resultaten van de veldtest, die de verwerende partij in de nota aanhaalt.
- Gelet op wat voorafgaat, lijkt de verzoekende partij haar middel te steunen op feitelijke gegevens die, op het eerste gezicht, niet correct zijn. Zij toont bijgevolg niet aan dat de verwerende partij, door in het gunningsverslag voor het subgunningscriterium A.4) ‘Tijdsresolutie en tijdsbedekking’ aan de offerte van de gekozen inschrijver 4,92 punten toe te kennen, de aangevoerde bepalingen en beginselen zou hebben geschonden.
- Het eerste middel is niet ernstig. B. Tweede middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partij voert de schending aan van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, de artikelen 2, 44° tot 47°, 4, 5, 53 en 81 van de wet van 17 juni 2016, artikel 87 van het koninklijk besluit van 18 april 2017, punt 2.4.3 van het bijzonder bestek ‘VMM/LUC/2024/stofmonitoren’, “de beginselen van gelijkheid en niet-discriminatie en in het bijzonder het beginsel van gelijkheid tussen inschrijvers, het misbruik van bevoegdheid en de kennelijke beoordelingsfout”, de plicht tot zorgvuldigheid, de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991, de artikelen 4 en 5 van de wet van 17 juni 2013, en “de beginselen van materiële en formele motivering van administratieve handelingen”. Zij licht toe dat de verwerende partij te dezen niet 4 op 5 punten kon toekennen aan het meetinstrument van de gekozen inschrijver op grond van het feit dat diens meetinstrument handmatige kalibratie “ter plaatse” mogelijk zou maken, en slechts 1 op 5 punten aan het meetinstrument voorgesteld door de XIV-39.800-11/17 verzoekende partij op grond van het feit dat een dergelijke kalibratie alleen in het laboratorium mogelijk zou zijn. Door in het bestek van de inschrijvers te eisen dat zij het bewijs leveren dat zij over een “massakalibratiesysteem” beschikken, verwijst de aanbestedende overheid te dezen in werkelijkheid naar de technische specificatienorm EN 16450:2017 voor automatische meetsystemen voor atmosferische deeltjes. Deze norm, die de referentie specificatiestandaard is voor meetinstrumenten voor luchtkwaliteit (fijne deeltjes in de lucht), staat massakalibratie, zoals gedefinieerd in punt 2.4.3 ‘Gunningscriteria’ van het bestek, enkel toe door vergelijking met de gravimetrische referentiemethode. Deze procedure van massakalibratie is identiek voor alle instrumenten en wordt uitsluitend in het laboratorium uitgevoerd, ongeacht de meetinstrumenten van de inschrijvers. De verzoekende partij verwijst hiervoor naar de bepaling onder 7.5.8.5 van norm EN 16450:
- Deze “massakalibratie” ter plaatse is volgens haar in feite niet haalbaar en een inschrijver kan deze procedure technisch enkel uitvoeren in een laboratorium, ongeacht het meetinstrument. De verzoekende partij vervolgt dat de gekozen inschrijver in feite geen massakalibratie in de zin van norm EN 16450:2017 voorstelt, maar een eenvoudige “controletest”, zijnde een basiscontrole van het meetinstrument met een kit, zoals blijkt uit het certificaat van dit meetinstrument. Zij citeert uit dit certificaat als volgt “Vrije vertaling: De gevoeligheid van de deeltjessensor moet maandelijks worden gecontroleerd met Cal-Dust 1100 of MonoDust 1500”. Een dergelijke controle of “check test”, werd evenwel ook door haar voorgesteld in haar offerte. Bijgevolg heeft de verwerende partij bij het nemen van de bestreden beslissing een kennelijke beoordelingsfout gemaakt door aan de offertes voor dit subgunningscriterium verschillende punten toe te kennen, terwijl de inschrijvers in feite exact hetzelfde hebben voorgesteld. Zelfs in de veronderstelling dat de ijking van de massa in de zin van punt 2.4.3 van het bestek zou verwijzen naar een eenvoudige controleproef, quod non, kan uit de gemotiveerde gunningsbeslissing niet worden afgeleid XIV-39.800-12/17 waarom de meetinstrumenten, die in werkelijkheid dezelfde ijkprocedures voorstellen met betrekking tot de toepasselijke technische normen (hetzij een ijking in het laboratorium, hetzij een eenvoudige controleproef) verschillend werden beoordeeld. In dit verband wordt de door de verzoekende partij voorgestelde mogelijkheid van verificatie met behulp van een field test kit ten onrechte enkel in aanmerking genomen om te oordelen dat zij geen ijking biedt die gelijkwaardig is aan die van de twee andere inschrijvers. Uit de motivering van de bestreden beslissing kan niet worden opgemaakt hoe de door de verzoekende partij voorgestelde verificatie - door middel van een testkit – zou verschillen van de door de twee andere inschrijvers voorgestelde vermeende “ijkingen”, die in feite slechts verificaties en geen “massakalibraties” zijn. Beoordeling
- Voor het subgunningscriterium A.2) ‘Kalibratiemogelijkheden en -benodigdheden’, sub-subgunningscriterium ‘Kalibratie van het meetsysteem voor de massa en van het debiet van de monitor’, op 5 punten, wordt in het gunningsverslag aan de offerte van de gekozen inschrijver 4 punten toegekend en aan die van de verzoekende partij 1 punt. Luidens punt 2.4.3 van het bestek baseert de aanbestedende overheid zich voor de beoordeling van dit criterium “op de informatie in stuk 7 ‘Kalibratie, preventief en correctief onderhoud’, op de handleiding en op de ervaringen tijdens de veldtest”, en wordt de beoordelingsmethode als volgt vastgesteld: “De kalibratie van het meetsysteem voor de massa en van het debiet van de monitor (5 punten) dient zo eenvoudig mogelijk uitgevoerd te kunnen worden: -Bij voorkeur volledig geautomatiseerd op de meetplaats (5 punten); -Indien handmatige handelingen noodzakelijk zijn bij voorkeur op de meetplaats zonder dat uitwisseling van apparatuur noodzakelijk is (tussen 4 en 2 punten); - Indien handmatige handelingen noodzakelijk zijn en dit kan niet op de meetplaats, dat de handelingen bij voorkeur zo beperkt, gemakkelijk en snel mogelijk zijn (1 of 0 punten).” XIV-39.800-13/17 De technische vereisten in verband met kalibratie zijn opgenomen in punt 3.2.3 van het bestek, zoals hoger aangehaald sub 3.
- Daaruit blijkt dat de verwerende partij zelf alle kalibratiewerkzaamheden moet kunnen uitvoeren, in eigen beheer of door dit uit te besteden aan een onderhoudsfirma, met uitzondering van uitzonderlijke, niet-geplande kalibraties die noodzakelijk zijn in het kader van correctief onderhoud, en dat de kalibratie van de monitor niet kan bestaan “uit een vergelijking met de referentiemethode zoals beschreven in EN16450:2017”.
- Door te stellen dat elke kalibratie, ongeacht het aangeboden meetinstrument, niet kan gebeuren op de meetplaats zelf doch steeds in het laboratorium, voert de verzoekende partij in dit tweede middel kritiek op deze technische vereiste in punt 3.2.3 van het bestek en op de beoordelingsmethode opgenomen in punt 2.4.3 van het bestek zelf. Volgens haar dient de procedure van massakalibratie te worden gevolgd overeenkomstig norm EN 16450:2017, die identiek is voor alle instrumenten en uitsluitend in het laboratorium kan worden uitgevoerd.
- Hoofdstuk 7 van norm EN 16450:2017, waar de verzoekende partij op steunt, regelt de procedure voor het testen van types automatische meettoestellen, om te bepalen of dat ‘type’ meettoestel voldoet aan de referentiemethode zoals beschreven in richtlijn 2008/50/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2008 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa. Dit hoofdstuk 7 bepaalt onder meer dat er minstens twee toestellen van hetzelfde type moeten worden getest en dat deze toestellen moeten worden onderworpen aan een reeks laboratoriumtesten en veldtesten door een daartoe bevoegde instantie. Het betreft aldus bepalingen inzake typegoedkeuring. Bepaling 7.5.8.5 ‘Calibration function (lack-of-fit)’, waar de verzoekende partij naar verwijst, betreft de kalibratie van de bij de veldtesten ingewonnen data. Het betreft aldus voorschriften inzake data-analyse die door een bevoegde testinstantie dienen te worden gebruikt teneinde na te gaan of een bepaald type meettoestel in zijn algemeenheid in aanmerking komt om te worden aangemerkt als zijnde in XIV-39.800-14/17 overeenstemming met referentiemethode zoals beschreven in richtlijn 2008/50/EG. De betreffende bepaling 7.5.8.
- van norm EN 16450:2017 bevat op het eerste gezicht geen voorschriften inzake de kalibratie door de eindgebruiker van een individueel meettoestel dat in het kader van een bestaand en functionerend netwerk van automatische meettoestellen in dagelijks gebruik is.
- De verwerende partij licht in de nota in dit verband toe dat, vooraleer een individuele monitor in een luchtkwaliteitsmeetnet kan worden gebruikt, deze een ‘typegoedkeuring’ moet krijgen aan de hand van testen uitgevoerd door een daartoe erkende instelling, waarbij de monitoren worden vergeleken met de referentiemethode (gravimetrie) bepaald in norm EN16450:2017; het betreft een continue kwaliteitscontrole van een luchtkwaliteitsmeetnet in zijn geheel, met de gravimetrie als referentiemethode, en het vaststellen van eventuele correcties voor de meetresultaten van de monitoren, gelet op de grote verschillen in klimatologische omstandigheden tussen de Lidstaten. De verwerende partij maakt op het eerste gezicht aannemelijk dat de vereisten van een dergelijke kwaliteitscontrole niet kunnen worden getransponeerd naar de kalibratie van een individuele monitor, zoals de verzoekende partij doet. De kalibratie die op elk individueel toestel moet worden uitgevoerd, en die wordt beoordeeld in het betrokken sub-subgunningscriterium ‘Kalibratie van het meetsysteem voor de massa en van het debiet van de monitor’, staat beschreven in punt 8.4.10 ‘Checks and calibrations of AMS mass measuring system’ van norm EN16450:2017, waarin onder meer wordt gesteld: “Het AMS-meetsysteem moet worden gekalibreerd met een frequentie en volgens de door de fabrikant voorgeschreven procedure om de goede werking van het AMS te garanderen. De prestaties van kalibraties verschillen tussen soorten AMS en kunnen bestaan uit toepassingen van nul- en spanfilters of -folies”. XIV-39.800-15/17
- De verwerende partij maakt voorts aannemelijk, op het eerste gezicht, dat blijkens het testrapport van de door de gekozen inschrijver voorgestelde monitor, opgesteld door een erkende instelling, waar de verzoekende partij zelf naar verwijst, op die monitor een kalibratiefunctionaliteit staat, die de gebruiker toelaat “de kalibratie van de [sensor] te controleren en, indien nodig, te kalibreren”, zodat de kalibratie van het meetinstrument op de meetplaats kan gebeuren. Dit wordt bevestigd door stuk 7 ‘Kalibratie, preventief en correctief onderhoud’ en stuk 9 ‘Handleiding […]’ (in punt 6.8 ‘Calibrating particle size’), beide gevoegd bij de offerte van de gekozen inschrijver, vertrouwelijk stuk dat de Raad van State heeft kunnen inzien, waar wordt uiteengezet dat en op welke wijze de monitor op de meetplaats kan worden gecontroleerd én gekalibreerd aan de hand van Cal-Dust 1100 of MonoDust 1500 (zijnde een stof met een gekende deeltjesgrootte). De monitor aangeboden door de verzoekende partij blijkt daarentegen op het eerste gezicht niet over de functionaliteit te beschikken om op de meetplaats zelf te worden gekalibreerd. Uit stuk 7 ‘Kalibratie, preventief en correctief onderhoud’, gevoegd bij de offerte van de verzoekende partij, eveneens vertrouwelijk stuk dat de Raad van State heeft kunnen inzien, is voor de kalibratie van de monitor een laboratorium nodig. De testkit waar de verzoekende partij naar verwijst, wordt blijkens dit stuk enkel gebruikt voor “verificatie op locatie”, waarbij, indien “het resultaat buiten de tolerantie valt”, het apparaat (naar de producent of een onderhoudspartner) moet worden opgestuurd voor kalibratie. Dit lijkt te worden bevestigd door de e-mailberichten die tussen de partijen over de testkit van de verzoekende partij zijn gewisseld.
- Gelet op wat voorafgaat, lijkt de verzoekende partij haar middel te steunen op feitelijke gegevens die, op het eerste gezicht, niet correct zijn. Zij toont bijgevolg niet aan dat de verwerende partij, door in het gunningsverslag aan de offerte van de gekozen inschrijver 4 punten toe te kennen en aan die van de XIV-39.800-16/17 verzoekende partij slechts 1 punt, de aangevoerde bepalingen en beginselen zou hebben geschonden.
- Het tweede middel is niet ernstig. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt de vordering.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twee juni tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Patricia De Somere, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Patricia De Somere XIV-39.800-17/17 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.487 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div