← België

Arrest 263521 - Monumenten en Landschappen - 06/06/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.521 Rolnummer: A. 238984/X-18384 Zaak: Arrest 263521 - Monumenten en Landschappen - 06/06/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-13 Raadplegingen: 95 - laatst gezien 2026-06-16 04:48 Fiche Arrest nr 263.521 van 6 juni 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Monumenten en Landschappen Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 263.521 van 6 juni 2025 in de zaak A. 238.984/X-18.384 In zake : de GEMEENTE PELT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Floris Sebreghts en Pieter-Jan Van De Weyer kantoor houdend te 2600 Antwerpen - Berchem Borsbeeksebrug 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Stijn Brusselmans kantoor houdend te 2000 Antwerpen Scheldestraat 9 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep 1. Het beroep, ingesteld op 27 april 2023, strekt tot de nietig- verklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed van 3 februari 2023 ‘tot definitieve bescherming als cultuurhistorisch landschap met overgangszones van De Holen in Pelt (Neerpelt)’. II. Verloop van de rechtspleging 2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend. Bij arrest nr. 258.909 van 23 februari 2024 is het debat heropend. X-18.384-1/14 De verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij en de verzoekende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 maart 2025. Kamervoorzitter Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Annelies Geerts, die loco advocaten Floris Sebreghts en Pieter-Jan Van De Weyer verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Wannes Op de Becq, die loco advocaat Stijn Brusselmans verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Van Mingeroet heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Het gebied De Holen te Pelt is in de 19de eeuw geïnitieerd als watering. Alle structurele elementen van het oorspronkelijke bevloeiingssysteem zijn tot op vandaag intact en het gebied vormt een uitgesproken nat landschap met een microreliëf van weides waardoor een fijnmazig netwerk van tal van grote en kleine sloten en grachten loopt. X-18.384-2/14 Op het bij koninklijk besluit van 22 maart 1978 vastgesteld gewestplan Neerpelt-Bree, zoals gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 28 juli 1995 (hierna: het toepasselijke gewestplan), wordt het gebied De Holen doorsneden door een reservatie- en erfdienstbaarheidsgebied in de zin van artikel 18.7.3 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 ‘betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen’ (hierna: het inrichtingsbesluit). Dit reservatie- en erfdienstbaarheidsgebied is bedoeld voor de aanleg van de noordelijke omleidingsweg N71. 3.2. Met een besluit van 12 januari 2017 beschermt de Vlaamse minister bevoegd voor onroerend erfgoed het gebied De Holen als cultuurhistorisch landschap met overgangszones (hierna: het beschermingsbesluit van 2017). 3.3. Op vordering van onder meer de verzoekende partij vernietigt de Raad van State bij arrest nr. 247.608 van 20 mei 2020 (zaak A. 221.851/X-16.895) het beschermingsbesluit van 2017 op grond van volgende overwegingen: “5.1. Artikel 6.1.1/1 van het onroerenderfgoeddecreet luidt: ‘De beschermingsvoorschriften kunnen geen beperkingen opleggen die werken of handelingen absoluut verbieden of onmogelijk maken die overeenstemmen met de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, noch de realisatie van die plannen en hun bestemmingsvoorschriften verhinderen.’ De Raad van State oordeelde voorts eerder, onder meer in zijn arrest nr. 242.572 van 9 oktober 2018, dat om wettig te zijn een beschermingsbesluit, zoals iedere individuele overheidsbeslissing, moet kunnen worden ingepast in de bestaande regelgeving, waaronder de voorschriften van bestemmingsplannen. […] Artikel 18.7.3 van het inrichtingsbesluit luidt: ‘De reservatie- en erfdienstbaarheidsgebieden zijn die waar perken kunnen worden opgesteld aan de handelingen en werken, ten einde de nodige ruimten te reserveren voor de uitvoering van werken van openbaar nut, of om deze werken te beschermen of in stand te houden.’ 5.3. Anders dan de verwerende partij dit ziet, moeten deze laatste gebieden wel degelijk als een gewestplanbestemming worden beschouwd. Dat de techniek van de overdruk met zich meebrengt dat de in grondkleur geldende bestemming, te dezen natuurgebied, van toepassing blijft zolang de X-18.384-3/14 bestemming reservatie- en erfdienstbaarheidsgebied niet wordt gerealiseerd, vermag daaraan geen afbreuk te doen. 5.4. De verplichtingen van de zakelijkrechthouders en de gebruikers van het beschermde cultuurhistorisch landschap De Holen worden in het bestreden besluit als volgt bepaald: ‘Art. 4.1. De zakelijkrechthouder en de gebruiker van het beschermde cultuurhistorisch landschap De Holen zijn verplicht de instandhouding en het onderhoud ervan te verzekeren door: 1° het goed als een goede huisvader te beheren en de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen tegen schade ten gevolge van brand, blikseminslag, diefstal, vandalisme, wind of water; 2° de toestand van het goed regelmatig te controleren; 3° regulier onderhoud uit te oefenen; 4° onmiddellijk passende consolidatie- en beveiligingsmaatregelen te nemen in geval van nood; 5° kunstwerken zoals sluizen, duikers, buizen die deel uitmaken van het bevloeiingssysteem en waarvan het belang voor het goed functioneren van de watering is aangetoond te herstellen, onderhouden en in stand te houden of wanneer herstel niet meer mogelijk is, te vervangen; 6° de natuurlijke waterplassen ten gevolge van kwel in stand te houden en verlanding en/of verbossing tegen te gaan door boomopslag op de oevers te vermijden; 7° het systeem van aan- en afvoer van het kanaalwater via de hoofdsloten te onderhouden en in stand te houden door een constante waterstroom en de sloten open te houden door dichtgroeien te voorkomen; 8° het fijnmazig netwerk van zijsloten in de watering functioneel en zichtbaar te houden; 9° bij bosexploitatie aangepaste machines of technieken te gebruiken om schade aan het microreliëf en slotennetwerk te voorkomen. Grachten en bedden die tijdens de exploitatie beschadigd of onderbroken worden, moeten worden hersteld; 10° bij (her)bebossing rekening te houden met de· aanwezige beddenbouw en het slotennetwerk in die mate dat de structuur van de watering intact, functioneel en herkenbaar blijft; Volgende handelingen zijn verboden: 11° sport- en spelinfrastructuur of parkeerplaatsen aan te leggen; 12° het hydrografisch netwerk te wijzigen of werken uit te voeren die impact hebben op het grondwaterpeil in die mate dat het bevloeiingssysteem van de watering grondig wordt gewijzigd of niet meer mogelijk is; 13° reliëfwijzigingen in de bodem aan te brengen waardoor de microtopografie (beddenbouw) van de watering wordt beschadigd; 14° eender welke afvalstof, van afgedankte voorwerpen, van ruwe of verwerkte materialen achter te laten, op te slaan of te verwerken; 15° chemische verdelgingsmiddelen, groeiremmers, groeistimulatoren, hormonale behandelingen, thermische onkruidverdelgers of andere verdelgingsmiddelen toe te passen op de percelen die niet als akkerland, weiland, boomgaard, moestuin of bloemperk worden gebruikt; 16° grasland te scheuren of grasland om te zetten in akkerland bij: historisch permanent grasland: een halfnatuurlijke vegetatie die bestaat uit X-18.384-4/14 grasland dat gekenmerkt wordt door het langdurig grondgebruik als graasweide, hooiland of wisselweide met cultuurhistorische waarde of met een soortenrijke vegetatie van kruiden en grassoorten waarbij het milieu meestal wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van sloten, greppels, poelen, uitgesproken microreliëf, bronnen of kwelzones. […] Art. 5.1. Voor de volgende handelingen aan het beschermde cultuurhistorisch landschap moet een toelating worden aangevraagd: 1° het aanbrengen van opschriften, informatieve en/of recreatieve borden, publiciteitsinrichtingen of uithangborden, met uitzondering van verkiezingspubliciteit en met uitzondering van tijdelijke publiciteitsinrichtingen, waarbij wordt bekendgemaakt dat het goed te koop of te huur is, op voorwaarde dat de totale maximale oppervlakte niet meer bedraagt dan 4 m2; 2° het aanleggen, ophogen, structureel en fundamenteel wijzigen of verwijderen van wegen en paden met uitzondering van de ruimingswegen voor houtexploitatie; 3° het plaatsen of wijzigen van straatmeubilair, met uitzondering van niet- aard- en niet-nagelvaste elementen en verkeersborden vermeld in artikel 65 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg; 4° het organiseren van grote evenementen, die het normaal gebruik van het beschermd onroerend erfgoed overstijgen, onder meer het houden van testen, oefenritten en wedstrijden met mechanische voertuigen, het gebruik van vaartuigen met of zonder hulpmotor, het kleiduifschieten, het gebruik van modelvliegtuigen met afstandsbediening, het beoefenen van georganiseerde ruitersport, het houden van manifestaties of sportactiviteiten; 5° het achterlaten van slib. Een normaal onderhoud van de openbare waterlopen blijft toegelaten voor zover het slib oordeelkundig wordt opengespreid en voldoet aan de geldende normen; 6° het plaatsen of wijzigen van oeverbeschoeiing; 7° het plaatsen of wijzigen van boven- en ondergrondse nutsvoorzieningen en leidingen; 8° het plaatsen of wijzigen van afsluitingen, met uitzondering van gladde schrikdraad en prikkeldraad met houten, ontschorste smalle palen, ten behoeve van veekering; 9° het uitzetten van dieren in het wild; 10° het plaatsen, slopen, verbouwen of heropbouwen van constructies; 11° het lozen van vloeistoffen of gassen.’ 5.5. Gelet op de voormelde bepalingen, die in essentie op de instandhouding van het cultuurhistorisch landschap zijn gericht, kan niet ernstig betwist worden dat het bestreden besluit de uitvoering van de bestemming reservatiegebied onmogelijk maakt en niet in de bestaande regelgeving kan worden ingepast. De verwerende partij stelt in haar memorie van antwoord zelf dat ‘het invullen van het tracé van de N71, zoals aangeduid op het gewestplan door middel van een reservatiestrook, door het beschermingsbesluit allicht onmogelijk wordt’. 5.6. Het eerste middelonderdeel van het eerste middel is gegrond.” X-18.384-5/14 3.4. Op 28 augustus 2022 neemt de Vlaamse Minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed een nieuw besluit tot voorlopige bescherming als cultuurhistorisch landschap met overgangszones van het gebied De Holen. 3.5. Tijdens het openbaar onderzoek, dat gehouden wordt van 10 oktober tot 9 november 2022, worden 61 bezwaren en opmerkingen ingediend. Ook de verzoekende partij dient een bezwaarschrift in. 3.6. Met het bestreden besluit wordt het gebied De Holen opnieuw definitief als cultuurhistorisch landschap met overgangszones beschermd. In dit besluit wordt het volgende overwogen: “Motivering Het cultuurhistorisch landschap De Holen in Pelt is van algemeen belang wegens de volgende erfgoedwaarden: - de technische waarde: De Holen is als watering in de 19de eeuw geïnitieerd door de gemeente Neerpelt en vormt een zeldzaam voorbeeld van de talrijke kleinschalige bevloeiingsprojecten uit die periode. In De Holen zijn alle structurele elementen van het oorspronkelijke bevloeiingssysteem nog intact en grotendeels functioneel zodat de watering een representatief voorbeeld vormt van dit type bevloeiing. Het water wordt afgetapt uit het Kempisch kanaal via een ‘prise d’eau’. De hoofdsloten voor de aan- en afvoer van water volgen hetzelfde tracé als voorzien bij de aanleg in de 19de eeuw. Ook de kleinere zijsloten zijn nog aanwezig zoals getekend op het plan van Keelhoff uit 1850. De beddenbouw is als microreliëf nog duidelijk herkenbaar; - de wetenschappelijke waarde: De wisselwerking tussen de oorspronkelijke zure bodem van de arme zandgronden en de jarenlange bevloeiing met het kalkrijke Maaswater resulteert in een grote diversiteit van plantensoorten in de vloeiweiden. De watering telt een aantal zeldzame kalkminnende planten die van nature niet tot ontwikkeling zouden komen in de Kempense zandgrond. Langs de hoofdsloten staan nog enkele indrukwekkende exemplaren van de oorspronkelijke populiersoort Robusta die hier werd aangeplant. In het gebied is kwel aanwezig wat resulteert in natuurlijke waterplassen. Het bevloeiingssysteem creëert een nat milieu en zorgt voor een bijkomende gradiënt wat zich weerspiegelt in de vegetatie; - de historische waarde: De watering De Holen herinnert aan een kortstondige periode van X-18.384-6/14 intensieve ontginningsactiviteit in de Kempen gebaseerd op een eeuwenoud bevloeiingsmodel dat door de Belgische staat werd gepropageerd als de methode bij uitstek om de heide economisch te valoriseren. De aanleg van vloeiweiden zorgde voor een fundamentele wijziging van het tot dan toe gekende landschapsbeeld. Omwille van de beperkte rendabiliteit werden deze wateringen vrij snel opgegeven en omgevormd zodat hier nog weinig relicten van bestaan. De voormalige watering vormt een grote oppervlakte met historisch stabiele percelering. In het gebied liggen enkele waterplassen die reeds aanwezig waren in de oorspronkelijke heide voor de transformatie naar vloeiweiden en die nog steeds open water zijn. Centraal in de watering zijn een tweetal percelen historisch permanent grasland bewaard; - de esthetische waarde: De watering De Holen vormt samen met het aangrenzend gebied De Hoeven een groene oase zonder bewoning waar rust en stilte primeren en die contrasteert met de industrie en bewoning rondom Neerpelt en Achel. De aanwezigheid van waterpartijen en de afwisseling van open en beboste percelen zorgt voor een gevarieerd landschap; - de culturele waarde: De watering De Holen herinnert aan de 19de-eeuwse ontginningsperiode in de Kempen waarbij de heide op korte termijn en op grootschalige wijze in cultuur werd gebracht. Deze plotse onderneming was deels ingegeven door soortgelijke ontwikkelingen in het buitenland en kaderde in de tijdsgeest waar de nadruk lag op de economische ontwikkeling van zogenaamde achtergestelde gebieden. De impact van deze ingrepen op het landschap en de leefwijze van de bevolking was enorm zodat het principe van het wateren of witteren nog steeds deel uitmaakt van het collectief geheugen in de Limburgse Kempen. De watering De Holen vormt een van de weinige relicten die refereren aan deze ontginningsgeschiedenis en die door het actief gebruik deze herinnering in stand houden; - de ruimtelijk-structurerende waarde: De oude structuren zoals sloten en perceelsgrenzen zijn nog sterk herkenbaar aanwezig en illustreren de systematische aanleg van de watering. Er is een sterke ruimtelijke samenhang tussen alle percelen ten gevolge van het specifiek waterhuishoudingsysteem dat alom tegenwoordig is. Doordat de watering volgens een vooraf uitgetekend plan werd ingericht in de tot dan toe lege heide, was de watering bepalend voor de verdere ontwikkeling van de omgeving. Dit wordt gereflecteerd in het huidige stratenpatroon dat nog steeds grotendeels de grenzen van de watering volgt en in de straatnamen, getuige de Holenweg en de Achelsendijk. De bescherming omvat twee overgangszones die nog deel uitmaken van de oorspronkelijke watering De Holen. Deze gebieden zijn via de waterhuishouding verbonden met de rest van de watering en vormen dus een structurele ondersteuning van de erfgoedwaarden.” Het beschikkend gedeelte van het bestreden besluit luidt: “Artikel 1. De volgende onroerende goederen worden definitief beschermd als cultuurhistorisch landschap: X-18.384-7/14 De Holen, Pelt (Neerpelt), bij het kadaster bekend als: Pelt, 3de afdeling, sectie B, perceelnummers […] en deel uitmakend van het openbaar domein. […] Het plan met de aflijning is opgenomen als bijlage bij dit besluit. De fotoregistratie van de fysieke toestand van het cultuurhistorisch landschap is opgenomen als bijlage bij dit besluit. Art. 2. De erfgoedwaarden van het cultuurhistorisch landschap zijn: 1° technische waarde; 2° wetenschappelijke waarde; 3° historische waarde; 4° esthetische waarde; 5° culturele waarde; 6° ruimtelijk-structurerende waarde. De erfgoedelementen en de erfgoedkenmerken van het cultuurhistorisch landschap zijn: Voormalige watering De Holen: 1° uitgesproken nat landschap met afwisseling van bospercelen en ruigte, open en gesloten percelen; 2° centraal blok ‘De Vrunden’ met open percelen weiland en historisch permanent grasland; 3° watervoerende hoofd- of bovensloten voor wateraanvoer via het kanaal Bocholt-Herentals en waterafvoer via de Prinsenloop; 4° uitgebreid netwerk van zij- of ondersloten verbonden met de hoofdsloten; 5° water gerelateerde kunstwerken zoals duikers, stuwen en overwelvingen op de hoofdsloten; 6° strooksgewijze percelering begrensd door parallelle ondiepe slootjes; 7° 19de-eeuwse waterplassen en vijvers al dan niet gevoed door kwel; 8° imposante opgaande bomen (Ulmus, Populus canadensis (

  1. x)‘Robusta’) en knotbomen (Salix) langs de hoofdsloten; 9° microreliëf ten gevolge van beddenbouw. Art. 3.1. De beheersdoelstellingen voor het cultuurhistorisch landschap zijn: 1° het unieke landschap van de watering als structureel geheel bewaren en versterken door de opmaak van een geïntegreerd beheerplan met het oog op de afstemming tussen de erfgoedwaarden en de natuurwaarden; 2° het behouden, goed beheren en indien nodig herstellen van het bevloeiingssysteem met het fijnmazig netwerk van hoofdsloten, kanaaltjes en grachten; 3° het garanderen van een vlotte en constante doorstroming van het water bestaande uit:
  2. a)de watertoevoer vanuit het kanaal naar de hoofdsloten;
  3. b)de waterafvoer via de hoofdsloten naar de Prinsenloop;
  4. c)de watercirculatie tussen hoofd- en zijsloten; 4° het waarborgen van een goede waterkwaliteit om waterverontreiniging in de watering te vermijden; 5° de bestaande populierenteelt aanpassen aan de schaal van het landschap om zo het vloeiweidensysteem herkenbaar en functioneel te houden. Grootschalige bebossing en/of kaalslag is niet aangewezen; X-18.384-8/14
  5. a)bij bosexploitatie worden bij voorkeur aangepaste machines of technieken gebruikt om schade aan het microreliëf en slotennetwerk te voorkomen;
  6. b)grachten en bedden die tijdens de exploitatie beschadigd of onderbroken worden, moeten worden hersteld;
  7. c)aanpassingen op perceelsniveau moeten uitgewerkt worden in het geïntegreerd beheerplan;
  8. d)waar de mogelijkheid zich aanbiedt, is omvorming van populieraanplanten naar grasland aangewezen; 6° het behouden en goed beheren van de historische waterplassen en de verbinding met het slotennetwerk van de vloeiweiden; 7° het open houden van de percelen De Vrunden door een aangepast grondgebruik en het behouden en goed beheren van het fijnmazig slotennetwerk en microreliëf; 8° het behouden, goed beheren en indien mogelijk herstellen of vervangen van oude kunstwerken die van belang zijn voor het goed functioneren van de waterhuishouding. […] Art. 4.1. De zakelijkrechthouder en de gebruiker houden het cultuurhistorisch landschap in stand en onderhouden het door: 1° het cultuurhistorisch landschap als een goede huisvader te beheren en de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen tegen schade door brand, blikseminslag, diefstal, vandalisme, wind of water; 2° de toestand van het cultuurhistorisch landschap regelmatig te controleren; 3° regulier onderhoud uit te oefenen; 4° onmiddellijk passende consolidatie- en beveiligingsmaatregelen te nemen in geval van nood. […] Art. 5.1. Een toelating is vereist voor de volgende handelingen aan of in het cultuurhistorisch landschap De Holen: 1° het plaatsen, slopen, verbouwen of heropbouwen van een constructie; 2° het aanbrengen, vervangen of wijzigen van opschriften, publiciteitsinrichtingen of uithangborden, met uitzondering van verkiezingspubliciteit en met uitzondering van tijdelijke publiciteitsinrichtingen, waarbij wordt bekendgemaakt dat het goed te koop of te huur is, op voorwaarde dat de totale maximale oppervlakte niet meer bedraagt dan 4 m²; 3° het uitvoeren van de volgende omgevingswerken:
  9. a)het plaatsen of wijzigen van bovengrondse en ondergrondse nutsvoorzieningen en leidingen;
  10. b)het plaatsen of wijzigen van afsluitingen, met uitzondering van gladde schrikdraad en prikkeldraad met houten, ontschorste smalle palen, ten behoeve van veekering;
  11. c)het aanleggen, structureel en fundamenteel wijzigen of verwijderen van wegen en paden, met uitzondering van de ruimingswegen voor houtexploitatie;
  12. d)het aanleggen of wijzigen van verharding of het uitbreiden van bestaande verhardingen; X-18.384-9/14
  13. e)het aanleggen van sport- en spelinfrastructuur of parkeerplaatsen; 4° het organiseren van grote evenementen, die het normaal gebruik van het beschermd cultuurhistorisch landschap overstijgen; 5° het scheuren van grasland of het omzetten naar akkerland van historisch permanent grasland: een halfnatuurlijke vegetatie die bestaat uit grasland dat gekenmerkt wordt door het langdurig grondgebruik als graasweide, hooiland of wisselweide met cultuurhistorische waarde of met een soortenrijke vegetatie van kruiden en grassoorten waarbij het milieu meestal wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van sloten, greppels, poelen, uitgesproken microreliëf, bronnen of kwelzones; 6° het plaatsen of wijzigen van oeverbeschoeiing; 7° elke reliëfwijziging van de bodem, wijziging van het hydrografisch netwerk of ander werk of handelingen die impact kunnen hebben op het grondwaterpeil; 8° het achterlaten van slib. Een normaal onderhoud van de openbare waterlopen blijft toegelaten voor zover het slib oordeelkundig wordt open gespreid en voldoet aan de geldende normen; 9° het lozen van vloeistoffen of gassen. […].” VII. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen 4. In het eerste middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 6.1.1/1 van het decreet van 12 juli 2013 ‘betreffende het onroerend erfgoed’ (hierna: het Onroerenderfgoeddecreet), van artikel 7.4.4, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), van artikel 18.7.3 van het inrichtingsbesluit, van het toepasselijke gewestplan, van het wettigheidsbeginsel en van “het beginsel van de normenhiërarchie volgens hetwelk een lagere norm in overeenstemming dient te zijn met een hogere norm”, en van het zorgvuldigheids- beginsel, het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het continuïteitsbeginsel als algemene beginselen van behoorlijk bestuur, evenals de schending van het gezag van gewijsde van ’s Raads arrest nr. 247.608 van 20 mei 2020. De verzoekende partij voert aan dat de bestreden beslissing de realisatie van de verordenende bestemmingsvoorschriften van het gewestplan verhindert. Zij zet uiteen dat het gewestplan overeenkomstig artikel 7.4.4, § 1, van X-18.384-10/14 de VCRO verordenende kracht heeft en dat derhalve elke latere individuele beslissing, zoals de bestreden beslissing, met het gewestplan in overeenstemming moet zijn. Zij wijst erop dat artikel 6.1.1/1 van het Onroerenderfgoeddecreet bepaalt dat beschermingsvoorschriften geen beperkingen kunnen opleggen die werken of handelingen die met de plannen van aanleg overeenstemmen absoluut verbieden of onmogelijk maken, noch dat zij de realisatie van die plannen en hun bestemmingsvoorschriften kunnen verhinderen. Te dezen leidt het bestreden besluit ertoe dat de realisatie van de noordelijke omleidingsweg op de in het gewestplan voorziene reservatiestrook onmogelijk wordt. 5. In haar memorie van antwoord stelt de verwerende partij dat – in tegenstelling tot het beschermingsbesluit van 2017 – het thans bestreden beschermingsbesluit geen verbodsbepalingen of beperkingen bevat die maken dat handelingen die overeenstemmen met de gewestplanbestemming reservatie- en erfdienstbaarheidszone, absoluut verboden of onmogelijk worden. Er zijn in het thans bestreden beschermingsbesluit enkel bepalingen terug te vinden die stellen dat bepaalde handelingen aan of in het cultuurhistorisch landschap en aan of in de overgangszones onderworpen moeten worden aan het verkrijgen van een toelating. De realisatie van de gewestplanbestemming reservatiezone wordt dan ook niet verhinderd door het bestreden beschermingsbesluit. De verzoekende partij gaat er al te gemakkelijk vanuit dat men de verplichting om voor bepaalde handelingen aan of in het cultuurhistorisch landschap een voorafgaande toelating te vragen, zal aanwenden om de realisatie van de gewestplanbestemming te verhinderen. Dit wordt geenszins aangetoond of aannemelijk gemaakt. Voorts is er volgens de verwerende partij in het thans bestreden beschermingsbesluit afdoende aandacht besteed aan de vernietigingsmotieven van ’s Raads arrest nr. 247.608 van 20 mei 2020. In de beantwoording van de bezwaren en adviezen kan dienaangaande immers het volgende gelezen worden: “Het beschermingsdossier van De Holen zoals voorgelegd aan het college van Burgemeester en Schepenen is niet identiek aan het dossier dat werd vernietigd door de Raad van State bij arrest nr. 247.608. Het inhoudelijk dossier werd geactualiseerd en het ministerieel besluit werd aangepast aan de X-18.384-11/14 vernietigingsgrond van het arrest van de Raad van State. Zo omvat Artikel 4 van het ministerieel besluit niet langer verbodsbepalingen maar enkel generieke voorschriften voor instandhouding en onderhoud. Artikel 5 somt de toelatingsplichtige handelingen op met de bedoeling om vanuit Onroerend Erfgoed toekomstige ingrepen in het gebied te kunnen opvolgen. De beheersdoelstellingen in artikel 3 blijven ongewijzigd want deze beogen een optimaal behoud van het erfgoed in de toekomst. Het betreft geen bijkomende verplichtingen.” Volgens de verwerende partij is in de volgende beantwoording van de bezwaren uitdrukkelijk aangegeven waarom het bestreden beschermingsbesluit de realisatie van de omleidingsweg niet onmogelijk maakt: “2.1.2. Bezwaar 1 uitgebracht tijdens het openbaar onderzoek De bezwaarindiener uit zijn bezorgdheid dat door de bescherming van de Holen als cultuurhistorisch landschap het tracé op de reservatiezone voor de omleidingsweg van Pelt vervalt. […] Behandeling van het bezwaar Het beschermingsdossier geeft een waardering van de actuele erfgoedwaarden, [erfgoed]elementen en [erfgoed]kenmerken. Het beschermingsdossier maakt de uitvoering van de gewestplan bestemming niet onmogelijk maar kan dienen als sectorale insteek vanuit Onroerend Erfgoed bij het afwegingsproces van de verschillende tracés voor de omleidingsweg.” 6. In haar laatste memorie herhaalt de verwerende partij haar argumenten uit de memorie van antwoord. Beoordeling 7. Artikel 6.1.1/1 van het Onroerenderfgoeddecreet luidt: “De beschermingsvoorschriften kunnen geen beperkingen opleggen die werken of handelingen absoluut verbieden of onmogelijk maken die overeenstemmen met de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, noch de realisatie van die plannen en hun bestemmingsvoorschriften verhinderen.” De Raad van State oordeelde voorts eerder, onder meer in zijn meergenoemde arrest nr. 247.608 van 20 mei 2020, dat om wettig te zijn een X-18.384-12/14 beschermingsbesluit, zoals iedere individuele overheidsbeslissing, moet kunnen worden ingepast in de bestaande regelgeving, waaronder de voorschriften van de bestemmingsplannen. 8. De tekst van het bestreden beschermingsbesluit mag dan verschillen van de tekst van het beschermingsbesluit van 2017, doch dit kan niet doen voorbijzien dat ook het bestreden beschermingsbesluit verplicht tot de instandhouding van het bestaande cultuurhistorisch landschap. Vastgesteld moet worden dat de verwerende partij geenszins inzichtelijk maakt hoe deze verplichting verenigbaar zou zijn met de realisatie van de omleidingsweg N71 volgens het in het gewestplan voorziene tracé, nu die realisatie de vernietiging impliceert van een substantieel deel van het bestaande microreliëf van weides waardoor een fijnmazig netwerk van tal van grote en kleine sloten en grachten loopt. Aan de voorgaande vaststelling wordt geen afbreuk gedaan door de door de verwerende partij ingeroepen elementen, zoals de stelling dat het bestreden beschermingsbesluit “kan dienen als sectorale insteek vanuit Onroerend Erfgoed bij het afwegingsproces van de verschillende tracés”. 9. Het middel is gegrond. BESLISSING 1. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Wonen en Onroerend Erfgoed van 3 februari 2023 ‘tot definitieve bescherming als cultuurhistorisch landschap met overgangszones van De Holen in Pelt (Neerpelt)’. 2. Dit arrest dient te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. X-18.384-13/14 3. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zes juni tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.384-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.521 Gerelateerde publicatie(
  14. s)voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.258.909 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.