id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.523 Rolnummer: A. 244528/XII-9860 Zaak: Arrest 263523 - Dierenwelzijn - 06/06/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-19 Raadplegingen: 101 - laatst gezien 2026-06-16 04:48 Fiche Arrest nr 263.523 van 6 juni 2025 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 263.523 van 6 juni 2025 in de zaak A. 244.528/XII-9860 In zake: G.S. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Marijke Everaert kantoor houdend te 9300 Aalst Parklaan 13 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 8580 Avelgem Leopoldstraat 63 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1.1. De vordering, ingesteld op 31 maart 2025, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 30 januari 2025, nummer G-24- 5689a door de Afdeling Dierenwelzijn bij het Departement Omgeving, waarbij de dieren van verzoeker (8 honden Berner Senne[n, 6] met ID’s […] en 2 pups zonder chip), 2 katten (1 grijze kater en 1 gevlekte kat met witte borst, beiden zonder chip) en 1 fret[…] werden bestemd, door ze in volle eigendom te geven aan een erkend asiel”. 1.2. De vordering strekt eveneens tot het opleggen van voorlopige maatregelen, met name: XII-9860-1/8 “● Vrijgave van de dieren onder voorwaarden, zoals regelmatige veterinaire controle. ● Onafhankelijke monitoring en rapportage over de gezondheid en het welzijn van de dieren. ● Invoering van borgstellings- of controlemechanismen in afwachting van een definitieve uitspraak. ● Bezoekrecht van de eigenaar in afwachting van definitieve beslissing.” II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij beschikking van 8 april 2025 werd de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 juni 2025, om 11.00 uur. Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Verzoeker en advocaat Mark Herssens, die loco advocaat Marijke Everaert verschijnt voor verzoeker, zijn gehoord. Eerste auditeur Anja Somers heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973. XII-9860-2/8 III. Feiten 3.1. Op 17 december 2024 vindt er naar aanleiding van een melding een controle plaats bij verzoeker. De overtredingen en maatregelen worden weergegeven in het PV nr.: G-24-5689/LAV/17-12-2024 van 24 december 2024. 3.2. Op 13 januari 2025 vindt er een tweede controle plaats om na te gaan of de maatregelen worden opgevolgd. De inspecteur-dierenarts en de leden van de lokale politie beschikken over een visitatiemachtiging. De vaststellingen worden weergegeven in het PV nr.: G-24-5689a/LAV /13-01-2025 van 24 januari 2025. Er worden acht honden, twee katten en één fret administratief in beslag genomen in toepassing van artikel 72, § 1, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn. 3.3. Op 15 januari 2025 neemt de verwerende partij de beslissing tot in beslagname van de betrokken dieren. 3.4. Op 17 januari 2025 wordt verzoeker gehoord. 3.5. Op 30 januari 2025, ondertekend op 31 januari 2025, neemt de verwerende partij de beslissing waarbij de 8 honden, twee katten en één fret in toepassing van artikel 72, § 3, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn in volle eigendom worden gegeven aan het erkend asiel waar ze momenteel verblijven. Dit is de bestreden beslissing. IV. Ontvankelijkheid van de vordering tot schorsing 4. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om over de door de verwerende partij opgeworpen ontvankelijkheidsexceptie uitspraak te doen. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, zoals hierna zal blijken, niet het geval is. XII-9860-3/8 V. Schorsingsvoorwaarden 5. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. VI. Spoedeisendheid Standpunt van verzoeker 6. Verzoeker laat ter verantwoording van de spoedeisendheid onder het kopje “Tweede middel: schorsing en voorlopige maatregelen in kort geding” in essentie gelden dat de situatie zeer urgent is. Hij benadrukt dat
- i)zowel de pups als de volwassen honden onder stress en verwaarlozing, die gepaard gaan met de huidige opvanglocatie, lijden;
- ii)er sprake is van dringende veterinaire zorg met name voor een pup van acht maanden; iii) de opvangfaciliteiten waarin de dieren nu verblijven niet aangepast zijn aan hun behoeften en hun gezondheid hierdoor verder kan verslechteren;
- iv)de dagelijkse opvangkosten van 80 euro een onherstelbare financiële last met zich meebrengen wat disproportioneel is, gezien de omstandigheden;
- v)er een reëel risico bestaat dat de dieren vóór een definitieve uitspraak worden herplaatst, wat een onherstelbare schade zou betekenen, zowel emotioneel als juridisch, aangezien zijn eigendomsrecht hierdoor definitief zou worden aangetast en
- vi)de abrupte scheiding en de wijziging van hun leefomgeving tot gedragsproblemen en gezondheidscomplicaties kunnen leiden, wat een ernstige aantasting van hun welzijn betekent. XII-9860-4/8 Beoordeling 7. Naar eis van artikel 17, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet de vordering tot schorsing “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van deze vordering wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 4, § 1, 5°, van het koninklijk besluit van 19 november 2024 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding en tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een – voortdurende – tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Voorts kan luidens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing op elk moment worden bevolen indien de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en minstens één ernstig middel aangevoerd wordt waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden akte of het bestreden reglement prima facie kan worden verantwoord. Met deze wijzigingen aan artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State beoogt de wetgever de schorsingsprocedure te optimaliseren en maatwerk mogelijk te maken op basis van de spoedeisendheid die in de vordering tot schorsing wordt aangevoerd. (Wetsontwerp tot wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, KAMER, 2022- 2023, 14 maart 2023, nr. 55-3220/1, 9). Het is evenwel niet de bedoeling met deze hervorming de strekking te wijzigen van het begrip spoedeisendheid zoals dat thans gedefinieerd is door de rechtspraak van de Raad van State. (Wetsontwerp tot wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, KAMER, 2022-2023, 14 maart 2023, nr. 55-3220/1, 11). Bijgevolg zal de spoedeisendheid worden vastgesteld wanneer de verzoekende partij het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, XII-9860-5/8 op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen. Wanneer de afdeling bestuursrechtspraak een vordering tot schorsing verwerpt wegens het gebrek aan spoedeisendheid, kan een nieuwe vordering slechts worden ingediend indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen. De afdeling bestuursrechtspraak kan bovendien een termijn bepalen waarin geen enkele nieuwe vordering tot schorsing of tot het bevelen van voorlopige maatregelen kan worden ingediend indien het enige nieuw ingeroepen element bestaat uit het verloop van de tijd ( artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. 8. De schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestreden beslissing moet een nuttig effect hebben en moet de verzoekende partij behoeden voor de gevreesde schade. Wanneer de schorsing van de bestreden beslissing het aangevoerde nadeel niet kan verhinderen of ongedaan maken, wordt de spoedeisendheid van de vordering tot schorsing niet aangetoond. Uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat de acht honden en twee katten werden geadopteerd en de fret werd geëuthanaseerd. De elementen die verzoeker aanvoert om de spoedeisendheid te staven, zijn niet meer actueel door de adoptie en de euthanasie van de dieren of kunnen niet verhinderd worden door de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestemmingsbeslissing. Bijgevolg kan de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing het door verzoeker vermeende nadeel niet voorkomen, noch ongedaan maken, zodat de schorsing geen nuttig effect meer kan genereren in het licht van de vaststelling dat de honden en katten werden geadopteerd en de fret werd geëuthanaseerd. XII-9860-6/8 9. Wat voorafgaat, leidt tot het besluit dat verzoeker niet aantoont dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring. Conclusie 10. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. Voorlopige maatregelen 11. Om de hiervoor uiteengezette redenen besluit de Raad van State tot de verwerping van de vordering tot schorsing wegens het niet voorhanden zijn van de vereiste spoedeisendheid. Er is bijgevolg geen reden om te beslissen over de gevorderde voorlopige maatregelen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering tot schorsing en tot het opleggen van voorlopige maatregelen. XII-9860-7/8 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zes juni tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9860-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.523 Gerelateerde publicatie(
- s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.584 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div