← België

Arrest 263535 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 10/06/2025

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 juni 2025 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.535 Rolnummer: A. 241664/X-18646 Zaak: Arrest 263535 - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen - 10/06/2025 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2025-06-16 Raadplegingen: 82 - laatst gezien 2026-06-16 03:34 Fiche Arrest nr 263.535 van 10 juni 2025 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Stedenbouw en ruimtelijke ordening - Reglementen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 263.535 van 10 juni 2025 in de zaak A. 241.664/X-18.646 In zake :

  1. E.V.
  2. P.V.
  3. V.O. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Access Building Keizer Karellaan 586/9 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het BRUSSELSE HOOFDSTEDELIJKE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Laurens De Brucker en Agnès Piessevaux kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij : de CV B.W. woonplaats kiezend te 1000 Brussel Kardinaal Mercierstraat 37 bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Rahim Samii, Olivia Van Der Kindere en Louis Masure kantoor houdend te 1000 Brussel Lloyd Georgelaan 16 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 11 april 2024, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de gemachtigde ambtenaar van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 14 februari 2024 waarbij een stedenbouwkundige X-18.646-1/4 vergunning wordt verleend aan de cv de B.W. voor het herinrichten van de site Papenvest te 1000 Brussel. II. Verloop van de rechtspleging
  5. Bij arrest nr. 260.329 van 28 juni 2024 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. De tussenkomende partij en de verwerende partij hebben elk een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de tussenkomende partij heeft een memorie ingediend. De verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een verslag opgesteld. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 juni
  6. Kamervoorzitter Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Joeri Leten, die loco advocaat Isabelle Cooreman verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Marthe Vandenbossche, die loco advocaten Laurens De Brucker en Agnès Piessevaux verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Louis Masure, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur An Van den broeck heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. X-18.646-2/4 Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Intrekking 3.
  8. Bij brief van 7 maart 2025 deelt de verwerende partij aan de Raad van State mee dat zij op 20 februari 2025 de bestreden beslissing heeft ingetrokken. 3.
  9. Bij brief van 14 maart 2025 deelt de tussenkomende partij aan de Raad van State mee dat zij evenmin een verzoek tot voortzetting van de procedure, noch een laatste memorie zal indienen. Zij bevestigt dat de verwerende partij de bestreden beslissing op 20 februari 2025 heeft ingetrokken en dat zij bij brief van 24 februari 2025 de verwerende partij in kennis stelde van haar voornemen om haar vergunningsaanvraag te wijzigen overeenkomstig artikel 177/1 BWRO. 3.
  10. Gezien de voormelde intrekking, heeft het beroep geen voorwerp meer en is het derhalve onontvankelijk. IV. Kosten en rechtsplegingsvergoeding
  11. In de gegeven omstandigheden past het om de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep, inbegrepen een rechtsplegingsvergoeding, ten laste van de verwerende partij te leggen.
  12. De verzoekende partijen vragen hen “de maximale rechtsplegingsvergoeding toe te kennen”. Het project is immers verre van een klassiek, kleinschalig bouwproject. De complexiteit van de zaak ligt onbetwistbaar boven het gemiddelde van een gewoon stedenbouwkundig dossier en is niet te wijten aan de verzoekende partijen. Zij voegen eraan toe dat het bestreden besluit zeer uitgebreid is en dat het bijzonder moeilijk te verstaan valt. X-18.646-3/4
  13. De verzoekende partijen overtuigen er evenwel niet van dat de zaak een dergelijke complexiteit zou vertonen dat hen een verhoging van de basisrechtsplegingsvergoeding zou moeten worden toegekend. BESLISSING
  14. De Raad van State verwerpt het beroep.
  15. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 1.200 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tien juni tweeduizend vijfentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.646-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.535 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2024:ARR.260.329 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.